Ecologie: Landschapszorg

Card Set Information

Author:
zotbolleke
ID:
131011
Filename:
Ecologie: Landschapszorg
Updated:
2012-01-29 09:22:28
Tags:
ecologie
Folders:

Description:
ecologie
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user zotbolleke on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat is landschapsecologie?
    Studie van geografie en biogeografie.
  2. Wat houd landschapsecologie in?
  3. De studie van de relaties tussen de verschillende delen die het landschap opbouwen
    • Het landschap is dynamisch
    • Hoe zijn soorten, natuurgebieden, afhankelijk van hun omgeving; hoe beïnvloeden ze hun omgeving
  4. Wat is houd een landschap in?
  5. Visueel waarneembare deel van het aardoppervlak
    • Componenten bouwen het landschap op
    • Componenten behoren tot de 4 sferen
    • Endogene en exogene componenten
    • Typische combinaties van de componenten = ecotoop
  6. Wat is een ecotoop?
    • Het kleinste landschapseenheid
    • Het milieu
    • Homogeen in: vegetatie, bodem, reliëf en water
  7. Wat zijn de verticale componenten?
  8. Klimaat
    • Gesteente
    • Reliëf
    • Grondwater
    • Bodem
    • Fauna
    • Flora
  9. De verticale relaties tussen componenten:
    • Zijn niet even groot
    • Invloed mens
    • Horizontale relaties tussen naast elkaar gelegen landschapselementen
  10. Een landschap is een:
    Som van een aantal landschapselementen.
  11. Soorten landschappen:
    Natuurlijke- en menselijke landschapselementen
  12. Natuurlijke landschappen:
    • Natuurlandschap (geen invloed van mens)
    • Halfnatuurlandschap (beïnvloed door mens, maar grootse invloed is van natuur)
    • Cultuurlandschap (landelijk-, stedelijk- en industrieel landscap)
  13. Waardevolle landschappen:
    • Regenwoud,loofbossen, naaldwouden
    • Rivieren, vijvers, meren, zeeën
    • Strand, duinen, slikken, schorren
    • Heide, ven
    • Akkers, weilanden
    • Steppen en polen
  14. Belang van kleine landschapselementen:
    • Economisch
    • Vergroten het oppervlak door als stepstone te dienen
    • Grotere habitaatdiverisiteit
    • Habitaatmozaieken
    • Migratiewegen
    • Esthetisch
    • Cultuurhistorisch
  15. Heg:
    • Natuurlijke veekering, perceelafscheiding, brandhout
    • Grote rijkdom aan fauna
    • Verbindingsweg voor dieren
    • Gevarieerde flora
  16. Knotwilgen:
    • Grensafscheiding
    • Beschutting
    • Brandhout
    • Vlecht- of bindmateriaal
    • Nestplaats voor roofvogels
  17. Hoe ontstaat milieu degradatie?
    • Mens (bewust en onbewust )
    • Bodemerosie
    • Watererosie
  18. Redenen bodemerosie:
    • Overbetreding (bv. in de duinen)
    • Verwijderen van bomen en heggen
  19. Zwin:
    • Heeft last van watererosie
    • ligt aan Westerscheldemonding (grens België - Nederland)
    • Bestaat uit duinenrij met daarachter slikken en schorre
    • Is eerste natuurreservaat van België
  20. Slikke:
    • Onbegroeid modderige slib
    • Miljoenen kleine wormen, kreeftachtigen, slakjes...
    • Vormen het belangrijkste voedsel ->vissen en vogels
    • staat 2x per etmaal bij vloed onder water
  21. Schorre:
    • Ligt hoger,
    • Begroeid met o.a. zeekraal
    • Zeewater in geulen of kreken -> bij springtij onder water

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview