SpaansBasis5

Card Set Information

Author:
Hammond
ID:
228536
Filename:
SpaansBasis5
Updated:
2013-07-29 17:22:28
Tags:
Woorden
Folders:

Description:
Woorden
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Hammond on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. de acá para allá
    van hier naar daar, onderweg
  2. la estación
    het station
  3. la ferrocarril
    de spoorweg
  4. el billete
    het ticket, het kaartje
  5. ida y vuelta
    heen- en terugreis, retour
  6. hable más despacio
    spreek trager
  7. el tren
    de trein
  8. la vía
    het spoor
  9. venga
    kom! schiet op!
  10. no fumadores
    niet-rokers
  11. fuma
    hij, zij, u rookt
  12. prohibido
    verboden
  13. fumar
    roken
  14. comprendo
    ik begrijp
  15. hablo
    ik spreek
  16. la parada
    de halte
  17. el autobús
    de bus
  18. dicen
    zij zeggen, u zegt (mv)
  19. viene
    hij, zij, het, u komt
  20. las tarjetas
    de (ansicht)kaartjes
  21. la carta
    de brief
  22. allí
    ginds
  23. abajo
    beneden
  24. el buzón
    de brievenbus
  25. hacer
    doen, maken
  26. la foto
    de foto
  27. el río
    de rivier
  28. el sol
    de zon
  29. vienen
    ze komen, u komt
  30. éste
    dit, deze
  31. lleno, -a
    vol
  32. el otro, la otra
    de andere
  33. el hospital
    het ziekenhuis
  34. el coche
    de auto
  35. contento,-a
    tevreden
  36. porque
    omdat
  37. viejo,-a
    oud
  38. esperamos
    we hopen, laten we hopen
  39. el problema
    het probleem
  40. segundo,-a
    tweede
  41. ultimo,-a
    laatste
  42. el mapa
    de landkaart
  43. la autovía
    de autoweg
  44. la gasolinera
    het tankstation
  45. el metro
    de metro
  46. el colegio
    de school
  47. la carretera
    de weg
  48. el semáforo
    het verkeerslicht
  49. si
    als
  50. el final
    het einde
  51. la calle
    de straat
  52. llegamos
    we komen aan
  53. el kilómetro
    de kilometer
  54. por qué?
    waarom?
  55. lento,-a
    langzaam, traag
  56. suficiente
    voldoende
  57. la gasolina
    de benzine
  58. el litro
    de liter
  59. el aceite
    de olie
  60. el motor
    de motor
  61. caliente
    warm
  62. el (teléfono) móvil
    de mobiele telefoon
  63. el taller
    de garage, de werkplaats
  64. me
    mij
  65. da
    hij,zij,het, u geeft
  66. el dolor de cabeza
    de hoofdpijn
  67. lalluvia
    de regen
  68. la policía
    de politie

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview