3. Gewaarwording: kernbegrippen

Card Set Information

Author:
era
ID:
254054
Filename:
3. Gewaarwording: kernbegrippen
Updated:
2014-01-29 05:29:33
Tags:
inleiding psychologie gewaarwording kernbegrippen
Folders:
inleiding in de psychologie
Description:
inleiding psychologie gewaarwording kernbegrippen
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user era on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. zichtbare spectrum
    deel van elektromagnetisch spectrum dat zichtbaar is voor de mens (400-700 nm)
  2. cornea
    hoornvlies

    transparante gedeelte vooraan het oog
  3. retina
    dun weefsel achteraan de oogbol dat kegeltjes en staafjes bevat
  4. transductie
    prcoes waarbij een receptorcel fysische energie omzet in elektrische signalen
  5. fovea
    centrale gedeelte van de retina, bevat vooral kegeltjes
  6. myopie
    bijziendheid

    lens kan niet recht genoeg worden, brandpunt ligt voor retina
  7. hypermetropie
    verziendheid

    lens wordt niet bol genoeg, brandpunt ligt achter retina
  8. presbyopie
    verziendheid door ouderdom

    lens verhardt en kan niet bol genoeg meer worden
  9. astigmatisme
    cornea is niet bolvormig
  10. helderheid
    intensiteit van licht
  11. lichtheid
    relatieve helderheid van voorwerp tov omgeving
  12. gelijktijdig contrast
    gepercipieerde lichtheid hangt af van helderheid omliggende voorwerpen
  13. lichtheidsconstantie
    lichtheid van voorwerpen blijft gelijk bij verschillende belichtingen
  14. trichromatische theorie
    alle kleuren komen tot stand door menging van rood, groen en blauw licht
  15. kleurconstantie
    gepercipieerde kleur blijft gelijk ondanks belichting
  16. verzadiging van kleur
    verhouding chromatisch - achromatisch licht
  17. trommelvlies
    ingang tot middenoor
  18. gehoorbeentjes
    • hamer (malleus)
    • aambeeld (incus)
    • stijgbeugel (stapes)

    versterken trillingen van trommelvlies naar slakkenhuis
  19. ovale venster
    toegang tot slakkenhuis
  20. slakkenhuis
    bevat vloeistof die haren op basilaire membraan laat trillen
  21. basilaire membraan
    in slakkenhuis

    haarcellen die buigen onder beweging vloeistof
  22. toonsterkte
    luidheid

    trommelvlies buigt harder door, vloeistof in sakkenhuis beweegt harder
  23. toonhoogte
    • vloeistofbeweging bereikt maximum op bepaalde plaats
    • snelheid haarcellen ligt dichtbij frequentie
  24. salvoprincipe
    cellen vuren in groepen om refractaire periode op te vangen (anders zouden we niets horen boven 1000 Hz)
  25. conductiedoofheid
    gehoorbeentjes kunnen geluid niet meer goed doorgeven

    vaak bij ouderdom, hoorapparaat kan helpen
  26. sensoneurinale doofheid
    probleem in middenoor of schade aan haarcellen binnenoor

    te weinig signalen gaan naar gehoorzenuw, enkel cochleair implantaat kan soms helpen
  27. poortcontroletheorie
    belang van pijnervaring en pijnmodulatie
  28. evenwichtsgevoel
    • evenwichtszintuigen:
    • semicirculaire kanalen en holtes aan de basis ervan

    kinesthetische feedback
  29. psychofysica
    studie van de gevoeligheid van de zintuigen
  30. absolute drempel
    hoe sterk een stimulus moet zijn om waargenomen te worden
  31. differentiële drempel
    kleinste waardeverschil in stimuli dat kan waargenomen worden

    kleinst merkbare verschil tussen stimuli
  32. wet van Weber
    differentiële drempel voor een stimulusintensiteit is een bepaald percentage ervan

    hoe groter de intensiteit, hoe meer er moet bijkomen om het verschil te merken
  33. Weberfractie
    verhouding tussen differentiële drempel en beginintensiteit

    hoe kleiner de weberfractie, hoe gevoeliger het zintuig

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview