latijnwoorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
128182
Filename:
latijnwoorden.txt
Updated:
2012-02-07 13:06:07
Tags:
latijn woorden 24
Folders:

Description:
latijn woorden H 24
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. instituo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    institui, institutus (instituĕre) - instellen, beginnen
  2. saevitia
    wreedheid, woestheid
  3. numen, gen. (geslacht)
    numinis (onz.) - goddelijke macht
  4. sequor, perf. (inf.)
    secutus sum (sequi) - volgen
  5. ingredior, perf. (inf.)
    • ingressus sum (ingredi) - binnengaan
    • lopen
    • beginnen
  6. conor, perf. (inf.)
    conatus sum (conari) - proberen
  7. utor, perf. (inf.) + welke naamval?
    usus sum (uti) + abl. - gebruiken
  8. reor, perf. (inf.)
    ratus sum (reri) - menen
  9. seco (inf.)
    (secare) - snijden
  10. vito (inf.)
    (vitare) - vermijden
  11. item
    eveneens, evenzo
  12. aureus
    gouden, van goud
  13. immitto, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    • immisi, immissus (immittĕre) - erop afsturen
    • laten gaan
  14. talis...qualis
    zo(danig) ... als
  15. impono, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    imposui, impositus (imponĕre) - leggen op, plaatsen op
  16. trepidus
    angstig, zenuwachtig
  17. orior, perf. (inf.)
    • ortus sum (oriri) - ontstaan, beginnen
    • opstaan, opkomen (van de zon)
  18. casus, gen.
    • casus - val
    • voorval, geval
    • ongeval
  19. obvius
    tegemoet(komend), tegenkomend
  20. pecunia
    geld
  21. agnosco, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    • agnovi, agnitus (agnoscĕre) - herkennen
    • erkennen
  22. praemium
    beloning, prijs
  23. patior, perf. (inf.)
    • passus sum (pati) - verdragen, dulden
    • toelaten
  24. loquor, perf. (inf.)
    locutus sum (loqui) - spreken
  25. decem (onverbuigbaar)
    tien
  26. forte (bijw.)
    toevallig
  27. sententia
    mening
  28. mereo, perf., participia passief van het perf. (inf.)
    merui, meritus (merere) - (ver)dienen
  29. vereor, perf. (inf.)
    veritus sum (vereri) - vrezen
  30. velut
    zoals, alsof
  31. varius
    afwisselend
  32. moror, perf. (inf.)
    • moratus sum (morari) - verblijven, zich ophouden
    • ophouden, vertragen
  33. retineo, perf. (inf.)
    • retinui (retinere) - tegenhouden, vasthouden
    • behouden
  34. aditus, gen.
    aditus - toegang
  35. interim
    ondertussen
  36. claudo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    clausi, clausus (claudĕre) - sluiten
  37. melior, gen.
    melioris - beter
  38. compono, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    composui, compositus (componĕre) - regelen
  39. ars, gen. (geslacht)
    • artis (vrl.) - vaardigheid, kunst
    • wetenschap
  40. promitto, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    promisi, promissus (promittĕre) - beloven
  41. divus
    goddelijk, vergoddelijkt
  42. medius (bijv. nw.)
    midden in, in het midden van
  43. votum
    • gelofte
    • wens, gebed
  44. hortor, perf. (inf.)
    hortatus sum (hortari) - aansporen
  45. egredior, perf. (inf.)
    egressus sum (egredi) - gaan uit, weggaan, verlaten
  46. complector, perf. (inf.)
    complexus sum (complecti) - omarmen, vastpakken
  47. minor, gen.
    minoris - kleiner, minder

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview