ASOP Laboratoriumwerk 1-42

Card Set Information

Author:
ecsinteur
ID:
202156
Filename:
ASOP Laboratoriumwerk 1-42
Updated:
2013-02-22 18:16:46
Tags:
ASOP Laboratoriumwerk 42
Folders:

Description:
ASOP Laboratoriumwerk 1-42
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user ecsinteur on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat verstaat men onder kwalitatief en kwantitatief onderzoek
    Kwalitatief: aanwezigheid van een bepaalde stof; kwantitatief: hoeveelheid van een bepaalde stof
  2. Wat is belangrijk voor het werken in een laboratorium
    Veiligheid, nauwkeurigheid en hygiene
  3. Brandbare stoffen in een laboratorium
    Aceton, Alcohol, Ether, Alcohol ether, Alcohol aceton
  4. Storende invloed op teststrippen en testtabletten
    Warmte, vocht, reinigingsmiddelen, grote hoeveelheid vit.C
  5. Welke stoffen fout-positieve en welke fout-negatieve invloed
    Reinigingsmiddelen: fout-pos. uitslag en grote hoeveelheden vit.C: fout-neg. uitslag
  6. Homogeniseren
    Goed mengen van een monster; zodat het hele monster dezelfde samenstelling heeft
  7. Hittebestendig glaswerk
    Reageerbuizen (glas), bekerglas, erlenmeyer
  8. Verschil maatcylinder en maatkolf
    Maatcilinder: diverse maatstreepjes (grof lab. werk); Maatkolfje: 1 maatstreepje (heel nauwkeurig lab. werk)
  9. Mag men de kleine hoeveelheid vloeistof die achterblijft in een volpipet eruit blazen?
    Volpipet mag niet worden uitgeblazen (3 sec. wachten)
  10. Streepjes meetpipet in ml of mm?
    Meet-, steek- of verdeelpipet zijn in ml
  11. Streepjes Westergren-bezinkingspipet in mm of ml?
    Westergrene- en kowarsky bezinkingspipet zijn onderverdeeld in mm
  12. Wanneer spreekt men van een roetende vlam
    Gele, roetende vlam ontstaat als gasbrander brandt met geopende gastoevoer en bijna gesloten luchttoevoer
  13. Welk onderdeel van microscoop verzamelt het licht
    De condensor
  14. Welk onderdeel van microscoop regelt de lichthoeveelheid
    De diafragma
  15. oculair dat 10x vergroot en objecief dat 40x vergroot; wat is de totale vergroting van deze microscoop
    10 x 40 = 400 x
  16. Hoe worden de lenzen van een microscoop schoongemaakt?
    Met lenspapier
  17. a.Wanneer gebruikt men 400x vergroting
    b.Wanneer de olie-immersielens
    • a. sediment, fluropreparaat, tellen van leuko's,   ery's en thrombo's
    • b. bloeduitstrijkje (diff), methyleenblauwkleuring
  18. Samenstelling fysiologisch zout en concentratie p/ltr
    Water met zout; 9 gr keukenzout op 1 ltr water
  19. Naar welk lab worden baarmoederhalsuitstrijkjes opgestuurd
    Cysti-histopathalogisch laboratorium (PA lab.)
  20. Redenen voor dragen handschoenen
    Veiligheid, hygiene en bescherming naar de pt.
  21. Revolver en diafragma (welk gedeelte vd microscoop)
    revolver valt onder mechananische en diafragma onder optische gedeelte
  22. Wat is aqua destillata en hoe maak je het
    Gedestilleerd water; condens van gekookt water opvangen en afkoelen
  23. Bevat gedemineraliseerd water nog mineralen, bacteriën en schimmels?
    Geen mineralen, maar kan nog wel bacteriën en schimmels bevatten
  24. Is fysiologisch zout isotoon, hypotoon of hypertoon
    Isotoon
  25. Waarop letten bij centrifugeren van bv 3 urines
    Centrifugerotor moet in balans staan door indien nodig nog extra buis te plaatsen
  26. Gebruikte naalden in naaldenbeker of gelijk in groot vat voor gecontamineerd afval
    In naaldenbeker; daarna indien vol in zijn geheel in vat voor gecontamineerd afval
  27. Waarvoor dienen mm-streepjes op kruistafel vd microscoop
    Kunnen dienen als coördinaten voor het terugvinden van bv cellen in een diff.preparaat
  28. Wat is residu bij het filtreren van vloeistof
    De achtergebleven stoffen op het filter
  29. Wat is filtraat bij filtreren van vloeistof
    De heldere vloeistof die door het filter gelopen is
  30. Enkele bestanddelen die normaal in urine worden aangetroffen
    Ureum, creatinine, urinezuur, natrium, kalium, chloor en fosfaat
  31. Wat is diurese, polyurie, anurie  en oligurie
    • Diurese=uitscheiding van urine
    • Polyurie=verhoogde urine uitscheiding
    • Anurie=tijdelijk onvermogen vd nier om urine te lozen
    • Oligurie= verlaagde urine uitscheiding
  32. Nadeel van onderzoek in ochtendurine
    Het missen van een lichte diabetes, door het over het hoofd zien van glucose
  33. Voordeel van onderzoek in ochtendurine
    Door de vrij sterk geconcentreerde urine kan de bepaling van de s.m. bijdragen tot de beoordeling de nf en onderzoek op nitriet en zwangerschap zullen eerder opvallen
  34. Voordeel onderzoek in verse urine
    Kleur en zuurgraad zijn nog niet veranderd, minder last van troebelingen door bacteriën of zoutneerslagen, geen gistontwikkeling waardoor geen verwarring met ery's in het sediment, het evt. aanwezige aceton is nog niet vervluchtigd en urobilinogeen is nog niet omgezet in urobiline door zuurstof
  35. Welke onderzoekingen behoren tot het fysisch urine onderzoek
    De hoeveelheid - kleur - helderheid- geur
  36. Welk urine onderzoek wordt gerekend tot het microscopisch onderzoek
    Onderzoek naar bestanddelen in het urinesediment
  37. Hoe 24-uurs urine verzamelen
    Bv 7 tot 7 uur: 1e ochtendurine uitplassen; rest up verzamelen over gehele 24 uur met daarbij de 1e ochtendurine vd aansluitende dag erbij
  38. Waarop letten bij afmeten 24-uurs urine in een maatcilinder
    Dat de maatcilinder groot genoeg is voor de hoeveelheid verzamelde urine. bv 750 ml in 1000 ml maatcilinder
  39. Wat is de kleur van normale urine en waardoor wordt dit veroorzaakt
    Helder geel van kleur en zijn afgeleid van bloed en galkleurstoffen
  40. Wanneer noemt men een versgeloosde urine pathologisch
    Pathologische urine is een urine die troebel wordt geloosd, ammoniakaal ruikt en bovendien vaak alkalisch is.
  41. Waardoor kan de troebeling in urine worden veroorzaakt
    Bacterien, epitheelcellen, ery's, leuko's, vet, onopgeloste zouten

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview