Oftalmologie

Card Set Information

Author:
kensmet
ID:
254172
Filename:
Oftalmologie
Updated:
2014-01-08 11:56:25
Tags:
oft
Folders:

Description:
ZEZI
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kensmet on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. accomodatie: triade
    • - convergentie (M. rectus medialis)
    • - Myosis (M. sphincter pupillae
    • - Refractie (M. cilliaris
  2. floppy eyelids
    OSAS
  3. Arcus senilis
    lipiden
  4. corneale melting
    • Gonococcen infectie
    • reumatische aandoeningen (Wegner)
  5. acute diplopie met hoofdpijn
    aneurysma
  6. acuut unilateraal rood oog, pijn en braken
    AGHG
  7. PERRLA
    • Pupils
    • equal
    • round
    • reactive
    • light
    • accomodation
  8. pupilreflex
    • afferent: NII
    • efferent: NIII
  9. III paralyse zonder pupilaantasting
    • diabetes, hypertensie
    • => vasculair probleem
  10. III paralyse met pupilaantasting
    • intracranieel aneurysma
    • => diplopie + hoofdpijn
  11. testen bij strabisme
    • reflet-test
    • cover-uncover test
    • alternating cover test (latent strabisme)
  12. gevaarlijke rode oog
    • rood oog + pijn
    • rood oog + visusdaling
    • => corneale visusdaling
    • => glaucoom
    • => iritis/ iridocyclitis (vervormde pupil en fotofobie)
    • !! meestal cilliaire injectie
  13. conjunctivitis: 
    - oorzaken
    - DD obv?
    • viraal
    • bacterieel
    • chlamydia
    • allergisch

    DD: secreet
  14. allergische conjunctivitis: symptomen
    • jeuk
    • familiaal (atopie)
    • gelijkaardige episodes in zelfde seizoen
    • helder secreet
    • papels (cobblestones)
    • conjunctivaal oedeem
  15. allergische conjunctivitis: R/
    • topische anti-histaminica + vasoconstrictoren
    • collyria
  16. virale conjunctivitis: wanneer infectieus?
    2w voor klinische teken
  17. virale conjunctivitis en steroïden?
    • enkel wanneer nummulaire opaciteiten aanwezig zijn => later stadium
    • wanneer daarvoor: destructie traanklier (ongeremde replicatie van het virus) => droog oog
  18. epi- / sclerale injectie verschilt van conjunctivale injectie
    sclerale => violet
  19. scleritis: kenm.
    • rood zeer pijnlijk oog (> episcleritis) drukgevoelig
    • gelokaliseerde, diffuse zones van inflammatie

    auto-immuun geassocieerd
  20. cornea ulceraties: risicofactoren
    • algemeen: diabetes, immunosuppressie
    • gelocaliseerd:
    • - gedaalde cornea gevoeligheid
    • - ooglidafwijkingen
    • - droog oog 
    • - trauma
    • - contactlenzen
  21. cycloplegie: helpt bij..
    • cornea ulceraties
    • iritis/ iridocyclitis
  22. iritis/ iridocyclitis: risicogroepen
    • - HLA B27+ (SA)
    • - JIA (juveniele idiopathische arthritis): pauci-articulair, vooral meisjes, <6j, ANA+
    • - sarcoïdose
    • - Syfillis
    • - TBC
    • - Occulaire aantasting met HSV of VZV
  23. iritis/ iridocyclitis: kenm bij onderzoek
    • cilliaire injectie (VD)
    • vervormde pupil (synechiën)
    • myosis (sfincterspasme)
    • endotheelprecipitaten
  24. iritis/ iridocyclitis: complicaties
    • Secundair glaucoom (pupilblok, trabeculitis, cortico's)
    • cataract
    • maculaoedeem
  25. pt. >50j, pijnlijk rood oog (braken) 
    => denk aan
    AGHG
  26. AGHG: RF
    • - leeftijd: > 50j
    • - geslacht: vrouwelijk
    • - FA
    • - hypermetroop
    • - medicatie
  27. AGHG: complicaties
    • secundair glaucoom
    • lichtstarre mydriase
    • beschadiging trabeculair netwerk
    • atrofie NII
    • cataractvorming
  28. Chalazion=
    welke fasen?
    ontsteking van de meibomiusklier (granulomateus) door afsluiting van de afvoergang

    • acute fase=inflammatoir
    • chronisch= ingekapseld, niet inflammatoir
    • recidiverend: blepharitis, acne rosacea, diabetes
  29. chalazion: chronische fase: risico op
    astigmatisme en visusdaling
  30. Basaalioma: typische fenotype
    • parelkrans (keratine)
    • necrotisch centrum

    thv het onderste ooglid (zonexpositie!)
  31. basalioom: meta's?
    • nooit
    • wel continue locale invasie
  32. blepharitis=?
    welke types
    • ontsteking van de ooglidrand
    • - voorste: wimpers (S aureus)
    • - achterste: meibomiusklier: capping => droog oog
  33. dacryocystitis=?
    inflammatie en opzetting van de mediale ooghoek
  34. Hutchinson sign?
    VZV: bij betrokkenheid van de neus (rood) wss oog ook betrokken, niet altijd!!
  35. orbitale cellulitis: oorzaak + symptomen
    • doorbraak van infectie uit paranasale sinussen
    • => mogelijke oorzaak blindheid (toxines)
    • S:
    • - unilaterale pijn en zwelling
    • - propoptosis
    • - motiliteitsbeperking
    • - visusdaling
    • - conjunctivzale chemosis
    • - pupildefecten
    • bijkomende symptomen
    • - hoofdpijn, pijn over sinus, malaise
  36. ectropion => droog oog. hoe?
    • door eversie van het traanpunt (geen goede afvoer)
    • => tranend oog (loopt erover)
  37. ectropion: oorzaken
    • - leeftijdsgebonden
    • - facialis paralyse
    • - cicatricieel (eczeem)
  38. Ptosis: oorzaken
    • NIII verlamming
    • horner's
    • myasthenia gravis
    • leeftijdsgebonden (levatordehiscentie)
    • chirurgie
    • congenitaal
  39. congenitale ptosis: kenm
    gevolg
    70% unilateraal (myogene dysgenese)

    • amblyopie (lui oog)
    • torticollis
  40. oorzaak epiphora bij zuigeling
    verstopte neus
  41. oorzaak epiphora bij bejaarden
    • ectropion (puncta-appositie)
    • onvoldoende afvoer (= actief proces)
  42. plotse visusdaling: oorzaken:
    • - glasvochtbloeding
    • - netvliesloslating
    • - natte ARMD
    • - arteriële/ veneuze occlusie
    • - neuritis retrobulbaris
    • - andere
  43. glasvochtbloeding: oorzaken
    • - spontane ruptuur  (hypertensie)
    • - losscheuren retinavaten (glasvochtloslating, retinascheur/ loslating)
    • - bloeding uit abnormaal bloedvat (neovascularisatie => diabetes)
  44. netvliesloslating: risicofactoren
    • - myopie (rheumatogeen: groot oog => elementen worden over een groter opp uitgesmeerd: dit leidt tot snellere slijtage)
    • - trauma capitis
    • - diabetes (torsie)
    • - cataractextractie
  45. cherry red spot wordt gezien bij
    A. centralis retina occlusie
  46. AION=?
    types?
    Acute ischemic optic neuropathie

    (non-) arteritic: (embool, atherosclerose), reuzecelarteritis= inflammatie
  47. vena centralis retinae occlusie: RF
    • - hypertensie>>
    • - hyperviscositeit (ziekte van Waldenström)
    • - diabetes
    • - glaucoom
  48. Neuritis optica: types
    • anterieure: papilitis
    • posterieure: neuritis retrobulbaris
  49. Neuritis optica: kenm.
    • - unilateraal
    • - pijn bij oogbewegingen
    • - kleuren= afgebleekt (rood desat)
    • - V>M, 20-40j
    • - EERSTE SYMPTOOM VAN MS
    • - klinisch: RAPD, cecocentraal scotoom
  50. Cornea: functie + aandoening
    • - refractie => focus van het licht 
    • => afwijking: astigmatisme <keratoconus
    • - transparantie => doorlaten beeld
    • => dystrofie
    • (lattice: amyloïde neerzetting,
    • fugh: cellen verantwoordelijk voor het wegpompen van het vocht zijn defect => wazig zicht)
    • => degeneratie (bandkeratopathie)
  51. retinitis pigmentosa
    aandoening van welk element? => logisch gevolg (<door functie van het element)
    • staafjes
    • => nachtblindheid + fotofobie
  52. harde lenzen: kenm.
    • - correctie astigmatisme
    • - geen allergie/ infectie
    • - <polymethylmethacrylaat
    • - interfereert met O2-voorziening cornea (cornea-oedeem)
    • - lange duurzaamheid
  53. gaspermeabele lenzen= half-harde lenzen: kenm.
    • - laat O2 door
    • - betere correctie astigmatisme
    • - soms beslag
    • - minder duurzaam
    • - comfort
  54. zachte lenzen: kenm.
    • - comfortabel
    • - veel H2
    • - laat gas en vloeistoffen door
    • - allergie, infectie
    • - geen correctie astigmatisme
    • - gemakkelijk beslag
    • - kwetsbaar!
  55. indicaties CL:
    • - estethisch
    • - praktisch, functioneel
    • - anisometrie
    • - onregelmatig astigmatisme (steeds harde lenzen)
  56. CI CL
    • - atopie
    • - droge ogen
    • - fistuliserende chirurgie (glaucoom)
    • - problemen met insteken en uitnemen
    • - probleem met compliance voor hygiëne
  57. complicaties CL
    • - niet-microbiëel 
    • steriele keratitis
    • mechanisch (erosies <in/uitnemen)
    • toxiciteit/ overgevoeligheid
    • metabole problemen
    • - microbieel
    • bacterieel
    • acanthamoeba!!! (90% bij CL)
    • schimmels
  58. Diabetes: oogcontrole
    1 keer per jaar funduscontrole!!!
  59. A. centralis retinae basisarts 'behandeling'
    hard duwen op de oogbol om het embool te disloceren
  60. is er bij A. centralis occlusie kans op ischemie?
    bij veneuze occlusie?
    gevolg?
    • nee bij infarct zijn de cellen dood => geen O2 behoefte meer.
    • bij veneuze wel.

    vrijstelling van VEGF: neovascularisatie thv: retina, cornea (rubeosis) en kamerhoek (!! neovasculair glaucoom)
  61. neuritis optica: GV-defecten starten op een welbepaalde pplaats: waar?

    welke aandoening geeft eenzelfde GV-defect?
    ter hoogte van de blinde vlek: cecocentraal scotoom => blinde vlek wordt groter

    AION
  62. voornaamste oorzaak van blindheid in de westerse wereld?
    ARMD
  63. 2de belangrijkste oorzaak van infectieuze blindheid
    Chlamydia trachoom
  64. CL: meest voorkomende organismen?
    • Bacterieel: pseudomona's
    • schimmels: fusarium
    • Acanthamoeba (90% komt voor bij CL-dragers)
  65. Pseudomona's: typisch beeld?
    • snel opkomend (<48u)
    • slijmerig ulcus
    • vnl. bij CL-dragers
  66. blefaritis: typisch voorkomend letsel
    • punctata letsel thv. de cornea
    • => associatie met: acne rosacea, eczeem, psoriasis
  67. normale oogdruk?
    15 mmHg
  68. risicofactoren voor COHG
    • - leeftijd: > 40j
    • - familiale belasting
    • - zwarte ras
    • - occulaire hypertensie (dunne cornea's
  69. verhoogde intra-oculaire druk: typisch teken=?
    • cornea oedeem en visusdaling
    • pijn (teken van plots gestegen of zeer hoge IOP => nog niet kunnen aanpassen)
  70. typische kenmerken van opticus neuropathie
    • - excavatie van de papil
    • - typische GV-defecten (arcuate)
    • - dikwijls verhoogde oogdruk
  71. is glaucoom reversiebel?
    • neen, door de verhoogde druk (of verlaagde perfusie) sterven zenuwvezeltjes af (veroorzaakt het cuppingfenomeen)
    • deze zenuwvezels recupereren niet meer!!
  72. kenmerken van het voorkamervocht
    • transparant
    • ongeveer zoals plasma (minder EW en meer vit C)
    • productie 2µl/ min
  73. gauss-curve van voorkamervocht
    2 extremen: welke?
    • - 'normal' tension glaucoom= doorbloedingsprobleem (pt met Raynaud en migraine)
    • - oculaire hypertensie: pt zonder visusdaling of glaucoom => dikke cornea
  74. typisch kenmerk COHG en AGHG: verklaring?
    • - COHG: cupping, door afsterven van de zzenuwvezels (chronisch en langdurig verloop)
    • - AGHG: vnl halo en pijn, papilatrofie maar nog geen cupping (te acuut)
  75. congenitaal glaucoom: typische kenmerken
    • - grote, matte cornea
    • - fotofobie
    • - tranend oog
  76. waarom dagdrukcurve bij COHG?
    drukpieken in de oogdruk zijn gevaarlijker dan een stabiel verhoogde druk
  77. bevorderende factor bij AGHG?
    semi-mydriase (AGHG treedt voornamelijk op in de avond)
  78. DD iridocyclitis en AGHG + gemeenschappelijke kenmerken
    • DD obv pupil
    • - AGHG: semi-mydriase (= bevorderende factor)
    • - iridocyclitis: myose (< sfincterspasme)

    • gemeensch:
    • - unilateraal rood oog
    • - pijn
    • - visusdaling
    • - acuut
  79. recidiverende corneale erosies: pathogenese
    • - tgv initiële trauma
    • - corneale dystrofie: slechte adhesie van epitheel en basale membraam
  80. behandeling corneale erosies (recidiverende)
    • - AB-zalf (tobramycine)
    • - analgetisch: homatropine collyre, PO analgetica (niet topisch => blindheid!!)
    • - bevorderen van de heling dmv drukverband

    • recidief:
    • - kunsttranen overdag, zalf 's nachts
    • - excimer laser, stromal puncture (verlittekening)
  81. hoe lang spoelen na chemische verbranding?
    15 minuten
  82. alkalisch of acide product: slechtste prognose?
    • alkalisch: zorgt voor verzeping van het weefsel en dringt diep door
    • (acide => coagulatienecrose)
  83. wanneer denken aan perforaties van de oogbol?
    • - hyphema
    • - glasvochtbloeding
    • - prolaps vna irisweefsel
    • - pupilvervorming
    • - cataract
  84. wat kan binnen enkele dagen cataract veroorzaken?
    • - blootstelling aan alkalische producten
    • - penetratie van de oogbol
  85. unilaterale conjunctivitis: wat sluit je uit?
    vreemd voorwerp
  86. Cortisone respons:..
    30% doet een cortisone respone

    • - cortisone cataract
    • - cortisone glaucoom (irr. visusdaling!!)
    • - heropflakkering van herpes keratitis!!
  87. wanneer Scleritis onbehandeld blijft is er kans op ontwikkeling van?
    scleromalacia perforans
  88. R/ hordeolum cyste
    droge warmte en AB-zalf
  89. wat komt typisch voor in de anamnese bij dacryocystitis?
    epiphora: tranend oog door stase => obstructie vd afvoergang (ductus lacrimalis)
  90. R/ orbitale cellulitis
    • opname
    • AB IV
    • Ev. evacuatie van de etter
  91. functie van het retinaal pigment epitheel (RPE), gevolg van falen?
    • - recyclage van staafjes en kegeltjes
    • - falen leidt tot opstapeling van débris = drusen (zichtbaar bij fundusonderzoek)
    • - door opstapeling van débris komt de voeding van de staafjes en kegeltjes in de macula in het gedrang => atrofie
  92. brekend vermogen van het oog (in dioptrie)?
    45 dioptrie (ongeveer)
  93. richtlijnen bij problemen met contactlenzen:?
    • - bewaren van  de contactlenzen (microbiëel onderzoek)
    • - doorverwijzen
    • - NOOIT CORTICO'S!!!!! (gevaar voor visusdaling)
  94. wanneer screenen voor COGH?
    • - bij een positieve anamnese voor glaucoom
    • - pt. 40-45j, schaft zich een leesbril aan
    • => nakijken IOP
  95. typische papilafwijkingen bij COHG?
    hoe vast te stellen?
    • - toename van de C/D-ratio
    • - assymetrie
    • - bloeding

    vast te stellen door OCT
  96. strabisme: welke twee vormen?
    • - paralytische (volwassenen: wisselende hoek)
    • - niet-paralytische (kinderen: constante hoek)
  97. hoe kan bij diplopie gemakkelijk het onderscheid gemaakt worden tussen een neurosensorieel probleem of een spierprobleem?
    • door het afdekken van één oog
    • => wanneer de diplopie verdwijnt, ligt het wss aan het falen van een spier
    • => wanneer nog steeds diplopie of wazig zicht dan zit het probleem wss in dat ook
  98. belang van strabisme op te sporen
    • - kan erop wijzen dat de visus in één oog niet goed is
    • - kan op zichzelf leiden tot een slechte ontwikkeling van de visus
    • - kan wijzen op een levensbedreigende onderliggende aandoening (Myasthenia Gravis,..)
  99. tekenen van cataract?
    • - verkleuring van de pupil (bruin of wit)
    • - verminderde rode reflet (dilatatie)
    • - verminderde gezichtsscherpte!
  100. oorzaken en risicofactoren van cataract?
    • - leeftijd (>80j => 100%)
    • - trauma
    • - inflammatoir (uveïtis)
    • - diabetes
    • - steroïden
    • - langdurige UV-blootstelling
  101. cataract bij kinderen: wat uitsluiten
    • - infectieuse oorzaak (Rubella)
    • - metabole oorzaak uitsluiten: galactosemie
  102. voornaamste oorzaak cataract bij kinderen
    idiopathisch
  103. een slechte rode reflet wordt gezien bij? hoe komt dit?
    • - cataract
    • - vitreumbloeding

    => troebele media
  104. wazige papil wordt veroorzaakt door?
    • - hypertensie intracranieel 
    • => CI LP
    • - AION in de acute fase
  105. een uitgeholde papil wordt typisch bij .... gezien?
    - glaucoom
  106. een bleke papil wordt gezien bij?
    • - neuritis optica
    • - ruimte innemend proces
    • - intracraniële overdruk in de latere fase (eerst hyperemisch)
  107. een oogontsteking die ontstaat na een BLI zal waarschijnlijk .. zijn?
    - virale conjunctivitis
  108. conjunctivitis: 
    - begon unilateraal is nu beide ogen
    - oog 's morgen dichtgekleefd
    - VG: epiphora
    => is wss?
    - bacteriële conjunctivitis
  109. behandeling van bacteriële conjunctivitis?
    • - antibiotische oogdruppels (tobrex, chlooramphenicol) 
    • eerste dag elk uur, dan een week 4 keer per dag
  110. een herpes zoster ulcus heeft tpyische kenmerken wat het onderscheid van een HSV ulcus
    • - pseudodentritisch ulcus
    • => stomp einde
    • => afwezig centraal ulcus
    • => kleurt amper met fluoresceïne
  111. pseudodentritisch ulcus
    => stomp einde
    => afwezig centraal ulcus
    => kleurt amper met fluoresceïne 
    = met alle waarschijnlijkheid?
    HZO
  112. schets het typisch verhaal bij AGHG
    • - pt ouder dan 50j
    • - klachten treden op in de avond (semi-mydriase)
    • - acuut optredende pijn, soms met braken
    • - visusdaling en halo's rond de lichten
  113. - lichtstarre mydriase
    - wazige cornea
    - rood pijnlijk oog
    => D/? (wat kan je nog vinden?)
    • - AGHG
    • - oog voelt hard aan
    • - visusdaling afh v het corneaoedeem
    • - oogkamer schijnt zeer nauw
  114. pingeuculum=?
    degeneratieve zone op de conjunctiva (3-9u)!! breidt niet uit tot op de cornea
  115. pterygium=?
    • niet maligne fibrovasculair weefsel, soms groeit het over de cornea en veroorzaakt het visusdaling
    • rasgebonden en associatie met zon en windexposities
  116. behandeling bij blepharitis?
    • - ooglidhygiëne (baby-shampoo)
    • - kunsttranen (droog oog)
    • - anti-infectieus: AB-zalf en steroïden zalf (teracortril) S. Aureus
    • - anti-inflammatoir: meibomianitis => tetracyclines
  117. bij hZO zullen welke structuren van het oog voornamelijk zijn aangetast?
    • - corneale manifestaties
    • - uveïtis
  118. wat is distichiasis?
    bij welke aandoeningen komt dit voor?
    • - de wimper groeit vanuit een plaats die niet normaal is
    • => steven Johnsonn en Lyell
  119. oftalmoscopisch beeld toont u
    - een wazig papil met bloedingen
    - enkele weken nadien stelt u een sectoriële papil atrofie vast
    :> bij welk ziektebeeld apst dit?
    AION
  120. RAPD bij:
    • - neuritis optica
    • - veneuze occlusie 
    • - AION
    • - A. centralis retinae occlusie
  121. patiënt heeft centraal gezichtsveld verlies: aan wat denk je?
    hoe kan je beiden differentiëren?
    • - V centralis retinae occlusie
    • - natte ARMD
    • => DD obv oftalmoscopie
    • - ARMD: drusen, bloedingen en sereuze opzetting van de maculaire streek
    • - V occlusie: vlamvormige bloedingen tot in de periferie
  122. wanneer zal men na trauma een verhoogd risico op glaucoom hebben?
    • vooral na stomp trauma
    • - trauma van de iridocorneale hoek 
    • - na optreden van hyphema
  123. welke twee types DRP onderscheiden we en welke komen bij welk type DM voor?
    • - proliferatieve => type I
    • - niet-proleferatieve => type II
  124. kenmerkend bij niet-proliferatieve DRP?
    • - harde exsudaten
    • - µ-aneurysmata
    • - bloedingen
  125. R/ niet-proliferatieve DRP
    • - fotocoagulatie µ-aneurysma
    • glycemie regeling
  126. wat is de voornaamste oorzaak van blindheid in de actieve bevolking?
    - DRP
  127. wanneer zal visusdaling optreden bij niet-proliferatieve DRP?
    bij inname van de maculaire streek
  128. hoe ontstaat een visusdaling bij proliferatieve DRP?
    • - bloeding uit de nieuwgevormde BV thv retina en glasvocht
    • - tractie door netvliesloslating
    • - neovasculair glaucoom
  129. diabetische maculopathie: welke twee vormen onderscheid je? welke R/ mogelijkheden zijn er?
    • - maculair oedeem => macular grid laser of IV anti-VEGF
    • - maculaire ischemie < cappilary shutdown => geen R/ mogelijk
  130. wat zijn de pitfalls bij de diagnosestelling van TED?
    • - kan unilateraal zijn
    • - zuivere oculaire symptomen zonder Graves is mogelijk
    • - typisch is graves + hypperthyroïd ! kan eu of hypo ook zijn
  131. wat is de enige corrigeerbare RF bij TED?
    roken
  132. NOSPECS?
    • - no signs no symptoms
    • - only signns no symptoms
    • - soft tissue involvement
    • - propotosis
    • - extra-ocular muscle involvement
    • - cornea involvement
    • - sight loss
  133. typische klinische kenmerken bij TED?
    • - ooglidretractie
    • - exoftalmie
    • - neuropathie (URGENTIE)
    • - beperkte oogbewegingen
    • - conjunctivale chemosis en injectie
    • - cornea exposure
  134. hoe kan je nagaan of een pt met TED een NII neuropathie doet?
    • - navragen wazige visus en gestoorde kleurperceptie
    • - symptomen: RAPD, GV-defecten en verminderde visus
  135. R/ bij Sjögren?
    • - kunsttranen
    • - zalf
    • - punctum plugs
  136. scleritis is geassocieerd met welke ziekten?
    • - systeemziekten= RA, Wegner
    • - collagenosen: dermatomyositis, lupus; sclerodermie
  137. oculaire rosacea wordt gekenmerkt door?
    • - blepharitis
    • - droge ogen
    • - steriele marginale corneale uclera
  138. R/ oculaire rosacea?
    • - droge ogen: kunsttranen, ooglidhygiëne
    • - anti-inflammatoir: tetracycline, terracortril
  139. een variërende diplopie
    myasthenia gravis
  140. bij welke pt. is het belangrijk reuzecelarthritis uit te sluiten?
    - elke pt >60j met visual impairment en gezwollen en bleke papil

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview