latijn woorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
106924
Filename:
latijn woorden.txt
Updated:
2011-11-08 11:43:00
Tags:
latijn woorden drie en vier
Folders:

Description:
latijn woorden H 3-4
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. dea
    godin
  2. filia
    dochter
  3. non
    niet
  4. mater, acc.
    matrem - moeder
  5. dominus
    heer, heerser
  6. deus
    god
  7. soror, acc.
    sororem - zuster
  8. pater, acc.
    patrem - vader
  9. et
    • en
    • ook
  10. uxor, acc.
    uxorem - vrouw, echtgenote
  11. filius
    zoon
  12. sed
    maar
  13. quoque
    ook (quoque benadrukt het woord waar het achter staat)
  14. regina
    koningin
  15. etiam
    ook, zelfs
  16. populus
    volk
  17. nam
    want
  18. in Italia
    in Italië
  19. saepe
    vaak, dikwijls
  20. bellum
    oorlog
  21. ignis, acc.
    ignem - vuur
  22. templum
    tempel
  23. urbs, acc.
    urbem - stad
  24. semper
    altijd
  25. amor, acc.
    amorem - liefde
  26. laetus, (vrl.), (onz.)
    laeta, laetum - blij
  27. vir, acc.
    virum - man
  28. in + acc.
    naar, naar binnen
  29. rex, acc.
    regem - koning
  30. mors, acc.
    mortem - de dood
  31. pulcher, (vrl.), (onz.)
    pulchra, pulchrum - mooi
  32. regnum
    heerschappij
  33. bonus, (vrl.), (onz.)
    bona, bonum - goed
  34. frater, acc.
    fratrem - broer
  35. nunc
    nu
  36. puella
    meisje
  37. malus, (vrl.), (onz.)
    mala, malum - slecht
  38. novus, (vrl.), (onz.)
    nova, novum - nieuw
  39. gloria
    roem
  40. apud + welke naamval?
    + acc. - bij
  41. silva
    bos
  42. magnus, (vrl.), (onz.)
    magna, magnum - groot
  43. valde (bijw.)
    erg, zeer
  44. ad + welke naamval?
    + acc. - naar, bij, tot
  45. obscurus, (vrl.), (onz.)
    obscura, obscurum - donker, duister
  46. fluvius
    rivier
  47. parvus, (vrl.), (onz.)
    parva, parvum - klein
  48. aqua
    water
  49. subito (bijw.)
    plotseling
  50. clarus, (vrl.), (onz.)
    clara, clarum - helder, beroemd
  51. deinde
    daarna, vervolgens
  52. miser, (vrl.), (onz.)
    misera, miserum - ongelukkig
  53. non iam
    niet meer
  54. iratus, (vrl.), (onz.)
    irata, iratum - boos
  55. morbus
    ziekte
  56. timidus, (vrl.), (onz.)
    timida, timidum - bang
  57. verus, (vrl.), (onz.)
    vera, verum - echt, waar
  58. causa
    reden, oorzaak

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview