h.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
254
Filename:
h.txt
Updated:
2009-10-14 04:30:47
Tags:
Nederlandse \'h\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. haai; de
    shark
  2. haan; de
    cock (hen)
  3. haar; het
    hair
  4. haard; de
    fireplace
  5. haardvuur; het
    open fire
  6. haas; de
    hare
  7. haast
    haste; hurry; almost
  8. haasten (zich)
    to hurry
  9. hagel; de
    hail
  10. hagelen
    to hail
  11. hak; de
    heel (shoe)
  12. hal; de
    hall
  13. halen
    to get; fetch
  14. hals; de
    neck
  15. halte; de
    stop (bus;tram)
  16. ham; de
    ham
  17. hamer; de
    hammer
  18. hamster; de
    hamster
  19. hand; de
    hand
  20. handschoen; de
    glove
  21. handsinaasappel; de
    eating orange
  22. handtekening; de
    signature
  23. hangen
    to hang
  24. hansworst; de
    buffoon
  25. hard
    hard; loud; fast
  26. haring; de
    herring
  27. hart; het
    heart
  28. hartaanval; de
    heartattack
  29. hartstikke
    enormously
  30. haten
    to hate
  31. hebben
    to have
  32. heden; het
    today; now
  33. hedendaags
    contemporary; modern-day
  34. heel
    whole; entire; very
  35. heen
    to
  36. heerlijk
    delicious; grand
  37. heet
    hot. warm
  38. heil; het
    welfare; good
  39. heilig
    holy; sacred
  40. hek; het
    fence; gate
  41. hekel; de
    hackle (een hekel hebben aan - dislike)
  42. helaas
    alas
  43. helder
    clear; bright
  44. heleboel
    many; a lot
  45. helemaal
    completely
  46. helen
    to heal; cure; fence (stolen goods)
  47. heler; de
    receiver (stolen goods)
  48. helft; de
    half
  49. helpen
    to help
  50. hemd; het
    shirt
  51. hemel; de
    heaven; sky
  52. herdenken
    to commemorate
  53. herdenking; de
    commemoration; remembrance
  54. herfst; de
    autumn
  55. herhalen
    to repeat
  56. herhaling; de
    repetition; revision
  57. herinneren (zich)
    remember; recall
  58. herinnering; de
    recollection
  59. herkennen
    to recognize
  60. herstel; het
    recovery
  61. herstellen
    to recover
  62. hertrouwen
    remarry
  63. heten
    to be called
  64. hetzelfde
    the same
  65. heup; de
    hip
  66. hier
    here
  67. hijgen
    to pant; gasp
  68. hinderen
    to hinder
  69. hindernis; de
    obstacle
  70. hoed; de
    hat
  71. hoek; de
    corner
  72. hoesten
    to cough
  73. hoeveel
    how much; how many
  74. hoeveelheid; de
    quantity
  75. hoeven
    to need
  76. hoewel
    although
  77. hoezo
    why?
  78. hof; het
    court
  79. hol; het
    hole; cave; den
  80. hond; de
    dog
  81. honger; de
    hunger
  82. hongerig
    hungery
  83. hongersnood; de
    famine
  84. honing; de
    honey
  85. honkbal; het
    baseball
  86. hoofd; het
    head
  87. hoofdgerecht; het
    main course
  88. hoofdstad; de
    capital
  89. hoofdzin; de
    main clause
  90. hoog
    high; tall
  91. hoogachtend
    yours faithfully
  92. hooi; het
    hay
  93. hooiberg; de
    haystack
  94. hoop; de
    heap; pile
  95. hoop
    hope
  96. hopen
    to hope
  97. horen
    to hear
  98. horloge; het
    watch
  99. hotel; het
    hotel
  100. houden
    to hold; keep
  101. houden van
    to love; like
  102. hout; het
    wood
  103. houten
    wooden
  104. huid; de
    skin
  105. huidig
    present day
  106. huis; het
    house
  107. huisarts; de
    family doctor
  108. huisbaas; de
    landlord
  109. huishoudelijk
    domestic
  110. huishouden; het
    household
  111. huishoudster; de
    housekeeper
  112. huiskamer; de
    living room
  113. huiswerk; het
    homework
  114. huizenmakelaar; de
    house agent
  115. hulp; de
    help
  116. hulpwerkwoord; het
    auxiliary verb
  117. humeur; het
    temper; mood
  118. huren
    to hire
  119. hut; de
    cottage; cabin
  120. hutspot; de
    hot pot
  121. huur; de
    rent; lease
  122. huurder; de
    tenant; hirer
  123. huwelijk; het
    marriage
  124. huwelijksmoeilijkheden; de
    marriage problems
  125. hypotheek; de
    mortgage

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview