ASOP Triage deel 2

Card Set Information

Author:
Anubie
ID:
221894
Filename:
ASOP Triage deel 2
Updated:
2013-06-23 09:20:18
Tags:
ASOP Triage deel
Folders:

Description:
ASOP Triage deel 2
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anubie on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Uit welke 2 delen bestaat het centrale zenuwstelsel?
    • Hersenen
    • Ruggemerg
  2. Uit welke 4 onderdelen bestaan onze hersenen?
    • Grote hersenen
    • Kleine hersenen
    • Tussenhersenen
    • Hersenstam
  3. Waar bevindt zich myeline?
    In zenuwel: rond axon
  4. In welke 2 delen is ons zenuwstelsel functioneel in te delen?
    • Onwillekeurig
    • Willekeurig
  5. Hoe wordt ons centrale zenuwstelsel beschermd?
    • Schedel en wervels
    • Hersenvocht
    • Hersenvliezen
  6. Wat is de functie van ons zenuwstelsel?
    • Reageren op prikkels
    • Aansturing organen, spieren, klieren
    • Reguleren temp, groei, ontwikkeling
    • Psychische functies
  7. Wat is het verschil tussen een CVA en TIA?
    • CVA is blijvende schade
    • TIA is voorbijgaand (binnen 24 uur)
  8. Waarom moet iemand met een vermoedelijk CVA zo snel mogelijk naar het ziekenhuis?
    • CT-scan maken, keuze wel of geen trombolyse
    • (bloedig of niet-bloedig hersenletsel)
  9. Noem 3 kenmerken van de hoofdpijn bij clusterhoofdpijn
    • hevig
    • kortdurend/aanvalsgewijs
    • achter ogen/aan een kant
  10. Noem 3 oorzaken van het ontstaan van epilepsie
    • tumor
    • trauma
    • vergiftiging
    • ontsteking
  11. Noem 4 symptomen die kunnen optreden bij de ziekte van Parkinson
    • Bevingen
    • Maskergelaat
    • Veranderde psyche
    • Depressie
  12. De precieze oorzaak van MS is onbekend. Wat weten we wel wat er aan de hand is?
    Aantasting van de myelineschede vd neurieten
  13. Iemand wordt opgenomen met een `trauma capitis'. Wat houdt dat in?
    Alle verwondingen aan hoofd/hersenen zonder bewusteloosheid of geheugenverlies
  14. Wat is het verschil tussen een hersenschudding en een hersenkneuzing?
    Hersenschudding: minder dan 15 minuten bewusteloos, geheugenverlies minder dan een uur. > 15min of > 1 uur: hersenkneuzing
  15. Wat is het nederlandse woord voor meningitis?
    hersenvliesontsteking
  16. Noem 2 oorzaken voor het ontstaan van meningitis
    • Bacterie
    • Virus
  17. Welke hoofdpijn is reden tot grote spoed? Noem een paar alarmsymptomen.
    • Acuut heftigheid
    • Nooit eerder gehad
    • Petechien
    • Zieke indruk
    • Bewusteloosheid
    • Zwangerschap
    • Schedeltrauma
  18. Wat is de oorzaak van een TIA?
    Afsluiting of vernauwing van een bloedvat in de hersenen door kleine stolsels vanuit halsslagaders of hart
  19. Noem symptomen die kunnen wijzen op problemen met spijsverteringsstelsel
    • obstipatie/diarree
    • geel zien
    • braken
    • bloed bij ontlasting
    • gewichtsverlies
    • moeheid
    • zuurbranden
    • gebrek aan eetlust
    • harde/opgeblazen buik
  20. Bedenk een aantal slokdarmaandoeningen
    • trauma
    • chemische oorzaak (zuur, alcohol)
    • maagzuurreflux
    • ontsteking
    • slokdarmspasme
    • varices
    • tumor
  21. Symptoom: zwarte ontlasting.
    Wat zegt dit?
    Noem 3 aandoeningen
    • Mogelijk bloeding hoog in spijsverteringskanaal
    • Oesofagusvarices, maagbloeding, ulcus maag, neusbloeding, gastritis
  22. Ileus.
    Wat betekent dit?
    Darmafsluiting door o.a. vernauwing of knik
  23. Noem 4 functies van de lever
    • Stofwisselingsfunctie (aanleveren voedingsstoffen via poortader, omzetten eiwitten, vetten, koolhydraten, glucose)
    • Galproductie (emulgeren van vetten)
    • Ontgiftende werking (afbraak/omzetting stoffen, bij medicatie: `first pass effect')
    • Opslag (glycogeen, vitamine, mineralen)
    • Warmte/bloeddepot
  24. Iemand heeft stopverfkleurige ontlasting. Wat zegt dit?
    Geen bilirubine in de ontlasting, door afsluiting in de galwegen.
  25. Welke aandoeningen vallen onder IBD?
    • ziekte van Crohn
    • colitis ulcerosa
  26. Noem 3 oorzaken van pancreatitis
    • Infectie
    • Afsluiting galwegen
    • Overmatig gebruik alcohol/medicatie
  27. Wat verstaan we onder koliekpijn?
    Noem 3 oorzaken
    • "Kramptoestand in hol orgaan". Aanvalsgewijs, heftige pijn, bewegingsdrang
    • Galstenen
    • Nierstenen
    • Spastische darm
    • Ileus
  28. Wat zijn risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten?
    • roken
    • overgewicht
    • alcohol/drugs/medicatie
    • te weinig beweging
    • aanleg
    • ongezonde voeding
  29. Wat is Hi en AP?
    • Hi=hartinfarct, deel hartspier sterft af door zuurstoftekort
    • AP=pijn op de borst
  30. Wat is oorzaak van hoge bloeddruk
    meestal onbekend (ECI)
  31. wat betekent cardiomyopathie
    hartspierziekte, afwijking aan hartspier
  32. wat is de werking van nitroglycerine (NTG) tablet of spray onder de tong?
    vaatverwijding (kransslagaders)
  33. wanneer is sprake van anemie
    Hb onder de 6.0
  34. wat betekent trombose?
    vorming van trombus (bloedklontering) in bloedvat, op wand
  35. wanneer spreken we van een embolie
    losgeschoten trombus (meestal uit beenader) die vastloopt in een kleiner vat (vaak longen) en daar verstopping veroorzaakt
  36. noem 4 oorzaken van een anemie
    • Bloeding
    • Ijzergebrek
    • Vit.B12/FZ-tekort
    • Verhoogde afbraak
  37. Noem 3 risicofactoren voor ontstaan trombose
    • boezemfibrilleren (trage bloedstroom)
    • lang stilzitten, -liggen (bv na OK)
    • zwangerschap
  38. Wat is de oorzaak (90%) van een blaasontsteking?
    Bacteriele infectie
  39. Waarom komt blaasontsteking meest voor bij vrouwen?
    korte urinebuis, dichterbij anus
  40. noem aantal predisponerende factoren voor krijgen van blaasontsteking
    lage weerstand, bedlegerig, blaascatheter, diabetes, zwangerschap, urineretentie
  41. wat zijn de symptomen van een blaasontsteking
    • troebele, stinkende urine
    • pijn bij plassen
    • kleine beetjes plassen
    • soms koorts
    • pijn onderbuik
    • hematurie
  42. De ureter vervoert urine:
    A. vanuit de blaas naar buiten
    B. van nefron naar nierbekken
    C. geen van bovenstaande
    D. van het nierbekken naar de blaas
    D.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  43. Van buiten naar binnen vinden we in een doorsnede van de nier:
    A. bekken; merg; schors
    B. schors; merg; bekken
    C. schors; nefronen; bekken
    D. merg; schors; bekken
    B.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  44. Hoeveel liter voorurine (primaire urine) wordt onder normale omstandigheden per etmaal geproduceerd:
    A. 180 liter
    B. 100 liter
    C. 1.5 liter
    D. 18 liter
    A.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  45. Hoeveel liter urine wordt onder normale omstandigheden per etmaal geproduceerd:
    A. 1.5 liter
    B. 1 liter
    C. 300ml
    D. 2 liter
    A.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  46. De bijnieren hebben tot taak:
    A. de urine te controleren
    B. bij te springen als de nieren zwaar belast worden
    C. de werking van de nieren rechtstreeks te regelen
    D. bepaalde hormonen produceren
    D.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  47. Glucose komt normaliter voor in:
    A. voorurine en urine
    B. geen van bovenstaande is juist
    C. bloed en urine
    D. bloed en voorurine
    D.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  48. De urine gaat door de ureters onder invloed van:
    A. zowel a en b
    B. de zwaartekracht
    C. drukverschil
    D. peristaltiek
    D.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  49. De vloeistof die zich in het nierbekken verzameld is:
    A. urine die naar de blaas wordt afgevoerd
    B. urine die in het nierbekken wordt gezuiverd
    C. bloed dat in het nierbekken gezuiverd wordt
    D. bloed dat van alle afvalstoffen gezuiverd is
    A.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  50. Wat zijn hormonen?
    Stoffen geproduceerd door klieren, boodschapper- en signaalstof, regelend functie in o.a. stofwisseling
  51. Noem 6 hormoonklieren
    • Schildklier
    • Bijnier
    • Pancreas
    • Hypofyse
    • Hypothalamus
    • Geslachtsorganen
  52. Wat is het verschil tussen endocriene en exocriene klieren
    • Endocrien: afgifte product aan bloed/weefselvloeistof
    • Exocrien: via afvoerbuis afgifte rechtstreeks aan lichaamsoppervlak
  53. Via welk orgaan wordt verbinding gelegd tussen zenuw- en hormoonstelsel?
    Hypothalamus
  54. Wat wordt er geproduceerd in de bijnieren?
    • Aldosteron
    • Cortisol
    • Adrenaline
    • Noradrenaline
  55. Wat wordt er geproduceerd in de schildklier?
    Schildklierhormoon (T3 en T4)
  56. Wat wordt geproduceerd in de pancreas?
    • Glucagon
    • Insuline
  57. Wat is de oorzaak van diabetes mellitus?
    Tekort aan insuline (relatief of absoluut)
  58. Wat is de normaalwaarde van bloedsuiker?
    Tussen 4 en 8, 2 uur na maaltijd onder de 8
  59. Noem een aantal oorzaken van hyperglycemische ontsporing
    • Te veel eten
    • Te weinig insuline of verkeerde insuline
    • Te weinig bewegen
    • Koorts en onstekingen
  60. Noem een aantal oorzaken van hypoglycemische ontsporing
    • Te weinig eten/te laat eten
    • Te veel insuline
    • Te veel inspanning
    • Alcohol
  61. Noem een aantal symptomen van een hypo
    • Trillen, flauwvallen, duizelig
    • Zweten
    • Verward, agressief, coordinatiestoornissen
    • Geeuwen, hongergevoel
    • Dronkemansloop
  62. Noem een aantal symptomen van een hyper
    • Dorst (door polyurie)
    • Afvallen (door verbranding vet)
    • Acetonlucht (uitscheidingsproducten)
    • Moe, jeuk, misselijk, braken
  63. Wat zijn de complicaties van DM op lange termijn
    • - vaatlijden:
    • kleine vaten -> nieren en ogen
    • grote vaten -> atherosclerose (mn coronair, hersenen, iliacaal vaten)
    • - zenuwen:
    • polyneuropathie (mn handen en voeten)
    • verminderd pijngevoel
    • verminderde wondgenezing (door verminderde bloedtoevoer)
  64. Noem 3 oorzaken van diabetische voetafwijkingen
    • zenuwaandoening
    • doorbloedingsprobleem
    • verminderde wondgenezing
  65. Beschrijf de weg die de zaadcel aflegt bij de man
    Zaadbal - bijbal - zaadleider - (door prostaat) - urethra
  66. Noem 3 complicaties van de SOA `chlamydia'
    • EUG (buitenbaarmoederlijke zwangerschap)
    • onvruchtbaarheid
    • vernauwing urethra
    • oogontsteking (uveitis)
    • man: ontsteking bijbal
  67. Gonorroe is een SOA en een infectieziekte. Wat is de oorzaak en hoe vindt besmetting plaats?
    • Bacterie: gonokok
    • Besmetting door seksueel contact
  68. Wat is de functie van de prostaat en noem 2 prostaataandoeningen
    • Toevoegen vocht aan sperma en afsluiten zaadleider bij plassen
    • Prostaathypertrofie
    • Prostaatkanker
  69. Wat betekent een verdenking `torsio testis' en waarom moet deze persoon snel naar het ziekenhuis?
    Draaiing testis om de zaadstreng, gevaar is afsterving (6-12 uur) van testis omdat bloedtoevoer is geblokkeerd
  70. Wanneer moet een kind met buikpijn met spoed door een dokter worden beoordeeld
    nog opzoeken: triage p. 63 U2 en U3
  71. Kinderziektes met vlekjes, zijn deze onschuldig?
    Meeste wel. Als er sprake is van petechiƫn kan het meningitis zijn
  72. Wat is de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker?
    virus (HPV)
  73. Een incubatietijd van twee weken, wat houdt dat in?
    Twee weken tussen besmetting en optreden eerste ziekteverschijnselen
  74. Wat zijn de alarmsymptomen voor een verdenking meningitis? Noem er 4
    • PetechiĆ«n
    • Nekkramp (hoofd niet kunnen buigen/wel draaien)
    • Bij baby's: luierpijn
    • Hoofdpijn
    • Snel verloop
    • Sufheid
  75. Wanneer adviseer je ouders met een kind met koorts opnieuw contact op te nemen?
    • Als het langer dan 3 dagen duurt
    • Als het kind erger ziek wordt (suf, benauwd, braken, vlekjes, diarree, slechter drinken, minder natte luiers)
    • Als koorts binnen dezelfde koortsperiode opnieuw oploopt

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview