AlleTijdenGerundio.txt

Card Set Information

Author:
ovdwalle
ID:
180373
Filename:
AlleTijdenGerundio.txt
Updated:
2012-10-28 15:32:08
Tags:
Gerundio
Folders:

Description:
Gerundio
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user ovdwalle on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. ik ben aan het spreken
    estoy hablando
  2. jij bent aan het spreken
    estás hablando
  3. hij/zij/u is aan het spreken
    está hablando
  4. wij zijn aan het spreken
    estamos hablando
  5. jullie zijn aan het spreken
    estáis hablando
  6. zij zijn aan het spreken
    están hablando
  7. ik ben aan het eten
    estoy comiendo
  8. jij bent aan het eten
    estás comiendo
  9. hij/zij/u is aan het eten
    está comiendo
  10. wij zijn aan het eten
    estamos comiendo
  11. jullie zijn aan het eten
    estáis comiendo
  12. zij zijn aan het eten
    están comiendo
  13. ik ben aan het leven leven
    estoy viviendo
  14. jij bent aan het leven
    estás viviendo
  15. hij/zij/u is aan het leven
    está viviendo
  16. wij zijn aan het leven
    estamos viviendo
  17. jullie zijn aan het leven
    estáis viviendo
  18. zij zijn aan het leven
    están viviendo
  19. ik ben aan het geboren worden
    estoy naciendo
  20. jij bent aan het geboren worden
    estás naciendo
  21. hij/zij/u is aan het geboren worden
    está naciendo
  22. wij zijn aan het geboren worden
    estamos naciendo
  23. jullie zijn aan het geboren worden
    estáis naciendo
  24. zij zijn aan het geboren worden
    están naciendo
  25. ik ben aan het ontvangen
    estoy recibiendo
  26. jij bent aan het ontvangen
    estás recibiendo
  27. hij/zij/u is aan het ontvangen
    está recibiendo
  28. wij zijn aan het ontvangen
    estamos recibiendo
  29. jullie zijn aan het ontvangen
    estáis recibiendo
  30. zij zijn aan het ontvangen
    están recibiendo
  31. ik ben aan het studeren
    estoy estudiando
  32. jij bent aan het studeren
    estás estudiando
  33. hij/zij/u is aan het studeren
    está estudiando
  34. wij zijn aan het studeren
    estamos estudiando
  35. jullie zijn aan het studeren
    estáis estudiando
  36. zij zijn aan het studeren
    están estudiando
  37. ik ben aan het besluiten
    estoy decidiendo
  38. jij bent aan het besluiten
    estás decidiendo
  39. hij/zij/u is aan het besluiten
    está decidiendo
  40. wij zijn aan het besluiten
    estamos decidiendo
  41. jullie zijn aan het besluiten
    estáis decidiendo
  42. zij zijn aan het besluiten
    están decidiendo
  43. ik ben aan het hebben
    estoy teniendo
  44. jij bent aan het hebben
    estás teniendo
  45. hij/zij/u is aan het hebben
    está teniendo
  46. wij zijn aan het hebben
    estamos teniendo
  47. jullie zijn aan het hebben
    estáis teniendo
  48. zij zijn aan het hebben
    están teniendo
  49. ik ben aan het zijn (ser)
    estoy siendo
  50. jij bent aan het zijn (ser)
    estás siendo
  51. hij/zij/u is aan het zijn (ser)
    está siendo
  52. wij zijn aan het zijn (ser)
    estamos siendo
  53. jullie zijn aan het zijn (ser)
    estáis siendo
  54. zij zijn aan het zijn (ser)
    están siendo
  55. ik ben aan het beïnvloeden
    estoy influyendo
  56. jij bent aan het beïnvloeden
    estás influyendo
  57. hij/zij/u is aan het beïnvloeden
    está influyendo
  58. wij zijn aan het beïnvloeden
    estamos influyendo
  59. jullie zijn aan het beïnvloeden
    estáis influyendo
  60. zij zijn aan het beïnvloeden
    están influyendo
  61. ik ben aan het laten zien
    estoy manifestando
  62. jij bent aan het laten zien
    estás manifestando
  63. hij/zij/u is aan het laten zien
    está manifestando
  64. wij zijn aan het laten zien
    estamos manifestando
  65. jullie zijn aan het laten zien
    estáis manifestando
  66. zij zijn aan het laten zien
    están manifestando
  67. ik ben aan het open doen
    estoy abriendo
  68. jij bent aan het open doen
    estás abriendo
  69. hij/zij/u is aan het open doen
    está abriendo
  70. wij zijn aan het open doen
    estamos abriendo
  71. jullie zijn aan het open doen
    estáis abriendo
  72. zij zijn aan het open doen
    están abriendo
  73. ik ben aan het verhuizen
    estoy trasladándose
  74. jij bent aan het verhuizen
    estás trasladándose
  75. hij/zij/u is aan het verhuizen
    está trasladándose
  76. wij zijn aan het verhuizen
    estamos trasladándose
  77. jullie zijn aan het verhuizen
    estáis trasladándose
  78. zij zijn aan het verhuizen
    están trasladándose
  79. ik ben aan het werken
    estoy trabajando
  80. jij bent aan het werken
    estás trabajando
  81. hij/zij/u is aan het werken
    está trabajando
  82. wij zijn aan het werken
    estamos trabajando
  83. jullie zijn aan het werken
    estáis trabajando
  84. zij zijn aan het werken
    están trabajando
  85. ik ben aan het trouwen
    estoy casándose
  86. jij bent aan het trouwen
    estás casándose
  87. hij/zij/u is aan het trouwen
    está casándose
  88. wij zijn aan het trouwen
    estamos casándose
  89. jullie zijn aan het trouwen
    estáis casándose
  90. zij zijn aan het trouwen
    están casándose
  91. ik ben aan het aanvangen
    estoy comenzando
  92. jij bent aan het aanvangen
    estás comenzando
  93. hij/zij/u is aan het aanvangen
    está comenzando
  94. wij zijn aan het aanvangen
    estamos comenzando
  95. jullie zijn aan het aanvangen
    estáis comenzando
  96. zij zijn aan het aanvangen
    están comenzando
  97. ik ben aan het beginnen
    estoy empezando
  98. jij bent aan het beginnen
    estás empezando
  99. hij/zij/u is aan het beginnen
    está empezando
  100. wij zijn aan het beginnen
    estamos empezando
  101. jullie zijn aan het beginnen
    estáis empezando
  102. zij zijn aan het beginnen
    están empezando
  103. ik ben aan het stoppen
    estoy acabando
  104. jij bent aan het stoppen
    estás acabando
  105. hij/zij/u is aan het stoppen
    está acabando
  106. wij zijn aan het stoppen
    estamos acabando
  107. jullie zijn aan het stoppen
    estáis acabando
  108. zij zijn aan het stoppen
    están acabando
  109. ik ben aan het afmaken
    estoy acabando
  110. jij bent aan het afmaken
    estás acabando
  111. hij/zij/u is aan het afmaken
    está acabando
  112. wij zijn aan het afmaken
    estamos acabando
  113. jullie zijn aan het afmaken
    estáis acabando
  114. zij zijn aan het afmaken
    están acabando
  115. ik ben aan het zien
    estoy viendo
  116. jij bent aan het zien
    estás viendo
  117. hij/zij/u is aan het zien
    está viendo
  118. wij zijn aan het zien
    estamos viendo
  119. jullie zijn aan het zien
    estáis viendo
  120. zij zijn aan het zien
    están viendo
  121. ik ben aan het komen
    estoy viniendo
  122. jij bent aan het komen
    estás viniendo
  123. hij/zij/u is aan het komen
    está viniendo
  124. wij zijn aan het komen
    estamos viniendo
  125. jullie zijn aan het komen
    estáis viniendo
  126. zij zijn aan het komen
    están viniendo
  127. ik ben aan het naar binnen gaan
    estoy entrando
  128. jij bent aan het naar binnen gaan
    estás entrando
  129. hij/zij/u is aan het naar binnen gaan
    está entrando
  130. wij zijn aan het naar binnen gaan
    estamos entrando
  131. jullie zijn aan het naar binnen gaan
    estáis entrando
  132. zij zijn aan het naar binnen gaan
    están entrando
  133. ik ben aan het sterven
    estoy muriendo
  134. jij bent aan het sterven
    estás muriendo
  135. hij/zij/u is aan het sterven
    está muriendo
  136. wij zijn aan het sterven
    estamos muriendo
  137. jullie zijn aan het sterven
    estáis muriendo
  138. zij zijn aan het sterven
    están muriendo
  139. ik ben aan het zijn
    estoy estando
  140. jij bent aan het zijn
    estás estando
  141. hij/zij/u is aan het zijn
    está estando
  142. wij zijn aan het zijn
    estamos estando
  143. jullie zijn aan het zijn
    estáis estando
  144. zij zijn aan het zijn
    están estando
  145. ik ben aan het gaan
    estoy yendo
  146. jij bent aan het gaan
    estás yendo
  147. hij/zij/u is aan het gaan
    está yendo
  148. wij zijn aan het gaan
    estamos yendo
  149. jullie zijn aan het gaan
    estáis yendo
  150. zij zijn aan het gaan
    están yendo
  151. ik ben aan het doen
    estoy haciendo
  152. jij bent aan het doen
    estás haciendo
  153. hij/zij/u is aan het doen
    está haciendo
  154. wij zijn aan het doen
    estamos haciendo
  155. jullie zijn aan het doen
    estáis haciendo
  156. zij zijn aan het doen
    están haciendo
  157. ik ben aan het maken
    estoy haciendo
  158. jij bent aan het maken
    estás haciendo
  159. hij/zij/u is aan het maken
    está haciendo
  160. wij zijn aan het maken
    estamos haciendo
  161. jullie zijn aan het maken
    estáis haciendo
  162. zij zijn aan het maken
    están haciendo
  163. ik ben aan het kunnen
    estoy pudiendo
  164. jij bent aan het kunnen
    estás pudiendo
  165. hij/zij/u is aan het kunnen
    está pudiendo
  166. wij zijn aan het kunnen
    estamos pudiendo
  167. jullie zijn aan het kunnen
    estáis pudiendo
  168. zij zijn aan het kunnen
    están pudiendo
  169. ik ben aan het neerzetten
    estoy poniendo
  170. jij bent aan het neerzetten
    estás poniendo
  171. hij/zij/u is aan het neerzetten
    está poniendo
  172. wij zijn aan het neerzetten
    estamos poniendo
  173. jullie zijn aan het neerzetten
    estáis poniendo
  174. zij zijn aan het neerzetten
    están poniendo
  175. ik ben aan het hebben
    estoy teniendo
  176. jij bent aan het hebben
    estás teniendo
  177. hij/zij/u is aan het hebben
    está teniendo
  178. wij zijn aan het hebben
    estamos teniendo
  179. jullie zijn aan het hebben
    estáis teniendo
  180. zij zijn aan het hebben
    están teniendo
  181. ik ben aan het zeggen
    estoy diciendo
  182. jij bent aan het zeggen
    estás diciendo
  183. hij/zij/u is aan het zeggen
    está diciendo
  184. wij zijn aan het zeggen
    estamos diciendo
  185. jullie zijn aan het zeggen
    estáis diciendo
  186. zij zijn aan het zeggen
    están diciendo
  187. ik ben aan het hebben
    estoy habiendo
  188. jij bent aan het hebben
    estás habiendo
  189. hij/zij/u is aan het hebben
    está habiendo
  190. wij zijn aan het hebben
    estamos habiendo
  191. jullie zijn aan het hebben
    estáis habiendo
  192. zij zijn aan het hebben
    están habiendo
  193. ik ben aan het weten
    estoy sabiendo
  194. jij bent aan het weten
    estás sabiendo
  195. hij/zij/u is aan het weten
    está sabiendo
  196. wij zijn aan het weten
    estamos sabiendo
  197. jullie zijn aan het weten
    estáis sabiendo
  198. zij zijn aan het weten
    están sabiendo
  199. ik ben aan het uitgaan
    estoy saliendo
  200. jij bent aan het uitgaan
    estás saliendo
  201. hij/zij/u is aan het uitgaan
    está saliendo
  202. wij zijn aan het uitgaan
    estamos saliendo
  203. jullie zijn aan het uitgaan
    estáis saliendo
  204. zij zijn aan het uitgaan
    están saliendo
  205. ik ben aan het vertrekken
    estoy saliendo
  206. jij bent aan het vertrekken
    estás saliendo
  207. hij/zij/u is aan het vertrekken
    está saliendo
  208. wij zijn aan het vertrekken
    estamos saliendo
  209. jullie zijn aan het vertrekken
    estáis saliendo
  210. zij zijn aan het vertrekken
    están saliendo
  211. ik ben aan het lezen
    estoy leyendo
  212. jij bent aan het lezen
    estás leyendo
  213. hij/zij/u is aan het lezen
    está leyendo
  214. wij zijn aan het lezen
    estamos leyendo
  215. jullie zijn aan het lezen
    estáis leyendo
  216. zij zijn aan het lezen
    están leyendo
  217. ik ben aan het schrijven
    estoy escribiendo
  218. jij bent aan het schrijven
    estás escribiendo
  219. hij/zij/u is aan het schrijven
    está escribiendo
  220. wij zijn aan het schrijven
    estamos escribiendo
  221. jullie zijn aan het schrijven
    estáis escribiendo
  222. zij zijn aan het schrijven
    están escribiendo
  223. ik ben aan het terugkeren
    estoy volviendo
  224. jij bent aan het terugkeren
    estás volviendo
  225. hij/zij/u is aan het terugkeren
    está volviendo
  226. wij zijn aan het terugkeren
    estamos volviendo
  227. jullie zijn aan het terugkeren
    estáis volviendo
  228. zij zijn aan het terugkeren
    están volviendo
  229. ik ben aan het lachen
    estoy riendo
  230. jij bent aan het lachen
    estás riendo
  231. hij/zij/u is aan het lachen
    está riendo
  232. wij zijn aan het lachen
    estamos riendo
  233. jullie zijn aan het lachen
    estáis riendo
  234. zij zijn aan het lachen
    están riendo
  235. ik ben aan het betalen
    estoy pagando
  236. jij bent aan het betalen
    estás pagando
  237. hij/zij/u is aan het betalen
    está pagando
  238. wij zijn aan het betalen
    estamos pagando
  239. jullie zijn aan het betalen
    estáis pagando
  240. zij zijn aan het betalen
    están pagando
  241. ik ben aan het dansen
    estoy bailando
  242. jij bent aan het dansen
    estás bailando
  243. hij/zij/u is aan het dansen
    está bailando
  244. wij zijn aan het dansen
    estamos bailando
  245. jullie zijn aan het dansen
    estáis bailando
  246. zij zijn aan het dansen
    están bailando
  247. ik ben aan het zoeken
    estoy buscando
  248. jij bent aan het zoeken
    estás buscando
  249. hij/zij/u is aan het zoeken
    está buscando
  250. wij zijn aan het zoeken
    estamos buscando
  251. jullie zijn aan het zoeken
    estáis buscando
  252. zij zijn aan het zoeken
    están buscando
  253. ik ben aan het ophalen
    estoy buscando
  254. jij bent aan het ophalen
    estás buscando
  255. hij/zij/u is aan het ophalen
    está buscando
  256. wij zijn aan het ophalen
    estamos buscando
  257. jullie zijn aan het ophalen
    estáis buscando
  258. zij zijn aan het ophalen
    están buscando
  259. ik ben aan het zingen
    estoy cantando
  260. jij bent aan het zingen
    estás cantando
  261. hij/zij/u is aan het zingen
    está cantando
  262. wij zijn aan het zingen
    estamos cantando
  263. jullie zijn aan het zingen
    estáis cantando
  264. zij zijn aan het zingen
    están cantando
  265. ik ben aan het dineren
    estoy cenando
  266. jij bent aan het dineren
    estás cenando
  267. hij/zij/u is aan het dineren
    está cenando
  268. wij zijn aan het dineren
    estamos cenando
  269. jullie zijn aan het dineren
    estáis cenando
  270. zij zijn aan het dineren
    están cenando
  271. ik ben aan het ontbijten
    estoy desayunando
  272. jij bent aan het ontbijten
    estás desayunando
  273. hij/zij/u is aan het ontbijten
    está desayunando
  274. wij zijn aan het ontbijten
    estamos desayunando
  275. jullie zijn aan het ontbijten
    estáis desayunando
  276. zij zijn aan het ontbijten
    están desayunando
  277. ik ben aan het luisteren
    estoy escuchando
  278. jij bent aan het luisteren
    estás escuchando
  279. hij/zij/u is aan het luisteren
    está escuchando
  280. wij zijn aan het luisteren
    estamos escuchando
  281. jullie zijn aan het luisteren
    estáis escuchando
  282. zij zijn aan het luisteren
    están escuchando
  283. ik ben aan het wachten
    estoy esperando
  284. jij bent aan het wachten
    estás esperando
  285. hij/zij/u is aan het wachten
    está esperando
  286. wij zijn aan het wachten
    estamos esperando
  287. jullie zijn aan het wachten
    estáis esperando
  288. zij zijn aan het wachten
    están esperando
  289. ik ben aan het hopen
    estoy esperando
  290. jij bent aan het hopen
    estás esperando
  291. hij/zij/u is aan het hopen
    está esperando
  292. wij zijn aan het hopen
    estamos esperando
  293. jullie zijn aan het hopen
    estáis esperando
  294. zij zijn aan het hopen
    están esperando
  295. ik ben aan het studeren
    estoy estudiando
  296. jij bent aan het studeren
    estás estudiando
  297. hij/zij/u is aan het studeren
    está estudiando
  298. wij zijn aan het studeren
    estamos estudiando
  299. jullie zijn aan het studeren
    estáis estudiando
  300. zij zijn aan het studeren
    están estudiando
  301. ik ben aan het roepen
    estoy llamando
  302. jij bent aan het roepen
    estás llamando
  303. hij/zij/u is aan het roepen
    está llamando
  304. wij zijn aan het roepen
    estamos llamando
  305. jullie zijn aan het roepen
    estáis llamando
  306. zij zijn aan het roepen
    están llamando
  307. ik ben aan het bellen
    estoy llamando
  308. jij bent aan het bellen
    estás llamando
  309. hij/zij/u is aan het bellen
    está llamando
  310. wij zijn aan het bellen
    estamos llamando
  311. jullie zijn aan het bellen
    estáis llamando
  312. zij zijn aan het bellen
    están llamando
  313. ik ben aan het huilen
    estoy llorando
  314. jij bent aan het huilen
    estás llorando
  315. hij/zij/u is aan het huilen
    está llorando
  316. wij zijn aan het huilen
    estamos llorando
  317. jullie zijn aan het huilen
    estáis llorando
  318. zij zijn aan het huilen
    están llorando
  319. ik ben aan het zwemmen
    estoy nadando
  320. jij bent aan het zwemmen
    estás nadando
  321. hij/zij/u is aan het zwemmen
    está nadando
  322. wij zijn aan het zwemmen
    estamos nadando
  323. jullie zijn aan het zwemmen
    estáis nadando
  324. zij zijn aan het zwemmen
    están nadando
  325. ik ben aan het nodig hebben
    estoy necesitando
  326. jij bent aan het nodig hebben
    estás necesitando
  327. hij/zij/u is aan het nodig hebben
    está necesitando
  328. wij zijn aan het nodig hebben
    estamos necesitando
  329. jullie zijn aan het nodig hebben
    estáis necesitando
  330. zij zijn aan het nodig hebben
    están necesitando
  331. ik ben aan het beëindigen
    estoy terminando
  332. jij bent aan het beëindigen
    estás terminando
  333. hij/zij/u is aan het beëindigen
    está terminando
  334. wij zijn aan het beëindigen
    estamos terminando
  335. jullie zijn aan het beëindigen
    estáis terminando
  336. zij zijn aan het beëindigen
    están terminando
  337. ik ben aan het nemen
    estoy tomando
  338. jij bent aan het nemen
    estás tomando
  339. hij/zij/u is aan het nemen
    está tomando
  340. wij zijn aan het nemen
    estamos tomando
  341. jullie zijn aan het nemen
    estáis tomando
  342. zij zijn aan het nemen
    están tomando
  343. ik ben aan het werken
    estoy trabajando
  344. jij bent aan het werken
    estás trabajando
  345. hij/zij/u is aan het werken
    está trabajando
  346. wij zijn aan het werken
    estamos trabajando
  347. jullie zijn aan het werken
    estáis trabajando
  348. zij zijn aan het werken
    están trabajando
  349. ik ben aan het reizen
    estoy viajando
  350. jij bent aan het reizen
    estás viajando
  351. hij/zij/u is aan het reizen
    está viajando
  352. wij zijn aan het reizen
    estamos viajando
  353. jullie zijn aan het reizen
    estáis viajando
  354. zij zijn aan het reizen
    están viajando
  355. ik ben aan het leren
    estoy aprendiendo
  356. jij bent aan het leren
    estás aprendiendo
  357. hij/zij/u is aan het leren
    está aprendiendo
  358. wij zijn aan het leren
    estamos aprendiendo
  359. jullie zijn aan het leren
    estáis aprendiendo
  360. zij zijn aan het leren
    están aprendiendo
  361. ik ben aan het eten
    estoy comiendo
  362. jij bent aan het eten
    estás comiendo
  363. hij/zij/u is aan het eten
    está comiendo
  364. wij zijn aan het eten
    estamos comiendo
  365. jullie zijn aan het eten
    estáis comiendo
  366. zij zijn aan het eten
    están comiendo
  367. ik ben aan het begrijpen
    estoy comprendiendo
  368. jij bent aan het begrijpen
    estás comprendiendo
  369. hij/zij/u is aan het begrijpen
    está comprendiendo
  370. wij zijn aan het begrijpen
    estamos comprendiendo
  371. jullie zijn aan het begrijpen
    estáis comprendiendo
  372. zij zijn aan het begrijpen
    están comprendiendo
  373. ik ben aan het rennen
    estoy corriendo
  374. jij bent aan het rennen
    estás corriendo
  375. hij/zij/u is aan het rennen
    está corriendo
  376. wij zijn aan het rennen
    estamos corriendo
  377. jullie zijn aan het rennen
    estáis corriendo
  378. zij zijn aan het rennen
    están corriendo
  379. ik ben aan het geloven
    estoy creyendo
  380. jij bent aan het geloven
    estás creyendo
  381. hij/zij/u is aan het geloven
    está creyendo
  382. wij zijn aan het geloven
    estamos creyendo
  383. jullie zijn aan het geloven
    estáis creyendo
  384. zij zijn aan het geloven
    están creyendo
  385. ik ben aan het beloven
    estoy prometiendo
  386. jij bent aan het beloven
    estás prometiendo
  387. hij/zij/u is aan het beloven
    está prometiendo
  388. wij zijn aan het beloven
    estamos prometiendo
  389. jullie zijn aan het beloven
    estáis prometiendo
  390. zij zijn aan het beloven
    están prometiendo
  391. ik ben aan het verkopen
    estoy vendiendo
  392. jij bent aan het verkopen
    estás vendiendo
  393. hij/zij/u is aan het verkopen
    está vendiendo
  394. wij zijn aan het verkopen
    estamos vendiendo
  395. jullie zijn aan het verkopen
    estáis vendiendo
  396. zij zijn aan het verkopen
    están vendiendo
  397. ik ben aan het drinken
    estoy bebiendo
  398. jij bent aan het drinken
    estás bebiendo
  399. hij/zij/u is aan het drinken
    está bebiendo
  400. wij zijn aan het drinken
    estamos bebiendo
  401. jullie zijn aan het drinken
    estáis bebiendo
  402. zij zijn aan het drinken
    están bebiendo
  403. ik ben aan het open doen
    estoy abriendo
  404. jij bent aan het open doen
    estás abriendo
  405. hij/zij/u is aan het open doen
    está abriendo
  406. wij zijn aan het open doen
    estamos abriendo
  407. jullie zijn aan het open doen
    estáis abriendo
  408. zij zijn aan het open doen
    están abriendo
  409. ik ben aan het ontvangen
    estoy recibiendo
  410. jij bent aan het ontvangen
    estás recibiendo
  411. hij/zij/u is aan het ontvangen
    está recibiendo
  412. wij zijn aan het ontvangen
    estamos recibiendo
  413. jullie zijn aan het ontvangen
    estáis recibiendo
  414. zij zijn aan het ontvangen
    están recibiendo
  415. ik ben aan het stijgen
    estoy subiendo
  416. jij bent aan het stijgen
    estás subiendo
  417. hij/zij/u is aan het stijgen
    está subiendo
  418. wij zijn aan het stijgen
    estamos subiendo
  419. jullie zijn aan het stijgen
    estáis subiendo
  420. zij zijn aan het stijgen
    están subiendo
  421. ik ben aan het dalen
    estoy bajando
  422. jij bent aan het dalen
    estás bajando
  423. hij/zij/u is aan het dalen
    está bajando
  424. wij zijn aan het dalen
    estamos bajando
  425. jullie zijn aan het dalen
    estáis bajando
  426. zij zijn aan het dalen
    están bajando
  427. ik ben aan het willen
    estoy queriendo
  428. jij bent aan het willen
    estás queriendo
  429. hij/zij/u is aan het willen
    está queriendo
  430. wij zijn aan het willen
    estamos queriendo
  431. jullie zijn aan het willen
    estáis queriendo
  432. zij zijn aan het willen
    están queriendo
  433. ik ben aan het houden van
    estoy queriendo
  434. jij bent aan het houden van
    estás queriendo
  435. hij/zij/u is aan het houden van
    está queriendo
  436. wij zijn aan het houden van
    estamos queriendo
  437. jullie zijn aan het houden van
    estáis queriendo
  438. zij zijn aan het houden van
    están queriendo
  439. ik ben aan het spelen
    estoy jugando
  440. jij bent aan het spelen
    estás jugando
  441. hij/zij/u is aan het spelen
    está jugando
  442. wij zijn aan het spelen
    estamos jugando
  443. jullie zijn aan het spelen
    estáis jugando
  444. zij zijn aan het spelen
    están jugando
  445. ik ben aan het gewoonlijk doen
    estoy soliendo
  446. jij bent aan het gewoonlijk doen
    estás soliendo
  447. hij/zij/u is aan het gewoonlijk doen
    está soliendo
  448. wij zijn aan het gewoonlijk doen
    estamos soliendo
  449. jullie zijn aan het gewoonlijk doen
    estáis soliendo
  450. zij zijn aan het gewoonlijk doen
    están soliendo
  451. ik ben aan het kijken
    estoy mirando
  452. jij bent aan het kijken
    estás mirando
  453. hij/zij/u is aan het kijken
    está mirando
  454. wij zijn aan het kijken
    estamos mirando
  455. jullie zijn aan het kijken
    estáis mirando
  456. zij zijn aan het kijken
    están mirando
  457. ik ben aan het koken
    estoy cocinando
  458. jij bent aan het koken
    estás cocinando
  459. hij/zij/u is aan het koken
    está cocinando
  460. wij zijn aan het koken
    estamos cocinando
  461. jullie zijn aan het koken
    estáis cocinando
  462. zij zijn aan het koken
    están cocinando
  463. ik ben aan het aankomen
    estoy llegando
  464. jij bent aan het aankomen
    estás llegando
  465. hij/zij/u is aan het aankomen
    está llegando
  466. wij zijn aan het aankomen
    estamos llegando
  467. jullie zijn aan het aankomen
    estáis llegando
  468. zij zijn aan het aankomen
    están llegando
  469. ik ben aan het vergeten
    estoy olvidando
  470. jij bent aan het vergeten
    estás olvidando
  471. hij/zij/u is aan het vergeten
    está olvidando
  472. wij zijn aan het vergeten
    estamos olvidando
  473. jullie zijn aan het vergeten
    estáis olvidando
  474. zij zijn aan het vergeten
    están olvidando
  475. ik ben aan het sturen
    estoy mandando
  476. jij bent aan het sturen
    estás mandando
  477. hij/zij/u is aan het sturen
    está mandando
  478. wij zijn aan het sturen
    estamos mandando
  479. jullie zijn aan het sturen
    estáis mandando
  480. zij zijn aan het sturen
    están mandando
  481. ik ben aan het leiden
    estoy mandando
  482. jij bent aan het leiden
    estás mandando
  483. hij/zij/u is aan het leiden
    está mandando
  484. wij zijn aan het leiden
    estamos mandando
  485. jullie zijn aan het leiden
    estáis mandando
  486. zij zijn aan het leiden
    están mandando
  487. ik ben aan het reserveren
    estoy reservando
  488. jij bent aan het reserveren
    estás reservando
  489. hij/zij/u is aan het reserveren
    está reservando
  490. wij zijn aan het reserveren
    estamos reservando
  491. jullie zijn aan het reserveren
    estáis reservando
  492. zij zijn aan het reserveren
    están reservando
  493. ik ben aan het geven
    estoy dando
  494. jij bent aan het geven
    estás dando
  495. hij/zij/u is aan het geven
    está dando
  496. wij zijn aan het geven
    estamos dando
  497. jullie zijn aan het geven
    estáis dando
  498. zij zijn aan het geven
    están dando
  499. ik ben aan het proberen
    estoy intentando
  500. jij bent aan het proberen
    estás intentando
  501. hij/zij/u is aan het proberen
    está intentando
  502. wij zijn aan het proberen
    estamos intentando
  503. jullie zijn aan het proberen
    estáis intentando
  504. zij zijn aan het proberen
    están intentando
  505. ik ben aan het stelen
    estoy robando
  506. jij bent aan het stelen
    estás robando
  507. hij/zij/u is aan het stelen
    está robando
  508. wij zijn aan het stelen
    estamos robando
  509. jullie zijn aan het stelen
    estáis robando
  510. zij zijn aan het stelen
    están robando
  511. ik ben aan het huren
    estoy alquilando
  512. jij bent aan het huren
    estás alquilando
  513. hij/zij/u is aan het huren
    está alquilando
  514. wij zijn aan het huren
    estamos alquilando
  515. jullie zijn aan het huren
    estáis alquilando
  516. zij zijn aan het huren
    están alquilando
  517. ik ben aan het kapot maken
    estoy rompiendo
  518. jij bent aan het kapot maken
    estás rompiendo
  519. hij/zij/u is aan het kapot maken
    está rompiendo
  520. wij zijn aan het kapot maken
    estamos rompiendo
  521. jullie zijn aan het kapot maken
    estáis rompiendo
  522. zij zijn aan het kapot maken
    están rompiendo
  523. ik ben aan het breken
    estoy rompiendo
  524. jij bent aan het breken
    estás rompiendo
  525. hij/zij/u is aan het breken
    está rompiendo
  526. wij zijn aan het breken
    estamos rompiendo
  527. jullie zijn aan het breken
    estáis rompiendo
  528. zij zijn aan het breken
    están rompiendo
  529. ik ben aan het nemen (een afslag)
    estoy cogiendo
  530. jij bent aan het nemen (een afslag)
    estás cogiendo
  531. hij/zij/u is aan het nemen (een afslag)
    está cogiendo
  532. wij zijn aan het nemen (een afslag)
    estamos cogiendo
  533. jullie zijn aan het nemen (een afslag)
    estáis cogiendo
  534. zij zijn aan het nemen (een afslag)
    están cogiendo
  535. ik ben aan het afslaan
    estoy girando
  536. jij bent aan het afslaan
    estás girando
  537. hij/zij/u is aan het afslaan
    está girando
  538. wij zijn aan het afslaan
    estamos girando
  539. jullie zijn aan het afslaan
    estáis girando
  540. zij zijn aan het afslaan
    están girando
  541. ik ben aan het draaien
    estoy girando
  542. jij bent aan het draaien
    estás girando
  543. hij/zij/u is aan het draaien
    está girando
  544. wij zijn aan het draaien
    estamos girando
  545. jullie zijn aan het draaien
    estáis girando
  546. zij zijn aan het draaien
    están girando
  547. ik ben aan het passeren
    estoy pasando
  548. jij bent aan het passeren
    estás pasando
  549. hij/zij/u is aan het passeren
    está pasando
  550. wij zijn aan het passeren
    estamos pasando
  551. jullie zijn aan het passeren
    estáis pasando
  552. zij zijn aan het passeren
    están pasando
  553. ik ben aan het volgen
    estoy siguiendo
  554. jij bent aan het volgen
    estás siguiendo
  555. hij/zij/u is aan het volgen
    está siguiendo
  556. wij zijn aan het volgen
    estamos siguiendo
  557. jullie zijn aan het volgen
    estáis siguiendo
  558. zij zijn aan het volgen
    están siguiendo
  559. ik ben aan het doorgaan
    estoy siguiendo
  560. jij bent aan het doorgaan
    estás siguiendo
  561. hij/zij/u is aan het doorgaan
    está siguiendo
  562. wij zijn aan het doorgaan
    estamos siguiendo
  563. jullie zijn aan het doorgaan
    estáis siguiendo
  564. zij zijn aan het doorgaan
    están siguiendo
  565. ik ben aan het denken
    estoy pensando
  566. jij bent aan het denken
    estás pensando
  567. hij/zij/u is aan het denken
    está pensando
  568. wij zijn aan het denken
    estamos pensando
  569. jullie zijn aan het denken
    estáis pensando
  570. zij zijn aan het denken
    están pensando
  571. ik ben aan het rekenen
    estoy contando
  572. jij bent aan het rekenen
    estás contando
  573. hij/zij/u is aan het rekenen
    está contando
  574. wij zijn aan het rekenen
    estamos contando
  575. jullie zijn aan het rekenen
    estáis contando
  576. zij zijn aan het rekenen
    están contando
  577. ik ben aan het vertellen
    estoy contando
  578. jij bent aan het vertellen
    estás contando
  579. hij/zij/u is aan het vertellen
    está contando
  580. wij zijn aan het vertellen
    estamos contando
  581. jullie zijn aan het vertellen
    estáis contando
  582. zij zijn aan het vertellen
    están contando
  583. ik ben aan het bestellen
    estoy pidiendo
  584. jij bent aan het bestellen
    estás pidiendo
  585. hij/zij/u is aan het bestellen
    está pidiendo
  586. wij zijn aan het bestellen
    estamos pidiendo
  587. jullie zijn aan het bestellen
    estáis pidiendo
  588. zij zijn aan het bestellen
    están pidiendo
  589. ik ben aan het verzoeken
    estoy pidiendo
  590. jij bent aan het verzoeken
    estás pidiendo
  591. hij/zij/u is aan het verzoeken
    está pidiendo
  592. wij zijn aan het verzoeken
    estamos pidiendo
  593. jullie zijn aan het verzoeken
    estáis pidiendo
  594. zij zijn aan het verzoeken
    están pidiendo
  595. ik ben aan het vragen
    estoy preguntando
  596. jij bent aan het vragen
    estás preguntando
  597. hij/zij/u is aan het vragen
    está preguntando
  598. wij zijn aan het vragen
    estamos preguntando
  599. jullie zijn aan het vragen
    estáis preguntando
  600. zij zijn aan het vragen
    están preguntando
  601. ik ben aan het afspreken
    estoy quedando
  602. jij bent aan het afspreken
    estás quedando
  603. hij/zij/u is aan het afspreken
    está quedando
  604. wij zijn aan het afspreken
    estamos quedando
  605. jullie zijn aan het afspreken
    estáis quedando
  606. zij zijn aan het afspreken
    están quedando
  607. ik ben aan het blijven
    estoy quedando
  608. jij bent aan het blijven
    estás quedando
  609. hij/zij/u is aan het blijven
    está quedando
  610. wij zijn aan het blijven
    estamos quedando
  611. jullie zijn aan het blijven
    estáis quedando
  612. zij zijn aan het blijven
    están quedando
  613. ik ben aan het wensen
    estoy deseando
  614. jij bent aan het wensen
    estás deseando
  615. hij/zij/u is aan het wensen
    está deseando
  616. wij zijn aan het wensen
    estamos deseando
  617. jullie zijn aan het wensen
    estáis deseando
  618. zij zijn aan het wensen
    están deseando
  619. ik ben aan het slapen
    estoy durmiendo
  620. jij bent aan het slapen
    estás durmiendo
  621. hij/zij/u is aan het slapen
    está durmiendo
  622. wij zijn aan het slapen
    estamos durmiendo
  623. jullie zijn aan het slapen
    estáis durmiendo
  624. zij zijn aan het slapen
    están durmiendo
  625. ik ben aan het opgroeien
    estoy creciendo
  626. jij bent aan het opgroeien
    estás creciendo
  627. hij/zij/u is aan het opgroeien
    está creciendo
  628. wij zijn aan het opgroeien
    estamos creciendo
  629. jullie zijn aan het opgroeien
    estáis creciendo
  630. zij zijn aan het opgroeien
    están creciendo
  631. ik ben aan het voelen
    estoy sintiendo
  632. jij bent aan het voelen
    estás sintiendo
  633. hij/zij/u is aan het voelen
    está sintiendo
  634. wij zijn aan het voelen
    estamos sintiendo
  635. jullie zijn aan het voelen
    estáis sintiendo
  636. zij zijn aan het voelen
    están sintiendo
  637. ik ben aan het vallen
    estoy sentando
  638. jij bent aan het vallen
    estás sentando
  639. hij/zij/u is aan het vallen
    está sentando
  640. wij zijn aan het vallen
    estamos sentando
  641. jullie zijn aan het vallen
    estáis sentando
  642. zij zijn aan het vallen
    están sentando
  643. ik ben aan het zitten
    estoy sentando
  644. jij bent aan het zitten
    estás sentando
  645. hij/zij/u is aan het zitten
    está sentando
  646. wij zijn aan het zitten
    estamos sentando
  647. jullie zijn aan het zitten
    estáis sentando
  648. zij zijn aan het zitten
    están sentando
  649. ik ben aan het vertalen
    estoy traduciendo
  650. jij bent aan het vertalen
    estás traduciendo
  651. hij/zij/u is aan het vertalen
    está traduciendo
  652. wij zijn aan het vertalen
    estamos traduciendo
  653. jullie zijn aan het vertalen
    estáis traduciendo
  654. zij zijn aan het vertalen
    están traduciendo
  655. ik ben aan het ruiken
    estoy oliendo
  656. jij bent aan het ruiken
    estás oliendo
  657. hij/zij/u is aan het ruiken
    está oliendo
  658. wij zijn aan het ruiken
    estamos oliendo
  659. jullie zijn aan het ruiken
    estáis oliendo
  660. zij zijn aan het ruiken
    están oliendo
  661. ik ben aan het meenemen
    estoy trayendo
  662. jij bent aan het meenemen
    estás trayendo
  663. hij/zij/u is aan het meenemen
    está trayendo
  664. wij zijn aan het meenemen
    estamos trayendo
  665. jullie zijn aan het meenemen
    estáis trayendo
  666. zij zijn aan het meenemen
    están trayendo
  667. ik ben aan het brengen
    estoy trayendo
  668. jij bent aan het brengen
    estás trayendo
  669. hij/zij/u is aan het brengen
    está trayendo
  670. wij zijn aan het brengen
    estamos trayendo
  671. jullie zijn aan het brengen
    estáis trayendo
  672. zij zijn aan het brengen
    están trayendo
  673. ik ben aan het bedekken
    estoy cubriendo
  674. jij bent aan het bedekken
    estás cubriendo
  675. hij/zij/u is aan het bedekken
    está cubriendo
  676. wij zijn aan het bedekken
    estamos cubriendo
  677. jullie zijn aan het bedekken
    estáis cubriendo
  678. zij zijn aan het bedekken
    están cubriendo
  679. ik ben aan het beschermen
    estoy cubriendo
  680. jij bent aan het beschermen
    estás cubriendo
  681. hij/zij/u is aan het beschermen
    está cubriendo
  682. wij zijn aan het beschermen
    estamos cubriendo
  683. jullie zijn aan het beschermen
    estáis cubriendo
  684. zij zijn aan het beschermen
    están cubriendo
  685. ik ben aan het beschrijven
    estoy describiendo
  686. jij bent aan het beschrijven
    estás describiendo
  687. hij/zij/u is aan het beschrijven
    está describiendo
  688. wij zijn aan het beschrijven
    estamos describiendo
  689. jullie zijn aan het beschrijven
    estáis describiendo
  690. zij zijn aan het beschrijven
    están describiendo
  691. ik ben aan het aan hebben (van kleding)
    estoy vistiendo
  692. jij bent aan het aan hebben (van kleding)
    estás vistiendo
  693. hij/zij/u is aan het aan hebben (van kleding)
    está vistiendo
  694. wij zijn aan het aan hebben (van kleding)
    estamos vistiendo
  695. jullie zijn aan het aan hebben (van kleding)
    estáis vistiendo
  696. zij zijn aan het aan hebben (van kleding)
    están vistiendo
  697. ik ben aan het verlaten
    estoy dejando
  698. jij bent aan het verlaten
    estás dejando
  699. hij/zij/u is aan het verlaten
    está dejando
  700. wij zijn aan het verlaten
    estamos dejando
  701. jullie zijn aan het verlaten
    estáis dejando
  702. zij zijn aan het verlaten
    están dejando
  703. ik ben aan het achterlaten
    estoy dejando
  704. jij bent aan het achterlaten
    estás dejando
  705. hij/zij/u is aan het achterlaten
    está dejando
  706. wij zijn aan het achterlaten
    estamos dejando
  707. jullie zijn aan het achterlaten
    estáis dejando
  708. zij zijn aan het achterlaten
    están dejando
  709. ik ben aan het verbergen
    estoy escondiendo
  710. jij bent aan het verbergen
    estás escondiendo
  711. hij/zij/u is aan het verbergen
    está escondiendo
  712. wij zijn aan het verbergen
    estamos escondiendo
  713. jullie zijn aan het verbergen
    estáis escondiendo
  714. zij zijn aan het verbergen
    están escondiendo
  715. ik ben aan het invullen (formulier)
    estoy rellenando
  716. jij bent aan het invullen (formulier)
    estás rellenando
  717. hij/zij/u is aan het invullen (formulier)
    está rellenando
  718. wij zijn aan het invullen (formulier)
    estamos rellenando
  719. jullie zijn aan het invullen (formulier)
    estáis rellenando
  720. zij zijn aan het invullen (formulier)
    están rellenando
  721. ik ben aan het sparen
    estoy ahorrando
  722. jij bent aan het sparen
    estás ahorrando
  723. hij/zij/u is aan het sparen
    está ahorrando
  724. wij zijn aan het sparen
    estamos ahorrando
  725. jullie zijn aan het sparen
    estáis ahorrando
  726. zij zijn aan het sparen
    están ahorrando
  727. ik ben aan het kopen
    estoy comprando
  728. jij bent aan het kopen
    estás comprando
  729. hij/zij/u is aan het kopen
    está comprando
  730. wij zijn aan het kopen
    estamos comprando
  731. jullie zijn aan het kopen
    estáis comprando
  732. zij zijn aan het kopen
    están comprando
  733. ik ben aan het begeleiden
    estoy acompañando
  734. jij bent aan het begeleiden
    estás acompañando
  735. hij/zij/u is aan het begeleiden
    está acompañando
  736. wij zijn aan het begeleiden
    estamos acompañando
  737. jullie zijn aan het begeleiden
    estáis acompañando
  738. zij zijn aan het begeleiden
    están acompañando
  739. ik ben aan het verkrijgen
    estoy consiguiendo
  740. jij bent aan het verkrijgen
    estás consiguiendo
  741. hij/zij/u is aan het verkrijgen
    está consiguiendo
  742. wij zijn aan het verkrijgen
    estamos consiguiendo
  743. jullie zijn aan het verkrijgen
    estáis consiguiendo
  744. zij zijn aan het verkrijgen
    están consiguiendo
  745. ik ben aan het parkeren
    estoy aparcando
  746. jij bent aan het parkeren
    estás aparcando
  747. hij/zij/u is aan het parkeren
    está aparcando
  748. wij zijn aan het parkeren
    estamos aparcando
  749. jullie zijn aan het parkeren
    estáis aparcando
  750. zij zijn aan het parkeren
    están aparcando
  751. ik ben aan het vallen
    estoy cayendo
  752. jij bent aan het vallen
    estás cayendo
  753. hij/zij/u is aan het vallen
    está cayendo
  754. wij zijn aan het vallen
    estamos cayendo
  755. jullie zijn aan het vallen
    estáis cayendo
  756. zij zijn aan het vallen
    están cayendo
  757. ik ben aan het horen
    estoy oyendo
  758. jij bent aan het horen
    estás oyendo
  759. hij/zij/u is aan het horen
    está oyendo
  760. wij zijn aan het horen
    estamos oyendo
  761. jullie zijn aan het horen
    estáis oyendo
  762. zij zijn aan het horen
    están oyendo
  763. ik ben aan het kennen
    estoy conociendo
  764. jij bent aan het kennen
    estás conociendo
  765. hij/zij/u is aan het kennen
    está conociendo
  766. wij zijn aan het kennen
    estamos conociendo
  767. jullie zijn aan het kennen
    estáis conociendo
  768. zij zijn aan het kennen
    están conociendo
  769. ik ben aan het lijken
    estoy pareciendo
  770. jij bent aan het lijken
    estás pareciendo
  771. hij/zij/u is aan het lijken
    está pareciendo
  772. wij zijn aan het lijken
    estamos pareciendo
  773. jullie zijn aan het lijken
    estáis pareciendo
  774. zij zijn aan het lijken
    están pareciendo
  775. ik ben aan het aanbevelen
    estoy recomendando
  776. jij bent aan het aanbevelen
    estás recomendando
  777. hij/zij/u is aan het aanbevelen
    está recomendando
  778. wij zijn aan het aanbevelen
    estamos recomendando
  779. jullie zijn aan het aanbevelen
    estáis recomendando
  780. zij zijn aan het aanbevelen
    están recomendando
  781. ik ben aan het liefhebben
    estoy amando
  782. jij bent aan het liefhebben
    estás amando
  783. hij/zij/u is aan het liefhebben
    está amando
  784. wij zijn aan het liefhebben
    estamos amando
  785. jullie zijn aan het liefhebben
    estáis amando
  786. zij zijn aan het liefhebben
    están amando
  787. ik ben aan het groeien
    estoy creciendo
  788. jij bent aan het groeien
    estás creciendo
  789. hij/zij/u is aan het groeien
    está creciendo
  790. wij zijn aan het groeien
    estamos creciendo
  791. jullie zijn aan het groeien
    estáis creciendo
  792. zij zijn aan het groeien
    están creciendo
  793. ik ben aan het ophouden
    estoy abandonando
  794. jij bent aan het ophouden
    estás abandonando
  795. hij/zij/u is aan het ophouden
    está abandonando
  796. wij zijn aan het ophouden
    estamos abandonando
  797. jullie zijn aan het ophouden
    estáis abandonando
  798. zij zijn aan het ophouden
    están abandonando
  799. ik ben aan het opgeven
    estoy abandonando
  800. jij bent aan het opgeven
    estás abandonando
  801. hij/zij/u is aan het opgeven
    está abandonando
  802. wij zijn aan het opgeven
    estamos abandonando
  803. jullie zijn aan het opgeven
    estáis abandonando
  804. zij zijn aan het opgeven
    están abandonando
  805. ik ben aan het negeren
    estoy negando
  806. jij bent aan het negeren
    estás negando
  807. hij/zij/u is aan het negeren
    está negando
  808. wij zijn aan het negeren
    estamos negando
  809. jullie zijn aan het negeren
    estáis negando
  810. zij zijn aan het negeren
    están negando
  811. ik ben aan het ontkennen
    estoy negando
  812. jij bent aan het ontkennen
    estás negando
  813. hij/zij/u is aan het ontkennen
    está negando
  814. wij zijn aan het ontkennen
    estamos negando
  815. jullie zijn aan het ontkennen
    estáis negando
  816. zij zijn aan het ontkennen
    están negando

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview