9 IJK.txt

Card Set Information

Author:
gunesomer
ID:
133815
Filename:
9 IJK.txt
Updated:
2012-02-08 18:04:04
Tags:
dutch
Folders:

Description:
dutch
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user gunesomer on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. bracht(en)
    to bring (past imperfect)
  2. kocht(en)
    to buy (past imperfect)
  3. gaf, gaven
    to give (past imperfect)
  4. kwam(en)
    to come (past imperfect)
  5. zat(en)
    to sit (past imperfect)
  6. vond(en)
    to find (past imperfect)
  7. moest(en)
    must (past imperfect)
  8. kon(den)
    can (past imperfect)
  9. wilde(n)
    want (past imperfect)
  10. mocht(en)
    may (past imperfect)
  11. Masima gaf les op een middelbare school.
    Masima gave lessons at a secondary school.
  12. hij verdiende veel geld.
    he was earning a lot of money.
  13. ik kreeg weinig vakantie.
    I used little vacation time.
  14. ik at in restaurants.
    I was eating at restaurants.
  15. ik sprak veel Frans
    I was speaking a lot of French.
  16. ik ben er nog nooit geweest
    I have never been there yet.
  17. ik hou ook niet zo van Rubens schilderijen
    I also don't like so much Ruben's paintings.
  18. dat lijkt me ook heel interresant
    I also think it is really interesting
  19. dat lijkt me ook leuk.
    I also think that would be nice.
  20. geschikt
    suitable
  21. als ik me niet vergis...
    if I am not mistaken...
  22. ik neem er gebakken aardappelen bij.
    I would like to get baked potatoes with it (with my food.)
  23. laten we de ober roepen, dan kunnen we bestellen.
    let's call the waiter, then we can order.
  24. Jolanda houdt niet van wafels.
    Jolanda doesn't like wafels.
  25. het lijkt me leuk.
    that would be nice.
  26. het lijkt hem een good idee.
    he thinks it is a good idea.
  27. heb jij zin om naar de antiekmarkt te gaan?
    do you feel like going to the antique market?
  28. ik ga liever naar de vogeltjesmarkt.
    I would rather go to the vogeltjesmarkt.
  29. deze wijn is te zuur, het lijkt wel azijn.
    this wine is too sour, it feels like vinegar.
  30. ik moet wat minder zout eten.
    I must eat less salt.
  31. zich haasten
    to hurry
  32. zich vergissen
    to be mistaken
  33. zich vermaken
    to amuse oneself
  34. zich gedrangen
    to behave oneself
  35. zich herinneren
    to remember
  36. zich verbazen
    to be amazed
  37. zich voelen
    to feel oneself
  38. zich vervelen
    to be bored
  39. zich schamen
    to be ashamed/embarrased
  40. zich verslapen
    to oversleep
  41. ik verveel me.
    I am bored.
  42. zij zullen zich daar vast wel vermaken.
    they will certainly enjoy themselves there.
  43. wij hebben ons goed gedragen.
    we behaved ourselves.
  44. ik hou even veel van vlees als van vis.
    I like meat as much as fish.
  45. ik hou net zo veel van vlees als van vis.
    I like meat just as much as fish.
  46. dit schilderij van Rubens is net zo mooi als dat schilderij.
    This Rubens painting is just as beautiful as that one.
  47. ik heb mijn tas laten liggen
    I've left my bag.
  48. laat me niet alleen.
    don't leave me alone.
  49. ik moet mijn haar laten knippen.
    I should get my hair cut.
  50. ik laat de auto repareren.
    I'm having the car repaired.
  51. you can use 'geen' only when negating a noun, and the noun is preceded by an een or no article. you should use 'niet' in all other negations.
    grammar rule about negations.
  52. ik heb die nieuwe film nog niet gezien.
    I haven't seen that new movie yet.
  53. ik denk dat de kinderen daar niet in geinterresseerd zijn.
    I don't think the children are interested in that.
  54. ik koop nooit appels.
    I never buy appels.
  55. ik ga nooit naar Amsterdam.
    I never go to Amsterdam.
  56. all dimunitive words (-je words) take het as article.
    grammar rule about dimunitive words
  57. de gang
    corridor
  58. Nicht
    Niece
  59. Wekelijks
    Weekly
  60. Derde
    Third
  61. Jongen
    Boy
  62. Neef
    Nephew
  63. zou ik Micha even kunnen spreken?
    could I talk to Micha?
  64. het toestel is in gesprek.
    the (telephone) line is busy.
  65. wilt u wachten of belt u terug?
    would you like to wait or will you call back?
  66. ik bel over die zaak waar we gisteren mee bezig waren.
    I am calling regarding the issue(topic) we were busy with yesterday.
  67. het verslag
    the report
  68. ik zal het je mailen als ik het af heb.
    I will email it to you when I complete it.
  69. overigens
    besides
  70. wanneer moet dat af zijn?
    when should it be complete? (what's the deadline?)
  71. ik weed de exacte datum niet uit mijn hoofd, maar het is zo rond het eind van de maand.
    I don't know the exact date by heart, but it is around the end of the month.
  72. kunt u me doorverbinden met toestel 289?
    can you give me extension 289?
  73. mag ik hem even?
    can I speak to him?
  74. kan ik Remi even spreken?
    can I talk to Remi?
  75. ja, ik zal hem even voor je roepen.
    yes, i will give him a shout for you.
  76. komt de bus op de tijd?
    is the bus coming on time?
  77. zou he dit voor me kunned doen?
    could you do this for me?
  78. zou has to be combined willen or kunnen when asking a favor type thing.
    grammar rule about zou and favor phrases.
  79. zou ik je pen kunnen lenen?
    could I borrow your pen?
  80. zou can be used for 1.asking things politely; 2.reminding someone what the plan was; 3.giving advice; 4.tell you would do in condition of something else, almost like wishing.
    grammar rule: four uses of zou/zouden.
  81. we zouden verslag nog afmaken.
    we were going to finish the report.
  82. je zou wat vroeger naar bed moeten gaan.
    you should go to be bed a bit earlier.
  83. je zou je geld moeten investeren.
    you should invest your money.
  84. we zouden geen ruzie meer maken, weet je nog?
    we weren't going to argue any more, remember?

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview