Bio: spijsverteringsstelsel

Card Set Information

Author:
zotbolleke
ID:
124729
Filename:
Bio: spijsverteringsstelsel
Updated:
2012-01-29 10:02:49
Tags:
biologie
Folders:

Description:
Biologie pp
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user zotbolleke on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Soorten vertering:
    Mechanische en chemische afbraak (van grote organische moleculen tot eenheden die klein genoeg zijn om door het lichaam te worden opgenomen)
  2. Vertering levert
    • energie
    • essentiële bouwstenen
    • stoffen voor bouw en herstel
  3. Welke bouwstenen worden opgenomen?
    • Water
    • Mineralen
    • Vitaminen
    • Aminozuren
    • Glucose en andere monosaccharide
    • Vetzuren en glycerol
  4. Geef de stappen van de voedselbewerking:
    • Opname (door te eten)
    • Mechanische afbraak (kauwen, vermengen en emulgeren)
    • Vertering (het geschikt maken van voedsel voor opname)
    • Absorptie (de opname van kleine moleculen naar het bloed)
    • Uitscheiding (door ontlasting, gal en lever)
  5. Geef de werking van enzymen:
    • Darmwand
    • Bloedvat
    • Enzym
    • Grote voedselmolecule
    • of
    • Enzym
    • Kleine voedslmolecule
  6. Geef de spijsverteringsreactie:
    • zetmeel --> maltose+ glucose
    • wordt verteerd door amylase (=verteringszuur)
    • 1. zachte gehemelte
    • 2. voedselprop
    • 3. tong
    • 4. epiglottis in opgeheven stand
    • 5. slokdarm
    • 6. luchtpijp
    • 1. zachte gehemelte
    • 2. voedselprop
    • 3. afgezakte epiglottis
    • 4. afgesloten luchtpijp
    • 5. slokdarm
  7. Wat gebeurt er met voedsel in je mond?
    • De tong duwt een propje voedsel naar de slokdarm.
    • Twee onwillekeurige reacties:
    • 1). het zachte gehemelte, sluit de neusholte af
    • 2). de epiglottis zakt schuin naar beneden om de luchtpijp af te sluiten
  8. Vertel wat over de slokdarm:
    • Samengetrokken spier
    • Richting van het voedsel
    • Ontspannen spier
    • Voedselprop
  9. Vertel wat over maagsap:
    Bevat slijm, bestaande uit; maagzuur en enzyemen
  10. Slijm:
    • –voedselbrij verder glijdt
    • –bescherming maagwand
    • Maagzuur:
    • –zure omgeving: pH = 2
    • –doodt de schadelijke bacteriën
    • –maagwand scheidt het hormoon gastrine af
    • -> gastrine regelt de afscheiding van maagsap: HCl, slijm, lipase en pepsine.
    • •Enzymen:
    • –pepsine: splitst eiwitten tot polypepetiden lipase: splitst vetten tot glycerol en vetzuren
  11. Vertel wat over de dunne darm:
    • Deze bestaat uit:
    • de 12-vingerige darm
    • de kronkeldarm
    • de nuchtere darm
  12. Wat doen de leverbloedvaten?
    • Het voert zuurstofarm bloed aan vanuit de dunne darm. Het bloed is rijk aan nutriënten die het via absorptie opgenomen heeft uit de darminhoud.
    • De leverslagader zorgt voor het zuurstofrijke bloed.
    • De leverader voert het bloed af naar de onderste holle ader naar het hart.

  13. Benoem:
    • 1). ader
    • 2). bloed (dit wordt door levercellen verwerkt terwijl het via deze kanaaltjes naar de ader stroomt)
    • 3). tak v. galbuis
    • 4). tak v. leverslagader
    • 5). tak v. poortader
    • 6). leverlobje (elk lobje bevat gespecialiseerde cellen die alle chemische functies van de lever vervullen)
  14. Functie van lever:
    • Suikerstofwisseling
    • Vetstofwisseling
    • Eiwitstofwisseling
    • Detoxicatie: ontgifting (geneesmiddeleen, alcohol en drugs +lichaamseigenstoffen zoals ammoniak)
    • Vormen van gal
    • De cellen van Kupfer (gespecialiseerde witte bloedcellen die bacteriën fagocyteren en afstervende rode bloedcellen elimineren)
  15. Alcohol en de lever:
    • Alcohol behoeft geen vertering om via het darmepitheel te belanden in het bloed.
    • Invloed van de hoeveelheid voedsel in maag en darmen
    • Meer voedsel -> meer enzymen -> langer werk
  16. Alcoholuitscheiding:
    • Klein gedeelte via de longen uitgescheiden, dat maakt het mogelijk om de concentratie aan alcohol via een ademtest te bepalen.
    • Ook de nieren kunnen via de urine een geringe hoeveelheid alcohol uitscheiden.
    • Zweet kan sporen van alcohol vertonen.
    • De lever breekt tot 90% van de opgenomen alcohol af.
  17. Drie stadia van leveraandoeningen:
    • Levervetting
    • Alcoholische hepatitisch
    • Levercirrose
  18. Resorptie van de voedingsstoffen (kronkeldarm):
    • Naar het bloed:
    • water -> osmose,
    • ionen, monosacchariden en aminozuren -> actief transport,
    • wateroplosbare vitaminen -> actief transport.
    • Naar lymfehaarvat:
    • vetzuren en glycerol -> diffusie,
    • vetoplosbare vitaminen (A, D) -> actief transport.

  19. Benoem:
    • 1). maag
    • 2). alvleesklier
    • 3). plooi van buikvlies, zorgt voor ophanging van darmen aan achterkant buikwand
    • 4). dunne darm
    • 5). plooi van buikvlies dat over darmen ligt
    • 6). dikke darm
  20. Latin:
    • Mondholte - cavitas oris
    • Keelholte - pharynx
    • Slokdarm - oesophagus
    • Maag - gaster, ventriculus
    • Maagportier - pylorus
    • 12-vingerige darm - duodenum
    • Alvleesklier - pancreas
    • Nuchtere darm - jejunum
    • Kronkeldarm - ileum
    • Dikke darm - colon
  21. http://www.biodoen.nl/biodoenLite.php?idOrder=0705040901

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview