latijn woorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
103031
Filename:
latijn woorden.txt
Updated:
2011-09-20 10:30:55
Tags:
latijn woorden 15
Folders:

Description:
latijn woorden H 15
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. iuro (inf.)
    (iurare) - zweren
  2. adduco, perf. (inf.)
    adduxi (adducĕre) - brengen naar/in
  3. exercitus
    leger
  4. vita
    leven
  5. induco, perf. (inf.)
    • induxi (inducĕre) - brengen naar
    • brengen tot, verleiden tot
  6. ara
    altaar
  7. insula
    eiland
  8. cum + conj.
    • toen, nadat
    • omdat
    • hoewel
  9. tunc (bijw.)
    toen, dan
  10. aetas, gen. (geslacht)
    aetatis (vrl.) - leeftijd, leven, tijd
  11. cum + ind.
    • wanneer
    • toen
  12. ut + conj.
    • (op)dat, om te
    • (zo)dat
  13. fraus, gen. (geslacht)
    fraudis (vrl.) - bedrog
  14. sub + welke naamval?
    abl. - onder
  15. numquam
    nooit
  16. amicitia
    vriendschap
  17. imperium
    • macht
    • rijk
  18. ut + ind.
    • (zo)als
    • zodra (als)
  19. inde
    • daarvandaan
    • daarna
  20. agmen, gen. (geslacht)
    agminis (onz.) - stoet, kolonne
  21. maneo, perf. (inf.)
    mansi (manere) - blijven, wachten (op)
  22. moenia, gen. (geslacht)
    moeniorum (onz. mv.) - (stads)muren
  23. fatigatus, (vrl.), (onz.)
    fatigata, fatigatum - vermoeid
  24. augustus, (vrl.), (onz.)
    • augusta, augustum - nauw, eng
    • beperkt
  25. terror, gen. (geslacht)
    terroris (mnl.) - angst
  26. multo (bijw.)
    veel
  27. incedo, perf. (inf.)
    • incessi (incedĕre) - voortgaan
    • binnengaan
  28. ferrum
    • ijzer
    • zwaard
  29. fundo, perf. (inf.)
    fudi (fundĕre) - gieten
  30. aegre (bijw.)
    met moeite
  31. iter, gen. (geslacht)
    • itineris (onz.) - weg
    • reis, mars
  32. tam
    zo
  33. cado, perf. (inf.)
    cecidi (cadĕre) - vallen
  34. arbor, gen. (geslacht)
    arboris (vrl.) - boom
  35. lignum
    hout
  36. infundo, perf. (inf.) + welke naamval?
    infudi (infundĕre) + acc. - gieten op/in
  37. descendo, perf. (inf.)
    descendi (descendĕre) - afdalen
  38. praeceps, gen.
    • praecipitis - hals over kop, snel
    • steil
  39. caedo, perf. (inf.)
    cecidi (caedĕre) - vellen, doden

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview