asop engels zin 1-55

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
209995
Filename:
asop engels zin 1-55
Updated:
2013-04-03 04:41:27
Tags:
engels zinnen asop zin 55 Simone
Folders:

Description:
oefenzinnen grammatica 1 - 55
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. zij voelt zich elke morgen misselijk
    she feels sick every morning
  2. wat doe je hier? wat denk je? ik ben een paar rontegenfoto's aan het bijkene.
    what are you doing? what do you think? I am looking at some X-rays.
  3. ze klaagt zelden.
    she seldom complains.
  4. ze klaagt weer over pijn in de onderbuik.
    she is complaining again of abdominal pain.
  5. wat denkt je huisarts ervan?
    what's your GP's opion?
  6. waar is mevrouw de Hartog? Ze kijkt tv in de recratiekamer.
    Where is Mrs de Hartog? She is watching tv in the recration room.
  7. Ze kijkt elke zaterdag naar de Engelse serie Casualty.
    Every Saturday she watches the English television series Casualty.
  8. De bezoekers verlaten net het ziekenhuis.
    The visitors are just leaving the hospital.
  9. gewoonlijk werkt de plastisch chirug hier op dinsdag en donderdag; maar deze week werkt hij in St Mark's Hopsital.
    The plastic surgeon usually works here on Tuesday and Thursdah; but this week he is working in the St Marks's Hospital.
  10. Ik zoek de hoofdzuster.
    I am looking for the sister.
  11. ze neemt net een douche. Ze neemt altijd een douche voordat ze naar huis gaat.
    She's just taking a shower. She always takes a shower before she goes home.
  12. Hij neemt haar temperatuur op.
    He's taking her temperature.
  13. Ik voel me niet lekker
    I don't feel well.
  14. Ze heeft geen goede tanden.
    She doesn't have good teeth.
  15. ze willen het niet riskeren.
    They don't want to risk it.
  16. Ze rookte sigaretten per dag.
    She smoked cigarettes a day. 
  17. Haar man bezocht haar elke dag.
    Her husband visited her every day.
  18. De huisarts verwees hem naar een fysiotherapeut.
    The GP referred him to the physiotherapist.
  19. Hij viel en bezeede zijn schouder.
    He fell an hurt his shoulder.
  20. Toen ik binnenkwam was hij net een patient aan het onderzoeken.
    when I cme in he was just examining a patient.
  21. De wond bloedde nog steeds.
    The wound was still bleeding.
  22. Om zus uur was ik nog aan het werk.
    At six o'clock I was still working.
  23. Wist je dat ze problemen had met haar nieren.
    Did you know that she was having problems with her kidneys?
  24. Waar was je? Ik was de bedden aan het opmaken.
    Where were you? I was making up the beds.
  25. Natuurlijk werd ik lelijk verkouden.
    Of course I caught a bad cold.
  26. Gelukkig werd ik niet verkouden.
    Gladfully I did not catch a cold.
  27. Mijn broer ging vorige week het ziekenhuis in.
    Last week my brother went into hospital.
  28. Hij vertelde me dat hij medicijnen studeerde.
    He told me that he was studying medicine.
  29. Ik zag haar afgelopen woensdag in de polikliniek.
    Last Wednesday I saw her in the Outpatient Department.
  30. Hoewel ze pijn had, wilde ze niet onderzocht worden.
    Although she was in pain she did not want to be examined.
  31. wat is er met je voet gebeurd? Ik heb mijn enkel verstuikt.
    What has happened to your foot?I have sprained my ankle.
  32. Heb je ooit kinkhoest gehad?
    Have you ever had the whooping cough?
  33. De pijn is langzaam maar zeker erger geworden.
    The pain has steadily gotten worse
  34. Geen wonder dat u zich weer duizlig voelt. U heeft net 3 uur tv zitten kijken.
    No wonder that you are feeling dizzy again. You have just been watching television for three hours!
  35. In de operatiekamer is een team van chirugen aan een moeilijke operatie begonnen.
    A team of surgeons has started a difficult operation in the operating room.
  36. Ze heeft net een kleine operatie aan haar voet ondergaan. Het duurde maar een half uur.
    She has just undergone a minor operation on her foot. It only took half an hour.
  37. Ik kan echt niet zien dat je 3 kilo bent afgevallen.
    I really cannot see that you have lost three kilos.
  38. Zij lijdt waarschijnlijk aan anorexia nervosa; zij heeft al vier dagen niets gegeten.
    She is probably suffering from anorexia nervose. she has not eaten for four days.
  39. Ik heb 2 uur bij de bushalte op je staan wachten.
    I have been waiting for two hours for you at the bus stop!
  40. De KNO-arts heeft hem net een injectie gegeven om de pijn te verlichten.
    The ENT specialist has just given him an injection in order to relieve the pain.
  41. Zijn huisarts geloofde hem niet toen hij zei dat hij 3 kilo was afgevallen.
    His GP did not believe him when he said that he had lost 3 kilos.
  42. Ik had de tabletten al ingenomen toen ik besefte dat het de verkeerde waren.
    I had already taken the tablets when i realised that they were the wrong ones.
  43. Zij was nooit eerder op de kraamafdeling geweest.
    She had never been to the maternity ward before.
  44. De hersenchirug was doodmoe ; hij was acht uurlang aan het opereren geweest.
    The brain surgeon was dead on his feet; he had been operating for eight hours.
  45. Zijn vrouw had onmiddelijk een ambulance gebeld; maar op weg naar het ziekenhuis was hij gestorven.
    His wife had immediately called an ambulance; however he died on his way to (the ) hospital.
  46. Hij gaat morgen het ziekenhuis in.
    He is going into hospital tomorrow.
  47. Ik zal u naar de orthopedische chirug sturen; ik zal hem vragen uw been te bekijken een een rontgenfoto te maken.
    I will refer you to the orthopaedic surgeon; I will ask him to examine your leg and to make an X-ray.
  48. Ik kom over twee minuten terug.
    I will be back in two minutes.
  49. Ik ben niet van plan overuren te maken.
    I don't intend to work overtime.
  50. Heb je een afspraak gemaakt met je tandarts? Nee, hij zit op Hawaii en komt niet meer terug.
    Have you made an appointement with your dentist? No he is in Hawaii and he will not come back.
  51. Over een dag of twee voel je je waarschijnlijk veel beter.
    Within a day or two you will probably feel a lot/much better.
  52. Ze beloofden hem dat ze zijn been niet zouden amputeren.
    They promised him that they would not amputate his leg.
  53. Ik zoek mijn bril. Heb jij hem ergens gezien?
    I am looking for my glasses. Have yu seen them anywhere?
  54. Waar is mijn korte broek?
    Where are my shorts?
  55. De omgeving van het ziekenhuis is niet erg mooi.
    The surroundings of the hospital are not very beautifull.
  56. We hebben een nieuwe weegschaal nodig.
    We need some new scales
  57. Ik heb net twee pyjama's gekocht.
    I have just bought 2 pyjamas

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview