SOC week 1

Card Set Information

Author:
swakan
ID:
246117
Filename:
SOC week 1
Updated:
2013-11-10 12:14:50
Tags:
SOC week
Folders:

Description:
SOC week 1
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user swakan on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Sociologische verbeeldingskracht is het (leren) relativeren
    Leren het algemene in het bijzondere en het ongewone in het bekende te zien.
  2. Sociologische verbeeldingskracht is
    • Verbanden zien tussen
    • Heden en verleden, hier en elder, het persoonlijke en het algemene.
  3. Hoe moeten we dit inzicht werven? Door ontwikkelen van je eigen:
    sociologische verbeeldingskrachten
  4. Essentieel voor HR dus:
    Inzicht hebben in menselijk gedrag
  5. Waarom is sociologie belangrijk voor jouw (toekomstige) loopbaan?
    HR professionals werken met en voor groepen mensen: de werkgevers, leidinggevenden en personeel
  6. Sociologie als praktijkgerichte wetenschap: (3)
    • - Levert een beijdrage aan de totstandkoming van wetten en (overheids-) beleid.
    • - Draagt bij aan de ontwikkeling van instrumenten voor doelgerichte sociale interventie.
    • - De resultaten kunnen weer dienen als input voor verdere ontwikkeling van de theorie.
  7. Sociologie als theoretische wetenschap: (2)
    • 1 Een op objectieve wijze uitgevoerde studie van de organisatie en de betekenisgeving van de menselijke interactie op mico- meso en macroniveau.
    • 2 gericht op het leveren van een bijdrage aan de bestaande theoretische kennis.
  8. Afhankelijk van het sociologisch perspectief
    4 stromingen:
    • 1 Interpretatief symobolisch interactionisme
    • 2 Rationeel sociale ruiltheorie
    • 3 Kritisch conflictsociologen
    • 4 Positivistisch structureelfunctionalisme
  9. Inzicht krijgen in (delen van de ) samenleving d.m.v. onderzoek in de praktijk. Gebaseerd op een bepaald theorische perspectief kiezen voor een bepaald type onderzoek, afhankelijk van de onderzoeksvraag. Soorten onderzoeken: (3)
    • 1 Positivistisch (Juridische methode waarbij men zich uitsluitend aan de wettekst houdt)
    • 2 Interpretatief (vertolkend)
    • 3 Kritisch
  10. Doel van sociologie?
    Inzicht krijgen in (delen van de) samenleving
  11. Wetschappelijke kennis is dus niet statisch maar
    dynamisch en voortdurend in ontwikkeling.

    Maar wel verbonden aan de 'wetenschappelijke spelregels.
  12. Wetenschappelijke en dus ook sociologische kennis ontstaat  omdat men een zich in de werkelijkehdi voordoend verschijndel/fenomeen niet kan verklaren.  In andere woorden
    niet begrijpt.
  13. Hoe vergaren mensen kennis? (algemeen)
    • Via Geloof of opvattingen. Niet geloven is op zich ook een geloof.
    • Via ervaring en deskundigheid.
  14. MARCO naar MICRO
    Het sociale handelen van mensen wordt bepaalt door: (4)
    • De maatschappij waarin zij leven (Structuur/cultuur)
    • De organisaties waarbinnen zij werken structuur/cultuur)
    • De groepen waar zij deel van uitmaken (primaire en sec. socialisatie)
    • De mensen met wie zij omgaan (the looking-glass zelf)
  15. MICRO naar MACRO
    Mensen creëren maatschappijen via: (2)
    • Sociale structuur
    • Cultuur
  16. MICRO naar MACRO
    Mensen creëren organisaties via: (1)
    Formeel / informeel.
  17. MICRO naar MACRO
    Mensen creëren groepen o.a. via: (1)
    Primaire en secundaire groepen: groepswaarden en groepsnormen
  18. MICRO naar MACRO
    Mensen creëren mensen o.a. via: (4)
    • 1 Stereotypen
    • 2 Vooroordelen
    • 3 Discriminatie
    • 4 Self-fulling / self-denying prophecy
  19. Van MACRO naar MICRO
    Sociale structuren en cultuur
    Oefenen voortdurend invloed uit op het handelen van mensen. Zo bepalend: (4)
    • - Maatschappijen en het gedrag van burgers
    • - Organisaties het gedrag van werknemers en werkgevers
    • - Groepen van gedrag van 'leden' en 'niet leden'
    • - Mensen mensen
  20. Van MICRO naar MACRO
    construeren hun eigen werkelijkheid en creëren: (4)
    • 1 Mensen
    • 2 Groepen
    • 3 organisaties
    • 4 Maatschappijen
  21. Van MICRO naar MARCO

    Wat doen mensen?
    Dagelijks contact=
    tijdens dat contact=
    geven betekenis=
    • Dagelijks contact=interactie
    • tijdens dat contact=beïnvloeding
    • geven betekenis= interpretatie
  22. Sociologie bestudeerd de invloed van al deze factoren (5) op groepen individuen. Welke factoren? PCoFFerS
    • 1 Fysieke factoren
    • 2 Psychische factoren
    • 3 Cultureel/spirituele factoren
    • 4 Fysiek geografische factoren
    • 5 Sociale factoren
  23. Wat betekend sociologie?
    De wetenschap of leer die gericht is op de menselijke samenleving en alles wat daarmee in verbinding staat

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview