ASOP Mt pathologie 10

Card Set Information

Author:
ecsinteur
ID:
220656
Filename:
ASOP Mt pathologie 10
Updated:
2013-05-22 06:52:29
Tags:
ASOP Mt pathologie 10
Folders:

Description:
ASOP Mt pathologie 10
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user ecsinteur on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. hypnoticum
    slaapmiddel
  2. hypofunctie
    verminderde werking
  3. hypoglycemie
    te laag bloedsuikergehalte
  4. hypoplasie
    onvoldoende groei en ontwikkeling
  5. hypopnoe
    te oppervlakkige ademhaling
  6. hypotensie
    te lage bloeddruk
  7. hypothyreoïdie
    te zwakke werking van de schildklier
  8. hypotonie
    te geringe spanning
  9. hypoxie
    te weinig zuurstof in weefsels
  10. hysterectomie
    operatieve verwijdering van de baarmoeder
  11. icterus
    geelzucht
  12. ileum
    kronkeldarm (deel van de dunne darm)
  13. ileus
    passagebelemmering in de darm, darmverstopping
  14. immobilisatie
    onbeweeglijk maken
  15. immunisatie
    het onvatbaar maken tegen een ziekte
  16. immuniteit
    onvatbaarheid/ verminderde vatbaarheid
  17. impetigo vulgaris
    bacteriële, puisterige huiduitslag
  18. implantatie
    het inbrengen van levend weefsel om het daar vast te laten groeien
  19. impotentia
    onvermogen
  20. impotentia coeundi
    onvermogen vd man om de geslachtsdaad te verrichten
  21. impotentia generandi
    onvermogen vd man om te bevruchten
  22. in situ
    ter plaatse
  23. incidentie
    het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een bepaalde populatie in een bepaalde periode
  24. incisie
    insnijding, snede
  25. incontinentia/ incontinentie
    onvermogen om urine (of faeces) bij zich te houden
  26. incontinentia urinae
    onvrijwillige urinelozing
  27. incubatietijd
    de tijd die loopt vd besmetting tot het uitbreken vd eerste verschijnselen van een infectieziekte
  28. indicatie
    aanwijzing tot bepaalde behandelingen
  29. indigestie
    spijsverteringsstoornis
  30. infarct
    weefselversterf door embolie of trombose
  31. infaust
    ongunstig
  32. infectie
    het vermeerderen en verspreiden van ziekteverwekkers in het lichaam
  33. infiltraat
    door ontstekingsproducten gezwollen weefsel
  34. influenza
    griep
  35. infusie
    ingieting, infuus
  36. infuus
    het toedienen van vloeistoffen of bloed onder de huid, in bloedvaten of lichaamsholten
  37. injectie
    inspuiting
  38. inoperabel
    niet meer te opereren
  39. inspiratie/ inspirium
    inademing
  40. insufficientia
    ontoereikendheid, insufficiëntie, onvoldoende werking
  41. insuline
    hormoon dat de hoeveelheid suiker in het bloed verlaagt
  42. insult
    aanval, onder andere van epilepsie
  43. integraal
    geheel
  44. intern
    inwendig
  45. intestina
    ingewanden
  46. intoxicatie
    vergiftiging
  47. intra
    in, binnen
  48. intra-arterieel
    in een slagader
  49. intra-cutaan
    in de huid

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview