latijnwoorden.txt

Card Set Information

Author:
Mariusforgot
ID:
154766
Filename:
latijnwoorden.txt
Updated:
2012-05-21 11:51:52
Tags:
latijn woorden 29 32
Folders:

Description:
latijn woorden H 29-32
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Mariusforgot on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. pulchritudo, gen. (geslacht)
    pulchritudinis (vrl.) schoonheid
  2. celebro (inf.)
    • (celebrare) - vereren
    • vieren
  3. carmen, gen. (geslacht)
    carminis (onz.) - lied, gedicht
  4. litterae (mv.)
    • brief
    • literatuur, wetenschap
  5. orbis, gen. (geslacht)
    • orbis (mnl.) - kring, cirkel
    • wereld
  6. ingenium
    • karakter, doen en laten
    • aanleg, talent
  7. orbis terrarum
    wereld
  8. astrum
    ster
  9. audeo, perf. (inf.)
    ausus sum (audere) - durven
  10. ultro (bijw.)
    • bovendien
    • uit eigen beweging
  11. equidem
    • ik persoonlijk
    • zeker, stellig
  12. soleo, perf. (inf.)
    solitus sum (solere) - de gewoonte hebben, gewoonlijk doen
  13. memini + welke naamvallen? (inf.)
    + gen./acc. (meminisse) - zich herinneren
  14. iudico (iudicare)
    oordelen
  15. paene
    bijna
  16. gaudeo, perf. (inf.)
    • gavisus sum (gaudere) - blij zijn
    • + abl. zich verheugen over
  17. odi (inf.)
    (odisse) - haten
  18. incido, perf. (inf.)
    • incidi (incidĕre) - vallen in/op, terechtkomen in
    • gebeuren
  19. nascor, perf. (inf.)
    natus sum (nasci) - geboren worden
  20. quare
    • waarom
    • daarom (aan begin hoofdzin)
  21. validus
    sterk, krachtig, gezond
  22. apertus
    open, openlijk, duidelijk
  23. aliquando
    eens, ooit
  24. cogo, perf., p.p.p. (inf.)
    • coëgi, coactus (cogĕre) - dwingen
    • bijeenbrengen
  25. aequus
    • vlak, kalm
    • gelijk
    • onpartijdig, gunstig
  26. frigus, gen. (geslacht)
    frigoris (onz.) - kou
  27. sufficio, perf. (inf.)
    suffeci (sufficĕre) - voldoende zijn, genoeg zijn
  28. ait
    • hij zegt/beweert
    • hij zei/beweerde
  29. membrum
    • lichaamsdeel, (mv.) ledematen
    • (onder)deel
  30. quomodo
    • hoe
    • zoals
  31. cito (bijw.)
    snel
  32. sapiens, gen.
    • sapientis - wijs (bijv. nw.)
    • de wijze
  33. amitto, perf., p.p.p. (inf.)
    amisi, amissus (amittĕre) - verliezen
  34. necessarius
    noodzakelijk
  35. arbitror, perf. (inf.)
    arbitratus sum (arbitrari) - menen
  36. sapientia
    wijsheid
  37. exsequor, perf. (inf.)
    • exsecutus sum (exsequi) - volgen, najagen
    • uitvoeren
  38. interest
    • het maakt verschil, er is verschil
    • het is van belang
  39. octaginta (onverbuigbaar)
    tachtig
  40. memoria
    • herinnering
    • geheugen
  41. quando
    • wanneer?
    • (na si, nisi, num, ne) eens, ooit
    • aangezien, omdat
  42. doleo, perf. (inf.)
    dolui (dolere) - pijn/verdriet hebben, treuren (om)
  43. torqueo, perf. (inf.)
    • torsi (torquere) - draaien
    • kwellen, folteren
  44. recedo, perf. (inf.)
    recessi (recedĕre) - teruggaan, weggaan
  45. desiderium
    verlangen
  46. voluptas, gen. (geslacht)
    voluptatis (vrl.) - verlangen, lust, genoegen
  47. expello, perf., p.p.p. (inf.)
    expuli, expulsus (expellĕre) - verdrijven
  48. permitto, perf., p.p.p. (inf.)
    permisi, permissus (permittĕre) - toestaan
  49. inquis
    zeg (jij)
  50. praestat + A.c.I.
    het is beter
  51. cresco, perf. (inf.)
    crevi (crescĕre) - groeien
  52. disco, perf. (inf.)
    didici (discĕre) - leren, leren kennen, vernemen
  53. colo, perf., p.p.p. (inf.)
    • colui, cultus (colĕre) - bebouwen
    • verzorgen
    • (ver)eren
  54. quantus
    • hoe groot
    • zo groot als
  55. leo, gen.
    leonis - leeuw
  56. accuso (inf.)
    (accusare) - beschuldigen
  57. Graecus
    Griek, Grieks
  58. odium
    haat
  59. gero, perf., p.p.p. (inf.)
    • gessi, gestus (gerĕre) - dragen
    • uitvoeren
    • (oorlog) voeren
  60. libido, gen. (geslacht)
    libidinis (vrl.) - (wel)lust, begeerte
  61. obliviscor, perf. (inf.) + welke naamval?
    oblitus sum (oblivisci) + gen./acc. - vergeten
  62. duodecim (onverbuigbaar)
    twaalf
  63. decipio, perf., p.p.p. (inf.)
    decepi, deceptus (decipĕre) - bedriegen, misleiden
  64. diversus
    • verschillend
    • tegengesteld
  65. vertex, gen. (geslacht)
    • verticis (mnl.) - draaikolk
    • kruin, top
  66. humanus
    menselijk
  67. vendo, perf., p.p.p. (inf.)
    vendidi, venditus (vendĕre) - verkopen
  68. flecto, perf., p.p.p. (inf.)
    • flexi, flexus (flectĕre) - buigen
    • veranderen
  69. antiquus
    oud
  70. cruentus
    • bebloed
    • bloedig
  71. illuc (bijw.)
    daarheen
  72. converto, perf., p.p.p. (inf.)
    • converti, conversus (convertĕre) - (om)draaien
    • veranderen
  73. dico, perf., p.p.p. (inf.)
    • dixi, dictus (dicĕre) - zeggen, spreken
    • noemen
  74. pecco (inf.)
    (peccare) - een fout maken, zondigen
  75. revertor, perf.,
    reverti, reversus sum (reverti) - terugkeren
  76. quam (in uitroep)
    hoe
  77. solitudo, gen. (geslacht)
    solitudinis (vrl.) - eenzaamheid, verlatenheid
  78. propius (bijw.)
    dichterbij
  79. transgredior, perf. (inf.)
    transgressus sum (transgredi) - oversteken, overtrekken
  80. par, gen. (+ welke naamval)
    paris (+ dat.) - gelijk (aan), opgewassen tegen
  81. propior, gen.
    propioris - dichterbij
  82. frons, gen. (geslacht)
    • frontis (vrl.) - voorhoofd
    • voorzijde, front
  83. acies, gen.
    aciei - slaglinie
  84. admoveo, perf., p.p.p. (inf.)
    admovi, admotus (admovere) - brengen naar/bij
  85. premo, perf., p.p.p. (inf.)
    • pressi, pressus (premĕre) - drukken
    • in moeilijkheden brengen, in het nauw brengen
  86. acerbus
    • bitter
    • wrang
  87. prosum, perf. (inf.) + welke naamval?
    profui (prodesse) + dat. - voordeel brengen, van nut zijn
  88. procul
    ver, op afstand
  89. iugum
    • juk
    • bergrug
  90. fatum
    • (nood)lot
    • (mv.) lotsbepaling
  91. perpetuus
    onafgebroken, voortdurend
  92. sino, perf., p.p.p. (inf.)
    sivi, situs (sinĕre) - toelaten
  93. proprius
    eigen

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview