Neuologie

Card Set Information

Author:
kensmet
ID:
254274
Filename:
Neuologie
Updated:
2014-01-10 07:13:45
Tags:
Neuro
Folders:

Description:
kaartjes horende bij het blok ZEZI: deel neurologie
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kensmet on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. wat is de oorzaak van het syndroom van Wallenberg? (lateraal medullair syndroom)
    + gevolg?
    • occlusie van de PICA (A. cerebellaris inferior posterior)
    • => ipsilaterale pijnzinstoornis in het gezicht
    • => ipsilaterale Horner
    • => ipsilaterale aantasting N IX en X
    • => contralaterale hemi-algesie
  2. bevloeiing van :
    - A. cerebri anterior
    - A. cerebri media
    - A. cerebri posterior
    • - mediale zijde frontaal-parietale en occipitale kwab
    • - convexiteit van het cerebrum => motoriek, sensibiliteit, motorisch en sensiebel deel van de spraak
    • - inferieur gedeelte van het cerebrum (radiatio optica e.d.)
  3. hoeveel collaterale systemen bevinden zich in de hersenen?
    benoem ze
    • 3
    • - circulus van Willis
    • - collateralen tussen de A. carotis Externa en Interna (A. facial-A. ophtalmica, meningeaal systeem)
    • - distale collateralen tussen A. cerebri Anterior-Media-Posterior
  4. wat zijn de voornaamste oorzaken van een thromboflebitis in de sinus cavernosus
    wat is het gevolg ervan?
    • - infectie van het aangezicht (V. facialis), of van de tanden (V. pterygoïdeus)
    • => leidt tot een thrombose van de V. cerebri media (en de dood)
  5. waar in het ruggenmerg 
    liggen de motorische neuronen
    liggen de sensiebele neuronen (zowel 1ste als 2de orde neuronen)?
    • - motorische => cornu ventralis
    • - sensiebele => 1ste orde: dorsale wortel ganglion, 2de orde: cornu dorsalis
  6. functie van het cerebrospinaal vocht (CSV/ CSF)?
    • - schokdemping
    • - voeding
    • - excretie (geen lymfe aanwezig in de hersenen)
  7. letsel links frontaal: wat zal er optreden?
    somnolentie
  8. frontaal syndroom: grote lijnen van stoornissen
    • - motorisch
    • - hogere corticale functies
    • - disinhibitie
    • - affectie-stoornissen
  9. rolandische streek: waar gelegen in de hersenen? 
    => logisch gevolg van letsel?
    • pre en post centrale cortex
    • => paretische en sensiebele stoornissen
  10. pariëtale kwab letsels: in dominante hemisfeer
    => welk syndroom? (+ kenm.)
    • Gerstmann-syndroom
    • - Li-Re desoriëntatie
    • - dyscalculie
    • - dysgrafie
    • - vingeragnosie
  11. chronische letsels van de temporaalkwab kunnen aanleiding geven tot?
    partiële of focale epilepsie
  12. typisch letsel bij focale epilepsie?
    best te visualiseren dmv?
    • hippocampale sclerose
    • MR
  13. volledige dwarslesie van het ruggenmerg: welke fasen + geef de kenmerken
    • acute fase (2 tot 6 weken)
    • - volledige paralyse met hypotonie
    • - areflexie
    • - verlies van willekeurige lediging van blaasa en rectum
    • - anesthesie onder het letsel

    • herstelfase
    • - progressief vinniger worden van de reflexen => hyperreflexie en hypertonie
  14. syndroom van Brown-Séquard=?
    kenmerken?
    voornaamste oorzaak?
    = hemisectie van het ruggenmerg

    • op niveau van letsel zelf
    • - pijn en paresthesiën door druk op dorsale radix
    • - bandvormig hypo/ anesthesie
    • - atrofie, slappe paralyse en areflexie door druk op voorhoorncellen

    • onder het niveau van het letesel door druk op de lange banen
    • - ipsilat => verlies fijne tast.., parese
    • - contralateraal => verlies pijn en temperatuur
    • - homolateraal: CMN: uitval distaal vd laesie

    compressio medullae door tumor
  15. centromedullair syndroom
    => oorzaak?
    => kenm.
    • occlusie A. spinalis anterior EN
    • syringomyelie

    • verlies pijn en temperatuur + parese
    • behoud fijne tast en proprioceptie
  16. medullaire compressie
    onderscheid tussen twee syndromen: welke?
    • primair syndroom: op het niveau van de laesie zelf
    • secundair syndroom: onder het niveau van de laesie
  17. welk onderzoek kan er dmv LP verkregen materiaal worden uitgevoerd?
    • biochemisch onderzoek
    • celonderzoek en celcultuur
  18. normale samenstelling en kleur van lumbaalvocht
    EW
    cellen
    • kleurloos
    • EW 0.2-0.4 mg% 
    • cellen: 0-5 WBC,, GEEN RBC!!
  19. bijwerking van lumbaalpunctie (+ oorzaak?) + R/
    • hoofdpijn (= post-punctiesyndroom) => lek in dura geeft aanleiding tot daling in de liquordruk
    • R/= aanbrengen van een autologe patch
  20. voorkeursbeeldvormingstechniek voor neurologische aandoeningen?
    MRI
  21. MRA: QUID?
    • MR-angio 
    • op niet invasieve manier in beeld brengen van de grote bloedvaten
  22. fMRI: QUID?
    • functionele MRI
    • in beeld brengen van bepaalde hersenfuncties (taal, motoriek, geheugen..)
  23. MR spectroscopy: QUID?
    toepassing?
    het op niet invasieve manier in beeld brengen van metabolieten in de hersenen

    toepassing: bij mensen met epilepsie of hersentumoren
  24. EEG=? 
    geeft welke functie van de hersenen weer?
    • electro-encephalogram
    • geeft de electrische functie van de hersenen weer
  25. EEG is zeer belangrijk voor welke pathologie? en wat is het voornaamste kenmerk in het EEG bij deze pathologie?
    • bij epilepsie
    • => piekgolven of scherpe golven in het EEG
  26. typische indicatie voor neurografie? (gebeurt meestal in combinatie met?)
    • voor entrapment syndromen
    • neurografie meet de geleidingssnelheden over de zenuwen
    • meestal in combinatie met EMG (electromyografie) = registratie van de electrische activiteit van spiervezels
  27. twee verbredingen in het ruggenmerg: plaats en localisatie?
    cervicaal en lumbo-sacraal = intumiscentia
  28. Radiculopathie=?
    voornaamste oorzaken?
    aandoening van één of meerdere zenuwwortels

    • - discusprolaps laag lumbaal
    • - afscheuren van zenuwwortels, arthrose deformans met vernauwen foramen intervertebrale cervicaal
    • - herpes zoster (minder frequent)
  29. alarmteken bij ischialgie:?
    beleid?
    paretische verschijnselen = teken van ernstige aantasting van de radix

    => chirurgisch wegnemen van de discus intervertebralis
  30. ischialgie l4-l5: aantasting welk dermatoom + gevolgen?
    • l5 dermatoom
    • => pijn paresthesie, hypoësthesie thv achterzijde dij, kuit naar grote teen, geen hielstand
  31. ischialgie l5-S1: aantasting welk dermatoom + gevolgen?
    • hypoësthesie, pijn en paresthesie thv laterale kant van de dij, kuit tot aan de kleine teen
    • teenstand is onmogelijk, achillespeesreflex is afwezig/ verminderd
  32. radiculopathie: kenm?
    • - pijn: uitstralend, schietend + paresthesiën
    • - sennsibiliteitsstoornis: hypoësthesie (pijn> tast)
    • - areflexie (afferent deel reflexboog)
    • - motorische uitval: atrofie en spierzwakte
  33. totale uitval spinale zenuw welke uitval?
    partiële: welke uitval eerst?
    • - sensiebel EN motorisch
    • - eerst sensiebel (paresthesie en hypo + pijn) later motorisch (slappe verlamming = PMN)
  34. N. radialis: typisch letsel (+verklaring) + afwezig reflexen?
    • drophand (parese van de extensoren van de hand)
    • afwezigheid tricepsreflex (parese M. triceps)
  35. N. medianus letsel: typisch letsel (+verklaring)
    predikershand (parese van de lange vingerflexoren van de eerte twee vingers)
  36. carpal tunnel=? 
    typische symptomen? (komen wanneer typisch voor?)
    • - compressie van de N. medianus
    • - pijn, paresthesie en gevoel van dikke vingers, typisch 's nachts, 's morgens
  37. N. ulnnaris: typisch letsel?
    klauwhand (verminderdce flexie van de PIP gewrichten en verminderde extensie van de DIP gewrichten)
  38. gestoorde proef van fremont=?
    <welk letsel?
    • onmogelijkheid om te beletten dat blad papier tussen duim en wijsvinger worden getrokken
    • => gestoord bij letsel van de N. ulnaris
  39. N. femoralis: reflex? sensibiliteit?
    • knie pees reflex
    • voor en mediale zijde van de dij
  40. N. fibularis: typisch letsel en gevolg
    • Dropfoot (voetextensoren) => steppagegang (hoog opheffen van het been en tenen komen eerst neer)
    • hielstand = onmogelijk
  41. N. Tibialis: reflex en klinisch teken?
    afwezige achillespeesreflex en teengang is ongmogelijk
  42. polyneuropathie: typisch=?
    • - symmetrisch
    • - traag progressief
    • - distaal (handen en voeten)
  43. polyneuropathie: typisch verloop?
    • - begin bij de voeten/ onderbenen: 
    • => sensibiliteitsstoornissen: pijn, paresthesie en hypo
    • => areflexie en paresen van vnl de extensoren
    • - vervolgens aantasting van de handen en voorarmen (sensibel en motorisch) stoornis van diepe gevoeligheid
    • - trofische stoornissen: oedeem en atrofie van huid en nagels
  44. oorzaken van polyneuropathie?
    • - toxisch: zwaar metaal
    • - avitaminose
    • - interne ziekte: arteriosclerose
    • - stofwisselingsziekte: diabetes
    • - systeemziekten: collagenosen
    • - post-infectieus
  45. guillain-Barré:
    = wat?
    wat zijn de typische kenmerken?
    = polyneuropathie: aantating van wortel en perifere zenuw!!

    • - treedt meestal op na grippaal syndroom of vaccinatie (virale of allergische etio)
    • - opstijgend karakter
    • - paresthesiën
    • - 7-10d: parese van alle willekeurige spieren
    • - 15% aantasting van de ademhalingsspieren
    • - benigne: goede prognose (weken tot maanden: verbeteren van de symptomen)
    • - albuminocytologische dissociatie
  46. R/ Guillain-Barré?
    • 1ste keus= IV IG
    • plasmaferese
  47. hoe kunnen bij een slaaponderzoek de fakers eruitgehaald worden (obv een welbepaalde electrische activiteit in het EEG)
    de alfa-drop-out tijdens fase I: alfa-activiteit verminderd hier en thèta activiteit komt in de plaats
  48. welke neuronen regelen de desynchronisatie van het EEG tijdens slaap en de REM-fase en regelen het begin van de REM fase?
    cholinerge neuronen uit het reticulair activerend systeem
  49. serotonerge neuronen: welke nucleus en functie in de slaapcycclus?
    • raphe nucleus
    • beëindigen de REM-fase
  50. atonie tijdens de REM-fase wordt bekomen door welk type neuronen? (+kern)
    noradrenerge neuronen in de locus ceruleus
  51. typische EEG-activiteit bij de waak?
    • Bèta-activiteit (laag voltage snel)
    • en alfa activiteit (trager en hoger voltage)

    !! bij openen ogen => desynchronisatie!!
  52. OSAS komt typisch voor bij?
    obese mannen van middelbare leeftijd
  53. OSAS: typische kliniek?
    • - luid snurken en soms stille episodes (apnoe)
    • - woelige slaap
    • - nachtzweten
    • - nycturie
    • - enuresis
    • - hoofdpijn
    • - slaapinertie bij ontwaken (groggy gevoel) 
    • - droge mond en pijnlijke keel
  54. door wat kan cataplexie worden uitgelokt?
    emotie of opwinding
  55. bijwerkingen van benzo's?
    • - overdreven slaperigheid
    • - verminderde alertheid
    • - ataxie

    tolerantie!!
  56. narcolepsie: geassocieerd met?
    • - HLA-DR2
    • - stoornissen in het orexine metabolisme
  57. behandeling van narcolepsie?
    • - centrale stimulantia: amfetamines
    • - SSRI's, TCA, GHB
    • - strategische dutjes
  58. diagnose van narcolepsie? (zekerheidsdiagnose)
    • multiple sleep latency test: dutje onder rustige omstandigheden
    • => verkorte inslaaptijd
    • => vroegtijdig optreden van REM-fases
  59. primair gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval: fasen (+ korte kenm.)
    • - prodromale fase (verhoogde prikkelbaarheid, hoofdpijn)
    • - tonische fase (opspannen musculatuur: uitstrekken, kreet, incontinentie, cyanose)
    • - clonische fase
    • - post-ictale fase: hypotoon, gedesorïenteerd, diepe slaap => geen herinnering
  60. onderverdeling epilepsie?
    • - primair gegeneraliseerd (plaats van oorsprong kan niet afgeleid worden uit de symptomen)
    • => primair gegeneraliseerde tonische-clonische aanvallen

    • => absences
    • => myoclonische aanvallen

    • - focale of partiële aanvallen
    • => eenvoudige
    • => complexe
  61. prodromi komen voor bij twee soorten epileptische aanvallen. welk?
    • - primair gegeneraliseerde
    • - complex focale
  62. reflex-epilepsie?
    epileptische aanval die kan worden uitgelokt door een bepaalde sensoriële prikkel
  63. epileptische aanval=?
    stoornis in het gedrag of het bewustzijn door een afwijkende fysiologische hersenactiviteit
  64. Deep brain stimulation (DBS) heeft bepaalde targets, welke is momenteel de voornaamste target?
    anterieure thalame nucleus
  65. bij epilepsie: het eerste medicament heeft relatief minder effect dan het tweede?
    50% van het effect wordt bekomen door het eerste product
  66. TIA:
    - typisch kenmerk bij TIA van het carotis-systeem
    - van het vertebrobasillair systeem
    • - Amorosis fugax: voorbijgaande blindheid
    • - drop attack: tijdelijk tonus verlies in de benen => pt. is bij bewustzijn en kan meteen terug opstaan
  67. contralateraal hemi-syndroom komt voor bij? en wat is het?
    • contralaterale 
    • - hemi-hypoësthesie
    • - hemi-parese
    • - homonieme hemi-anopsie
    • komt voor bij occlusie van de A. cerebri media
  68. frequentst aangetaste cerebrale arterie?
    A. cerebri media
  69. welk kenmerk vind men vaak bij een occlusie van de A. cerebri media?
    geconjugeerde deviatie van hoofd en ogen NAAR het letsel toe (contralaterale lichaamshelft is verzwakt door letsel)
  70. bepalend kenmerk van TIA
    • vluchtige van de uitvalsverschijnselen
    • => dienen binnen de 24 uur verdwenen te zijn
  71. voornaamste oorzaak van subarachnoïdale bloeding?
    kenm?
    aneurysma (50j)

    • - hoofdpijn, misselijkheid, braken (overdruk)
    • - bewustzijnsverlies
    • - >12-24u: meningeale prikkeling
  72. voornaamste lokalisatie van hersenbloeding?
    capsula interna
  73. binnen welk interval kan streptokinase worden toegediend?
    3 (IV)-6 (IA) uur na het optreden van de symptomen
  74. bevorderende factoren voor het ontstaan van atherosclerose in de bloedvaten? (eigen aan het cardiovasculair systeem zelf)
    • - bifurcaties (turbulentie)
    • - hypertensie
  75. belangrijkste oorzaak van globale afasie?
    occlusie van de A. cerebri media in de dominante hersenhelft!!
  76. aantasting van het drielandenpunt (Temporo-pariëto-occipitale overgang): gevolg?
    • - Rechts (niet dominant): CONTRALATERALE desinteresse voor zowel de lichaamshelft als de ruimte
    • - Links (dominant): BILATERAAL verlies van de symboliek verbonden met de lichaamsdelen (begrip knie, teen..)
  77. ziekte van alzheimer: 
    leeftijd?
    leeftijd invloed op de progressie?
    lokalisatie in de hersenen?
    • 45-75 j
    • hoe jonger => snellere progressie
    • temporo-pariëtaal
  78. beschrijf in grote lijnen de evolutie van stoornissen bij de ziekte van alzheimer.
    • imprenting en geheugenstoornissen 
    • -> corticale uitvalsverschijnselen (fatisch, apraxie, agnosie..)
    • -> volledig persoonlijkheidsverval (ontremming)
  79. op welke manier verhogen de presenilin-1 mutanten de splitsing van APP?
    • - verhogen van de secretase activiteit
    • - verhogen van susceptibiliteit van APP voor splitsing
  80. voornaamste stru(u)r(en) betrokken bij het geheugen?
    • - hippocampus 
    • - corpora mamillaria
  81. typische kenmerken van MS?
    • - meer vrouwen dan mannen
    • - jonge leeftijd (20-40j)
    • - regionale verschillen (impliceert omgevingsfactor)
    • - inflammatoire letsels van het centrale zenuwstelsel afgezonderd in tijd en ruimte
  82. welke structuur wordt bij MS vernietigt (+logisch gevolg?)? en op basis van welk mechanisme?
    • de witte stof (=> daling van de geleidingssnelheid) 
    • immuunmechanisme: trigger is een virale pathologie
  83. diagnose van MS?
    • - klinische diagnose: twee neurologische symptomen, afgezonderd in tijd en ruimte
    • => bevestigt door MR: plaques en plaatsen van demyelinisatie
    • - CSF: oligoclonale banden bij electroforese
    • - VEP: vertraagde centrale conductantie thv de visuele banen
  84. behandeling MS?
    • - opstoten: cortico's
    • - vertragen progressie en verminderen aantal opstoten: glatirameer, bèta-interferon, natalizumab (anti-lichaam)
    • => bijwerkingen: lokale irritatie, grippaal syndroom en PML (progressieve multifocale leuko-encephalopathie: natalizumab)
    • - symptomatisch
  85. wat geef je als symptomatische behandeling van MS bij cerebellaire tremoren?
    • clonazepam (benzo)
    • isoniazide
    • gabapentine
  86. wat geef je als symptomatische behandeling bij MS voor flexiespasmen en spasticiteit? + bijwerking?
    => spasticiteit en flexiespasmen: baclofen, diazepam, dantrolene (bijw. : spierzwakte, duizeligheid)
  87. wat geef je als symptomatische behandeling bij MS voor vermoeidheid?
    pemoline en amantadine
  88. typisch verhaal voor ischiadicusneuralgie?
    • - reeds lang last van vage rugklachten (lumbago)
    • - acute beweging met acute uitstralende pijn (afhankelijk van het segment)
  89. waar en wanneer komt Todd's paralyse voor?
    • - ter hoogte van een bepaalde spiergroep
    • - na een eenvoudige focale motorische epilepsie
  90. wat is Todd's paralyse?
    een voorbijgaande paralyse van de spiergroep het meest aangetast door de focale epilepsie
  91. wat zal er waarschijnlijk optreden bij een lang bestaand carpaal tunnel syndroom?
    • - parese van de handspieren (N. medianus) 
    • - trofische stoornissen (fasciculaties?)
  92. na welke infecties zou je een polyneuropathie kunnen verwachten?
    • - rubella
    • - roodvonk
    • - otitis media
    • - chronisch tandabces
  93. wanneer wordt een mononeuropathie veroorzaakt door continuïteitsverlies behandeld en hoe?
    • - na 3-6 weken (omliggende verwondingen zijn dan genezen)
    • - door continuïteitsherstel: dmv interpositie van een huidzenuw (typisch N. Suralis)
  94. wat is er typisch aanwezig bij meningococcenmeningitis?
    dit maakt een onderdeel uit van welk syndroom?
    • petechiale rash
    • onderdeel van syndroom van Waterhouse-Friedrichsen
  95. oorzaken van meningisme?
    • - hematogene verspreiding van infectie elders (endocarditis, sinusitis, NKO-infecties)
    • - per continuatem: fractuur na infeccctie: mastoïditis, OM, sinusitis
    • - na onsteriele LP
  96. wat is de voornaamste oorzaak van meningitis?
    wat zijn de voornaamste organismen?
    • - hematogene verspreiding
    • - vriussen
    • - bacteriën
    • - schimmels
    • - gist
    • - TBC
  97. bacteriële meningitis: voornaamste soorten en welke is de meest gevreesde?
    • - H. Influenza
    • - pneumococcen
    • - Meningococcen=meest gevreesd (kan binnen enkele uren in de dood resulteren
    • - Borrelia (Lyme)
  98. bevindingen in het LP-vocht bij meningitis?
    • - verhoogt EW-gehalte
    • - gedaalde glucoseconcentratie
    • - verhoogd aantal witte bloedcellen
  99. teken van meningeale prikkeling?
    • - nekstijfheid
    • - positief teken van kernig-bradzinski
    • - soms bewustzijnsstoornissen
    • - hoofdpijn, braken
  100. meningitis gelocaliseerd thv de hersenstam: gevolg?
    craniale zenuw uitval (treden hier uit en lopen doorheen de ontstoken vliezen)
  101. wat zijn mogelijke complicaties van meningitis?
    • - epileptische aanvallen
    • - hydrocefalie
    • - hersenabces
    • - septische shock
  102. voornaamste etiologisch agens bij encephalitis?
    • virussen
    • - meest frequent: adenovirus
    • - meest gevreesd: HSV
  103. voornaamste kenmerken encephalitis in grote lijnen.
    • - meningeale prikkeling
    • - prikkeling van de hersenschors: epileptische aanvallen en afh v de lokalisatie uitvalsverschijnselen
    • - bewustzijnsstoornissen
  104. diagnose van een hersenabces gebeurt obv?
    CT of MR
  105. welk diagnostisch criterium is tegenaangewezen bij een hersenabces en waarom?
    • lumbaalpunctie door de intracraniële overdruk veroorzaakt door het abces
    • => voor elke LP wordt een CT gedaan om een RIP uit te sluiten
  106. typisch restletsel van een pneumococcenmeningitis?
    doofheid
  107. wat is de voornaamste oorzaak van verworven doofheid?
    penumococcenmeningitis
  108. behandeling van meningitis?
    • - AB
    • - vyrostatica
    • - antipyretica, analgetica
    • - indien nodig anticonvulsiva
  109. in welke tijd van het jaar is de prevalentie van encephalitis het hoogst?
    => reden?
    • late lente tot herfst
    • => periode van de virussen
  110. meningeomen: typisch fenotype?
    • - traag progressief
    • - goed afgelijnd
    • - soms verkalkt
    • - typische boterosie op RX 
    • - epileptische prikkelingsfenomen
  111. medulloblastoom: typisch fenotype?
    • - kinderen 5-15j
    • - slechte prognose (overleving enkele jaren)
    • - lokalisatie thv de cerebellum
    • => onzekere gang, hoofdpijn braken
    • => cerebellair syndroom
    • => uitval craniale zenuwen
    • => pyramidaal syndrom
  112. welke andere hersentumor mimeert het medulloblastoom?
    waar is deze gesitueerd?
    • ependymoom
    • dak van het 4de ventrikel
  113. typische symptomen van brughoektumor
    • - aanvallen van duizeligheid
    • - unilaterale gehoorsdaling
    • - tinnitus (oorsuizen)
  114. DD tussen inklemming tgv bloeding en tumoraal proces?
    • - bloeding: acute symptomatologie
    • - tumoraal proces is progressief en trager
  115. waarom is een glioblastoma multiforme (GBM= astrocytoom graad IV) te beschouwen als maligne?
    • - midlineshift door RIP
    • - angio-neogenese (kan de groei van de tumor niet bijhouden)
  116. meest voorkomende meta in de hersenen is afkomstig vanuit?
    de longen
  117. mogelijke complicaties na wervelzuiltrauma?
    • - decubitus
    • - cystitis (<incontinentie)
    • - longontsteking
    • - contracturen
  118. behandeling van werveltrauma
    • conservatief:
    • - tractie
    • - halskraag
    • - preventie: contracturen, decubitus, cystitis
    • - cortico's: tegen de plaatselijke ontstekingsreactie (preventie van bijkomende schade)
  119. in een vergevorderd stadium geeft syringomyelie aanleiding tot welke symptomen?
    • - gedissocieerde sensibiliteitsstoornis
    • - aantasting voorhoorncellen op cervicaal niveau
    • - pyramidaal syndroom onder de laesie (hypertonie)
  120. voornaamste plaats van voorkomen van syringomyelie?
    • cervicale ruggenmerg
    • onderste stuk MO => syringoBULBIE
  121. wat is een gedissocieerde sensibiliteitsstoornis?
    tot welk syndroom behoort deze symptomatologie?
    • - bewaarde tast en proprioceptie
    • - verloren pijn en temperatuurszin

    => verschillend niveau van kruising

    centromedullair syndroom
  122. typisch eerste letsel bij syringomyelie?
    brandwondjes ter hoogte van de vingers door een verminderde temperatuurszin
  123. twee grote verschillen tussen progressieve spinale atrofie en ALS?
    • - afwezigheid van pyramidaal syndroom
    • - tragere evolutie (overleving= 5-10j)
  124. typische evolutie van ALS?
    • - begin unilateraal aan de hand (parese, hypotonie, hyporeflexie en uiteindelijk atrofie)
    • - uitbreiding voor/ bovenarm naar de andere hand
    • - ontstaan pyramidaal syndroom
    • - verspreiding naar voet, been,.. alle dwarsgestreepte spiervezels
    • - uiteindelijk lage craniale zenuwen (IX-XII)
  125. wat sluit een diagnose van ALS sowieso uit?
    aanwezigheid van sensibiliteitsstoornissen
  126. typisch neurologisch symptoom bij hypERthyroïdie?
    tremoren (hashimoto encephalopathie)
  127. welke endocrinologische pathologie neem je in de DD op bij een dementie-beeld?
    hypOthyroïdie
  128. welke systeemziekte kan een MS-achtig beeld mimeren?
    Sarcoïdose
  129. hypO-hypER Na+: verschil? belangrijk gemeenschappelijk?
    • - hypo: coma
    • - hyper: bewustzijnsindaling

    gemeenschappelijk: convulsies!
  130. hypO-hypER K+: gemeenschappelijk?
    spierzwakte
  131. hyperMg+: kenm?
    traagheid en coma
  132. verschil tussen hypO en hypERCa2+?
    • - hypO: tetanie en convulsies
    • - hypER: spierzwakte
  133. avitaminose:
    B1
    B6
    B12
    • B1: Wernicke-encephalopathie, PNP
    • B6: convulsies en PNP (kinderen!!: B6 wordt standaard gegeven
    • B12: PNP en dementie
  134. hypoglycemie: neurologische symptomen?
    coma, apathie, convulsies, focale uitval en vreemd gedrag
  135. welke medicatie kan verwardheid en hallucinaties uitlokken?
    L-Dopa, dopamine-agonisten, anti-histaminica/ -cholinergica en amfetamines
  136. welke medicatie kan de intracraniële druk verhogen?
    cortico's, Vit A en tetracyclines
  137. een jonge vrouw met migraine komt bij jou op consultatie: welke medicatie vraag je zeker na?
    gebruik van oestrogeen-derivaten (de pil)
  138. welke factoren kunnen bijdragen aan psychiatrische comorbiditeit bij een epilepsoe-pt.?
    • - iatrogeen: paniekstoornis, foute diagnose
    • - anti-epileptica zelf (fenobarbital)
    • - sociale factoren (minder vaste partners en minder vruchtbaar
  139. hoe wordt de diagnose van PNES gesteld?
    PNES= psychogene niet epileptische aanval (seizure)

    • - klinisch, anamnese, bevragen van onderliiggende psychopathologie
    • - video-EEG
  140. hoe maak je een onderscheid tussen een PNES en een echt epilepsie aanval?
    • - kijken of de pt. reageert => neem zijn hand en laat het op zijn gezicht vallen.
    • - probeer de ogen te openen: wanneer ze niet toeknijpen is het wss geen epilepsie aanval
    • - eerst tonisch dan clonisch
  141. wat zijn de risicofactoren op PNES bij epilepsie-pt.?
    • - somatiforme symptomen (onverklaarbare buikpijn..)
    • - antisociaal gedrag, borderline persoonlijkheid en impulsiviteit
    • - vrouwelijk geslacht
    • - laattijdige manifestatie van de epilepsie
  142. wat zijn de voornaamste oorzaken van coma?
    • - hypoglycemie
    • - O2-tekort (grote verbruiker en geen reserve)
    • - metabole stoornissen
    • - hersenstamdysfunctie (epileptische aanvallen, tumor of circulatiestoornissen)
    • - intoxicatie (narcotica, vitamine-deficiëntie, CO-vergiftiging)
    • - psychogene bewustzijnsstoornis
  143. pt. comateus met lichtstarre en mydriatische pupil: waar denk je aan en wat kunnen bijkomende klinische bevindingen zijn?
    • - subtentoriële inklemming van de temporaalkwab tussen de schedelbasis en het tentorium (plaats van uittreden NIII)
    • - verdere bevindingen: Intracraniële overdruk, eventueel pyramidaal syndroom
  144. van welke ziekte kan anosmie één van de eerste symptomen zijn?
    ziekte van Parkinson
  145. welke zenuwen kunnen aangetast worden bij een thromboflebitis van de sinus cavernosus?
    N III-IV-V(a en b) en VI
  146. wat is het verschil tussen de ziekte van Ménière en neuronitis vestibularis?
    • - gehoorsverlies bij menière
    • - voornamelijk oudere pt. bij neuronitis
    • - Ziekte van Ménière is niet seizoensgebonden
  147. welke zijn opvallende klinische tekenen bij neuronitis vestibularis?
    • - valneiging NAAR de pathologische kant toe
    • - nystagmus WEG van de pathologische kant!
  148. klinische kenmerken van ziekte van ménière?
    • - aanvallen van vertigo, misselijkheid en braken
    • - gevoel van vol oor
    • - tinnitus en nystagmus
    • - progressief gehoorverlies voor de hoge tonen
  149. poliomyelitis= QUID?
    logisch gevolg?
    • aantasting van de voorhoorncellen in MO en  medulla spinalis
    • => PMN-lijden
  150. teken van Babinski is pathologisch bij?
    - CMN-lijden: pyramidaal syndroom
  151. wat hebben spinale musculaire atrofie (SMA), amyotroof lateraalsclerose (ALS) en poliomyelitis/ post-polio-syndroom gemeenschappelijk?
    tasten alledrie zowel het upper als lower motor neuron aan in hun ziekteverloop.
  152. is het mechanisme achter de pathologie myasthenia gravis pre- of postsynaptisch?
    Post-synaptisch: Ab tegen de post-synaptische ACh-receptor (functioneert hierdoor minder goed)
  153. Myasthenia Gravis: 
    voorkeursleeftijd en geslacht?
    wanneer komt het op de voorgrondstaande symptoom het meest voor in de dag?
    • - jonge vrouwen, oudere mannen
    • - vermoeibare spierzwakte, voornamelijk 's avonds
  154. is het mechanisme achter de pathologie 'Lambert-Eaton myastheen syndroom' pre- of postsynaptisch?
    Pre-synaptisch: Ab tegen de pre-synaptische Ca2+-kanalen => moeilijkere loslating ACh
  155. wat zijn de voornaamste verschillen tussen Myasthenia Gravis en Lambert-Eaton myastheen syndroom?
    • - LEMS verbetert bij lichte inspanning (ACh komt eindelijk vrij)
    • - Post <-> pre-synaptisch
    • - bij LEMS kunnen routinematig geen Ab worden opgespoord
  156. wat zijn de voornaamste investigaties bij de diagnose van spierziekten (myopathiëen)?
    • - EMG
    • - CK-bepaling in het bloed
    • - FA
    • - spierbiopt
    • - moleculair genetisch onderzoek
  157. bij welke spierziekten is het EMG zeker gestoord en bij welke kan het soms onrmaal zijn?
    • - inflammatoire en dystrofiën is het zeker gestoord
    • - bij metabole myopathiën is het soms normaal
  158. een mutatie in het dystrofine-gen komt bij 2 'bekendere' ziekten voor, welke?
    welk gevolg heeft deze mutatie?
    • - ziekte van Duchenne
    • - codeert voor sarcolemnaal EW dat stevigheid biedt aan de spiervezel => ontbreken leidt tot necrose en vervanging door minderwaardig bindweefsel (=dystrofie)
  159. Wat zijn de voornaamste klinische kenmerken van de ziekte van Parkinson?
    • - Assymetrisch
    • - motorische aantasting= bradykinesie, rigiditeit
    • - rusttremor
    • - niet motorisch:
    • => depressie, dementie
    • => autonoom, sensibel, huid, en slaapproblemen
  160. wanneer zal het teken van gowers gestoord zijn?
    • - = moeite met opgaan van trappen, valneiging, proximale lidmaatspierzwakte
    • - bij ziekte van Duchenne
  161. welke vormen van myasthenia gravis kan je onderscheiden?
    • - zuiver oculaire vorm: wisselende diplopie en assymmetrische ptosis
    • - veralgemeende vorm: spierzwakte: bulbair (slik en kauwdysfunctie en dysarthrie), proximaal, nekextensoren en afemhalingsspieren
  162. een post-infectieuse encephalitis treedt voornamelijk op na?
    • - mazelen (Ag lijkt op witte stof)
    • - Influenza

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview