DSS - Les 2

Card Set Information

Author:
josique
ID:
230384
Filename:
DSS - Les 2
Updated:
2014-01-08 21:32:30
Tags:
DSS Les
Folders:
Dutch
Description:
DSS - Les 2
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user josique on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Thank you (very much)
    • Dank je (wel)
    • Dank u (wel)
  2. Thanks
    Bedankt
  3. You're welcome
    • Graag gedaan
    • Geen dank
  4. Can you spell ......., please?
    • Kunt u......spellen?
    • Kun je......spellen?
  5. How do you spell that?
    Hoe spel je dat?
  6. to send an e-mail
    mailen
  7. to make a call
    bellen
  8. can (to be able to)
    kunnen
  9. to help
    helpen
  10. to access the internet
    internetten
  11. right (directly)
    precies
  12. behind
    achter
  13. the internet cafe(s)
    • het internetcafĂ©
    • de internetcafĂ©'s
  14. silly, stupid
    dom
  15. of
    van
  16. to know
    weten
  17. the e-mail address(es)
    • het e-mailadres
    • de e-mailadressen
  18. to stand
    staan
  19. diary(diaries), calendar(s)
    • de agenda
    • de agenda's
  20. oh no! oh dear!
    o jee!
  21. to lie, to be situated
    liggen
  22. at home
    thuis
  23. information (Directory Enquiries)
    Inlichtingen
  24. operator(s) (female)
    • de telefoniste
    • de telefonistes
  25. to give
    geven
  26. the phone number(s)
    • het telefoonnummer
    • de telefoonnummers
  27. that (demonstrative pronoun)
    die
  28. the name(s)
    • de naam
    • de namen
  29. to spell
    spellen
  30. just a moment
    (een) ogenblijke
  31. engaged (phone line)
    in gesprek
  32. conversation(s), talk(s)
    • het gesprek
    • de gesprekken
  33. then
    dan
  34. later
    straks
  35. or
    of
  36. to send
    sturen
  37. the SMS message(s)
    • het sms'je
    • de sms'jes
  38. the letter(s)
    • de letter
    • de letters
  39. the sound(s)
    • de klank
    • de klanken
  40. the word(s)
    • het woord
    • de woorden
  41. consists of
    bestaat uit
  42. the alphabet
    het alfabet
  43. to have
    hebben
  44. on
    op
  45. full stop(s), point(s), dot(s)
    • de punt
    • de punten
  46. to say
    zeggen
  47. Could you speak more slowly, please?
    • Wil je / Wilt u wat langzamer praten, alsjeblieft/alstublieft?
    • Kun je / Kunt u wat langzamer praten, alsjeblieft/alstublieft?
  48. How do you say that?
    Hoe zeg je dat?
  49. how
    hoe
  50. old
    oud
  51. nearly, almost
    bijna
  52. father(s)
    • de vader
    • de vaders
  53. sister
    • de zus
    • de zussen
  54. well (expression)
    zo
  55. nice, enjoyable
    gezellig
  56. to mean
    bedoelen
  57. really
    eigenlijk
  58. what
    wat
  59. your
    je
  60. address(es)
    • het adres
    • de adressen
  61. to want / to be able to
    willen
  62. could you?
    wil je / wilt u?
  63. a bit
    e.g. Can you speak a bit slower?
    wat
  64. slow(ly)
    langzaam
  65. to talk, to speak
    praten
  66. please
    alsjeblieft/alstublieft
  67. will, shall
    zullen
  68. just
    even
  69. to bring
    brengen
  70. yes, please
    graag
  71. form(s)
    • het formulier
    • de formulieren
  72. surname(s), last name(s)
    • de achternaam
    • de achternamen
  73. first name(s)
    • de voornaam
    • de voornamen
  74. in full
    voluit
  75. house number(s)
    • het huisnummer
    • de huisnummers
  76. house(s)
    • het huis
    • de huizen
  77. postal code(s)/zip code(s)
    • de postcode
    • de postcodes
  78. place(s) (of residence)
    • de (woon)plaats
    • de (woon)plaatsen
  79. date(s) of birth
    • de geboortedatum
    • de geboortedatums
  80. place(s) of birth
    • de geboorteplaats
    • de geboorteplaatsen
  81. country of origin
    het geboorteland
  82. country (countries)
    • het land
    • de landen
  83. nationality(-ies)
    • de nationaliteit
    • de nationaliteiten
  84. sex (gender)
    het geslacht
  85. male/female
    • man/vrouw
    • m/v
  86. man (men)
    • de man
    • de mannen
  87. woman (women)
    • de vrouw
    • de vrouwen
  88. strike out whichever is not applicable
    doorhalen wat niet van toepassing is

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview