Aardrijkskunde, begrippen hoofdstuk 4

Card Set Information

Author:
Medicijnman
ID:
148186
Filename:
Aardrijkskunde, begrippen hoofdstuk 4
Updated:
2012-04-17 15:32:19
Tags:
Aardrijkskunde klimaatverandering klimaat
Folders:

Description:
De begrippen van hoofdstuk 4
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Medicijnman on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. klimaatverandering
    Een meetbare verandering in het klimaat.
  2. actualiteitsprincipe
    Principe waarbij men ervan uitgaat dat wat nu met de aarde gebeurt ook vroeger zo werkte.
  3. glaciaal
    Relatief koude periode tijdens een ijstijd.
  4. interglaciaal
    Relatief warme periode tijdens een ijstijd.
  5. paleoklimaat
    Klimaat dat vroeger geheerst heeft.
  6. historische tijdschaal
    Geschiedenis van de mens op aarde, weergegeven in een tijdschaal.
  7. superpositie
    Verschillende afzetlagen liggen boven elkaar waarbij de jongere afzetting boven de oudere ligt.
  8. geologische tijdschaal
    Verdeling van de geschiedenis in hoofdtijdperken en perioden.
  9. gidsfossielen
    Fossiel dat kenmerkend is voor een bepaalde periode.
  10. stuwwal
    Door landijs tot heuvels vervormde afzettingen van zand en grind.
  11. keileem
    Mengsel van keien en tot leem fijngeschuurde stenen dat door landijs is achtergelaten.
  12. dekzand
    Zand dat tijdens het Weichselien door de wind vanuit drooggevallen rivierbeddingen in Nederland is afgezet.
  13. precessie van de aardas
    Tollen van de aardas.
  14. perihelium
    Het punt op de ellipsvormige baan van de aarde om de zon, dat het dichtst bij de zon ligt.
  15. aphelium
    Het punt op de ellipsvormige baan van de aarde om de zon, dat het verst van de zon af ligt.
  16. Milankovitch-effect
    De gezamenlijke effecten op de inkomende zonnestraling in de atmosfeer door de veranderingen van de stand van de aarde ten opzichte van de zon.
  17. sturende factor
    Belangrijke factor om een verschijnsel te verklaren.
  18. thermische isolatie
    Afzondering van een gebied van de rest van de aarde voor toestroming van warmte of koude van elders.
  19. conditionele factor
    Factor die voorwaarde is voor het ontstaan van een verschijnsel.
  20. positieve terugkoppeling
    Een in gang zijnd proces versterkt zichzelf extra.
  21. negatieve terugkoppeling
    Een bestaande situatie wordt omgebogen door een zichzelf versterkend proces.
  22. broeikaseffect
    Broeikasgassen in de atmosfeer houden warmte vast die de aarde uitstraalt.
  23. broeikasgas
    Gas dat warmte in de atmosfeer absorbeert.
  24. versterkt broeikaseffect
    Opwarming van de atmosfeer doordat de mens extra broeikaseffecten in de dampkring brengt.
  25. forecasting
    Doen van toekomstvoorspellingen.
  26. backcasting
    Controleren of een model voor forecasting juist is door met het model terug in de tijd te rekenen en de gegevens te controleren met bekende meetgegevens uit het verleden.
  27. thermische expansie
    Uitzetting van het zeewater door verwarming.
  28. verdroging
    Watertekort in de bodem of levende organisme.
  29. platentektoniek
    Verschuiving of beweging van de platen ten opzichte van elkaar.
  30. verzilting
    Verzouten van de grond.
  31. mitigatiebeleid
    Beleid dat ervoor zorgt dat er minder broeikasgassen in het milieu terechtkomen.
  32. aanpassingsbeleid
    Beleid dat gericht is op het aanpassen aan de schadelijke gevolgen van klimaatverandering.
  33. symptoombestrijding
    De hoeveelheid uitgestoten broeikgassen blijft hetzelfde, maar maatregelen zorgen er voor dat ze minder nadelige gevolgen hebben.
  34. bronbestrijding
    Maatregelen die ervoor zorgen dat er minder broeikasgassen in het milieu terechtkomen.
  35. duurzame energie
    Energie die wordt opgewekt door schone onuitputtelijke bronnen.
  36. transportpreventie
    Voorkomen van transport(behoefte) op zo'n manier dat de economische ontwikkeling gewoon door kan gaan.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview