tegenstellingen A.txt

Card Set Information

Author:
niki
ID:
164851
Filename:
tegenstellingen A.txt
Updated:
2012-08-02 20:43:29
Tags:
dutch opposites civic integration examination
Folders:

Description:
tegenstellingen ("opposites") for the Dutch civic integration exam abroad.
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user niki on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. leeg
    vol
  2. dood
    leven
  3. buiten
    binnen
  4. verboden
    toegestaan
  5. altijd
    nooit
  6. staan
    zitten
  7. op
    onder
  8. rechts
    links
  9. niet
    wel
  10. snel
    langzaam
  11. breed
    smal
  12. scheef
    recht
  13. gemeen
    eerlijk
  14. ruw
    glad
  15. somber
    vrolijk / blij
  16. samen
    alleen
  17. sterk
    slap / zwak
  18. dalen
    stijgen
  19. maximaal
    minimaal
  20. onthouden
    vergeten
  21. liefde
    haat
  22. donker
    licht
  23. laat
    vroeg
  24. iedereen
    niemand
  25. vorige
    volgende
  26. optimistisch
    pessimistisch
  27. trouwen
    scheiden
  28. omhoog
    omlaag
  29. vast
    los
  30. aankleden
    uitkleden
  31. goedkoop
    duur
  32. meestal
    soms / bijna nooit
  33. aandoen
    uitdoen
  34. voor
    achter / over / na
  35. lang
    kort
  36. ergens
    nergens
  37. later
    eerder
  38. ophalen
    wegbrengen
  39. kopen
    verkopen
  40. alleen
    samen
  41. rechtsaf
    linksaf
  42. vooruit
    achteruit
  43. broer
    zus
  44. tante
    oom
  45. toenemen
    afnemen
  46. onder
    boven / op
  47. oorlogszuchtig
    vredelievend
  48. goed
    fout / slecht
  49. jongen
    meisje
  50. dochter
    zoon
  51. hol
    bol / gevuld
  52. komen
    gaan
  53. ongeveer
    precies
  54. neef
    nicht
  55. eb
    vloed
  56. mooi
    lelijk
  57. geven
    krijgen / nemen
  58. vraag
    antwoord
  59. lief
    stout
  60. schoon
    vies / vull
  61. meer
    minder
  62. veel
    weinig
  63. eerste
    laatse
  64. langzaam
    snel / vlug
  65. spreken
    zwijgen
  66. winnen
    verliezen
  67. vriend
    vijand
  68. hoog
    laag
  69. nooit
    altijd
  70. vergeten
    onthouden
  71. traag
    snel / vlug
  72. eerlijk
    vals / gemeen
  73. vrede
    oorlog
  74. niemand
    iemand / iedereen
  75. straf
    beloning
  76. vrolijk
    somber / verdrietig
  77. stijgen
    dalen
  78. los
    vast
  79. makkelijk
    moeilijk
  80. haten
    liefhebben / houden van
  81. kapot
    heel
  82. verliezen
    winnen
  83. omlaag
    omhoog
  84. bloot
    gekleed
  85. instappen
    uitstappen
  86. mals
    taai
  87. stout
    lief / braaf
  88. slappen
    wakker zijn
  89. uit
    aan / in
  90. speciaal
    gewoon

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview