4 DP.txt

Card Set Information

Author:
gunesomer
ID:
133810
Filename:
4 DP.txt
Updated:
2012-02-08 18:01:39
Tags:
dutch
Folders:

Description:
dutch
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user gunesomer on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. het is best ver
    it is reasonably far
  2. op de bus stappen
    to get on the bus
  3. u rijdt hier rechtdoor
    drive straight ahead
  4. dan neemt u de vierde straat links
    then take left on the fourth street
  5. bij het zebrapad steekt u over
    at the pedestrian crossing cross the street
  6. tegenover
    opposite to
  7. de afslag
    highway exit
  8. mag ik nog een koekje
    can I have another cookie
  9. ..daar moet u de trein naar Arnhem overstappen.
    ..and there you must take the train to Arnhem.
  10. hoe laat vertrekt de trein naar Antwerpen?
    when is the train to Antwerp leaving?
  11. er gaat een trein over tien minuten van spoor 2B; u kunt die trein te halen
    there is a train leaving from platform 2B in ten minutes; you can try to catch that train.
  12. waar wilt u naartoe?
    where do you want to go?
  13. kunt u me waarschuwen als we er zijn?
    can you notify me when we get there?
  14. dat hangt ervan af...
    it depends on...
  15. e'e'n uur's nachts
    one o'clock at night
  16. om half negen ga ik naar mijn werk.
    I go to the office at half past eight.
  17. kunt u me vertellen welke trein ik moet nemen naar Schipol.
    Can you tell me which train I have to take to Schipol.
  18. hij wil.
    he wants.
  19. zij gaan boodschappen doen.
    they will go shopping.
  20. hoeven
    to have to.
  21. gewoon indicates that the speaker thinks this is a very ordinary event
    grammar rule: gewoon, what is it used for?
  22. (alleen) maar ... means topic is rather limiting. Ik wilde het alleen maar makkelijker voor je maken.
    grammar rule: (alleen) maar, what is it used for?
  23. juist, it is like wel, but stronger. expresses contrast to a previous statement, especially when used with wel. Ja, dat helpt je juist wel.
    grammar rule: juist (wel), what is it used for?
  24. nou, is like english well, as a starter to a sentence.
    grammar rule: nou, what's it used for?
  25. even, indicates it is no problem, won't take much time. Ik zal even voor u kijken.
    grammar rule: even, what's it used for?
  26. het bestand
    file, dossier
  27. wat is er met ze aan de hand?
    what is wrong with her? (what's the matter with her?)
  28. zich zorgen maken
    to be worried
  29. ik was aan het fietsen en ik keek niet uit en toen viel ik op de grond
    I was on the bike and i was't paying attention and then I feel on the ground
  30. heeft ze koorts?
    does she have fever?
  31. ze voelt zich niet zo goed.
    she is not feeling so good.
  32. duizeligheid
    dizziness
  33. besmettelijk
    infectious
  34. de jeuk
    itching
  35. ik heb pijn in mijn keel
    i have got a sore throat
  36. mijn rug doet pijn/zeer
    I have backache [say it in two different ways]
  37. ik heb hoofdpijn
    I have a headache
  38. de hals
    front outer side of the throat
  39. de billen
    but, buttock
  40. ik heb last van mijn buik
    my stomach is giving me trouble
  41. ik heb verkouden
    I have a cold.
  42. ik moet veel hoesten
    I am coughing a lot
  43. de klacht
    complaint
  44. de bloeddruk
    blood pressure
  45. ontspannen
    to relax
  46. ik ben aan het voetballen
    I am playing football
  47. ik was aan het voetballen
    I was playing football
  48. de man is met de hond aan het wandelen
    the man is walking with the dog

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview