latijn woorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
106932
Filename:
latijn woorden.txt
Updated:
2012-02-07 13:08:07
Tags:
latijn woorden 21
Folders:

Description:
latijn woorden H 21
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. aufero, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    abstuli, ablatus (auferre) - wegnemen
  2. manus, gen. (geslacht)
    • manus (vrl.) - hand
    • groep
  3. de + welke naamval?
    • + abl. - over
    • wegens
    • van ... af
  4. mora
    uitstel, oponthoud
  5. metus, gen.
    metus - vrees, angst
  6. mare, gen. (geslacht)
    maris (onz.) - zee
  7. facies, gen.
    • faciei - gedaante, uiterlijk
    • gezicht
  8. libertus
    vrijgelatene
  9. oratio, gen. (geslacht)
    orationis (vrl.) - redevoering
  10. vix
    met moeite, nauwelijks
  11. depono, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    deposui, depositus (deponĕre) - neerleggen, neerzetten
  12. prodo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    • prodidi, proditus (prodĕre) - verraden
    • tonen, laten blijken
  13. paulo ante
    kort geleden, kort tevoren
  14. refero, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    • rettuli, relatus (referre) - terugbrengen
    • berichten, rapporteren
  15. moneo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    monui, monitus (monere) - waarschuwen, aansporen
  16. frango, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    fregi, fractus (frangĕre) - breken
  17. defendo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    defendi, defensus (defendĕre) - verdedigen, beschermen
  18. adeo (bijw.)
    zozeer
  19. pono, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    posui, positus (ponĕre) - plaatsen, neerleggen
  20. afficio, perf., participia
    passief van het perf.+ welke naamval? (inf.)
    affeci, affectus + abl. (afficĕre) - iem. (met) iets aandoen
  21. affectus + welke naamval?
    + abl. - aangedaan door
  22. prae + welke naamval?
    • + abl. - voor
    • wegens, door
  23. communis, gen.
    commune - gemeenschappelijk
  24. pergo (inf.)
    (pergĕre) - (voort)gaan
  25. supero (inf.)
    • (superare) - overwinnen
    • overtreffen
  26. aperio, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    aperui, apertus (aperire) - openen
  27. gravis
    zwaar, ernstig
  28. eripio, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    eripui, ereptus (eripĕre) - wegrukken, ontrukken
  29. demitto, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    demisi, demissus (demittĕre) - naar beneden laten (gaan), laten zakken
  30. audax, gen.
    • audacis - moedig
    • overmoedig, brutaal
  31. frustra (bijw.)
    vergeefs
  32. coniungo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    coniunxi, coniunctus (coniungĕre) - verbinden
  33. recipio, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    • recepi, receptus (recipĕre) - terugkrijgen, terugnemen
    • ontvangen, opnemen
  34. coniunx, gen.
    coniugis - echtgenoot, echtgenote
  35. sterno, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    stravi, stratus (sternĕre) - neerwerpen, uitspreiden

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview