1.txt

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
144583
Filename:
1.txt
Updated:
2012-03-29 06:31:07
Tags:
Psychology Clinical
Folders:

Description:
Cards from Klinische Psychology
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. AllKlinische psychologie
    houdt zich bezig met ontstaan, voortbestaan en behandeling van afwijkend/abnormaal gedrag (psychische, psychiatrische problematiek, stoornissen clinical psychology, abnormal psychology) diagnose, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek
  2. Psychodiagnostiek
    onderzoekt kenmerken psychische problemen en psychologische oorzaak daarvan (1) Categoriele classificatie: afzonderlijke klasse (kwalitatief verschil); (2) Dimensionele classificatie: glijdende schaal, kwantitatief
  3. Klinisch beeld
    symptomen die karakteristiek zijn voor specifieke stoornis
  4. Differentiaal diagnose
    stoornissen met vergelijkbare symptomen onderscheiden van stoornis in kwestie
  5. Comorbiditeit
    problemen, stoornissen die dikwijls gezamenlijk optreden, aan elkaar voorafgaan of elkaar opvolgen
  6. Etiologie
    leer van ontstaan stoornissen (biologische, psychische, sociale en culturele factoren)
  7. Factoren werkzaam bij ontstaan/ voortbestaan stoornis
    • * Predisponerende (kenmerken persoon die risico op ontwikkelen stoornis vergroten, kwetsbaarheid = predispositie onder bepaalde omstandigheden resulteert in ontstaan van stoornis of symptomen daarvan)
    • * Precipiterende/stressfactoren leidden tot ontwikkeling en manifesteren stoornis/symptoom
    • * Perpetuerende, factoren die stoornis instandhouden
  8. Epidemiologie
    (1) frequentie waarmee bepaalde stoornis voorkomt (2) toe- of afname in de tijd (3) verdeling over verschillende bevolkingsgroepen (sekse en leeftijd) en culturele verschillen.
  9. Prevalentie
    aandeel populatie met bepaalde psychische stoornis:
  10. Puntprevalentie
    op bepaald moment lijdt aan de stoornis
  11. Periodeprevalentie
    optreden klachten in bepaalde periode
  12. Lifetimeprevalentie
    optreden bepaalde klachten gedurende het hele leven
  13. Prevalentie cijfers kunnen uiteenlopen
    en moeilijk te vergelijken door gebruik verschillende (1) Definities stoornis (2) Onderzoeksmethodieken (3) Informatiebronnen
  14. Psychopathologie
    beschrijft verschijnselen die zich bij verschillende stoornissen voordoen
  15. Therapie
    iets aan de problematiek doen (1) Biologische therapie (2) Psychologische hulp
  16. Disciplines binnen de psychologie (Duijker)
    • (1) Basisdisciplines:
    • * Functieleer
    • * Ontwikkelingspsychologie
    • * Sociale psychologie (gedragsleer)
    • * Persoonlijkheidspsychologie
    • * Methodenleer
    • (2) Toepassingsgerichte disciplines:
    • * Klinische psychologie en gezondheidspsychologie
    • * Arbeids- en organisatiepsychologie
    • * Onderwijspsychologie
  17. Persoonlijkheidspsychologen
    bestuderen verschillen tussen mensen op gebied van capaciteiten en eigenschappen in het algemeen.
  18. Klinische psychologie
    houdt zich bezig met gedrag dat afwijkt van bepaalde norm (in negatieve zin) met name die lastig zijn voor de persoon zelf of zijn omgeving.
  19. Verschil psychiater en klinisch psycholoog zit
    vooral in de opleiding
  20. Psychiater
    • (meer verstand van biologische aspecten mentale stoornissen)
    • * Academische opleiding geneeskunde (6 jaar)
    • * Specialisatie psychiater (4 jaar)
  21. Klinisch psycholoog
    • (empirisch onderzoek methodologisch beter onderlegd)
    • * Academische opleiding afstudeerrichting klinische psychologie (in combinatie met gezondheidspsychologie of persoonlijkheidsleer) (4 jaar)
    • * Postdoctoraal tot gezondheidspsycholoog (2 jaar) Generalist
    • * Postdoctoraal tot klinisch psycholoog (4 jaar) Specialist
  22. Syndroom
    groep samenhangende symptomen.
  23. transculturele diagnostiek
    diagnostiek, interactie tussen clinicus en client met verschillende culturele achtergrond
  24. Fout-positieve diagnosen
    gedragingen en belevingen van client ten onrechte opgevat als symptoom van psychopathologie
  25. Fout-negatieve diagnosen
    hulpverlener interpreteert symptomen van psychopathologie als niet pathologische cultuurgebonden reactie
  26. Cultuurgebonden syndromen
    niet westerse samenlevingen en etnische minderheidsgroepen in westerse landen.
  27. Outline for Cultural formulation
    model om cultureel gerelateerde factoren die van belan kunnen zijn systematisch inventariseren. Ter verbetering validiteit transculturele diagnostiek.
  28. Somatogeen
    lichamelijke aandoening ligt ten grondslag aan psychische stoornis
  29. Psychogeen
    psychologisch mechanisme ligt ten grondslag aan de stoornis
  30. Psychosociale of ethische normen
    grens tussen geestelijke gezondheid en geestesziek gebaseerd op aantoonbare neurologische, fysiologische of biochemische afwijkingen. Men spreekt dan ook van problems in living in plaats van mental illness (alleen bij organische oorsprong).
  31. Leer- of onderwijsmodel
    bij problemen waarbij individu zelf nog verantwoordelijk kan worden gehouden, geen organische oorzaak maar verkeerd gelopen leerprocessen, geen stoornissen maar vaardigheidstekorten
  32. 3 hoofdredenen prefereren boven medische model
    • * In alle fasen worden de nadelige bijbetekenissen van medisch model vermeden en daarmee is de kans op stigmatisering veel geringer
    • * Doet meer recht aan eigen verantwoordelijkheid van mensen met persoonlijk probleem (grens tussen gezond en ziek is gelegen in eigen verantwoordelijkheid aanspreekbaarheid)
    • * Onderwijsterminologie doet meer recht aan psychologische hulpverlening voor zover het gaat om mensen die verantwoordelijk en dus aanspreekbaar zijn
  33. Psychiatrisch stigma
    tweede aandoening of de stille ziekte omdat behalve de symptomen van de aandoening ook de reacties van anderen op de stoornis nadelig zijn voor het welbevinden en het functioneren.(ook van invloed op familie en vrienden psychiatrische patient)
  34. Labeling of etiketteertheorie
    stempel psychiatrisch patient is selffulfilling prophecy, betrokkene wordt door maatschappij als zodanig behandeld en komt meer in rol van psychiatrisch patient en gaat zich in overeenstemming met etiket gedragen. (oorzakelijke rol in ontwikkleing stoornis)
  35. Stigmatisering
    ook als iemand met label psychisch ziek geen afwijkend gedrag vertoont. Volgens recentere theorieen beinvloeden etiketten het verloop en de prognose van psychische stoornissen. Risico op stigmatisering blijkt per stoornis te verschillen. De ervaren stigmatisering verschilt per individu en varieert gedurende het beloop van de stoornis (niet altijd bewust dat je een psychische stoornis hebt of vanwege aandoening onvermogen tot waarnemen van subtiele stigmatiserende reacties)
  36. Wat brengt stigmatiserende reacties teweeg:
    • (1) Direct waarneembare symptomen van psychopathologie (psychiatrische symptomen, sociale vaardigheidstekorten en fysieke verschijning)
    • (2) Diagnose van een psychische stoornis
  37. 3 aspecten van stigma:
    • * Stereotypen, cognitieve kennisstructuren
    • * Vooroordeel, cognitieve en emotionele reactie op stereotype
    • * Discriminatie, gedragsmatig reactie op vooroordeel
  38. Publiek stigma leidt gelukkig niet altijd tot zelfstigma:
    • * Sommigen reageren onverschillig en storen zich er niet aan
    • * Onrechtvaardig behandeld voelen, inzetten voor verbetering lot psychiatrische patienten
    • * Weer anderen reageren met zelfstigmatisering
  39. 3 strategieen ter bestrijding van publieke stigmatisering (psychische stoornis):
    • * Protesteren tegen stigmatiserende attitudes en gedragingen (vooral gedragsveranderingen en weinig effect op attituden en vooroordelen)
    • * Voorlichting gericht op het corrigeren van misvattingen (bereikt niet diegenen met sterkste vooroordelen die zijn moeilijker te beinvloeden. Er is een (kortdurende) attitudeverandering maar meestal geen gedragsverandering)
    • * Bevorderen contact met leden gestigmatiseerde groep (effect het grootst bij inter- persoonlijk contact met mensen met een psychische stoornis die in lichte mate het stereotype beeld ontkrachten, anders risico dat men de persoon als uitzondering ziet)
  40. Contact met psychiatrische patient in combinatie met voorlichting is de meest effectieve strategie. Blijft echter moeilijk publieke stigma's te veranderen daarom richten op interventies die zelfstigma verminderen:
    (1) verschaffen informatie over aandoening en verloop (2) veranderen defensieve copingstrategieen die isolement vergroten (3) verbeteren sociale vaardigheden (4) versterken gevoel eigen waarde (5) activiteiten stimuleren die re-integratie bevorderen
  41. Klinische psychologie, scientist-practitioner-model
    • kennis vergaard in relatie met klinische praktijk. Samenwerking wetenschappelijk onderzoeker en hulpverlener/therapeut resulteert in:
    • * Ontwikkeling behandelvormen waarvan effectiviteit in goed gecontroleerd onderzoek is aangetoond.
    • * Publicatie stoornisspecifieke richtlijnen voor diagnostiek en behandeling (door multidisciplinaire teams) gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en rekening gehouden met de praktische uitvoerbaarheid, bijwerkingen, kosten en risico's behandelmethoden en patientenvoorkeuren.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview