Wereldeconomie

Card Set Information

Author:
zotbolleke
ID:
105412
Filename:
Wereldeconomie
Updated:
2011-09-30 13:51:36
Tags:
Aarderijkskunde
Folders:

Description:
p1 tot 7 + notities groepswerk
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user zotbolleke on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Leg globalisering uit:
    Dit is het proces waarbij een groot aantal zaken een steeds meer wereldwij of internationaal karakter krijgt.
  2. Leg economische globalizering uit:
    Goederen die aan de andere kant van de wereld geproduceert zijn.
  3. Leg socio-culturele globalisering uit:
    Allochtonen in het straatbeeld, het consumeren van exotische gerechten, films en journaals over verre landen en internetcontacten tonen aan dat ook ons dagelijks leven is geglobaliseerd.
  4. Na WO II is globalisering toegenomen, waarom?
    • Omwille van grotere transportmiddelen
    • Sneller transport (= container,, roll-on roll-off)
    • Telecom, internet
  5. Globalisering is toegenomen door maatschappelijke veranderingen, waarom?
    • Door loonsverschillen
    • Het oostblok
    • Open handelsgrenzen
  6. Wat zijn gevolgen van globalizering?
    • Het toenemen van internationaal verkeer (nadeel: files + vervuiling)
    • Loonsverschillen tussen lage loonslanden en industrielanden in stand gehouden wordt
  7. Verklaar probleem van tussen lage loonlanden en industrielanden:
  8. Wat is voor ons een nadeel van fair-trade?
    • Het is duurder
    • Het kan onze tewerkstelling verkleinen (minder banen)
  9. Wat zijn de wereldvoedselproblemen?
    • Kwalitatief tekort
    • Kwantitatief tekort
  10. Geef enkele oorzaken van voedseltekort:
    • Oorlog
    • Snelle bevolkingsgroei
    • Droogte
    • Teveel regen
    • Lage scholing
    • Technologie (geen)
    • Niet erg vruchtbare bodems
  11. Wat is voedselkwaliteit?
    • Heeft te maken met voedingsstoffen in eten, die je al dan niet opneemt. Deze word al eens voorgesteld met een voedselroos, hieraan kan je zien of een bevolking voeldoene en gevarieert eet of niet.
  12. Wat is voedselkwantiteit?
    De hoeveelheid voedsel die je inneemt, die gaat vooral om het aantal energie dat je binnenkrijgt.
  13. Verkenning van universum steunt op 2sorten waarnemingen, welke?
    • Aardse waarnemingen
    • Waarnemingen in de ruimte
  14. Hoe kunnen we weten hoe ver we ons bevinden van de sterren en hoe ze bewegen?
    Dit kunnen we waarnemen met telescopen.
  15. Vertel wat over de aap in de ruimte:
    • NASA project (national aeronautics space administration)
    • HAM -> Holloman Aerospace Medical
    • Medisch doel + voorbereiding bemande vluchten
  16. Vertel wat over hond in ruimte:
    • 1ste levend wezen in baan om aarde (=sateliet)
    • Medisch doel + politieke redenen ( VS<->Russen)
  17. Vertel wat over de Apollo 11:
    • Apollo= aantal maanvluchten,, vanaf 11 werden deze bewoond
    • Wetenschappenlijk (is er leven op de maan?) en politiek doel
  18. Vertel wat over Mars:
    • MER= Mars Exploration Rover
    • Om gesteenten te zoeken en onderzoeken
    • Om te kijken of er water/leven op Mars is
  19. Vertel wat over Frank de Winne:
    • Heeft militaire, medische, wetenschaps opelijding en talen kennis
    • ESA= Europian space agency
    • ISS= international space station (permanent bewoond station, in een baan om de aarde)
  20. Vertel wat over ruimtepuin:
    • Kan best voorkomen worden
    • Men probeert dit op te ruimen
  21. Vertel wat over de maan Europa:
    Dit is één van de 6 manen (=sateliet) van Jupiter

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview