Geschiedenis publiekrecht

Card Set Information

Author:
arpi
ID:
108386
Filename:
Geschiedenis publiekrecht
Updated:
2011-10-12 11:37:10
Tags:
1795 verlichting gevolg
Folders:

Description:
Arpi
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user arpi on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Rond 1795 aandacht individu groot (verlichting, dit leidde tot veranderingen in 5 gebieden? Welke?
    • - GW geintroduceerd en op schrift gesteld
    • -Aandacht idee machtenscheiding
    • -Vormen van eenheidsstaat
    • -Volkssoevereiniteit
    • -afkondiging mensenrechten
  2. 1750: Republiek der 7 verenigde NLen, hoe zag dat eruit?
    • Gewesten soeverein
    • StatenGeneraal (bevoegdh leger en vloot en bzk) - alleen spreken over wat werd opgedragen. Besluitvorming langzaam
    • Adel weinig te zeggen
    • Regenten hadden zegenschap=cooptatie (1familie)
    • Elke stad eigen rechtseenheid
    • EEN stadhouder (oranjes) voor alle gewesten opper bevelh leger en vloot
    • Tot republiek behoorden ook de kolonien en generaliteitslanden (braband en Limburg) bestuurd uit Den Haag, terwijl andere gewesten soeverein waren.
  3. Na 1750?
    • Opstand vanuit patriotten=regenten en democraten/gegoede burgerij
    • Nadat zij geen gehoor kregen bij de stadhouder bij de vraag om meer macht, voegden zij zih bij de regenten en keerden zich gezamelijk tegen hem
  4. 1787?
    Willen V stadhouder vertrekt naar Nijmegen. Er ontstaat wrijving tussen regenten en democraten doordat laatstgenoemden meer zeggenschap wilden (verkiezingen) Wilhelmina pruisen gaat terug, wordt geweigerd, gaat klagen bij broer en valt pruisen binnen.
  5. Wat is het gevolg van de inval van pruisen?
    • Situatie voor 1750 hersteld.
    • Regenten aan de macht, stadhuoder terug.
    • Democraten vluchten naar zuiden.
    • Meer stadsevenwicht.
    • Geen afgeleide beweging: nog voor de franse revolutie gebeurd=eigen beweging met invloeden verlichting
  6. 1789 = Franse Revolutie. Wat gebeurd in 1791 en 1793 en 1795?
    • 1791 nieuwe grondwet, Lodewijk XVI macht.
    • Wordt bij radicalisering onthoofd.
    • 1793 wil frankrijk idealen exporteren, verklaart de oorlog.
    • 1795 valt frankrijk binnen samen met de democraten en hebben deze bevrijdt van willem V. De regenten worden vervangen door democraten.
  7. Bataafse republiek ontstaat, wat gebeurt er?
    • Alleen machtsplaatsen worden vervangen.
    • De gewesten krijgen nieuwe naam: Provisionele represanten van het volk van..=tijdelijk
    • Nationale Vergadering wordt ingesteld die in 1796 bijeenkomt, daar zitten in unitariers, federalisten en moderaten.
  8. Wat zijn de taken van NV?
    • Maken grondwet
    • Zolang die er niet is, algemeen dagelijks bestuur
    • Mannenkiesreht ingevoerd voor leden van VN
    • Centralisme stond centraal (gewesten onderworpen)
    • Openbaarheid grote rol spelen
  9. Wie zijn patriotten?
    Democraten en aristocraten, halverwege 18e eeuw wilden stadhouderlijke macht beperken en gingen samenwerken
  10. Waarom is totstandkoming vn NV een keerpunt in de staatskundige gs van ons land?
    • Hiermee is een eerste stap gezet richting gecentraliseerde eenheidsstaat.
    • Macht bij NV en niet bij gewesten
    • Taak algemeen bestuur en grondwet
    • Voor het eerst verkiezingen gehouden
  11. Waarom verliep de eerste bataafse grondwet moeizaam?
    2deling: federalisten wilden decentraal bestuur en scheiding financien/gewestelijke schulden en unitariers=hollanders wilden eenheidsstaat en samenvoeging fincanien holland had hoge staatsschuld
  12. In hoeverre heeft het koninkrijk Pruisen in de tweede helft van de 18e eeuw een belangrijke rol gespeeld in de politieke situatie van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden?
    Pruisen heeft positie van stadhouder gegarandeerd, maar toen de Fransen kwamen 1795, heeft Pruisen niks gedaan. Het was ontzettend koud, dus konden makkelijk binnendringen.
  13. Wat is het verschil in samenstelling tussen de Nationale Vergadering en de zogenoemde Constituerende Vergadering?
    Die consituerende vergadering is kleinere vergadering omdat door het leger mensen zijn opgepakt, en eed afleggen, niet verder worden toegelaten. Alleen unitariers..eens over eenheidsstaat dus makkelijker grondwet
  14. Waaruit blijkt dat de leden van de Constituerende Vergadering net niet zo nauw nemen met de door henzelf in de staatregeling van 1798 neergelegde ‘democratische’ uitgangspunten?
    Omdat het eerste moment dat er een verkiezing zou plaatsvnden, ze zeggen we doen geen verkiezingen, we zijn zelf gewoon vertegenwoordigde lichaam. Gaat in tegen wat ze eerst uberhaupt wilden.
  15. In hoeverre kan de Bataafse staatsregeling van 1798 ‘verlicht’ en ‘modern’ voor haar tijd genoemd worden en in hoeverre zijn daarin minder democratische trekken terug te vinden?
    Het is modern, machtenscheiding, gw, = monstesqui, verkiezingen, volksvertegenwoordiging is nieuw, komt uit verlichting= start constitutionele ontwikkeling. Minder democratische trekken zit in beperking van kiesrecht. Wilden toewerken naar generale preventie door afschaffen pijnbank
  16. Wat wordt verstaan onder een codificatieartikel?
    Rechtzekerheid brengt met zich mee dat het recht (hoofdlijnen) moet worden opgetekend in rechtboeken
  17. Wat schrijft het codificatieartikel van de staatsregeling van 1798 voor ten aanzien van de totstandkoming van een wetboek van strafrecht?
    Er moet binnen 2 jaar van oprichting GW een wetboek voor strafrecht gecodificeerd zijn, maar is TE ambitieus
  18. Welk belangrijk ‘verlicht’ strafrechtelijk basisbeginsel is ook in deze grondwet terug te vinden?
    • Artikel 29 = Legaliteitsbeginsel
    • Ook pijnbanken werden afgeschaft
    • Verdachte binnen 24 uur voorgeleid
    • Vonnissen openbaar
    • Daad beschuldiging moet nauwkeurig worden beschreven
    • Verbeurdverklaring afgeschaft
  19. In hoeverre wordt in deze grondwet het strafprocesrecht ‘hervormd’?
    (gaat over 1e grondwet 1798) Omdat de pijnbank verdwijnt.
  20. Welk standpunt is in deze grondwet over de algehele verbeurdverklaring van goederen terug te vinden?
    De algehele verbeurdverklaring mocht niet meer als straf terug komen in het strafrecht. Er mag wel beslag worden gelegd, op de uitgedreven oranjefamilie.
  21. In hoeverre heeft de staatsregeling van 1801 een verzoenend en minder radicaal dan de staatsregeling van 1798?
    Het is een verzoenende staatsregeling, allereerst tav indeling land, en tav kiesrecht. Ook minder radicaal. En het focussen op centraliseerde eenheidsstaat. Het is wel ondergeschikt aan hoogste macht, maar met eigen mogelijkheden.
  22. Op welke punten wordt door het Nationaal Gerechtshof kritiek uitgeoefend op het ontwerp-lijfstraffelijk wetboek van 1804?
  23. 1. algemene grote punt = meer een leerboek dan wetboek, meer instructienorm voor rechters. 2. geldboete is wenselijk in moderne strafrecht. 3. speciale bepaling over recidive. 4. lijkt te zijn geschreven voor bataafse republiek, die binnen bataafse republiek misdrijf plegen, maar moet breder, bv ook NLers in buitenland, en buitenlanders in NL
  24. In hoeverre kan het ontwerp-lijfstraffelijk wetboek van 1804 toch modern voor zijn tijd genoemd worden?
    Legatliteitsbeginsel en dat de staat bezig is om 1 wetboek van strafrecht te ontwikkelen is ook modern.
  25. Waarom wordt de totstandkoming van het Crimineel Wetboek voor het koningrijk Holland als een omwenteling in de strafrechtsgeschiedenis beschouwd?
    Allereerst was er voor het eerst sprake van codificatie. Daarnaast was daar het legaliteitsbeginsel in vastgelegd, dat rechtszekerheid met zich meebrengt. Tot slot was er voor het eerst echt sprake van rechtseenheid, aangezien het wetboek voor het hele land gold.
  26. Wat waren de staatsrechtelijke gevolgen van de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk?
    Alles van de Franse staatsinrichting, de grondwet (1810) en de instellingen, gingen ook voor de Hollandse Departementen gelden.
  27. Op welke punten vinden er na de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk veranderingen plaats op gebied van het strafrecht?
    • De Code Pénal vervangt het Crimineel Wetboek, wat impliceert dat er Franse straffen worden ingevoerd, zoals de algemene verbeurdverklaring van goederen en de eeuwigdurende dwangarbeid. Over het algemeen is er te zeggen dat de Franse straffen zwaarder waren.
    • Daarnaast wordt er juryrechtspraak ingevoerd met een vrij bewijsstelsel, dit terwijl er in Nederland juist wordt uitgegaan van een negatief wettelijk bewijsstelsel (met andere woorden: er mogen wel getuigen en bekentenissen gebruikt worden MITS de rechter ervan is overtuigd).
  28. Waarom wordt het Soeverein Besluit van 11 december 1813 ook wel het ‘Gesel- en Worgbesluit’ genoemd?
    Door het verdwijnen van straffen als de algemene verbeurdverklaring en eeuwigdurende dwangarbeid, wilde men dit compenseren door geselstraffen toe te voegen. De lijfstraffen (geselstraffen) namen een prominentere plaats in.
  29. Waaruit blijkt dat de opstellers van de grondwet van 1814 voor een andere staatsstructuur hebben gekozen dan die van voor 1795?
    Dit blijkt uit twee punten. Ten eerste laat de soevereiniteit die bij Willem Frederik, Prins van Oranje berust, zien dat men is afgestapt van Republikeinse gedachten, doordat men een vorstendom heeft gecreëerd. Hiermee wordt het idee van de eenheidsstaat gecontinueerd. Ten tweede vertegenwoordigt de Staten-Generaal niet meer de gewesten, maar juist het gehele Nederlandse volk. De soevereiniteit gaat dus van de gewesten naar de soevereine vorst.
  30. Welk Meningsverschil bestond er na de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden over de vraag welke codificatie van het strafrecht ingevoerd zou moeten worden?
    Aan de beginperiode van het Koninkrijk der Nederlanden was de vraag of wij terug zouden gaan naar het Crimineel Wetboek of de Franse Code Pénal zouden handhaven.
  31. In hoeverre was het onder vraag 1 genoemde geschil regionaal bepaald?
    Het was regionaal bepaald dat de Zuidelijke Nederlanden het Franse recht wilden handhaven. Zij waren immers ‘Frans’ vanaf 1794. Het Noorden wilde hier niets van weten, zij wilden terug naar het Crimineel Wetboek.
  32. Waarom is het jaar 1848 zo belangrijk in de staatkundige geschiedenis van ons land?
    In 1848 komt er een nieuwe grondwet. De nieuwe elementen zijn hoofdzakelijk op te splitsen in twee delen: de verandering van de positie van de koning en de verandering van de tweede kamer. De positie van de Koning verandert door het ontstaan van de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit brengt met zich mee dat de Koning onschendbaar wordt. De positie van de Tweede Kamer verandert onder mer doordat er meer macht wordt toegekend aan de volksvertegenwoordiging. Daarnaast verandert het stelsel van de verkiezingen: de Tweede Kamer wordt rechtstreeks gekozen door het volk en de Eerste Kamer wordt gekozen door de provinciale staten. Tevens krijgt de Tweede Kamer meer rechten toebedeeld, zoals het recht van amendement, het recht van interpellatie en het recht van enquête.
  33. Noem drie redenen waardoor hier te lande pas in 1886 een eigen nationaal wetboek van strafrecht kon worden ingevoerd.
    • 1. Vanaf 1813 gold de Code Pénal in Nederland. Het is dus niet zo dat er geen wetboek van strafrecht was, deze was er wel alleen het was gebaseerd op het Franse systeem.
    • 2. Wegens de verschillende meningen over de codificatie werd het codificeren erg vertraagd. Niet alleen waren er meningsverschillen over de doodstraf, het gevangeniswezen en de lijfstraffen. Ook was er een discrepantie tussen de wensen van het noorden en het zuiden. 3. Na 1848 was er meer oog voor de ontwikkeling van het staatsrecht, hier werd daarom voorrang aan verleend.
  34. Welke twee Amerikaanse gevangenisstelsels hebben in de 19e eeuw in ons land invloed uitgeoefend? Wat is het verschil tussen beide stelsels en voor welk stelsel heeft men uiteindelijk gekozen?
    De twee stelsels zijn het Auburn-stelsel en het Philadelphia-stelsel. Deze twee stelsels hebben in de negentiende eeuw invloed uitgeoefend op ons gevangenisstelsel. Het verschil tussen deze twee stelsels is het volgende. In het Auburn-stelsel worden gevangenen ’s nachts opgesloten, maar overdag mogen zij in stilte werken (tezamen met de andere gevangenen). In het Philadelphia-stelsel worden de gevangenen dag en nacht eenzaam opgesloten. In Nederland is er uiteindelijk gekozen voor het Philadelphia-stelsel.
  35. In hoeverre kan het Wetboek van Strafrecht van 1886, zeker vergeleken met de voor die tijd in ons land geldende strafrechtwetgeving modern voor zijn tijd genoemd worden?
    Er zijn een aantal punten die erg modern zijn. Zo gelden er specifieke maximumstraffen en worden er minimumstraffen ingevoerd. De echter heeft hierdoor een soort keuzevrijheid voor de op te leggen straf, rekeninghoudende met de omstandheden van het geval. Ook werden de regels milder ervaren dan andere strafwetgeving. Daarnaast is het wetboek systematisch geordend, iets wat men hiervoor nog niet kende.
  36. Welk standpunt neemt Beccaria in ten aanzien van de toepassing van de pijnbank tijdens het strafproces?
    Beccaria was tegen de pijnbank. Hij was namelijk van mening dat je onschuldig bent totdat het tegendeel is bewezen. Het is in dat licht dus raar om iemand vóór zijn veroordeling al te martelen. Meer specifiek schrijft Beccaria: “Is het strafbaar feit overtuigend bewezen dat verdient het geen andere straf dan die welke de wet voorschrijft; de pijnbank is dan nutteloos, omdat de bekentenis van de dader ook nutteloos is. Is de schuld van de verdachte niet zeker, dan heeft men niet het recht een onschuldige te folteren, want volgens de wet is wel degelijk onschuldig hij van wie de schuld aan de ten laste gelegde misdaden niet is bewezen”15.
  37. Hoe zou volgens Beccaria een rechtbank samengesteld moeten worden?
    Beccaria was voor juryrechtspraak. Door middel van loting moesten er, naast een voorzitter, ook gewone burgers rechtspreken omdat zij recht zouden spreken met hun gevoel.
  38. Welk standpunt neemt Beccaria in ten aanzien van de doodstraf?
    • Beccaria is tegen de doodstraf.
    • Executie is verschrikkelijk maar wordt vergeten
    • Met dwangarbeid kan de misdadiger iets vergoeden aan maatschappij
    • Eeuwig durende slavernij ook het karakter van generale preventie

    Beccaria is van mening dat in twee gevallen de doodstraf nog noodzakelijk kon zijn, namelijk indien er geen enkel ander middel was om anderen van misdaad af te houden (preventie) en als de veiligheid van de staat in gevaar zou komen.
  39. In hoeverre kan men stellen dat de doodstraf in Nederland in de 19e eeuw geleidelijk is afgeschaft?
    Men paste steeds meer het recht van gratie toe, waardoor de doodstraf steeds minder werd uitgevoerd. De laatste executie vond plaats in 1860 en in 1870 werd de doodstraf uiteindelijk afgeschaft.
  40. Welk motief voert de regering in 1870 ter afschaffing van de doodstraf?
    Het motief dat de regering ter afschaffing van de doodstraf in 1870 aanvoerde, was slechts dat de doodstraf niet meer nuttig en noodzakelijk was. Allerlei argumenten werden er aldus niet aangevoerd.
  41. Welke argumenten voert minister van Justitie Modderman aan tegen de doodstraf, toen in de Tweede Kamer in 1879 de discussie hierover werd heropend?
    In 1879 werd de discussie van de doodstraf heropend. In 1880 hield Modderman zijn “lijkrede op de doodstraf”. Modderman zette hierbij verschillende argumenten op een rij, waaronder dat de doodstraf in strijd was met het christendom. Ook is de doodstraf onherstelbaar en kan het niet geproportioneerd worden naar de mate van schuld. De zwaarte van de straf zal rechters ertoe aanzetten de doodstraf niet toe te passen, waardoor het een onzekere straf zou zijn. Daarnaast kan de dreiging van het opleggen van de doodstraf getuigen ervan te weerhouden om een getuigenis af te leggen. Door de doodstraf wordt verzoening uitgesloten, zowel innerlijke verzoening als verzoening met God.
  42. Hoe komt het volgens Franke dat de openbare lijfstraffen in de tweede helft van de 19e eeuw verdwijnen?
    Men ging meer kijken naar de verbetering van de delinquent. Men ging langzaam over naar de gedachte de delinquent zich zedelijk moest verbeteren. Hier kwam dan ook meer nadruk op te liggen. Afschrikking als doel van een straf werd minder belangrijk en doelen als vergelding en preventie bleven bestaan.
  43. Bataafse republiek eerste grondwet 1797, wat happened?
    Referendum, wordt verworpen, vervolgens laat men nieuwe vergadering kiezen, verhoudingen verscherpt, moderaten zijn eruit dus geen bemddeling meer lukt niet gw ontwerpen. Unitariers willen gw doordrukken, roepen hulp frankrijk in, komt staatsgreep. Federalisten gevangengezet.
  44. NV noemt zichzelf Constituerende vergaderi van het bataafse volk. Voordelen?
    Neuzen zelfde kant op, komt grondwet maar is ondemocratisch. Vervolgens, referendum = voorziet problemen stelt kiesstelsel in. Eed afleggen tegen federalisten.
  45. Waarin is de verklaring voor de behoefte van codificatie te vinden?
    • Uitgangspunt van vrijheid gelijkheid: opheffen gewesten
    • Legaliteits en rechtszekerheidbeginsel
  46. Wat gebeurd in 1801?
    • Napoleon gaat mee bemoeien, wil federalisten weer mee laten tellen, wendt zich tot uitvoerend bewind, die richt zich naar volksvertegenwoordiging, gaat niet akkoord. Ontbinding volksvertegenwoordiging en referendum, volk weigert. Alle thuisblijvers opgeteld bij ja temmers.
    • Dus niewe grondwet
  47. Grondwet 1801?
    • Eenheidsstaat gedecentraliseerd
    • Kiesrecht niet verbonden aan politieke voorkeur
    • Geen termijn codificatie van het recht
    • Nationaal GErechtshof
    • Nationaal Syndicaat
  48. Macht napoleon neemt toe. Frankrijk 1804 keizerrijk wat wil hij?
    Hij wil 1 bataafse spreekbuis hebben en niet 12 ledig bewind. Komt schimmelpenninck=wordt raadspensionaris. Opnieuw een grondwet in 1805 : eenheid belastingen komt tot stand, en zijn functie komt erin
  49. 1806 ?
    Frankrijk wil dat Broer Napoleon gaat regeren: lodewijk, hij voelde mee met nl , wilde niet code penal invoeren verleende vaak gratie was tegen doodstraf
  50. Kwam snel einde aan lodewijks periode, wanneer inlijfing bij frankrijk?
    • 1810
    • Nederland werd door Frankrijk de ‘Hollandse Departementen van het Franse Keizerrijk’ genoemd. De Fransen deden dit overigens heel verstandig en doeltreffend: ze lieten het niet lijken en/of voelen als een bezetting. Het land werd opgedeeld in arrondissementen. De provincies werden tweetalig en sommige Nederlanders werden lid van de Franse Senaat (bijvoorbeeld Schimmelpenninck). De Nederlandse taal bleef bestaan naast en werd naast het Frans een officiële taal. Echter naast het vele behoud van Nederlandse gebruiken, vond er wel een grootschalige wijziging van het recht plaats: het was niet meer de Nederlandse wetgeving maar de Franse wetgeving die zou gelden. Dit bracht met zich mee dat de Code Pénal3 werd ingevoerd in de arrondissementen.
  51. Verschillen tussen Code Pénal en het Crimineel Wetboek
    • 1. De systematiek: het Franse wetboek kent een driedeling (misdrijven, wanbedrijven en overtredingen), terwijl het Nederlandse wetboek deze indeling niet kent;
    • 2. De rechtspraak: het Franse systeem gaat uit van juryrechtspraak, terwijl er in Nederland sprake is van rechtspraak door rechters. In Frankrijk is er sprake van juryrechtspraak omdat men de rechters corrupt vond. Men vertrouwde ‘leken’ die oordeelden met het gezonde verstand meer dan de rechters die corrupt konden zijn. In Nederland schonk men de rechters meer onafhankelijkheid. De rechters waren niet omkoopbaar en/of corrupt. Nederlanders hebben aldus veel vertrouwen in de rechterlijke macht4;
    • 3. Het verschil in straffen: de Code Pénal kende de ‘eeuwigdurende dwangarbeid’ en de algemene verbeurd verklaring van goederen. Dit waren twee straffen die niet bestonden in Nederland. Daarnaast is er in het algemeen te zeggen dat de Code Pénal minder humane en strengere straffen heeft dan het Crimineel Wetboek. Zo werd in de Code Pénal voorgeschreven dat voorafgaand aan de executie eerst de hand moest worden afgehakt om extra leed toe te brengen. Het Crimineel Wetboek kende deze bepaling niet.
  52. Willem Frederik van Oranje?
    • De macht van Napoleon neemt langzaam maar zeker af. Op het moment dat Napoleon wordt verslagen bij Leipzig wordt de dreiging van de Pruisen en Russen steeds groter. Er ontstaat paniek onder de Fransen en als gevolg hiervan verlaten de Franse troepen in 1813 de Nederlandse provincies. Om te voorkomen dat er een machtsvacuüm ontstaat, wil men zich niet laten bevrijden, maar wil men zelf de macht op zich nemen opdat er weer een onafhankelijk land ontstaat.
    • Op 20 november 1813 proclameren Van Hogendorp en Van der Duijn van Maasdam dat zij in naam van Oranje de regering op zich nemen (het algemeen bestuur).
    • De oude stadhouder Willem V was inmiddels overleden, daarom ging men op zoek naar zijn zoon en hem werd verzocht om naar Holland te komen.
    • Op 30 november 1813 arriveert de zoon van stadhouder Willem V, Willem-Frederik, in Holland. Hij komt in Scheveningen aan en wordt daar toegejuicht door het volk.
    • Op 2 december 1813 in Amsterdam aanvaardt Willem-Frederik de soevereiniteit ‘onder waarborg ener wijze constitutie’ (met andere woorden: hij eist dat er een grondwet komt waarin zijn macht wordt neergelegd). Deze grondwet komt er. De Oranjes worden op deze manier in een positie geplaatst die zij nog nooit eerder hebben gehad.
    • Willem-Frederik wenst met de nieuwe grondwet duidelijkheid te verschaffen over een aantal punten.
  53. Nu de Fransen namelijk niet meer de dienst uitmaakten, welke wetten zouden er dan gelden?
    • Willem-Frederik schept duidelijkheid met het Gesel- en Worgbesluit van 114 Beccaria was echter wel een voorstander van de jury (zie pagina 70 en verder van de reader). Dit omdat hij in Italië leefde en rechters om zich heen had die niet deugden.
    • Hij besluit dat de Code Pénal zal blijven bestaan (artikel 1), maar haalt er wel de scherpe randjes af (zie bijvoorbeeld artikelen 2 (afschaffing algemene verbeurd- verklaring), 7 (afschaffing eeuwigdurende dwangarbeid) en 16 (afschaffing juryrechtspraak en invoering van rechtersrechtspraak). Willem-Frederik besluit in het kader van continuïteit de Code Pénal te behouden en niet terug te keren naar het Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland. In de hectiek was men namelijk niet in staat het Franse recht in één keer te vervangen. De Code Pénal zou dus blijven gelden totdat er een nieuw wetboek van strafrecht zou zijn.
  54. grondwet van 1814 wat staat erin?
    • De macht van Willem-Frederik en zijn nakomelingen is hierin vastgelegd en als gevolg hiervan ontstaat het vorstendom van Nederland.
    • Willem-Frederik een eed af en hij wordt ingehuldigd als ‘soeverein vorst’. Gaat men terug naar oude tijden? Men heeft uiteindelijk niet besloten terug te gaan naar oude tijden en men kiest dus voor een andere staatsstructuur dan die van voor 1795. De eenheidsstaat was al zo ver doorgevoerd en de ideeën van de volkssoevereiniteit hadden al zo veel wortels gekregen dat men de eenheidsstaat accepteerde. Dit komt dan ook tot uitdrukking in de Grondwet in artikel 52 (‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele Nederlandsche Volk’).
  55. wat is er zo bijzonder is aan de positie van de Oranjes, wanneer we dit vergelijken met eerdere jaren.
    Wat er is gebeurd in 1795 waardoor zij zich zo impopulair hebben gemaakt.
    Het antwoord op de eerste vraag kan worden gevonden in de staatrechtelijke positie binnen de republiek. Tot 1795 heeft de familie Oranje de functie van stadhouder gehad. Zij stonden dus ten dienste van de staten en de staten waren soeverein. In 1813 werden de Oranjes ‘soeverein vorst’ (Willem Frederik neemt later pas de titel van Koning aan).

    In het midden van de 18e eeuw was er een duidelijke democratische beweging waar te nemen, waardoor de macht van de stadhouder afnam. Na de afgang van de vrouw van de stadhouder, die niet toegelaten werd tot Holland7, viel Pruisen de Republiek binnen. Alles werd toen weer in de oude staat hersteld en de stadhouder kwam weer aan de macht. De democraten vluchtten in groten getale het land uit. Maar wanneer zij bij de omwenteling in 1795 samen met de Fransen terugkeerden in het land, besefte Willem V dat het voor hem gedaan was en besloot hij te vluchten. Hij is nooit meer teruggekeerd in Holland (dit is het antwoord op de tweede vraag). Vanuit dit perspectief is het natuurlijk vreemd dat men in 1813 de zoon van deze gevluchte stadhouder opzoekt om hem vervolgens de soevereiniteit aan te bieden. Dit alles kan verklaard worden door het stevige fundament dat de Oranjes hadden onder het volk.
  56. Waarom was de grondwet van 1814 na een jaar alweer achterhaald? Dit had te maken met de definitieve nederlaag van Napoleon
    In 1815 zijn de overwinnende mogendheden (het Verenigde Koninkrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland bijeen gekomen op het Congres van Wenen. Het doel van dit congres is om de verdwijning van de aparte landen te herstellen, er vond dus een staatskundige herordening plaats. Hier werden ook besluiten genomen over Nederland. De Zuidelijke Nederlanden worden toegevoegd aan de Noordelijke Nederlanden om een sterkere buffer te vormen tegen Frankrijk. De Zuidelijke Nederlanden waren op dat moment Frans bezit (tot 1795 van Oostenrijk). Er moest vanwege deze verandering een nieuwe grondwet tot stand komen. Deze grondwet komt in 1815 tot stand8 en deze wordt wederom onderworpen aan een referendum. De Noordelijke Nederlanden keuren deze goed, maar de Zuidelijke Nederlanden keuren de grondwet af. Om dit probleem op te lossen wordt wederom9 de truc uitgevoerd dat alle niet-stemmers worden opgeteld bij de voorstemmers. Tegenwoordig wordt dit door onze zuiderburen de ‘Hollandse wijze van tellen’ genoemd. De grondwet werd dus aangenomen. Hiermee was direct de toon was gezet voor de betrekkingen tussen Noord en Zuid.
  57. De Grondwet van 1815 verschilt op diverse punten met de Grondwet van 1814
    Zo is er geen soeverein meer, maar er wordt gesproken over ‘de Kroon’. Daarnaast is de Staten-Generaal sinds 1815 opgesplitst in twee kamers (zie artikel 78), waarbij de tweede kamer (110 leden) wordt benoemd door de provinciale staten en de eerste kamer (tussen de 40 en 60 leden) voor het leven wordt benoemd door de Koning. In 1848 zal dit stelsel nogmaals veranderen, in die zin dat de tweede kamer direct zal worden verkozen door het volk en dat de eerste kamer wordt gekozen door de provinciale staten.
  58. Wat waren ontwikkelingen van 1850?
    In 1850 wordt de regering wordt duidelijk liberaal. Thorbecke, een zeer bekende naam in de Nederlandse geschiedenis, gaat een belangrijke rol spelen. Hij is premier van Nederland, eerst gedurende het koningschap van Willem II en na zijn dood ook gedurende een deel van het koningschap van Willem III11. De lijfstraffen, het brandmerken en de schavotstraffen verdwijnen uit het wetboek van strafrecht. Dit heeft onder andere te maken met een andere benadering van de veroordeelde in die tijd. Men wordt niet meer op het schavot gezet om in het openbaar bestraft te worden. Men heeft een andere visie op de veroordeelde, men wil in ieder geval nog steeds afschrikken (voorkomen dat een ander dan de misdadiger een misdrijf pleegt), maar men wil ook de delinquent verbeteren. Door iemand te brandmerken, kan iemand niet verbeterd worden, is de heersende gedachte van die tijd. De nadruk verschuift van de generale- naar de speciale preventie en men wil de dader zedelijk verbeteren.
  59. In 1848 komt er een nieuwe Grondwet tot stand, welke verschillen?
    • De Tweede Kamer krijgt nieuwe rechten toebedeeld: het recht van amendement (het recht om wetsvoorstellen te veranderen), het recht van interpellatie (het recht om een minister naar de kamer te roepen) en het recht van enquête (het recht om een onderzoek in te stellen).
    • De leden van de Tweede Kamer worden sinds 1848 rechtstreeks gekozen. Deze elementen geven allemaal blijk van een toenemende macht van de volksvertegenwoordiging.
    • Een ander element van deze grondwet was het kiesrecht, hetwelk nog steeds vrij beperkt was. Men moest man zijn en men moest een bepaald bedrag aan belastingen betalen. Zo’n systeem wordt censuskiesrecht genoemd.
    • Het kiesrecht dat men 52 jaar eerder hanteerde bij het kiezen van de Nationale Vergadering was eigenlijk ruimer dan dit kiesrecht.
    • Er is pas sprake van een algemeen kiesrecht in de twintigste eeuw (deze ontwikkeling wordt echter niet tijdens dit vak besproken).
    • Daarnaast wordt de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd, wat betekent dat de Koning onschendbaar wordt en de ministers verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van de Koning. Tevens worden de leden van de Eerste Kamer gekozen door de provinciale staten12. Deze elementen geven blijk van de afnemende macht van de koning.
  60. Koning Willem I was tot 1840 aan de macht. Daarna was Koning Willem II van 1840 tot 1849 aan de macht. Willem II heeft dus de ommekeer van de koning gezien en meegemaakt. Hij heeft de grondwet van 1848 slechts één jaar overleefd. Willem III komt vervolgens aan de macht in 1849 (-1890) en hij moet erg wennen aan deze beperkingen.
    • Er vindt een eerste conflict plaats over de ministeriële verantwoordelijkheid tussen Thorbecke en Willem
    • De indeling van de tweede en eerste kamer zoals deze was voor de invoering van de nieuwe grondwet, is opgenomen in de grondwet van 1815.
    • Dit conflict vond zijn oorsprong in het feit dat Thorbecke het Vaticaan toestemming had gegeven om de hiërarchie in de bisdommen te herstellen. De koning was het hier niet mee eens en liet dit in het openbaar duidelijk blijken. Zijn mening stond dus haaks op die van de regering. Het gevolg van dit conflict is dat Thorbecke zijn ontslag aanbiedt aan de koning.

    Ook blijkt dat Willem III moeite heeft met het parlementaire stelsel, want daar berust de uiteindelijke macht. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw wordt bepaald dat de regering moet aftreden bij een motie van wantrouwen. Voor deze regeling was dit helemaal niet zo vanzelfsprekend; na een motie van wantrouwen bleef de regering vaak aan.
  61. Wat is de ontwikkeling van 2 kamerstelsel?
  62. Het tweekamerstelsel kennen wij in Nederland sinds 1798, ten tijde van de grondwet van de Bataafse Republiek. Deze grondwet is er toen militair doorgedrukt. In deze grondwet kent de Eerste Kamer echter meer macht dan de Tweede kamer. De grondwet van 1814 kent vervolgens weer een eenkamerstelsel enin de grondwet van 1815 komt het tweekamerstelsel weer terug.
  63. Vanaf 1795 veranderde ook strafrecht, hoe?
    • men werd kritischer wreedheid straffen (geen doodstraf 1860)
    • Gevangenisstraffen met cellen
    • Codificatie strafrecht
    • Pijnbank afgeschaft
  64. 1850 NL liberaal hoe zit het met strafrehct?
    Lijfstraffen, brandmerken en schavotstraffen verdwijnen uit wetboek van strafrecht--> van generale preventie naar speciale preventie: deliquent moet verbeterd worden, naast afschrikken
  65. 1866 Pas wetboek van strafrecht ingevoerd, waarom?
    • Discussie over doodstraf, gevangniswezen en lijfstraffen
    • Samengaan van noord en zuid gaf discussie
    • Interesse voor het strafrecht was minder groot dan die voor staatsrecht
    • Er kwam geen consensus over het recht van placet

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview