DSS - Les 5.txt

Card Set Information

Author:
josique
ID:
248488
Filename:
DSS - Les 5.txt
Updated:
2014-01-08 21:32:07
Tags:
DSS Les
Folders:
Dutch
Description:
DSS-Les 5
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user josique on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Pub(s)
    Bar(s)
    • Het café
    • Het cafés
  2. Shall we...?
    Zullen we....?
  3. Ok
    Oké
  4. Glass
    Het glas
  5. Red
    • Rood
    • Rode
  6. Wine
    De wijn
  7. Waitress
    Juffrow
  8. Glass(es) of beer
    • Het pilsje
    • De pilsjes
  9. Party (parties)
    • De borrel
    • De borrels
  10. To organize a get-together
    Een borrel geven
  11. It's your birthday
    Je bent jarig
  12. Yes, that's nice
    Ja leuk
  13. Should I
    Zal ik
  14. To invite
    Uitnodigen
  15. P.p. of uitnodigen
    Uitgenodigd
  16. Past tense of uitnodigen
    Nodigde uit
  17. Nice(ly)
    Aardig
  18. Oh no
    Hè nee
  19. Well, no
    Nou nee
  20. So
    In a minute
    Zo
  21. Pleasant (personality)
    Sympathiek
  22. But I do
    Ik wel
  23. Used to contradict a negation
    Wel
  24. Let's (go)
    Laten we (gaan)
  25. Bus(ses)
    • De bus
    • De bussen
  26. Still
    Nog
  27. To do the shopping
    Boodschappen doen
  28. Tonight
    Vanavond
  29. Visitors
    Het bezoek
  30. Supermarket(s)
    • De supermarkt
    • De supermarkten
  31. To like
    To love
    Houden van
  32. P.P. of houden
    Gehouden
  33. Past tense of houden
    Hield
  34. Fish
    De vis
  35. Not really
    Niet zo erg
  36. Very
    Erg
  37. Moreover
    Ook
  38. I'd rather not eat meat
    Ik eet liever geen vlees
  39. Meat
    Het vlees
  40. Actually
    Trouwens
  41. Cheese
    De kaas
  42. To make
    Maken
  43. P.P of maken
    Gemaakt
  44. Past tense of maken
    Maakte
  45. Pasta
    De pasta
  46. Idea(s)
    • Het idee
    • De ideeën
  47. Vegetables
    De groente
  48. Salad
    Lettuce
    De sla
  49. Tomato(es)
    • De tomaat
    • De tomaten
  50. Onion(s)
    • De ui
    • De uien
  51. The potato
    • De aardappel
    • De aardappelen / De aardappels
  52. The fruit
    Het fruit
  53. apple(s)
    • De appel
    • De appels
  54. Orange(s) [fruit]
    • De sinaasappel
    • De sinaasappels
  55. Lemon
    • De citroen
    • De citroenen
  56. Pop(s)
    Fizzy drink(s)
    • De frisdrank
    • De frisdranken
  57. Butter
    De boter
  58. Egg(s)
    • Het ei
    • De eieren
  59. Milk
    De melk
  60. Biscuit(s)
    Cookie(s)
    • Het koekje
    • De koekjes
  61. All
    Alles
  62. Dessert(s)
    • Het toetje
    • De toetjes
  63. Ice
    Ice cream
    Het ijs
  64. Delicious
    Lekker
  65. hi!
    hoi!
  66. to come in
    binnenkomen
  67. past tense of binnenkomen
    kwam binnen
  68. P.P. of binnenkomen
    binnengekomen
  69. be careful
    pas op
  70. eyeglasses
    • de bril
    • de brillen
  71. I am sorry
    Sorry
  72. here you are
    • alsjeblieft
    • kijk eens
  73. what....?
    wat een....?
  74. beautiful
    mooi(e)
  75. flower(s)
    • de bloem
    • de bloemen
  76. beer
    • het bier
    • de pils
  77. a cold drink
    a fizzy drink
    iets fris
  78. fresh, refreshing
    fris
  79. coffee
    de koffie
  80. tea
    de thee
  81. alcohol
    alcohol
  82. non-alcoholic
    alcoholvrij
  83. I'll have that
    doe dat maar
  84. Possessive Pronouns:
    My
    mijn
  85. Possessive Pronouns:
    Your (sing. inf.)
    • Je
    • Jouw
  86. Possessive Pronouns:
    Your (sing., form.)
    uw
  87. Possessive Pronouns:
    His
    zijn
  88. Possessive Pronouns:
    Her
    haar
  89. Possessive Pronouns:
    our
    • ons (used with het)
    • onze (used with de)
  90. Possessive Pronouns:
    your (plur., inf.)
    jullie
  91. Possessive Pronouns:
    their
    hun

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview