latijn woorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
105449
Filename:
latijn woorden.txt
Updated:
2011-10-06 14:02:42
Tags:
latijn woorden 11 12
Folders:

Description:
latijn woorden H 11-12
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. scio (inf.)
    scire - weten
  2. licet + welke naamval?
    + dat. - het is toegestaan, het is mogelijk
  3. iudex, gen.
    iudicis - rechter
  4. domum (acc.)
    naar (het) huis (bij ww. van gaan)
  5. taceo, perf. (inf.)
    tacui (tacere) - zwijgen
  6. iudicium
    proces, vonnis, oordeel
  7. natus, (vrl.), (onz.)
    nata, natum - geboren
  8. placeo, perf. (inf.) + welke naamval?
    placui (placere) + dat. - bevallen, in de smaak vallen
  9. exspecto (inf.)
    exspectare - (af)wachten, verwachten
  10. liber, (vrl.), (onz.)
    libera, liberum - vrij
  11. omnia (onz. mv.)
    alles
  12. aspicio, perf. (inf.)
    aspexi (aspicĕre) - kijken naar, aanschouwen
  13. concedo, perf. (inf.)
    concessi (concedĕre) - toegeven, toestaan, zwichten
  14. si
    als
  15. igitur
    daarom, dus
  16. narro (inf.)
    narrare - vertellen
  17. absum, perf. (inf.)
    afui (abesse) - afwezig zijn
  18. adventus
    (aan)komst
  19. serva
    slavin
  20. pectus, gen. (geslacht)
    pectoris (onz.) - borst
  21. nuntio (inf.)
    nuntiare - berichten, melden
  22. ingnosco, perf. (inf.) + welke naamval?
    ignovi (ignoscĕre) + dat. - vergeven
  23. lux, gen. (geslacht)
    lucis (vrl.) - licht
  24. sermo, gen. (geslacht)
    sermonis (mnl.) - gesprek
  25. multitudo, gen. (geslacht)
    multitudinis (vrl.) - menigte
  26. procedo, perf. (inf.)
    processi (procedĕre) - voortgaan, naar voren lopen
  27. ultimus, (vrl.), (onz.)
    ultima, ultimum - laatste
  28. accido, perf. (inf.)
    • accidi (accidĕre) - gebeuren
    • (+ dat.) overkomen (aan)
  29. propinquus, (vrl.), (onz.)
    propinqua, propinquum - vlakbij gelegen
  30. hoc modo
    op deze manier
  31. Forum, forum
    markt(plein), Forum (in Rome)
  32. tantum (bijw.)
    alleen maar, slechts
  33. sanguis, gen. (geslacht)
    sanguinis (mnl.) - bloed
  34. advenio, perf. (inf.)
    adveni (advenire) - (aan)komen, bereiken
  35. terreo, perf. (inf.)
    terrui (terrere) - bang maken
  36. timeo, perf. (inf.)
    timui (timere) - bang zijn voor, vrezen
  37. debeo, perf. (inf.)
    debui (debere) - moeten
  38. iaceo, perf. (inf.)
    iacui (iacere) - liggen
  39. animus
    geest
  40. campus
    veld, vlakte
  41. in + acc.
    naar, naar binnen
  42. non modo ... sed etiam
    niet alleen ... maar ook
  43. munus, gen. (geslacht)
    • muneris (onz.) - taak
    • geschenk
  44. in + abl.
    in, op, bij
  45. scelus, gen. (geslacht)
    sceleris (onz.) - misdaad
  46. porta
    poort
  47. ludus
    spel
  48. cum + abl.
    (samen) met
  49. ager, gen.
    agri - akker, land
  50. in animo habeo (habere)
    van plan zijn
  51. potestas, gen. (geslacht)
    • potestatis (vrl.) - macht
    • mogelijkheid, gelegenheid
  52. toga
    toga
  53. a(b) + welke naamval?
    • + abl. - weg van, van(af)
    • door (toedoen van)
  54. imperator, gen.
    imperatoris - opperbevelhebber
  55. perduco, perf. (inf.)
    perduxi (perducĕre) - brengen tot/naar
  56. ex, e + welke naamval?
    + abl. - uit, van(uit), vanaf
  57. nobis (dat./abl.)
    ons
  58. tergum
    rug
  59. expello, perf. (inf.)
    expuli (expellĕre) - verdrijven
  60. civitas, gen. (geslacht)
    civitatis (vrl.) - staat, burgerij
  61. ago, perf. (inf.)
    • egi (agĕre) - voeren, drijven
    • doen, verrichten
    • (be)handelen
  62. trado, perf. (inf.)
    tradidi (tradĕre) - overgeven, uitleveren, overleveren
  63. matrona
    (getrouwde) vrouw
  64. habeo, perf. (inf.)
    • habui (habere) - hebben
    • houden
  65. silentium
    stilte
  66. fingo, perf. (inf.)
    • finxi (fingĕre) - vormen
    • verzinnen
  67. res, acc., abl. (geslacht)
    rem, re (vrl.) - zaak, ding
  68. vox, gen. (geslacht)
    • vocis (vrl.) - stem
    • woord
  69. senator, gen.
    senatoris - senator (lid van de senaat)
  70. excedo, perf. (inf.)
    excessi (excedĕre) - uitgaan, weggaan
  71. postero die (abl.)
    (op) de volgende dag
  72. inter se
    (onder) elkaar, onderling
  73. res publica
    staat
  74. sine + welke naamval?
    + abl. - zonder
  75. domo
    van/uit huis
  76. utrum...an
    (of)...of
  77. senatus
    senaat
  78. fides
    • trouw
    • vertrouwen
  79. dolus
    list, bedrog
  80. praeter + welke naamval?
    + acc. - behalve
  81. medium
    het midden
  82. perfero, perf. (inf.)
    • pertuli (perferre) - overbrengen
    • verdragen
  83. ex eis
    van hen
  84. ullus, (vrl.), (onz.), (gen.)
    ulla, ullum, ullius - enig(e)
  85. ingenium
    • karakter, doen en laten
    • aanleg, talent
  86. non iam
    niet meer, niet langer
  87. adulescens, gen. (geslacht)
    adulescentis (mnl.) - jongeman
  88. patres, gen.
    • patrum - vaders
    • senatoren
  89. vivo, perf. (inf.)
    vixi (vivĕre) - leven
  90. cupio, perf. (inf.)
    cupivi (cupĕre) - verlangen
  91. incipio, perf. (inf.)
    incepi/coepi (incipĕre) - beginnen

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview