ASOP English idiom E-N 28/29

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
198445
Filename:
ASOP English idiom E-N 28/29
Updated:
2013-02-06 16:35:28
Tags:
ASOP English idiom 28 29
Folders:

Description:
ASOP English idiom E-N 28/29
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Surgery/consultation room
    spreekkamer
  2. surgery hours
    spreekuur
  3. bowel action
    stoelgang/ontlasting
  4. successful
    succesvol
  5. (a) diabetic
    suikerziek(e)
  6. symptom
    symptoom
  7. to take tablets
    tabletten innemen
  8. gums
    tandvlees
  9. take temperature
    temperatuur opnemen
  10. therapist
    therapeut
  11. to administer
    toedienen
  12. tongue
    tong
  13. disc
    tussenwervelschijf
  14. to take clothes off
    uitkleden
  15. water/urine
    urine
  16. to improve
    verbeteren
  17. to bandage
    verbinden
  18. a cold
    verkoudheid
  19. to paralyse/ paralysed
    verlammen/ verlamd
  20. to relieve
    verlichten
  21. obstetrician
    verloskundige
  22. to reduce
    verminderen/ omlaag brengen
  23. to cut down
    afbouwen/ verminderen
  24. to ease/ to relieve
    verzachten
  25. nursing home
    verpleeghuis
  26. to nurse
    verplegen
  27. addict
    verslaafde
  28. to sprain
    verstuiken
  29. follow-up
    vervolg(afspraak)
  30. to refer/ referral
    verwijzen/ verwijzing
  31. injury/ injuries
    verwonding(en)
  32. insurance
    verzekering
  33. vitamin deficiency
    vitaminegebrek
  34. scurvy
    scheurbuik
  35. spot
    vlek
  36. to occur
    voorkomen/ zich voordoen
  37. to prescribe
    voorschrijven
  38. to make progress
    vooruitgaan
  39. midwife
    vroedvrouw
  40. chickenpox
    waterpokken
  41. contraction
    wee
  42. resistance
    weerstand
  43. ointment
    zalf
  44. to commit suicide
    zelfmoord plegen
  45. nerves
    zenuwen
  46. ill
    ziek
  47. come into hospital/ go into hospital
    naar het ziekenhuis komen/ gaan (om opgenomen te worden)
  48. (venereal) disease
    (geslachts) ziekte
  49. illness
    ziekte
  50. look after
    zorgen voor
  51. oxygen
    zuurstof
  52. overweight
    te zwaar (overgewicht)
  53. obese
    zwaarlijvig
  54.  pregnant/ expecting
    zwanger
  55. pregnancy
    zwangerschap
  56. ulcer
    zweer
  57. swelling (swollen)
    zwelling (gezwollen)

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview