Klinisch

Card Set Information

Author:
kensmet
ID:
254239
Filename:
Klinisch
Updated:
2015-03-17 01:37:34
Tags:
Kl
Folders:

Description:
klinisch eindexamen
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kensmet on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Bij het inspecteren van de placenta merk je op dat er maar twee bloedvaten te zien zijn. waar kan dit op wijzen?
    hart of nierafwijking van de baby
  2. 56-jarige man. Plotseling ontstane aanvalsgewijze, snel in intensiteit toenemende krampen in de buik, die na enkele minuten afzakken en na een aantal minuten weer in alle hevigheid komen opzetten. Hij heeft in het verleden een buikoperatie gehad. DD mechanisch Ileus. Wat is er meest wss te horen bij auscultatie?
    A. Een stille buik
    B. Gootsteengeruis
    C. Normale peristaltiek
    • A. Een stille buik
    • B. Gootsteengeruis
    • C. Normale peristaltiek
  3. 35-jarige honkbalspeler klaagt bij de huisarts over schouderpijn rechts. vooral bij het werpen van de bal. -> M supraspinatus. welke beweging zal de meeste pijn veroorzaken?
    A. Abductie tuss 60 en 120 graden
    B. Endorotatie tussen 15-30 graden
    C. Exorotatie tss 45-90 graden
    D. Adductie tussen 10-45 graden
    A. Abductie tuss 60 en 120 graden
    (this multiple choice question has been scrambled)
  4. 56-jarige vrouw, last van dode vingers. Bij het in aanraking komen met koude worden drie vingers volledig wit. -> fenomeen van Raynaud: welke ziekte kan dit fenomeen veroorzaken?
    A. Ziekte van Bechterew
    B. Marfan
    C. SLE
    D. Sarcoïdose
    C. SLE
    (this multiple choice question has been scrambled)
  5. baby 1m heeft zijn knie opengehaald na een val. Heeft al zijn vaccinaties gehad. Welk beleid tav tetanusimmunoglobuline (TIG) en tetanustoxoïd moet gevolgd worden?
    A. TIG + eenmaal tetanustoxoïd
    B. geen tIG eenmaal toxoid
    C. TIG geen toxoid
    D. Geen TIG en geen toxoid
    D. Geen TIG en geen toxoid
    (this multiple choice question has been scrambled)
  6. 26-jarige man met snijwonde aan de volaire zijde van de vingertop van de rechter wijsvinger. welke methode van verdoven is geindiceerd?
    A. Geleidingsanesthesie volgens Oberst
    B. N radialis pols blokkade
    C. N ulnaris pols blokkade
    D. wondranden verdoven
    A. Geleidingsanesthesie volgens Oberst
    (this multiple choice question has been scrambled)
  7. 7-jarig jongetje, gekend met inspanningsastma en gebruikt hiervoor zo nodig een kortwerken bèta-2-sympaticomimeticum. laatste maand meer klachten, ook zonder lichamelijke inspanning. bijna dagelijks last en gebruikt inhalator ook dagelijks. welk beleid is nu geindiceerd?
    onderhoudsbehandeling met:
    A. Langwerkend bèta-2-symp
    B. kortwerkend bèta-2-symp
    C. inhalatiecorticoid
    D. Anticholinergicum
    C. inhalatiecorticoid
    (this multiple choice question has been scrambled)
  8. 9-jarige jongen. bij de voetbal iemand op zijn teen gaan staan waarvan de nagel nu donkerblauw begint te worden. pijn is zeer hevig.
    Beleid?
    A. adequate pijnstilling en nat verband.
    B. adequate pijnstilling en drukverband.
    C. doorboren geen verdoving.
    D. Nagel doorboren met lokale verdoving.
    C. doorboren geen verdoving.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  9. 59-jarige man is vanwege onverklaarde deompensatio cordis opgenomen. TEvens is er sprake van een polyneuropathie (PNP). De man heeft een matige voedingstoestand. Hij weegt 58kg en is 179 cm. welk vitamine deficientie verklaart dit het best?
    A. vit-B1
    B. vit-B2
    C. Vit-B6
    D. Vit-B12
    A. vit-B1 - > Beriberi: droge: PNP, Natte cordeco
    (this multiple choice question has been scrambled)
  10. 46-jarige vrouw, gezwollen rode knie. punctie. in het afgenomen materiaal worden gramnegatieve kokken aangetoond.
    meest waarschijnlijke verwekker?
    A. C. Difficile
    B. Mycobacterium Tubercolosis
    C. S. Aureus
    D. N. Gonorrhoae
    D. N. Gonorrhoae
    (this multiple choice question has been scrambled)
  11. NSAID inhiberen COX enzymen. dit heeft een invoeld op de afgifte van ontstekingsfactoren. waarin wordt arachidonzuur omgezet in de COX-cascade?
    A. Lipoxinen
    B. Fosfolipiden
    C. Leukotriënen
    D. Prostaglandinen
    D. Prostaglandinen
    (this multiple choice question has been scrambled)
  12. Bij de behandeling van HIV wordt er medicatie gebruikt die enzymen en processen beInvloeden. welk eiwit dat een sleutelrol speelt in deze levenscyclus is daar één van?
    A. Lipo-oxygenase
    N. Permease
    C. Reverse transcriptase
    D. Ribonuclease
    C. Reverse transcriptase
  13. Er zijn diverse maligne epitheliale tumoren van de tractus genitalis van de vrouw. Welke tumor heeft de hoogste incidentie in Nederland?
    A. Vulvaca
    B. Cervixcarcinoom
    C. ovariumca
    D. Endometriumca
    B. Cervixcarcinoom
    (this multiple choice question has been scrambled)
  14. erfelijke kiembaanmutaties bevinden zich in alle lichaamscellen en kunnen gelden als een risicofactor voor het ontwikkelen van maligniteiten. kiembaanmutaties in welk gen zijn een risicofactor voor het ontwikkelen van ovariumca?
    A. VHL
    B. BRCA-1
    C. RET
    D. CDH-1
    • A. VHL (Von-Hippel-Lindau)
    • B. BRCA-1
    • C. RET (retinoblastoom)
    • D. CDH-1: codeert cadherine (cel-cel adhesie prot) -> borstca, diffuse maagca
  15. 23-jarige man. diffuse pigmentafwijkingen en bultjes. laatste maanden toegenomen in grootte en aantal. bekend bij orthopedist ivm kyfoscoliose.
    bij onderzoek van de huid: verspreid café-au-lait vlekken en 10-tallen huidkleurige tot bruinrode 0.5-1cm grote papulonoduli. deze huidafwijkingen komen ook in de familie voor. Welke diagnose is het meest waarschijnlijk?
    A. Neurofibromatosis
    B. Prurigo Nodularis
    C. Tubereuze Sclerose
    D. Ziekte van Cowden
    • A. Neurofibromatosis
    • B. Prurigo Nodularis
    • C. Tubereuze Sclerose
    • D. Ziekte van Cowden: celwoekeringen
  16. Eczeem wordt onderverdeeld in acute vormen, subacute vormen en chronische vormen. welk histopathologische kenmerk past het best bij chronisch eczeem?
    A. Acanthose
    B. Parakeratose
    C. Spongiose
    D. Hyperkeratose
    D. Hyperkeratose
    (this multiple choice question has been scrambled)
  17. 29-jarige vrouw heeft een onscherp begrensde huidafwijking waarvan de arts vermoedt dat het een melanoom betreft. de arts besluit om de richtlijn te volgen, excisie in toto, en niet eerst een ponsbiopsie te doen. wat is hiervoor de reden?
    A. indien de laesie een melanoma in situ is, is de behandeling daarmee afdoende
    B. De patholoog kan de architectuur van de laesie beter beoordelen
    C. Bij een ponsbiopsie kunnen tumorcellen versleept worden
    C. Bij een ponsbiopsie kunnen tumorcellen versleept worden
    (this multiple choice question has been scrambled)
  18. bij een patient met subacute nierinsufficientie worden veel eaosinofiele granuolocyten gezien in het urinesediment. wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    A. acute tubulusnecrose
    B. UWI
    C. tubulo-interstitiële nefritis
    D. IgA-nefropathie
    C. tubulo-interstitiële nefritis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  19. wat is er histologisch te zien in hersenweefsel dat 1 jaar tevoren betrokken was bij een compleet infarct (ischemische necrose)
    A. een granulerende ontsteking
    B. een holte begrensd door gliose
    C. littekenvorming door ingroei van fibroblasten
    B. een holte begrensd door gliose
    (this multiple choice question has been scrambled)
  20. 25 jarige man heeft sinds 2 weken een snel bloedende breegdgesteelde tumor met een diameter van 12mm op zijn duim. waarschijnlijkheidsdiagnose?
    A. granuloma teleangiactaticum
    B. verruca vulgaris
    C. amelanotisch melanoom
    D. haemangioom
    A. granuloma teleangiactaticum
    (this multiple choice question has been scrambled)
  21. 78-jarige vrouw komt in verwarde toestand op de spoedeisende eerste hulp. bij lichamelijk onderzoek blijkt zij gedehydreerd. het serumnatrium is 108 mmol/L. zij gebruikt een diureticum en men overweegt een snelle correctie van de hyponatriemie met hypertoon zoutinfuus gezien de neurologische verschijnselen. in verband met welk gevaar dient het natrium niet te snel gecorrigeerd te worden?
    A. hersenoedeem
    B. pontiene demyelinisatie
    C. hartfalen
    D. acute hypertenise
    B. pontiene demyelinisatie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  22. een patiente met type 2 diabetes mellitus komt op  het spreekuur. zij heeft pas kort diabetes. haar BMI is veel te hoog (35). zij heeft al leefstijladvies gekregen maar gebruikt nog geen medicijnen. haar bloedsuikerconcentratie is veel te hoog. welke therapie is geindiceerd?
    A. methformine
    B. sulfonylureumderivaat
    C. insuline
    A. methformine
    (this multiple choice question has been scrambled)
  23. 40-jarige man wordt op CT een grote afwijking gezien in het hypofysegebied. indien dit proces leidt tot een tekort aan groeihormoonproductie kan dit gevolgen hebben voor de rest van het lichaam. waarvan kan in dit geval een afname verwacht worden op basis van de fysilogische effecten van GH?
    A. spierkracht en conditie
    B. vruchtbaarheid
    C. vetmassa
    D. insulinegevoeligheid
    A. spierkracht en conditie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  24. 25 jarige man met ernstige brandwonden. enkele zijn graad 1 en 2a, maar grote delen van zijn behaarde hoofd zijn graad 2b en 3. de patiënt vraagt zich af of de haargroei op zijn hoofd zal terugkeren. Waar komt de haargroei terug?
    A. enkel op de graad 1 en 2 
    B. op alle brandwonden
    C. op geen enkele
    D. enkel op de graad 1 brandwonden
    A. enkel op de graad 1 en 2
    (this multiple choice question has been scrambled)
  25. 76-jarige vrouw komt ùet haar echtgenoot bij de huisarts omdat ze steeds meer vergeet. Bijvoorbeeld bij boodschappen doen. Ze moet afspraken ook opschrijven. Lijkt nu minder interesse te hebben in kleinkinderen. ze weet wel nog alle namen. in het dagelijkse leven valt op dat het koken niet goed meer lukt. 
    De huisarts overweegt de diagnose dementie. welk element uit de bovenstaande casus pleit het meest voor de diagnose dementie?
    A. minder interesse in de kleinkinderen
    B. noodzaak tot noteren van afspraken
    C. problemen met koken
    • A. minder interesse in de kleinkinderen = depressie
    • B. noodzaak tot noteren van afspraken
    • C. problemen met koken: dalende executieve functie
  26. man met een neustrauma, bloedend en pijnlijk. Na rechten van de neus valt er op dat er lquorlekkage is vanuit de neus. dit duidt op een schedlbasisfractuur. welk deel van de schedelbasis is het meest waarschijnlijk gebroken? dat is het
    A. os frontale
    B. os ethmoidale
    C. os sphenoidale
    B. os ethmoidale
    (this multiple choice question has been scrambled)
  27. 20-jarige vrouw ontwikkelt in de loop van enkele dage een exantheem passend bij EMM en zij vertelt dat zij dit al twee keer eerder heeft gehad. enige medicatie is de pil.
    Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van het EMM?
    A. Herpes simplex infectie
    B. Glutenintolerantie
    C. Dragerschap van S. Aureus
    D. gebruik van de anticonceptiepil
    A. Herpes simplex infectie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  28. 58-jarige man komt op de eerste hulp met een exacerbatie van COPD en ernstige benaudwheid. hij gebruikt secundaire ademhalingsspieren. Welke spier in de hals is in staat bij te dragen aan de inademing?
    A. M. Trapezius
    B. Scalenus medius
    C. M Omohyoideus
    B. Scalenus medius
    (this multiple choice question has been scrambled)
  29. 30-jarige man wordt onderzocht in verband met buikpijn en diarree. Er is sprake van slijmerige ontlasting waar af en toe bloed bij zit. hij is wat afgevallen de laatste weken. er wordt een sigmoidscopie verricht waarbij meteen vanaf het rectum ontsteking wordt gezien. in de biopten wordt zwelling van de mucosa gezien met inflammatoire infiltratie tot in de lamina propria en enkele crypt abcessen. bij deze pt is er sprake van 
    A. Ziekte van Crohn
    B. Microscopische colitis
    C. Colitis ulcerosa
    C. Colitis ulcerosa: typisch is de crypte vorming met vorming van abcessen. inflammatie tot de lp

    Crohn: transmurale inflammatie, skip lesions (cobblestone), niet-necrotizerende granulomen, pseudo-poliepen
    (this multiple choice question has been scrambled)
  30. een meisje van 20 maand presenteert zich bij de huisarts. het kind heeft zich voorspoedig ontwikkeld en een blanco voorgeschiedenis. De moeder is nu ongerust over de koorts (>39°) die nu drie dagen aanhoudt. bij anamnese en ko geen focus. wat moet er nu verder gebeuren?
    A. aanvullend onderzoek is niet geïndiceerd
    B. het CRP dient bepaald te worden
    C. Er dient een nitriettest verricht te worden
    D. De leukocytendifferentiatie dient bepaald te worden.
    C. Er dient een nitriettest verricht te worden
    (this multiple choice question has been scrambled)
  31. vrouw 42 jaar komt bij de huisarts in verband met enig helder rood rectaal bloedverlies sinds een paar dagen. er is geen koorts of buikpijn en er is geen veranderd defecatiepatroon. het bloed is niet vermengd met de ontlasting en er zijn geen aanwijzingen voor (peri)anale klachten zoals pijn, jeuk of zwelling. welke diagnose is het meest waarschijnlijk?
    A. diverticulose
    B. Colorectaal carcinoom
    C. Hemorroïden
    D. Ziekte van Crohn
    C. Hemorroïden
    (this multiple choice question has been scrambled)
  32. wat is de aanbevolen screeningsfrequentie voor cervixcarcinoomscreening bij vrouwen van 30-60jaar?
    A. eens in de vijf jaar
    B. eens in de tien jaar
    C. eens in de twee jaar
    D. ieder jaar
    A. eens in de vijf jaar
    (this multiple choice question has been scrambled)
  33. 23-jarige voetballer meldt zich bij de huisarts met mijn in zijn linkerlies die hij vooral voelt tijdens het lopen. de pijn is enkele dagen daarvoor ontstaan tijdens een training en wordt niet minder. bij het lichamelijk onderzoek geeft hij drukpijn aan bij de ramus inferior van het os pubis. er is waarschijnlijk sprake van een letsel in de spieraanhechting van de 
    A. Adductoren
    B. abductoren
    C. hamstrings
    A. Adductoren
    (this multiple choice question has been scrambled)
  34. bij een hevig bloedende wonde in de arm is het van belang de bloedtoevoer te onderbreken door compressie. hierbij wordt de a. Brachialis dichtgedrukt. tegen welk bot?
    A. radius
    B. ulna
    C. humerus
    C. humerus
    (this multiple choice question has been scrambled)
  35. 45-jjarige vrouw, verwardheid, hoofdpijn en koorts op spoed. er wordt een lumbaalpunctie verricht met daarin voornamelijk neutrofiele granulocyten en een verlaagd glucose. behandeling met?
    A. Acyclovir
    B. ceftriaxone
    C. rifampicine
    B. ceftriaxone: IV superieure penetrantie in het CSF
    (this multiple choice question has been scrambled)
  36. 35-jarige vrouw wordt gezien op het spreekuur in verband met afvallen en buikpijn. bij navraag is het ontlastingspatroon gewijzigd met af en toe diarree. in het bloedonderzoek is er sprake van een normale bezinking, normaal aantal leukocyten en trombocyten en een verlaagd Hb (5.1mmol/l). verder is het vitamine-D gehalte verlaagd en de anti-TTG en anti-endomysium antistoffen zijn positief. het eerst aangewezen vervolgonderzoek is nu.
    A. Sigmoidoscopie met rectumbiopten
    B. coloscopie met biopten van het terminale ileum
    C. gastroduodenoscopie met biopten van het duodenum
    C. gastroduodenoscopie met biopten van het duodenum: Coeliakie!! ter hoogte van duodenum
    (this multiple choice question has been scrambled)
  37. 3-jarig jongetje met huidafwijkingen in de elleboogplooien en knieholten gekenmerkt door erytheem, vesiculae, crustae, squamae en lichenificatie. er zijn wat krabeffecten waarneembaar. er zijn geen duidelijke uitlokkende factoren. hoewel het vaker wassen met zeep de huidafwijkingen juist erger lijkt te maken. diagnose?
    A. Dermatomycosis corporis
    B. psoriasis vulgaris
    C. Scabiës crustosa
    D. constitutioneel eczeem
    D. constitutioneel eczeem
    (this multiple choice question has been scrambled)
  38. CML kenmerkt zich door de aanwezigheid van het philadelphia chromosoom in witte bloedcellen. hierbij is een deel van chromosoom 9 uitgewisseld met een deel van chromosoom 22. bij deze zogenoemde reciproke translocatie is een fusie transcript ontstaan tussen het BCR gen het ABL gen. het BCR-ABL fusie eiwit zorgt ervoor dat er ontregelde celgroei optreedt van witte bloedcellen. de behandeling bestaat uit het toedienen van imatinib (Glivec). het onderliggende werkingsmechanisme van dit geneesmiddel is de blokkade van signaaloverdracht in de cel via inhibitie van een fusie-eiwit gemedieerd proces. welk proces?
    A. hydroxylering
    B. methylering
    C. glycosering
    D. fosforylering
    D. fosforylering
    (this multiple choice question has been scrambled)
  39. de periode tussen eht begin en eind van de meiose kan bij eicellen wel 50 jaar zijn. er wordt gedacht dat de in deze periode opgelopen schade de voornaamste oorzaak is van een verhoofde incidentie van de chromosomale afwijkingen bij vruchten van de oudere moeders. deze afwijkingen berusten vooral op een:
    A. inversie
    B. translocatie
    C. deletie
    D. non-disjuntie
    D. non-disjuntie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  40. 48-jarige pt komt met klachten van pijn in de onderrug uitstralend tot in het rechter onderbeen. sinds een week aanwezig. diagnose: lumbosacraal radiculair syndroom L5. er is geen krachtverlies in het been, mictiestoornissen of rijbroekanesthesie. beleid?
    A. verwijzing naar de neuroloog
    B. beweegadvies op geleide van de pijn
    C. bedrust
    D. verwijzing naar de fysiotherapeut
    B. beweegadvies op geleide van de pijn
    (this multiple choice question has been scrambled)
  41. 70-jarige pt komt bij de oogarts omdat hij sinds een dag een langzaam groter wordende vlek voor het rechter oog ziet. in de dagen hieraan voorafgaand zag hij voor hetzelfde oog zwarte stipjes en ook af en toe lichtflitsen, alsof er een foto gemaakt werd. de visus OD is 1/60 en de visus OS is normaal. diagnose?
    A. Exsudatieve maculadegeneratie
    B. Ablatio retinae
    C. Acuut glaucoom
    D. Neuritis Optica
    B. Ablatio retinae: lichtflitsen = vuren van de neuronen bij loslaten. 

    Glaucoom, neuritis -> pijn ++ 
    neuritis: centraal scotoom (vervormd raken van beelden)
    (this multiple choice question has been scrambled)
  42. pt met sinds een dag last van rode ogen. vooral last van heftige jeuk. er is sprake van roodheid, waterige afscheiding en forse chemosis (oedeem conjunctiva). Diagnose?
    A. allergische conjunctivitis
    B. bacteriële conjunctivitis
    C. virale conjunctivitis
    D. Keratoconjunctivitis sicca
    A. allergische conjunctivitis

    Keratoconjunctivitis sicca: droge ogen (gedaalde kwantiteit of kwaliteit)
    (this multiple choice question has been scrambled)
  43. 72-jarige pt met klachten van symmetrische pijn en stijfheid in de nek en schouders. de klachten bestaan al zes weken en gaan gepaard met ochtendstijfheid van ongeveer anderhalf uur. ze is hierdoor beperkt in aDL. er zijn geen aanwijzingen voor gewrichtsaandoeningen zoals artrose, er is geen verandering in eetlust of gewicht, er is geen tremor. de ESR is 46 mm/u. Diagnose?
    A. RA
    B. polymyalgia rheumatica
    C. parkinson
    D. fibromyalgie
    B. polymyalgia rheumatica: pt > 50j, symmetrische, proximale pijn, stijfheid > 30 min, ESR verhoogt
    (this multiple choice question has been scrambled)
  44. 26-jarige pt val tijdens mountainbiken. bij testen van de beweeglijkheid en functie van de duim. oppositie is niet mogelijk. welke zenuw is geraakt?
    A. N. Radialis
    B. N. Medianus
    C. N. Ulnaris
    • A. N. Radialis: polsextensie
    • B. N. Medianus: M opponens pollicis enkel geinnerveerd door N. medianus!!
    • C. N. Ulnaris: oppositie pink, lumbricale vinger 4-5 (extensie distale kootje)
  45. tot welk deel van de penis behoort het crus?
    A. corpus cavernosum
    B. de glans
    C. corpus spongiosum
    A. corpus cavernosum
    (this multiple choice question has been scrambled)
  46. pt heeft bij klinisch onderzoek een holosystolisch geruis dat het best gehoord wordt aan de apex van het hart en uitstraalt naar de oksel. Diagnose?
    A. mitralisinsufficientie
    B. aortainsufficientie
    C. mitralisstenose
    D. Aortastenose
    A. mitralisinsufficientie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  47. een chirurg steekt zijn vinger in de toegang naar de bursa omentalis (foramen epiploicum). welk van onderstaande structuren bevindt zich nu dorsaal van zijn vinger?
    A. ductus cysticus
    B. ductus choledochu
    C. VCI
    D. vena porta
    • C. VCI
    • Bursa omentalis bevindt zich lateraal van het ligamentum hepato-duodenalis (hierin lopen de gemeenschappelijke galwegen, A. hepatica propria en V. porta). VCI ligt dorsaal van de vinger, de rest ventraal
  48. welk celtype is verantwoordelijk voor de positieve selectie van de T-lymfocyten in de thymus?
    A. epitheelcel
    B. fibroblast
    C. B-lymfocyt
    D. dendritische cel
    A. epitheelcel
    (this multiple choice question has been scrambled)
  49. MHC-moleculen zijn zeer polymorf. betekenis?
    A. meerdere typen MHC binnen één individu?
    B. vele varianten van één MHC binnen de populatie?
    C. tijdens immuunresponts tegen eiwit-antigenen passen MHC moleculen hun affiniteit aan
    A. meerdere typen MHC binnen één individu?
    (this multiple choice question has been scrambled)
  50. RA is een auto-immuunziekte waarbij verschillende systemen zijn aangedaan. welke van onderstaande complicaties komt het vaakst voor?
    A. heupkopnecrose
    B. peesruptuur
    C. polsfractuur
    B. peesruptuur
    (this multiple choice question has been scrambled)
  51. bij mensen met lage rugpijn is in bepaalde situaties aanvullend blanco rontgenonderzoek geindiceerd? bij welke van onderstaande situaties?
    A. lage rugpijn met koorts
    B. lage rugpijn met uitstraling richting schouders
    C. lage rugpijn met uistraling naar één been
    D. lage rugpijn met bewegingsbeperking
    A. lage rugpijn met koorts
    (this multiple choice question has been scrambled)
  52. Bij een shock ontstaat als compensatiemechanisme een sympathische reflex. welke van onderstaande fenomenen pst bij een activatie van het sympathische zenuwstelsel?
    A. vernauwing van bronchioli
    B. constrictie van venen.
    C. vernauwing van pupillen
    D. toegenomen GI activiteit
    B. constrictie van venen.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  53. waarvan zijn dermatophyten de meest voorkomende verwekkers?
    A. oppervlakkige mycoses
    B. cutane mycoses
    C. opportunistische mycoses
    D. systemische mycoses
    • B. cutane mycoses
    • -> dermatophyten= huid
  54. 28-jarige man in VKO. komt op de spoed aan en kan zijn benen niet meer bewegen. voorts is zijn bloeddruk 75/40 mmHG. de artsen vermoeden shock. welke combinatie betreft het hier?
    A. septische en neurogene
    B. hemorragische en cardiogene
    C. hypovolemische en neurogene
    D. cardiogene en septische
    C. hypovolemische en neurogene
    (this multiple choice question has been scrambled)
  55. welke van onderstaande factoren bepaalt in hoge mate de keuze van de behandeling van Plasmodium Falciparum Malaria
    A. de aanwezigheid van resistente stammen
    B. een snelle diagnose
    C. de aanwezigheid van gametocyten in het bloeduitstrijkje
    D. een goede anamnese
    A. de aanwezigheid van resistente stammen
    (this multiple choice question has been scrambled)
  56. wat is het meest voorkomende symptoom van een serologische transfusie reactie?
    A. koorts
    B. roodheid
    C. jeuk
    A. koorts
    (this multiple choice question has been scrambled)
  57. 24-jarige vrouw heeft een monnoartritis van een kniegewricht in naansluiting op een doorgemaakte urineweginfectie. onderzoek van het gewrichtspunctaat van de knie toont een verhoogd leukocytenaantal, geen uraatkristallen en geen micro-organismen. wat is in deze situatie de beste behandeling?
    A. diclofenac
    B. colchicine
    C. methotrexaat
    D. antibiotica
    A. diclofenac
    (this multiple choice question has been scrambled)
  58. welke van onderstaande factoren is de meest voorkomende reden om de dosis digoxine aan te passen?
    A. hartfalen
    B. chronische nierinsufficientie
    C. levercirrose
    B. chronische nierinsufficientie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  59. patienten met pancreasinsufficientie worden in het algemeen behandeld met pancreasenzymsubstitutie. welke van onderstaande medicamenten beinvloedt deze behandeling gunstig?
    A. diarree remmers
    B. protonpompremmers
    C. antibiotica
    B. protonpompremmers
    (this multiple choice question has been scrambled)
  60. waarop grijpt het antibioticum vancomycine aan?
    A. de replicatie van DNA
    B. de eiwitsynthese
    C. de cytoplasmamembran
    D. de celwand-synthese
    • D. de celwand-synthese
    • = glycopeptide
  61. hoe verandert de intrapleurale druk tijdens het begin van de inademing?
    A. wordt meer negatief
    B. verandert niet
    C. wordt meer positief
    A. wordt meer negatief
    (this multiple choice question has been scrambled)
  62. hoe bereikt antigeen, dat B-lymfocyten in de tonsillen activeeert de tonsillen met name?
    A. via de aanvoerende lymfevaten
    B. via de bloedbaan
    C. via het bindweefsel
    D. via het epitheel
    D. via het epitheel
    (this multiple choice question has been scrambled)
  63. in welk compartiment van de milt liggen de meeste (>90%) macrofagen
    A. in de strengen van billroth van de rode pulpa
    B. in de periarteriolaire lymfocytenschedes
    C. in de marginale zone
    D. in de follikels
    A. in de strengen van billroth van de rode pulpa
    (this multiple choice question has been scrambled)
  64. calcium ionen zijn betrokken bij de cyclische brugvorming tussen actine en myosins in hartspierweefsel. uit welke bron(nen) is het calcium afkomstig?
    A. zowel uit het sarcoplasmatisch reticulum en de extracellullaire vloeistof
    B. enke uit de extracellullaire vloeistof
    C. uitsluitend uit sarcoplasmatisch reticulum
    A. zowel uit het sarcoplasmatisch reticulum en de extracellullaire vloeistof
    (this multiple choice question has been scrambled)
  65. waar wordt antidiuretisch hormoon afgegeven?
    A. in de bijnierschors
    B. in de neurohypofyse
    C. in het bijniermerg
    D. in de adenohypofyse
    B. in de neurohypofyse: ADH en oxytocine

    adenohypofyse: groeihormoon, TSH, ACTH, FSH/ LH, MSH, prolactine
    (this multiple choice question has been scrambled)
  66. bij welke van de volgende overgangen is adrenaline de primaire neurotransmitter?
    A. preganglionair sympatisch neuron op bijniermergcellen
    B. preganglionair parasympatisch op de maag
    C. postganglionair sympatisch neuron op gladde spieren
    D. postganglionair parasympatisch neuron op het hart
    C. postganglionair sympatisch neuron op gladde spieren
    (this multiple choice question has been scrambled)
  67. tijdens de zwangerschap wordt de bab beschermd door immuunglobulinen van de moeder. welke isotypen worden door de moeder via de placenta doorgegeven?
    A. IgG
    B. IgA
    C. zowel IgA als IgG
    A. IgG
    (this multiple choice question has been scrambled)
  68. in het derde trimester van de zwangerschap halen vrouwen meer energie uit hun voedsel. hoe kan dit worden verklaard?
    A. de darmmicrobiota wordt door zwangerschapshormonen geactiveerd
    B. de samenstelling van de darmmicrobiota verandert
    C. het voedsel wordt beter verteerd
    D. de hoeveelheid darmmicrobiota wordt minder waardoor er meer energie is voor de moeder
    B. de samenstelling van de darmmicrobiota verandert
    (this multiple choice question has been scrambled)
  69. welke van onderstaande ziektebeelden komt het meest voor als oorzaak van secundaire polycythemie?
    A. leverfalen
    B. nierinsufficiëntie
    C. longemfyseem
    C. longemfyseem: chronisch zuurstof tekort -> polycythemie 
    (this multiple choice question has been scrambled)
  70. adipeuze 38-jarige man, bekend wegens type 2 diabetes, komt op de spoed met sinds een dag heftige pijnaanvallen rechts boven in de buik. tussen de aanvallen door is hij vrijwel pijnvrij. hij heeft geen koorts. zijn ontlasting is ontkleurd en de urine is donker. hij drinkt dagelijks vier galzen wijn. bij onderzoek valt op dat hij icterisch is. Diagnose?
    A. tumor in de pancreaskop
    B. non-alcoholische steatosis hepatis
    C. virale hepatitis
    D. alcoholische levercirrose
    E. galsteen in dde ductus choledochus
    E. galsteen in dde ductus choledochus: typisch verhaal van koliekpijnen
    (this multiple choice question has been scrambled)
  71. een 55-jarige vrouw krijgt vanwege anemie een bloedtransfusie. haar bloedgroep is O-negatief. een week na de transfusie komt zij terug vanwege lichte icterus. bij bloedondezoek blijkt haar anemie te zijn toegenomen in plaats van te zijn verbeterd. ook is er een verhoogd bilirubine. Oorzaak?
    A. ABO incompatibel bloed
    B. bacteriele besmetting van het donorbloed
    C. antistoffen in het donorbloed
    D. hemolyse van het donorbloed
    D. hemolyse van het donorbloed
    (this multiple choice question has been scrambled)
  72. 58-jarige vrouw meldt tijdens periodieke controle van haar type 2 diabetes dat zij regelmatig last heeft van hypo's. op aanraden van een vriendin is zij onlangs begonnen met een koolhydaatarm dieet. zij gebruikt de volgende medicijnen: gliclazide, methformine, en atenolol. wat is in dit geval het beste beleid om haar risico op hypo's te verminderen? stoppen van:
    A. het koolhydraatarm dieet
    B. methformine
    C. atenolol
    D. gliclazide
    D. gliclazide
    (this multiple choice question has been scrambled)
  73. 53-jarige man wordt op de spoedeisende hulp onderzocht vanwege kortademigheid en pijn op de borst. bij lichamelijk onderzoek valt de onregelmatige pols en de verhoogde centraal veneuze druk op. een ECG toont atriumfibrilleren met een diep QRS patroon over de onderwandsafleidingen. Diagnose?
    A. dysfunctionele ademhaling
    B. longembolie
    C. myocardinfarct
    D. pericarditis
    • B. longembolie
    • LE op ECG:
    • - S1Q3T3 patroon
    • - RBTB
    • - atriumfibrilleren (door acute dilatatie atrium)
  74. 26-jarige man heeft een motorongeval gehad en wordt al langer beademd op IZ. aan het einde van de middag is zijn endotracheale tube vervangen door een beademingscanule die is ingebracht via het tracheostoma dat op dat moment is aangelegd. in het begin van de avond is er sprake van een hypovolemische shock en is de hals fors gezwollen. welke structuur is het meest waarschijnlijk beschadigd?
    A. thymus
    B. schildklier
    C. oesophagus
    B. schildklier
    (this multiple choice question has been scrambled)
  75. 29-jarige zwangere vrouw. pijnloze rode verkleuring van de binnenzijde van de handen. zij is 30 weken zwanger en geeft aan dat zich verder goed voelt. bij onderzoek valt een rozerode verkleuring van de binnenzijde van de handen op. daarnaast zijn er enkele spidernaevi op de buik. diagnose?
    A. livedo reticularis
    B. erythema palmare
    C. livedo racemosa
    D. erythema infectiosum
    B. erythema palmare

    livedo racemosa: reticulaire (netvormige) cyanotische verkleuring. sterk geassocieer aan anti-fosfolipiden syndroom
    (this multiple choice question has been scrambled)
  76. 78-jarige man heeft klachten van somberheid ontwikkeld na het overlijden van zijn echtgenote, nu een jaar geleden. hij heeft nergens meer zin in en denkt veel over de dood. hij is de laatste maanden 12 kg afgevallen en slaapt slecht. hhij piekert veel, en bij navragen is hij ervan overtuigd dat zijn echtgenote is overleden door zijn nalatigheid. daarnaast meent hij direct met ontslag te moeten omdat hij de ziekenhuisopname niet kan betallen. zijn kinderen ontkennen deze laatste twee punten ten stelligste, maar kunnen hun vader niet overtuigen. volgens de kinderen is het geheugen van hun vader goed. wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    A. depressie met psychotische kenmerken
    B. depressie met melancholische kenmerken
    C. verstoord rouwproces met depressieve kenmerken.
    D. depressie met vitale kenmerken
    A. depressie met psychotische kenmerken
    (this multiple choice question has been scrambled)
  77. 42-jarige dame heeft al vier jaar last van lichamelijke klachten: oeheid, obstipatie en zeurende pijn bij de mictie. onderzoek van de huisarts, internist, gastro-enteroloog en uroloog heeft geen oorzaak voor deze klachten opgeleverd. de klachten zijn dermate invaliderend dat ze haar baan bij een bloembinderij vorig jaar heeft moeten opzeggen. zij zit nu thuis en ligt veel op debank. de klachten zijn geleidelijk ontstaan nadat haar ex-man haar vertelde dat hij al jarenlang een relatie had met een ander. diagnose?
    A. morfodysforie
    B. ongedifferentieerde somatoforme stoornis
    C. pijnstoornis
    D. somatisatiestoornis
    • A. morfodysforie: preoccupatie met een ervaren afwijking van het uiterlijk. Deze preoccupatie staat niet in één lijn met de afwijking. De afwijking is ofwel alleen in de verbeelding aanwezig of zodanig onbetekenend dat de onvrede hierover duidelijk niet strookt met de realiteit.
    • B. ongedifferentieerde somatoforme stoornis
    • C. pijnstoornis
    • D. somatisatiestoornis
  78. de HA onderzoekte de longen van 50-jarige man wegens benauwdheid. bij inspectie is hij tachypnoeisch. bij palpatie is de stemfremitus rechtsboven afwezig. de percussie rechtsboven is hypersonoor. ij auscultatie is er opgeheven ademgeruis rechtsboven, er zijn geen bijgeruis. diagnose?
    A. bronchusca
    B. longemfyseem
    C. pleuravocht
    D. pneumonie
    E. pneumothorax
    • A. bronchusca
    • B. longemfyseem: hypersonore percussie, afwezig longgeluid bij auscultatie, ev ronchi
    • C. pleuravocht: crepitaties bij ausc, gedempte percussie, verminderde ausc
    • D. pneumonie: toegenomen stemfremitus, gedempte percussie, crepitaties
    • E. pneumothorax
  79. 6-jarige jongen komt met zijn vader bij de huisarts. sinds vier dagen heeft hij hevige pijn aan het rechteroor en koorts. zijn voorgeschiedenis vermeldt behoudens een penicilline allergie geen bijzonderheden. bij onderzoek heeft hij een temperatuur van 39.5° en is rechts een vurig rood trommelvlies zichtbaar. de arts stelt de diagnosis OMA en bsluit antibiotisch te behandelen. welk AB is de juiste keuze hier?
    A. Amoxicilline
    B. Cotrimoxazol
    C. doxycycline
    D. flucloxaciline
    • A. Amoxicilline= peni
    • B. Cotrimoxazol= trimethoprim: werkt enkel wat op S. Pneumonia, niet op M. Catharralis of H. influenza
    • C. doxycycline: resistentie
    • D. flucloxaciline= peni

    Eerste keus is Amoxi(-clav), bij allergie -> co)trimoxazole (niet <1j !!)
  80. bij een pte worden de pupilreacties getest. de bevindingen bij het belichten van de ogen zijn als volgt: OD geen reactie van de pupillen, OS, vernauwing van beide pupillen. welke zeuw is het meest waarschijnlijk beschadigd?
    A. oculomotorius rechts
    B. opticus links
    C. opticus rechts
    D. oculomotorius links
    C. opticus rechts
    (this multiple choice question has been scrambled)
  81. welke vorm van gezichtsveld uitval past het best bij een neuritis optica?
    A. bitemporale hemianopsie
    B. centraal scotoom
    C. homonieme hemianopsie
    D. kokerzien
    • A. bitemporale hemianopsie: letsel van chiasma
    • B. centraal scotoom
    • C. homonieme hemianopsie: radiatio optica
    • D. kokerzien
  82. 60-jarige man opgenome met sepsis vanwege een hemorragisch necrotiserende pancreatitis. zijn bloedgas toont een metabole acidose op basis van een verhoogt lactaat. deze verlaagde pH heeft een effect op de affiniteit vna hemoglobine voor zuurstof. de affiniteit is hier:
    A. verhoogd
    B. verlaagd
    B. verlaagd
  83. vooral tijdens vasten en sporten is het voor het lichaam van belang dat de concentratie van glucose in het bloed op peil blijft. het hormoon dat er voor zorgt dat de glucoseconcentratie in het bloed niet te laag wordt door de mobilisering van glycogeen is
    A. glucagon
    B. insuline
    C. leptine
    A. glucagon
    (this multiple choice question has been scrambled)
  84. voor de regulatie van de glucoseconcentratie van het bloed is het noodzakeijk dat glucose in de bètacel van het pancreas komt. welk mechanisme is daarvoor verantwoordelijk?
    A. endocytose
    B. diffusie
    C. actief transport
    C. actief transport
    (this multiple choice question has been scrambled)
  85. voor effectieve ontwikkeling van geneesmiddelen is kennis van de 3D structuur van eiwitten onontbeerlijk. welke techniek is hiervoor het meest geschikt?
    A. immunologisch analyse
    B. kristallografie
    C. massaspectrometrie
    B. kristallografie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  86. sommige steensoorten verraden hun aard door een karakteristieke kristalvorm in het urinesediment. wat is bij calciumoxalaat de vorm?
    A. naaldvormig kristal
    B. rechthoekig kristal
    C. vierkant
    D. zeshoekig
    • A. naaldvormig kristal
    • calciumoxalaat is meest voorkomende steen.
  87. 46-jarige man wordt met een niercelcarcinoom aangetroffen van 2 cm. de behandeling hiervan geschiedt bij voorkeur door middel van :
    A. chemo
    B. resectie
    C. bestraling
    B. resectie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  88. in een metaalverwerkingsfabriek is een nieuwe machine in gebruik genomen die de hele dag veel geluid produceert. de arbeidsdienst komt langs om de medewerkers advies te geven over gehoorsbescherming. om de kans op lawaaidoofheid te verminderen adviseren ze om gehoorsbeschermende maatregelen te nemen vanaf een geluidsniveau van
    A. 45 dB
    B. 85 dB
    C. 115 dB
    B. 85 dB
    (this multiple choice question has been scrambled)
  89. meisje 7 jaar is er sprake van beharing onder de oksels (A2) en in de schaamstreek (P2). er is geen borstvorming (M1). zij wordt verwezen vanwege deze vroegtijdige puberteitsontwikkeling. de groeicurve laat enige groeversnelling zien. een handfoto toont een mild voorlopende botleeftijd. wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    A. centrale pubertas praecox
    B. premature adrenarche
    C. premature thelarche
    • A. centrale pubertas praecox: probleem ligt in de hypofyse
    • B. premature adrenarche: adrenerge androgeen excess
    • C. premature thelarche: vroegtijdige borstontwikkeling
  90. 83-jarige vrouw klaagt over jeuk. de jeuk zit over haar hele lijf en is het ergst op haar onderbenen. de vrouw woont in een verpleeghuis en komt weinig buiten. zij gebruikt aan medicatie acetylsalicylzuur en hydrochloorthiazide. bij inspectie ziet de arts een slappe, droge huid met her en der krabdefecten. op de scheenbenen valt een craquelébeeld op. welke diagnose is nu het meest waarschijnlijk?
    A. atopisch eczeem
    B. pruritus sine materia
    C. seborrhoisch eczeem
    C. urticaria
    B. pruritus sine materia
    (this multiple choice question has been scrambled)
  91. 30-jarige vrouw die aan het bevallen is van haar eerste kind blijkt sprake van een niet vorderende uitdrijving. de gynaecoloog verricht een vaginaal toucher en stelt een ligging van het kind vast die een sectio noodzakelijk maakt. het betreft:
    A. voorhoofdsligging.
    B. aangezichtsligging
    C. stuitligging
    D. achterhoofdsligging
    A. voorhoofdsligging.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  92. 34-jarige vrouw komt op het spreekuur van de huisarts in verband met pijnklachten rond de rechterknie. zij heeft de afgelopen weken veel in de tuin gewerkt. zij kan de knie tot ongeveer 90 graden goed buigen, daarna ervaart zij een weerstand. zitten op de knieen is pijnlijk. bij onderzoek is er een fluctuerende zwelling distaal van de patella. wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    A. patellofemorale irritatie
    B. bursitis prepatellaris
    C. tractus iliotibialis frictiesyndroom
    D. bakercyste
    B. bursitis prepatellaris
    (this multiple choice question has been scrambled)
  93. 46-jarige ma komt bij de huisarts omdat hij tijdens het tennissen zijn linker knie verdraaid heeft. de knie werd direct na het verdraaien dik en pijnlijk maar is wel belastbaar. er zijn geen slotverschijnselen. bij onderzoek is er 'ballottement' van de knieschijf. voor een intra-articulair probleem pleit in deze casus het meest?
    A. ballottement van de knieschijf
    B. afwezigheid van slotverschijnselen
    C. direct dik en pijnlijk worden van de knie
    A. ballottement van de knieschijf
    (this multiple choice question has been scrambled)
  94. 74-jarige man wordt naar de spoed gebracht wegens ernstige dyspnoe en koorts. de klachten zijn "s morgens ontstaan en in de de loop van de dag verergerd. bij onderzoek wordt een ernstige zieke pt gezien met een temperatuur van 39 graden celsius en een lage bloeddruk. bij onderzoek van de longen wordt links basaal over een handbreedte bronchiaal ademgeruis met inspiratoire crepitaties gehoord. omdat de patient zo een ernstig zieke indruk maakt wil de arts alvast medicatie geven voordat aanvullend bloed en beeldvormend onderzoek wordt verricht. de beste behandeling in dit geval is?
    A. bronchospasmolytica
    B. diuretica
    C. antibiotica
    D. heparine
    C. antibiotica
    (this multiple choice question has been scrambled)
  95. 75-jarige vrouw heeft sinds een aantal maanden last van pijnklachten in de schouders en moeheid. de afgelopen week heeft ze ook koorts tot 38.5 graden. het onderzoek van de schouders is niet afwijken. bij bloedonderzoek wordt bloedarmoede vastgesteld en blijkt de bezinking sterk verhoogd. diagnose?
    A. acuut reuma
    B. reumatoide artritis
    C. polymyalgia reumatica
    C. polymyalgia reumatica
    (this multiple choice question has been scrambled)
  96. 36-jarige vrouw wordt verwezen naar de polikliniek interne geneeskunde vanwege anemie. bij bloedonderzoek is het Hb 6.1 mmol/l (normaal 7.5-9.0 mmol/l) en MCV 64 fl (nl 80-100 fl). het overige bloedbeeld en de ijzerstatus zijn niet afwijkend. bij doorvragen vertelt de pte dat haar moeder die van turkse afkomst is, ook bloedarmoede heeft, ondanks dat zij al zeker 20 jaar staaltabletten slikt. de meest waarschijnlijke diagnose is?
    A. vitamine B12-deficientie
    B. hemolytische anemie
    C. sikkelcelziekte
    D. thalassemie
    D. thalassemie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  97. 45-jarige man mte morbide obesitas ondegaat een bariatrische operatie in de vorm van een gastric bypass. twee weken na de ingreep klaagt hij over frequente diarre, die aan de wc-pot plaklt. hij heeft geen koorts, wel een snel vol gevoel na het eten en is 3 kg afgevallen. de meest waarschijnlijke diagnose?
    A. diverticulitis
    B. osmotische diarree
    C. IBS
    D. malabsorptie
    D. malabsorptie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  98. 24-jarige lange slanke jongeman heeft acuut ontstane dyspnoe en thoracale pijn. bij onderzoek valt een ernstige tachypnoe op en een uitgezette linkerthorax. de arts vermoedt dat er sprake is van een pneumothorax. de bevinding bij lichamelijk onderzoek die deze diagnose ondersteunt is?
    A. gedempte percussie link
    B. hypersonore percussie rechts
    C. gedempte percussie rechts
    D. hypersonore percussie links
    D. hypersonore percussie links
    (this multiple choice question has been scrambled)
  99. 3-jarige jongen heeft recidiverende BLWI's. er is geen sprake van benauwdheid of een piepende ademhaling. moeder vertelt dat hij nooit echt fit is. de FA is positief voor astma en allergieën. bij lichamelijk onderzoek wordt een bleke jongen gezien met wallen onder de ogen. de neus is beiderzijds niet god doorgankelijk. wat is de meest aangewezen therapie in dit geval?
    A. neusspray met antihistaminicum
    B. oraal antihistaminicum
    C. neusspray met cortico
    D. inhalatiecortico
    C. neusspray met cortico: niet zo aggressief voor de neus als de andere opties.
    (this multiple choice question has been scrambled)
  100. 70-jarige vietnamese vrouw geeft levercirrose. ze is bang voor het ontstaan van een leverca. met welk van onderstaaande methoden kan bij haar het ontstaan van zo'n tumor het beste vastgesteld worden? regelmatige controle van het?
    A. alkalisch fosfatase
    B. alfa 1 foetoproteine
    C. Carcino-embryonale antigeen (CEA)
    D. kankerantigeen 125
    • A. alkalisch fosfatase: verhoogd of gedaald bij sommige haematologische aandoeningen.
    • B. alfa 1 foetoproteine: foetaal serum globuline met synthese in de lever -> diagnose, prognose en monitoring van HCC
    • C. Carcino-embryonale antigeen (CEA): monitoring van colorectaal ca postresectie. biliair CEA is sensitiever dan serum CEA!!
    • D. kankerantigeen 125: beste marker voor de diagnose, prognose en monitoring van epitheliale kankers van de ovaria (sensitiever voor niet-mucineuze), dan CEA en CA 19.9. is ook verhoogd bij: breast (17.6%), colorectal (15.1%),gastric (30.9%), esophagus (10.5%), liver (15.1%), biliary tract(45.8%), pancreas (52.6%), lung (29.5%), endometrium(31.8%), goedaardige ovariummassa's en zwangere vrouwen.
    • - CA 19.9: Pancreaskanker -> diagnostisch en follow-up
  101. gegeven:
    Glomerulaire filtratiesnelheid: 100ml/min
    Concentratie stof X in urine: 50 mg/ml
    concentratie stof X in het plasma: 10 mg/ml
    Urinestroomsterkte: 5 ml/ min
    Hoe groot is de klaring van stof X?
    A. 50 ml/min
    B. 25 ml/min
    C. 50 mg/min
    D. 25 mg/min
    • B. 25 ml/min
    • Cx=(Ux/Px)*V
    • Cx= Klaring van stof X in ml/min
    • Ux= concentratie van stof X in urine in mg/ml
    • Px= concentratie van stof X in het plasma in mg/ml
    • V= urinair debiet in ml/min
  102. 40-jarige man met een primaire hyperparathyreoïdie heeft klachten van nierstenen, die ook echografisch worden aangetoond. zijn serum calcium is licht verhoogd. welke van onderstaande is de meest aangeweze behandeling?
    A. niersteenverwijdering middels een vergruizinprocedure
    B. versterking van de diurese met hydrochloorthiazie
    C. beïnvloeding van het calciummetabolisme door bisfosfonaten
    D. operatieve behandeling middels subtotale parathyreoidectomie
    D. operatieve behandeling middels subtotale parathyreoidectomie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  103. wat is de belangrijkste oorzaak van pijnklachten bij een sinusitis maxillaris?
    A. hyperemie van het slijmvlies
    B. verandering van de pH van de neussecretie
    C. een anaeroob milieu in de sinus
    D. onderdruk in de sinus
    D. onderdruk in de sinus
    (this multiple choice question has been scrambled)
  104. de vitale capaciteit van de longen neemt af op oudere leeftijd, ook wanneer er geen sprake is van ziekte. : Waarom?
    A. afname van de pulmonale circulatie
    B. hypertrofie van pulmonale alveoli
    C. toegenomen bronchiale constrictie
    D. afgenomen elasticiteit in pulmonale septa
    D. afgenomen elasticiteit in pulmonale septa
    (this multiple choice question has been scrambled)
  105. bij oudere mensen kan men, ter voorkoming van bijwerkingen, geneesmiddelen het beste lager doseren dan bij jongere personen. waarom is dat? omdat in het algemeen bij oudere mensen tov jongeren:
    A. de GI opnae hoger is
    B. de compliance mbt inname lager is
    C. de receptorgevoeligheid hoger is
    D. de renale excretie lager is
    D. de renale excretie lager is
    (this multiple choice question has been scrambled)
  106. welke van onderstaande problemen komt enkele jaren na de splenectomie het meest voor?
    A. bloeding
    B. allergie
    C. infectie
    D. trombose
    C. infectie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  107. 40-jarige man heeft een massale hemoptoe. welke van onderstaande diagnoses is het meest waarschijnlijk?
    A. asthma bronchiale
    B. tuberculose
    C. sarcoïdose
    D. pneumonie
    B. tuberculose

    DD: omvat ook pneumonie, LE, Carcinoma, vreemd lichaam, neusbloeding of GI-bloeding!!
    (this multiple choice question has been scrambled)
  108. een pt met een gewrichtsaandoening heeft bij bloedonderzoek een toename van het aantal neutrofiele granulocyten. bij welke van onderstaande aandoeningen past deze labo-afwijking het beste?
    A. uremische artritis
    B. RA
    C. reactieve artritis
    D. septische artritis
    D. septische artritis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  109. een wegenbouwer heeft door zijn werk frequent contact met polyciclische aromatische koolwaterstoffen. op welke van de volgende tumoren heeft hij een verhoofd risico?
    A. leukemie
    B. longkanker
    C. blaaskanker
    D. prostaatkanker
    C. blaaskanker
    (this multiple choice question has been scrambled)
  110. een bloeding van de bovenste tractus digestivus kan het gevolg zijn van een Mallory-Weis scheur. bij welke van odnerstaande problemen komt dit het frequentst voor?
    A. ulcus duodenum
    B. maagcarcinoom
    C. oesofagusvarices
    D. heftig braken
    D. heftig braken
    (this multiple choice question has been scrambled)
  111. welke van de volgende lichamelijke onderzoeken levert het meest waarschijnlijk afwijkingen op bij een pt met een hypofysetumor?
    A. palpatie van de schildklier
    B. testen van het reukvermogen
    C. bepaling van CVD
    D. onderzoek van de gezichtsvelden
    D. onderzoek van de gezichtsvelden
    (this multiple choice question has been scrambled)
  112. welke van onderstaande medicamenten heeft de voorkeur bij de behandeling van de symptomen van OCD bij kinderen?
    A. dopaminereceptor verminderen
    B. dopamine versterken
    C. serotonine verminderen
    D. serotonine versterken
    D. serotonine versterken
    (this multiple choice question has been scrambled)
  113. u ziet een pt die een afspraak gemaakt geeft vanwege een veranderde huidskleur. zelf heeft hij hier geen last van, maar hij is hierop geattendeerd door zijn omgeving. bij de pt wordt een pancreaskoptumor gediagnosticeerd met een zogenaamde stille icterus. welke buisvormige structuur is bij deze pt het meest wss afgesloten?
    A. ductus cysticus
    B. ductus pancreaticus
    C. ductus hepaticus communis
    D. ductus choledochus
    D. ductus choledochus
    (this multiple choice question has been scrambled)
  114. orgaantransplantaties worden tegenwoordig uitgevoerd voor verschillende organen. bij niertransplantaties is de operatie indicatie nierfalen op basis van een onderliggende oorzaak. de meest voorkomende onderliggende oorzaak is:
    A. polycysteuze nieren
    B. reflux nefropathie
    C. diabetische nefropathie
    D. chronische glomerulonefritis
    D. chronische glomerulonefritis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  115. arteriolen in de pulmonale circulatie en arteriolen in de systemische circulatie reageren beiden op veranderingen van de lokale PO2. wat gebeurt er met de arteriolen bij verlaging van de lokale PO2?
    A. constrictie in beiden
    B. dilatatie in beiden
    C. constrictie in de pulmonale en dilatatie in de systemische
    D. dilatatie in de pulmonale en constrictie in de systemische
    • C. constrictie in de pulmonale en dilatatie in de systemische
    • -> pulmonaal: V/Q matching
    • -> systemisch: verhogen van kans op opname van beschikbare O2
  116. 76-jarige vrouw. zij heeft een wond aan het onderbeen die ruim twee weken geleden spontaan is ontstaan slecht geneest. ze heeft een zwaar vermoeid gevoel in de benen bij stilstaan, dat afneemt bij lopen. bij lichamelijk onderzoek constateert de huisarts een onwelriekende wond net boven de mediale malleolus tit in de sucutis, met grillige wondranden en geel beslag. er is sprake van varices, atrophi blanche en pitting oedeem aan de onderbenen. de enkel-arm index is 0.94. welke van onderstaande diagnoses is het meest wss?
    A. ulcus arterioscleroticum
    B. ecthyma ulcus
    C. ulcus cruris venosum
    D. carcinoma spinocellulare
    C. ulcus cruris venosum
    (this multiple choice question has been scrambled)
  117. in een fysiologische zwangerschap veranderen het maternale hartminuutvolume en de maternale hartfrequentie. voor een gezonde zwangere vrouw met een zwangerschapsduur van 26 weken geldt ten opzichte van de situatie voor de zws het voglende:
    A. het hartminuutvolume en de hartfrequentie zijn gedaald
    B. het hartminuutvolume en de hartfrequentie zijn gestegen
    C. het hartminuutvolume is gedaald en de hartfrequentie is gestegen
    D. het hartminuutvolume is gestegen en de hartfrequenie is gedaald.
    • B. het hartminuutvolume en de hartfrequentie zijn gestegen
    • Haemato veranderingen bij de zwangere vrouw:
    • - toename bloedvolume met 10-15%
    • - toename RBC (relatief minder dan volume -> dilutie anemie)
    • - Leukocytose
    • - Thrombopenie
    • - prothrombothische status
  118. 39-jarige vrouw met beiderzijds pretibiaal, multipele 3-4 cm grote, iets verheven, erythemateuze pijnlijke huidafwijkingen. verder zijn er geen klachten. bij lichamelijk onderzoek worden verder geen bijzonderheden waargenomen. op de RX ziet u bihilaire lymfadenopathie. wat is het meest aangewezen diagnostisch beleid?
    A. bronchoscopie met lavage
    B. expectatief
    C. biopt van huidlaesie
    D. biopt van hilaire lymfeklier
    B. expectatief
    (this multiple choice question has been scrambled)
  119. 39-jarige vrouw met beiderzijds pretibiaal, multipele 3-4 cm grote, iets verheven, erythemateuze pijnlijke huidafwijkingen. verder zijn er geen klachten. bij lichamelijk onderzoek worden verder geen bijzonderheden waargenomen. op de RX ziet u bihilaire lymfadenopathie. beleid?
    A. NSAID
    B. cortico
    C. TNF-alfablokker
    D. antihistaminicum
    A. NSAID
    (this multiple choice question has been scrambled)
  120. 39-jarige vrouw met beiderzijds pretibiaal, multipele 3-4 cm grote, iets verheven, erythemateuze pijnlijke huidafwijkingen. verder zijn er geen klachten. bij lichamelijk onderzoek worden verder geen bijzonderheden waargenomen. op de RX ziet u bihilaire lymfadenopathie. meest waarschijnlijke diagnose?
    A. streptokokkeninfectie
    B. syndroom van Sjogren
    C. sarcoidose
    D. ziekte van Crohn
    C. sarcoidose
    (this multiple choice question has been scrambled)
  121. 58-jarige man met 50 pakjaren, presenteert zich op de spoed met acuut ontstane pijn op de borst en kortademigheid. de hartfrequentie is 110/ min, de bloeddruk is 130/90 en er is een verminderd ademgeruis over de linker thoraxhelft. in afwachting van de RX nemen de pijn en de kortademigheid af. op de RX ziet u linkszijdig een totale pneumothorax. wat is nu het meest aangewezen beleid.
    A. video assisted thoracoscopie
    B. plaatsing van een thoraxdrain
    C. eenmalige naaldaspiratie
    D. niet invasieve beademing met hoge zuurstoffractie
    B. plaatsing van een thoraxdrain
    (this multiple choice question has been scrambled)
  122. 13-jarig meisje bij de huisarts bekend met allergisch astma. zij gebruikt zo nodig alleen een kort werkende bèta-2-sympathicomimeticum. sinds de overgang van de lagere naar de middelbare school heeft ze meerdere malen per week asthmatische klachten en is meerdere nachten per week kortademig. welk medicament moet volgens de huidige nederlandse richtlijnen worden toegevoegd?
    A. langwerken bèta-2-sympathicomimeticum
    B. antihistaminicum
    C. inhalatiecortico
    D. xanthinederivaat
    C. inhalatiecortico
    (this multiple choice question has been scrambled)
  123. 4-jarige jongen. de ouders vinden hem futloos. hij heeft een Hb van 5.8 mmol/l met een normaal MCV, de huisarts constateert een matig ernstige normocytaire anemie. verder aanvullend onderzoek toont fors verhoogde leukocyten, verlaagde reticulocyten, bij een normaal ferritine en een normaal LDH. wat is de meest wss diagnose?
    A. anemie door een chronische ziekte?
    B. hemolythische anemie
    C. ijzergebrekanemie
    D. beenmergaandoening zoals leukemie
    D. beenmergaandoening zoals leukemie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  124. 4-jarige jongen. hoesten en koorts sinds 4 dagen. sinds drie dagen heeft hij huiduitslag op de billen, die zich uitbreidt over armen en benen. hij klaagt nu ook over pijn en zwelling van knieën en enkels en buikpijn. inspectie toont een ziek kind met enigszins rode conjunctivae, verspreide kliertjes in de hals en opvallende rode maculae. urineonderzoek toont hematurie en proteinurie. diagnose?
    A. mazelen
    B. acuut reuma
    C. HSP
    D. ziekte van Kawasaki
    C. HSP
    (this multiple choice question has been scrambled)
  125. 45-jarige man. last van pijnlijke tintelingen aan de voor-buitenzijde van zijn rechterbovenbeen. links heeft hij ook dergelijke klachten maar in mindere mate. onderzoek van kracht en reflexen is normaal. bij het testen van de punt)knop discriminatie, beschrijft hij een subjectie verminderd gevoel in een huidgebied aan de ventrolaterale zijde van het bovenbeen. diagnose?
    A. radiculair syndroom L4 op basis van een hernia nuclei pulposi L3/L4
    B. meralgia peraesthetica op basis van compressie van de N. cutaneus femoris lateralis
    C. radiculair syndroom L4 op basis van een hernia nuclei pulposi L3/L4
    D. N. femoralis neuropathie op basis van compressie ter hoogte van M iliopsoas
    B. meralgia peraesthetica op basis van compressie van de N. cutaneus femoris lateralis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  126. 50-jarige vrouw bezoekt het spreekuur. zij gebruikt al 10 jaar meerdere vitaminepreparaten. de laatste tijd heeft zij pijnlijke tintelingen in armen en benen. u denkt aan een vitamine-intox. welke van onderstaande vitamines is de meest wss oorzaak?
    A. vitamine B5
    B. vitamine B1
    C. vitamine B12
    D. vitamine B6
    D. vitamine B6
    (this multiple choice question has been scrambled)
  127. 65-jarige vrouw is bekend met hypertensie. zij gebruikt hiervoor een plaspil. de afgelopen dagen heeft zij last van krampaanvallen. als u de bloeddruk meet ontstaat er in de arm een pijnlijke kramp waarbij pols en vinger in een flexiestand komen te staan. wat is de meest wss oorzaak?
    A. hyperkaliëmie
    B. hypermagnesiemie
    C. hypocalciemie
    D. hyponatriemie
    • A. hyperkaliëmie: zwakte, hartritmestoornissen
    • B. hypermagnesiemie: zwakte, lage bloeddruk en verstoorde ademhaling
    • hypocalciemie
    • D. hyponatriemie: malaise, braken, vermoeidheid of verwardheid; daarnaast ook diarree, polydipsie en oedeem.
  128. de meest frequente type urinestenen bij urolithiasis zijn
    A. calciumoxalaat (fosfaat)stenen
    B. magnesiumfosfaat (struviet) stenen
    C. urinezuurstenen
    D. cysteinestenen
    • A. calciumoxalaat (fosfaat)stenen: 45-65%
    • B. magnesiumfosfaat (struviet) stenen: 13%
    • C. urinezuurstenen: 4%
    • D. cysteinestenen: 5%
  129. kraakbeen komt op verschillende plaatsen in het lichaam voor. op sommige plaatsen is het bekleed met perichondrium, op andere plaatsen niet. welk van onderstaand kraakbeen is niet omgeven door perichondrium?
    A. ribkraakbeen
    B. gewrichtskraakbeen
    C. kraakbeen van het strottenhoofd
    D. kraakbeen van de oorschelp
    B. gewrichtskraakbeen
    (this multiple choice question has been scrambled)
  130. 72-jarige man ondergaat een angiogram wegens een arteriele occlusie in de A. dorsalis pedis in het rechterbeen. de interventieradioloog brengt een toegangskatheter aan in de rechterlies. na antegrade contrasttoediening is de occlusie duidelijk aantoonbaar en zijn er geen anatomische varianten in het vaatstelsel. wat is de anatomische route van het contrastmiddel vanuit de lies naar de occlusie?
    A. A. femoralis, A. profunda femoris, A. poplitea, A. tibialis anterior
    B. A. femoralis, A. profunda femoris, A. poplitea, A. tibialis posterior
    C.A. femoralis, A. poplitea, A. tibialis posterior
    D. A. femoralis, A. poplitea, A. tibialis anterior
    D. A. femoralis, A. poplitea, A. tibialis anterior
    (this multiple choice question has been scrambled)
  131. DNA onderzoek bij een vrouw toont een leber's opticusatrofie, een erfelijke aandoening van de oogzenuw. deze mutatie is van het mitochondrieel DNA. via welke ouder is deze mutatie overgeerfd?
    A. moeder
    B. vader
    A. moeder
  132. 16-jarig jongen die wakker werd met een hevige pijn in het scrotum. hij voelt de pijn ook in de lies en in de buik. bij het lichamelijk onderzoek vermoedt de huisarts een torsio testis. het lukt hem deze manueel te detorderen. wat is nu het beleid?
    A. expectatief. bij recidief verwijzen voor chirurgisch ingrijpen
    B. onmiddelijk verwijzen voor chirurgisch ingrijpen
    B. onmiddelijk verwijzen voor chirurgisch ingrijpen
  133. 32-jarige man ontdekt bij het ontwaken een verlamming van zijn aangezicht aan de rechterzijde. hij kan zijn oog niet meer sluiten en zijn mond staat scheef. hij heeft geen andere uitvalsverschijnselen. de huisarts wil middels lichamelijk onderzoek een odnerscheid maken tussen een perifeer en centraal gelegen oorzaak van dit beeld. welke test bij het lichamelijk onderzoek helpt de huisarts om dit onderscheid te maken?
    A. fronsen
    B. lippen tuiten
    C. wangen opblazen
    • A. fronsen
    • superior deel van N. facialis wordt bilateraal geinnerveerd -> wanneer men niet meer kan fronsen is het perifeer gelegen.
  134. 22-jarige man bezoekt de huisarts in verband met een toenemende slechthorendheid. bij het lichamelijk onderzoek is de proef van rinne aan het linkeroor positief en aan het rechteroor negatief, de proef van weber geeft lateralisatie naar het rechteroor. diagnose?
    A. perceptieslechthorendheid rechts
    B. geleidingsslechthorendheid rechts
    C. geleidingsslechthorendheid links
    D. perceptieslechthorendheid links
    B. geleidingsslechthorendheid rechts
    (this multiple choice question has been scrambled)
  135. 53-jarige man is bekend met CNI met eGFR van 25 ml/min/ 7.173m2. bij labonderzoek is zijn Hb verlaagd. waardoor wordt de anemie bij CNI verklaart?
    A. beschadiging van RBC door ureum
    B. onvoldoende aanmaak en secretie van EPO
    C. hemolyse door gevormde immuuncomplexen
    D. beschadiging van podocyten in de glomerulus
    E. lekken van Hb door de glomerulaire basaalmembraam
    B. onvoldoende aanmaak en secretie van EPO
    (this multiple choice question has been scrambled)
  136. 78-jarige vrouw ligt opgenomen op de afdeling chirurgie van een kop-halsprothese in verband met artrose van de linkerheup. haar voorgeschiedenis is blanco. de verpleging ervaart haar nu twee dagen postop als een zeer makkelijke pt. ze reageert gelaten en onverschillig. ze praat langzaam en weinig en haar beweginingen zijn erg traag. het lijkt alsof ze is afgesloten is van wat er om haar heen gebeurt. van welk ziektebeeld is hier sprake?
    A. absence
    B. depressieve stoornis
    C. stil delier
    D. katatone schizofrenie
    C. stil delier
    (this multiple choice question has been scrambled)
  137. 36-jarige vrouw komt bij de gynaecoloog vanwege een secundaire amenorroe na het stoppen van de pil. een haalf jaar geleden en een kinderwens. eer wordt aanvullend onderzoek gedaan. het labonderzoek toont een verhoogd FSH en een laag oestradiol. wat is de meest wss oorzaak?
    A. zwangerschap
    B. adenoom van de hypofyse
    C. polycysteus ovariumsyndroom (PCO)
    D. premature ovariele insufficientie
    C. polycysteusovariumsyndroom (PCO)
    (this multiple choice question has been scrambled)
  138. 64-jarige vrouw is bloedonderzoek gedaan in verband met algemene malaise. zij heeft al dertig jaar RA en is daarvoor onder behandeling. opvallend is:
    Hb: 6.3 mmol/l
    MCV: 102
    Ferritine 100 (nl)
    Diagnose?
    A. ferriprieve anemie
    B. anemie van de chronische ziekte
    C. anemie obv vit B12 tekort
    C. anemie obv vit B12 tekort
    (this multiple choice question has been scrambled)
  139. 61-jarige vrouw komt bij haar psychiater omdat zij de laatste tijd haar lippen niet meer stil kan houden. onwillekeurig trekt ze grimassen en maakt kauwbewegingen. ook valt het op dat ze continu smakgeluiden maakt. haar voorgeschiedenis vermeldt schizofrenie waarvoor ze al jaren antipsychotica gebruikt. diagnose?
    A. hemifaciale spasmen
    B. tic
    C. blefarospasmen
    D. tardieve dyskinesie
    D. tardieve dyskinesie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  140. 65-jarige man. sinds weken last van pijn ter hoogte van de rechter slaap. hij voelt zich niet lekker en is de afgelopen maand ongewild afgevalen. bij lichamelijk onderzoek loopt links temporaal een opvallende arterie die pijnlijk is bij palpatie. welke vorm van vasculitis is bij deze man meest wss?
    A. reuscelarteritis
    B. granulomateuze vasculitis
    C. polyarteritis nodosa
    D. vasculitis van de kleine vaten
    A. reuscelarteritis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  141. 26-jarige vrouw heeft last van malaise, vermoeidheid en pijn in haar rechterknie en linkerpols. bij lichamelijk onderzoek valt op dat ze een erytheem op haar wangen en neusbrug heeft. bij navraag blijkt dit toe te nemen na blootstelling aan zonlicht. het labonderzoek toont een trombocytopenie en de antinucleaire antistoffen (ANA) en anti-ds DNA zijn beiden sterk verhoogd aanwezig in het serum. diagnose?
    A. sarcoïdose
    B. RA
    C. systemische lupus erythematodes (SLE)
    D. granulomatose met polyangiitis (Wegner)
    C. systemische lupus erythematodes (SLE)
    (this multiple choice question has been scrambled)
  142. 66-jarige vrouw haar RX foto toont laagstaande longgrenzen een grote retrosternale ruimte, een klein slank hart en grote pulmonale vaten. waarbij past deze beschrijving?
    A. sarcoïdose
    B. beeld conform de leeftijd
    C. emfyseem
    C. emfyseem
    (this multiple choice question has been scrambled)
  143. de kinderarts ziet een baby van één dag oud, die blauw verkleurd is en kortademig lijkt. een echocardiogram laat een transpositie van de grote vaten zien. de arts wil prostaglandine E toedienen om een structuus open te houden die ervoor zorgt edat er men ging mogelijk is tussen de twee bloedsomlopen. welke?
    A. ductus venosum
    B. Aa umbilicales
    C. ductus botalli
    D. foramen ovale
    E. V. umbilicalis
    C. ductus botalli
    (this multiple choice question has been scrambled)
  144. bij een pasgeborene wordt orienterend neurologisch onderzoek verricht. de arts drukt met zijn duim op de voetzool van het kind. de teentjes van het kind krommen zich zich. wat wordt hier getest?
    A. grijpreflex
    B. zoekreflex
    C. pseudo-babinski reflex
    D. moro reflex
    E. opstapreflex
    A. grijpreflex: aapje
    (this multiple choice question has been scrambled)
  145. 60-jarige man heeft sinds een jaar last van het beven van zijn handen. de arts observeert de pt terwijl hij zijn verhaal vertelt en ziet het volgende. de handen trillen terwijl ze gebogen op zijn schoot liggen, maar als de pt zijn bril afzet verdwijnt het trillen. diagnose?
    A. hyperthyreoidie
    B. cerebellaire afwijking
    C. ziekte van parkinson
    D. essentiele tremor
    C. ziekte van parkinson
    (this multiple choice question has been scrambled)
  146. 26-jarige man is bekend met sikkelcelanemie. sinds afgelopen nacht heeft hij koorts en hevige pijn in zijn onderarmen en onderbenen. de internist denkt aan vaso-occlusieve crisis door intravasale aggregatie van sikkelcellen. hoe komt het dat de erythrocyten vervormen tot sikkelcellen?
    A. afwezige synthese van de bèta keten van hemoglobine
    B. afwijkende synthese van de alpha keten van hemoglobine
    C. afwezige synthese van de alpha keten van hemoglobine
    D. afwijkende synthese van de bèta keten van hemoglobine
    D. afwijkende synthese van de bèta keten van hemoglobine
    (this multiple choice question has been scrambled)
  147. een vrouw komt bij de huisarts met klachten passend bij niersteenkolieken. waar in de tractus urogenitalis is de steen hoogstwaarschijnlijk gelokaliseerd?
    A. nier
    B. pyelum
    C. ureter
    D. urethra
    • C. ureter
    • locatie uitstralingspijn
    • pyelum-bovenste deel ureter -> flankpijn
    • lagere ureter -> testis of labium
  148. 32-jarige vvrouw wordt door haar vriend naar de huisarts gestuurd. zij heeft een drukke baan en is mss wel overspannen. sinds het begin van hun relatie reageert zij regelmatig geprikkeld op haar vriend. zij kennen elkaar nu zes maanden. haar vriend heeft de relatie al eens willen verbreken. zij reageerde hierop met scenes en dreigde dat ze zichzelf wat aan zou doen. soms voelt ze zich leeg en lelijk en wil ze een einde aan haar leven maken. als kind had ze een gewelddadige vader die haar en haar broertjes sloeg. zelf heeft ze in een vlaag van woede haar vriend ook geslagen. welke persoonlijkheidsstoornis staat bovenaan de DD?
    A. theatraal
    B. antisociaal
    C. narcistisch
    D. borderline
    D. borderline
    (this multiple choice question has been scrambled)
  149. 15-jarige ongen wordt in verband met gynaecomastie en kleine testes aan het syndroom van klinefelter gedacht. als hij inderdaad het syndroom van klinefelter heeft, welk hormoon zal bij hem verhoogd zijn?
    A. inhibine
    B. oestradiol
    C. testosteron
    D. FSH
    D. FSH
    (this multiple choice question has been scrambled)
  150. bij rpaten zijn verschillende spieren betrokken. welke spier zorgt tijdens het foneren voor adductie van de ware stembanden?
    A. M vocalis
    B. M cricithyroideus
    C. M cricoarytenoideus posterior
    D. M cricoarytnoideus lateralis
    D. M cricoarytnoideus lateralis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  151. bij de spijsvertering zijn veel enzymen betrokken die op hun beurt gereguleerd worden door hormonen. welk hormoon stimuleert de afgifte van pro-enzymen zoals trypsinogeen en chymotrypsinogeen door de pancreas?
    A. insuline
    B. peptide YY
    C. secretine
    D. cholecystokinine
    D. cholecystokinine
    (this multiple choice question has been scrambled)
  152. er komen verschillende typen cellen voor in zenuwweefsel. door welk celtype wordt de bloed-hersenbarriere gevormd?
    A. microglia cel
    B. schwanncell
    C. endotheelcel
    D. astrocyt
    E. oligodendrocyt
    D. astrocyt
    (this multiple choice question has been scrambled)
  153. via welke route zou bij een operatie de pancreas bereikt kunnen worden met de minste kans om vitale structuren te beschadigen (uitgaande van nle anatomie)?
    A. doornemen van het mesocolon transversum
    B. doornemen van het lig hepatogastricum
    C. doornemen van het lig hepatoduodenale
    D. doornemen van het lig gastrolienale
    B. doornemen van het lig hepatogastricum
    (this multiple choice question has been scrambled)
  154. wat is oncologisch gezien de beste behandeling bij een 60-jarige man met blaascarcinoom met beperkte infiltratie in de blaasspier?
    A. uitwendige bestraling
    B. BCG-blaasspoelingen
    C. radical TUR blaas
    D. cystoprostatectomie
    D. cystoprostatectomie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  155. een boerin wordt door een geit gebeten en ontwikkelt een zweerachtige uitslag op haar hand. wat is het beste beleid?
    A. systemische antibiotica
    B. antibioticum bevattende huidcrème
    C. nat verband
    D. er hoeft niets te worden gedaan
    D. er hoeft niets te worden gedaan
    (this multiple choice question has been scrambled)
  156. 64-jarige man. sinds gisteravond ontstane klachten van algehele malaise, frequent urineren, bloed in zijn urine en opgezwollen armen en benen. de huisarts stuurt de man direct door voor een spoedconsult bij de internist wegens verdenking op acute glomerulonefritis. welke combi past het best bij deze presentatie van acute glomerulonefritis?
    A. verminderde kreatinineklaring, actief urinesediment en hypertensie
    B. verminderde kreatinineklaring, >2g proteinurie en hyperlipidemie
    C. verminderde kreatinineklaring, hypotensie en > 3.5g proteinurie
    D. hyperlipidemie, actief urinesediment en hypertensie
    A. verminderde kreatinineklaring, actief urinesediment en hypertensie
    (this multiple choice question has been scrambled)
  157. 80-jarige man hoort de cardioloog een ruw ejectiegeruis op 2R. dit zou kunnen wijzen op een aortasclerose (gerine aortastenose). welke andere bevinding die past bij een aortasclerose is wss bij deze pt?
    A. een thrill over het precordium
    B. een heffende ictus bij palpatie
    C. angina pectoris bij anamnese
    D. het ontbreken van een uitstraling naar de carotiden bij auscultatie
    A. een thrill over het precordium
    (this multiple choice question has been scrambled)
  158. meisje, 6 jaar wordt door de schoolarts ingestuud ter evaluatie van een hartruis. bij anamnese heeft zij geen klachten. bij lichamelijk onderzoek ziet zij er gezond uit, er worden normale harttonen gehoord en een graad 2/6 systolisch ejectiegeruisje over de derde intercostaalruimte link. zonder uitstraling en met een muzikaal karakter. diagnose?
    A. functioneel geruis
    B. klein VSD
    C. klein ASD II (atriumseptumdefect secundum)
    D. matige aortakleplekkage
    A. functioneel geruis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  159. pt met middenoorontsteking klaagt over een droge mond en verlies van de smaakzin op het voorste deel van de tong. welke hersenzenuw is door de ontsteking gecompromitteerd?
    A. N trigeminus
    B. N ghlossopharyngeus
    C. N hypoglossus
    D. N facialis
    D. N facialis
    (this multiple choice question has been scrambled)
  160. 53-jarige man wordt heftig schokkend op straat aangetroffen. de arts die als eerste ter plaatse is denkt aan een gegeneraliseerd insult. er zijn geen aanwijzingen voor een trauma. welke van onderstaande symptomen maakt een gegeneraliseerd insult onwaarschijnlijk?
    A. bloed uit de mond
    B. lichtstijve pupil
    C. urine incontinentie
    D. blauwe lippen
    B. lichtstijve pupil
    (this multiple choice question has been scrambled)

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview