latijnwoorden.txt

Card Set Information

Author:
Marius
ID:
138067
Filename:
latijnwoorden.txt
Updated:
2012-02-27 10:57:58
Tags:
latijn woorden 27 28
Folders:

Description:
latijn woorden H 27-28
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Marius on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. hic (bijw.)
    hier
  2. densus
    dicht (opeen)
  3. litus, gen. (geslacht)
    litoris (onz.) - kust, strand
  4. oppidum
    (vesting)stad
  5. vertor, participia
    passief van het perf. (inf.)
    • versus (verti) - zich omdraaien, zich wenden naar
    • veranderen
  6. rarus
    • hier en daar
    • zeldzaam
  7. pars, gen. (geslacht)
    • partis (vrl.) - deel
    • kant
  8. morior, perf., part. fut.(inf.)
    mortuus sum, moriturus (mori) - sterven
  9. tenebrae (mv.)
    duisternis
  10. latus, gen. (geslacht)
    lateris (onz.) - zijde, flank
  11. dubius
    twijfelend, onzeker
  12. intereo, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    interii, interitum (interire) - sterven
  13. verto, perf. (inf.)
    • verti (vertĕre) - (om)draaien, omkeren
    • veranderen
  14. harena
    zand
  15. cinis, gen. (geslacht)
    cineris (mnl.) - as
  16. respicio, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    respexi, respectus (respicĕre) - omkijken, bemerken
  17. consido, perf. (inf.)
    consedi (considĕre) - gaan zitten
  18. inquam
    zeg ik
  19. contrarius
    tegengesteld
  20. ater, (vrl.), (onz.)
    atra, atrum - zwart
  21. habitus, gen.
    • habitus - houding
    • toestand
  22. aeternus
    eeuwig
  23. precor, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    precatus sum (precari) - bidden, smeken
  24. mecum
    met mij
  25. mundus
    wereld
  26. queror, perf. (inf.)
    questus sum (queri) - klagen
  27. utinam + welke wijs?
    + conj. - och, moge...
  28. surgo, perf. (inf.)
    surrexi (surgĕre) - opstaan, opstijgen
  29. regredior, perf. (inf.)
    regressus sum (regredi) - terugkeren
  30. pondus, gen. (geslacht)
    ponderis (onz.) - gewicht
  31. sunt qui + welke wijs?
    + conj. - er zijn mensen die
  32. nimis (bijw.)
    te, te veel
  33. -ve
    of
  34. probo (inf.)
    • (probare) - goedkeuren
    • aannemelijk maken
  35. existimo (inf.)
    • (existimare) - houden voor, achten
    • oordelen, menen
  36. dimitto, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    dimisi, dimissus (dimittĕre) - wegsturen, laten gaan
  37. quaero, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    • quaesivi, quaesitus (quaerĕre) - zoeken
    • (ab/ex + abl.) vragen aan
  38. decretum
    besluit
  39. multum (bijw.)
    zeer, erg, veel
  40. mihi videtur, perf.
    • visum est - het schijnt mij toe
    • ik besluit
  41. profero, perf., participia
    passief van het perf. (inf.)
    protuli, prolatus (proferre) - te voorschijn brengen
  42. consulo, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    • consului, consultus (consulĕre) - (+ acc.) raadplegen
    • (+ dat.) zorgen voor
  43. opus est + welke naamval?
    + abl. - het is nodig
  44. gratia
    • charme
    • gunst, geliefdheid
    • dank
  45. erigo, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    erexi, erectus (erigĕre) - oprichten
  46. welke wijs? + causa
    gerundivum (gen.) - wegens, ter wille van, om te
  47. evenio, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    eveni, eventum (evenire) - gebeuren
  48. male (bijw.)
    slecht
  49. causa
    reden, oorzaak
  50. saeculum
    generatie, tijdperk, eeuw
  51. aggredior, perf. (inf.)
    aggressus sum (aggredi) - aanvallen
  52. welke wijs? + gratia
    gerundivum (gen.) - wegens, om te
  53. vitium
    gebrek, fout, schuld
  54. fons, gen. (geslacht)
    fontis (mnl.) - bron
  55. vel
    of
  56. omitto, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    • omisi, omissus (omittĕre) - achterwege laten, weglaten
    • opgeven
  57. utilitas, gen. (geslacht)
    utilitatis (vrl.) - nut, voordeel, belang
  58. satis (+ welke naamval?)
    (+ gen.) - voldoende
  59. secundum + welke naamval
    • + acc. - langs
    • na
    • volgens
  60. eiusmodi
    van deze aard, zulke
  61. vastus
    • woest
    • wijd, uitgestrekt
  62. usquam
    ergens
  63. brevi (bijw.)
    in korte tijd
  64. nuper
    onlangs
  65. corrumpo, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    • corrupi, corruptus (corrumpĕre) - bederven
    • omkopen
  66. admoneo, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    admonui, admonitus (admonere) - waarschuwen
  67. privatus
    (ambteloos) burger
  68. opera
    moeite, inspanning
  69. latus
    • breed
    • wijd, uitgestrekt
  70. operam do, perf. + welke naamval? (inf.)
    dedi (+ dat.) (dare) - zich moeite geven (voor/om), zich inspannen (voor/om)
  71. praecipio, perf., participium
    passief van het perf. (inf.)
    praecepi, praeceptus (praecipĕre) - voorschrijven
  72. comparo (inf.)
    • (comparare) - vergelijken
    • gereedmaken
    • verwerven

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview