Vocabulaire in lijst.txt

Card Set Information

Author:
LB
ID:
224260
Filename:
Vocabulaire in lijst.txt
Updated:
2013-06-18 08:26:09
Tags:
FRA
Folders:

Description:
examen 2
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user LB on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Y mettre du sien
    Er iets van jezelf insteken, bijdragen
  2. Une russite
    Een succes
  3. Prendre de bonnes rsolitions
    Goede voornemens nemen
  4. Tenir sa promesse
    Belofte houden
  5. tre essouffl
    Buiten adem zijn
  6. Le souffe
    De adem
  7. Tenir le coup
    Volhouden
  8. Marquer un but
    Een doelpunt maken
  9. Performant
    Krachtig
  10. Une performance
    Een krachtvermogen
  11. Cesser de
    Stoppen met
  12. tre due
    Teleurgesteld zijn
  13. Dcevoir
    Teleurstellen
  14. La dception
    De teleurstelling
  15. Parmi
    Tussen
  16. Au gr des
    naar gelang, volgens
  17. Au sein de
    In
  18. Prmaturment
    Vroeg
  19. L'unique fils
    Enigs kinds
  20. Au travers
    Erdoor heen
  21. Mticuleusement
    Tot in de puntjes
  22. Malgr
    Ondanks
  23. Rtorque
    Een antwoord dienen
  24. Aux fou rires
    De slappe lach
  25. perdument
    Opslag
  26. Ronger
    vreten, knagen
  27. Une insulte
    Een belediging
  28. La classe ouvrire
    De werkende klasse
  29. Engendre
    Veroorzaken
  30. Intitul
    Getiteld
  31. Gerer
    Begeleiden
  32. La rupture
    De breuk
  33. Audacieuses
    Gedurfd
  34. L'hibernation
    Winterslaap
  35. Une corrida
    Een stierengevecht
  36. Une taureau
    Een stier
  37. Un torero
    Een stierengevecht
  38. Torer
    Stierenvechten
  39. La tauromachie
    Het stierenvechten
  40. Un combat
    Een gevecht
  41. Se battre
    Vechten
  42. Se drouler
    Verlopen, plaatsvinden
  43. Une arne
    De piste van een arena
  44. Les arnes
    De arena
  45. Une cape ( de matador)
    Stierenvechterscape
  46. Agiter sa cape
    Zwaaien met de cape
  47. Un bton
    Een stok
  48. Un coup d'pe
    Een zwaardslag
  49. Estimer
    Schatten, vinden
  50. La queue
    De staart
  51. Une rcompense
    Herkenning, beloning
  52. Un sondage
    Een opiniepeiling
  53. Sanglant
    Bebloed, bloederig
  54. Le sang
    Het bloed
  55. Saigner
    Bloeden
  56. Consister
    Bestaan uit
  57. Torturer
    Martelen
  58. La torture
    De marteling
  59. Dnoncer
    Aanklagen
  60. Subventionner
    Subsidiren
  61. Un apprenti
    Een leerling
  62. Vigilant
    Waakzaam
  63. La vigilance
    De waakzaamheid
  64. Une envie
    De zin
  65. Avoir envi de
    Zin hebben in
  66. Grer la peur
    De angst beheersen
  67. La haine
    De haat
  68. Rgner
    Heersen
  69. Se preptuer
    Zich verder zetten
  70. Un participant
    Een deelnemer
  71. Un partisan
    Een voorstander
  72. Un opposant
    Een tegenstander
  73. La touffe de cheveux en ptard
    Een wilde bos haren
  74. La mou boudeuse
    De pruillip
  75. Apprivoiser
    Temmen, leren omgaan met
  76. L'aisance
    Het gemak
  77. Transpercer
    Doorboren
  78. La contrainte
    De verplichting
  79. Le croquis
    De schets
  80. Se dfouler
    Zich uitleven
  81. La rigueur
    De strengheid
  82. Un outil
    Een instument, een werktuig
  83. Intrpide
    Onverschrokken
  84. Griser
    Bedwelmen
  85. Mrir
    Rijpen
  86. Mr
    Rijp
  87. La maturit
    De rijpheid
  88. Envisager
    Van plan zijn
  89. Un porte-parole
    Een woordvoerder
  90. Fidle
    Trouw
  91. La fidlit
    De trouw(heid)
  92. dsormais
    Voortaan
  93. Un btisseur
    Een bouwer, een bouwheer
  94. Btir
    Bouwen
  95. Un btiment
    Een gebouw
  96. Un hritier
    Een erfgenaam
  97. Hriter
    Erven
  98. Un hritage
    Een erfenis
  99. Un neveu
    Een neef
  100. Une nice
    Een nicht
  101. Modifier
    Wijzigen
  102. pris de
    Verliefd
  103. Urbanistique
    Stedelijk, van de stad
  104. Faonner
    Vormgeven, bewerken
  105. Un clat
    De glans
  106. S'lever contre
    Opstandig
  107. Un tube
    Een buis
  108. Entamer
    Starten, beginnen
  109. Un essor
    Welvaart
  110. Convenir
    Volstaan, voldoen
  111. Dsigner
    Aanduiden
  112. L'emporter
    Winnen (van iemand)
  113. Inaugurer
    Inhuldiging, opening
  114. Une inauguration
    Een opening
  115. Un difice
    Een gebouw
  116. Un chantier
    Een werf
  117. Retenir
    Inhouden
  118. Le bicentenaire
    Tweehonderdste verjaardag
  119. Un vestige
    De vestiging
  120. Concevoir
    Ontwerpen
  121. Un losange
    Een ruit
  122. Un triangle
    Een driehoek
  123. Un rectangle
    Een rechthoek
  124. minent
    Opmerkelijk
  125. Une cloison
    En tussenwand
  126. Un prdcesseur
    Een voorganger
  127. Un successeur
    Een opvolger
  128. Une jupe
    Een rok
  129. Une robe
    Een jurk
  130. Un pantalon
    Een broek
  131. Une chemise
    Een hemd
  132. Une blouse
    Een bloes
  133. La pointure
    De schoenmaat
  134. Un ourlet
    Een zoom
  135. Faire un rentr
    Inleggen
  136. Un magasin de vtements
    Een kledingwinkel
  137. Une cabine d'essayage
    Een paskamer
  138. Une carte de fidlit
    Een klantenkaart
  139. Une code secret
    Een pincode
  140. La queue
    Een wachtrij
  141. Passer un jour
    Een daguitstap
  142. Un parc d'attraction
    Een pretpark
  143. Un spectacle
    Een voorstelling
  144. Une poussette
    Een kinderwagen
  145. En-dessous
    Groter
  146. Au-dessus
    Kleiner
  147. Un mdicament
    Een geneesmiddel
  148. Un product de beaut
    Verzorgingsproducten
  149. La pharmacie
    De apotheker
  150. Un pharmacien
    Een apotheker
  151. Un dsinfectant
    Een ontsmettingsmiddel
  152. Un sparadrap
    Een pleister
  153. Des pansements
    Verband
  154. Une prescription
    Een voorschrift
  155. Soulager
    De pijn verlichten
  156. Un sirop contre la toux
    Een hoestsiroop
  157. Des comprims effervescents
    Bruistabletten
  158. Les piqres d'insectes
    Inscetenbeten
  159. Attraper un rhume
    Een verkoudheid hebben
  160. Tousser
    Hoesten
  161. ternuer
    Niezen
  162. Avoir le nez bouch
    Een verstopte neus hebben
  163. Le nez qui coule
    Een loopneus hebben
  164. Avoir de la fivre
    Koorts hebben
  165. Avoir mal la gorge
    Keelpijn hebben
  166. De pastilles contre les maux de gorge
    Keelpastilles
  167. Un mdicament contre les douleurs
    Een pijnstiller
  168. Un cabinet (de consultation)
    De spreekkamer
  169. La visite domicile
    Een huisbezoek
  170. J'ai des nauses
    Ik ben misselijk
  171. En traitement
    In behandeling?
  172. Prendre votre tension
    De bloeddruk meten
  173. Des gouttes
    Druppeltjes
  174. Mdecin de famille
    Huisarts
  175. Cheveux chtains
    Bruin haar
  176. Cheveux boucls
    Krullend haar
  177. Queue de cheval
    Een paardenstaart
  178. Oorringen
    Boucles d'oreilles
  179. L'affolement
    De radeloosheid
  180. Une comptence
    Een bekwaamheid
  181. Un dbouche
    Een toekomstmogelijkheid
  182. Une filire
    Een studierichting
  183. Le hic
    De moeilijkheid
  184. La rigueur
    De strengheid, stiptheid
  185. Une sacrifice
    De opoffering
  186. Un train-train
    Een routine
  187. Hebdomadaire
    Wekelijks
  188. Incontournable
    Overmijdelijk
  189. Ngligeable
    Verwaarloosbaar
  190. Allier
    Combineren
  191. Angoisser
    Benauwd ragen
  192. Bousiller
    Verprutsen
  193. Cerner
    Afbakenen
  194. Cravacher
    Hard werken
  195. Dceler
    Ontdekken, vinden
  196. Effrayer
    Bang maken
  197. En prime
    Op de koop toe
  198. Quitte
    Met het risico te, desnoods door
  199. Engager l'avenir
    Zich binden voor de toekomst
  200. Faire feu de tout bois
    Alle middelen aanwenden
  201. Foncer tte baisse
    Zich halsoverkop in iets storten
  202. Laisser de ct
    Geen aandacht aan geven
  203. Le plus clair de vos journes
    Het grootste gedeelte van de dag
  204. Mettre la main la pte
    Aan de slag gaan
  205. Palper un max de thunes
    Zoveel mogelijk geld binnen rijven
  206. Vivre (se) cent l'heure
    Een hectisch leven leiden
  207. Hmage
    Werkloos
  208. Virer
    Ontslaan
  209. Un pige
    een valsstrik
  210. Quotidien
    Het dagdagelijkse
  211. Un contrat d'apprentissage
    Een leercontract

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview