SBMO Thema 6

Card Set Information

Author:
einsteinflash
ID:
245173
Filename:
SBMO Thema 6
Updated:
2013-11-06 15:33:10
Tags:
Toets leerstof
Folders:

Description:
Lees goed en denk logisch na!
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user einsteinflash on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat zijn groepsnormen?
    Meestal onuitgesproken gedragsregels die specifiek zijn voor de groep en die voor alle leden van de groep gelden.
  2. Noem 4 groepsnormen.
    • 1. Geven groepsleden duidelijkheid en houvast.
    • 2. Dragen bij aan het behalen van het gemeenschappelijk doel.
    • 3. Maken samenwerking mogelijk.
    • 4. Bevorderen het saamhorigheidsgevoel.
  3. Waarom past men zich aan aan de groepsnormen? noem 4 redenen.
    • 1. Uit angst voor maatregelen of sancties
    • 2. Als gevolg van identificatie
    • 3. Als gevolg van socialisatie
    • 4. Om groepsdoel te bereiken
  4. Welke 8 factoren spelen een rol bij de aanpassing aan groepsnormen?
    • 1. Mate van toegedicht gezag.
    • 2. Mate van unanimiteit in de groep.
    • 3. Grootte van de groep.
    • 4. Status van de groep.
    • 5. Mate van verbondenheid met de groep.
    • 6. Mate van anonimiteit
    • 7. Mate van zelfvertrouwen.
    • 8. Mate van gehechtheid aan opvattingen.
  5. Wat word bedoelt met rollen in dit thema?
    En benoem 2 soorten rollen.
    Verwachting die mensen hebben over gedrag dat iemand in een bepaalde positie moet vertonen.

    • 1. maatschappelijke rollen.
    • 2. groepsrollen.
  6. Benoem 3 soorten groepsrollen en geef de kenmerken per rol.
    1. Taakrollen

    • initiatief nemen
    • informatie geven/vragen
    • een mening geven/vragen
    • coördineren.
    • samenvatten.

    • 2. Procesrollen of relatiegerichte rollen
    • Aanmoedigen, steunen.
    • het formuleren van gedragsregels en procedures.
    • volgen dus meegaan met besluiten van andermans ideeën.
    • uiten van gevoelens.
    • verzoenen.

    • 3. Disfunctionele rollen
    • agressief vijandig gedrag.
    • blokkeren.
    • de clown uithangen.
    • aandacht trekken
    • demonstratief terugtrekken.
    • met stokpaardjes komen.
  7. Wat is een rolconflict en benoem 2 soorten ervan.
    Tegenstrijdige eisen of verwachtingen met betrekking tot de rol die iemand heeft of moet vertonen te onderscheiden in:

    • inter-rolconflict
    • intra-rolconflict
  8. Wat is een inter-rolconflict?
    Dit is een conflict die in de huiselijke situatie voorkomt of in de familie.
  9. Wat is een intra-rolconflict?
    Dit kan een rolconflict zijn met bijv. vrienden op school op de sportvereniging.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview