psychiatrie

Card Set Information

Author:
kensmet
ID:
254442
Filename:
psychiatrie
Updated:
2013-12-31 08:25:49
Tags:
Psych
Folders:

Description:
psychiatrie
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kensmet on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. wat is epi-genetica?
    • bestudeert hoe de gen-regulerende informatie die niet in DNA-sequenties wordt uitgedrukt toch van de ene op de andere generatie wordt overgedragen.
    • beschrijft, onder invloed van omgevingsfactoren, de on/off-status van bepaalde genen
  2. welke functie heeft cortisol bij depressie?
    • - is een stresshormoon, de personen zien enkel de problemen (niet het kleine geluk)
    • - is cytotoxisch= lang depressief => kleinere hippocampus en minder probleemoplossend vermogen
    • - voorbeschikking: vicieuze cirkel
  3. welke betekenis heeft de dexamethasonesuppressietest (DST) bij depressie?
    - mensen die niet reageren op de DST (non-suppressors) hebben een verhoogde kans op het plegen van zelfmoord
  4. wat is het sterkste antisuïcide middel?
    lithium
  5. wat is het probleem met anti-depressiva?
    wat doet men om dit op te lossen?
    • - hun effect is pas maximaal na een drietal weken
    • - men geeft gedurende drie weken benzo's die men daarna afbouwd
  6. wat zijn de (bij)werkingen van Ketamine
    • - werkt in op het glutamine systeem
    • - is zowel licht analgetisch als anti-depressief (zeer snelle werking: vanaf dag 1!!!!) 
    • - bijwerking: cardiovasc (hypertensie), sedatie en verwardheid
  7. wat is het voordeel van ketamine ten opzichte van andere anti-depressivum?
    het werkt zeer snel: vanaf dag 1. itt klassieke anti-depressiva: pas na enkele weken maximaal effect
  8. wat is het doel van mindfulness based cognitive therapy (MBCT)?
    hoe doen ze dit?
    • - leren omgaan met je gedachten en met stress = stressreductieprogramma
    • - dmv meditatie (omgaan met gedachten) en cognitieve therapie (socratesdialoog: uitlokken en veranderen van gedachten)
  9. wat is de eerste indicatie van MBCT?
    - herval in depressie
  10. wat is het effect van beschermende epi-genetica op de eigenlijke genetica? (bv apenmoeder pluist het kind ipv een kameraadje)
    - zal de genetica 'negeren', onderdrukken
  11. wat is het voornaamste probleem bij diagnose vna aanpassingsstoornis ('burn-out')?
    het onderscheid tussen wat als een normalle reactie moet beschouwd worden en wat niet meer 'normaal' is.
  12. waarom moeten aanpassingsstoornissen best behandeld worden?
    • - hebben een impact op socio-professioneel vlak
    • - kunnen tot iets erger leiden (depressie..)
  13. door wat wordt het ontstaan van aanpassingsstoornissen nog bepaald?
    • - constitutie van de persoon (fysiologische kwetsbaarheid)
    • - leerervaringen
    • - cognitiepatronen en gedragsstijlen (sub-assertiviteit, perfectionisme)
  14. welke indicatoren zullen leiden tot een gunstiger verloop na een schizofreniforme stoornis? (ipv evolutie naar schizofrenie)
    • - acuut begin
    • - afwezigheid van vlak affect
    • - verwardheid als voornaamste symptoom (ipv waan of hallucinaties)
    • - goede premorbide functie
  15. typische kenmerken van een alcohol-intoxicatie
    • - desoriëntatie
    • - verstoorde gang
    • - onaangepast gedracht
    • - dysartrie
  16. alcohol onthouding heeft een specifieke naam: welke?
    kenmerken?
    • delirium tremens
    • - sympathische symptomen (tachycard, zweten, tremoren)
    • - nausea, braken
    • - angst
    • - slapeloosheid
  17. delirium tremens: wat zijn de voornaamste symptomen?
    • - visuele en tactiele hallucinaties
    • - wisselende motoriek: agitatie en sedatie
    • - bewustzijnsindaling
  18. cannabis intoxicatie: kenmerken?
    • - droge mond
    • - conjunctivale roodheid
    • - eetlust
    • - tachycard
    • - psychose
  19. cannabis onthouding: kenmerken?
    • - nausea
    • - malaise
    • - hoofdpijn
  20. amfetamines: onthouding: kenm.?
    - somberheid
  21. amfetamines: intoxicatie: kenm?
    • - sympatisch (tachyxcard, grote pupillen, alert niet moe)
    • - droge mond
    • - psychose
  22. onthouding van cocaïne: kenm?
    • - dysfoor
    • - angst
    • - moe
    • - slapeloos
    • - prikkelbaar
  23. cocaïne intoxicatie: kenm?
    • - sympathisch (tachycard, hypertens)
    • - aggressief
    • - angstig
    • - zelfgevoel
  24. overdosering cocaïne: kenm?
    • - verward
    • - psychose
    • - insult
    • - spierzwakte
  25. wanneer treedt onthouding op?
    wanneer is het voorbij?
    • - ten laatste 12uur na het stopzetten van het gebruik.
    • - de symptomen houden meestal 48-72u na het begin op
  26. welk middelenmisbruik vind je vaak bij de volwassene ADHD'er? en waarom
    cannabis: gaat de onrust eigen aan de ziekte tegen
  27. wat sluit een diagnose van ADHD op volwassen leeftijd zeker uit? en wrm?
    • wanneer er geen ADHD in de voorgeschiedenis (als kind) is.
    • ADHD ontstaat niet op volwassen leeftijd
  28. wat zijn de kenmerken van een acute stressstoornis?
    • - na blootstelling aan traumatische ervaring
    • - duurt langer dan twee dagen, korter dan 4 weken
    • - >3 symptomen: verdovind, verminderd bewustzijn van de omgeving, depersonalisatie, derealisatie, dissociatieve amnesie
    • - voortdurende herbeleving
    • - duidelijke angstsymptomen: prikkelbaarheid en vermijding
  29. wat zijn de kenmerken van een post-traumatisch stresssyndroom?
    • - traumatische ervaring met als reactie: angst, hulpeloosheid en afschuw
    • - lijden langer dan 1 maand
    • - voortdurende herbeleving of psychische of fysiologische symptomen bij representerende stimuli
    • - voortdurende vermijding
    • - aanhoudende verhoogde prikkelbaarheid (slaap, schrik, waakzaamheid)
  30. wat zijn de voornaamste symptomen bij een aanpassingsstoornis?
    • - angst: prikkelbaar, onrustige slaap, piekeren, gespannen
    • - depressief: labiel affect, lusteloos en moe, gedeprimeerd, demoralisatie en concentratieproblemen
    • - gedrag: schenden van rechten van anderen, overtreden van normen en regels
  31. wat zijn de drie fasen in het herstel van een burn-out?
    • - I: inzicht, acceptatie en rust: waarom heeft de burn-out zich voorgedaan?
    • - II: probleem en oplossingsfase= structureren en oriënteren op oplossing (cognitief structureren: op een andere manier leren omgaan met problemen die op je afkomen => meer probleemoplossend denken)
    • - III: toepassingsfase: controle herwinnen of vergroten
  32. hoe is de prevalentie verdeling van schizofrenie tussen man en vrouw? met wat is dit geassocieerd?
    • - er zijn meer mannen met schizofrenie dan vrouwen
    • - begint 5 jaar vroeger
    • - geassocieerd met slechtere prognose
  33. twee soorten symptomen bij schizofrenie? welke en onderverdeling?
    • - positieve  symptomen
    • => gestoord realiteitsbesef: wanen en hallucinaties
    • => cognitieve en psychomotore desorganisatie: katatoon of chaotisch gedrag en onsamenhangende spraak

    • - negatieve symptomen
    • => vlak affect, apathie, spraakarmoede en sociale terugtrekking
  34. wat is essentieel voor de diagnose van schizofrenie?
    • - vanaf het begin is er een belangrijke functie beperking (op één of meer gebieden), duidelijk minder functioneren dan daarvoor
    • - duurt tenminste 6 maanden
  35. wat kan je meer vertellen over clonazepine?
    • - is een anti-psychoticum gebruikt in de behandeling van schizofrenie
    • - geen eerste keus meer: 1% ontwikkelde agranulocytose
    • - gebruikt bij therapieresistente pt na meer dan twee therapiekuren
  36. welke sociale factoren hebben een invloed op de ontwikkeling van schizofrenie?
    • - migratie (ook 2e en 3e generatie)
    • - bevolkingsdichtheid
  37. wat is het typische beloop van schizofrenie?
    • - typisch bij 15-30j
    • - geen acuut ontstaan
    • - voorafgegaan door prodromale fase
  38. 'cold turkey' is de benaming die gebruikt wordt voor..? wat zijn de typische kenmerken?
    • - onthoudingssyndroom van heroïne
    • - kippenvel en koude pt.
    • - andere symptomen zijn: nausea, diarree, braken, prikkelbaar, tachycardie, wijde pupillen, prikkelbaar, dysfoor, spierpijn
  39. wat is bewijzend voor een langdurig overmatig drankgebruik?
    • CDT
    • = carbohydraat deficiënt transferrine
  40. bij middelengebruik zal ... wijzen op een langdurig gebruik.
    perifere neuropathie
  41. paranoïde mensen=
    • - wantrouwig en achterdochtig
    • - hebben nood aan relaties maar wantrouwen die
  42. schizoïde=?
    afstandelijkheid, geen nood aan relaties
  43. schizotypisch=?
    • - hebben interpersoonlijke beperkingen en cognitief-perceptuele vervormingen
    • - kans op evolutie naar schizofrenie
  44. borderline=?
    • - relationele en affectieve instabiliteit
    • - impulsiviteit
    • - leven wordt geregeerd door emoties,
  45. wat is typisch gedrag voor een borderline patiënt?
    automutilatie
  46. theatraal=?
    • - buitensporig emotioneel
    • - aandacht vragen
    • => egocentrisme
  47. anti-sociaal=?
    • - schending van rechten van anderen
    • - geen achting voor
  48. anti-sociaal + impulsiviteit=?
    definitie van een psychopaat
  49. narcistisch=?
    • - inflated ego: grootheidsgevoelens, maar angst om doorprikt te worden
    • - nood aan bevestiging
    • - geen empathie
  50. wat zijn de belangrijkste kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis?
    • - onevenwicht temperament-karakter (temperament bepaald aard en karakter of je persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt)
    • - ontwikkelt zich vroeg (adolescentie)
    • - is duurzaam (geen ziekte-episode)
  51. ontwijkende persoonlijkheid=?
    • - geremd
    • - gevoel van tekortschieten
    • - overgevoeligheid voor negatief oordeel
  52. afhankelijk persoonlijkheid=?
    • - buitensporige behoefte verzorgd te worden
    • - verlatingsangst
  53. obsessief-compulsieve persoonlijkheid=?
    • - perfectionisme
    • - pre-occupatie met netheid en orde
  54. verschil OCD en obsessief-compulsieve persoonlijkheid?
    • - OCD: dwanggedachte verdwijnt bij het toegeven eraan
    • - persoonlijkheid= duurzaam => geen ziekte-episode
  55. wanneer overweeg je een diagnose ADHD bij een volwassen pt.?
    • - bij langdurig bestaan van
    • => chaotisch en impulsief gedrag
    • => motorische onrust
    • => concentratiestoornissen
  56. wat zijn de DSM IV criteria van een depressieve episode?
    • - ZEKER: irritabiliteit (bij kind is dit voldoende als hoofdcriterium) of depressieve stemming
    • - ZEKER: interesseverlies
    • - gewichtsverlies/ toename
    • - psychomotore agitatie (dingen beginnen en niet afwerken)/ retardatie
    • - insomnia (niet DOORslapen) hypersomnia (niet uitgerust)
    • - energieverlies
    • - gevoelens van waardeloosheid of schuld
    • - concentratieverlies of besluiteloosheid
    • - gedachten aan de dood
  57. DSM IV criteria van dysthyme stoornis:?
    • - chronisch depressieve stemming >2j, vaker wel dan niet aanwezig
    • - symptomen niet zo ernstig: >2 van volgende
    • - energieverlies of vermoeidheid
    • - slechte eetlust of te veel eten
    • - insomnia of hypersomnia
    • - laag gevoel van eigenwaarde
    • - slechte concentratie, moeilijkheden om tot besluit te komen
    • - gevoelens van hopeloosheid
  58. welke andere psychiatrische stoornissen neem je ook op in de DD van 'depressie'?
    • - angststoornis
    • - dementie
    • - schizofrenie
    • - persoonlijkheidsstoornis (kan depressie maskeren)
  59. is een screeningsbloedonderzoek in het kader van depressie zinvol? en waarom wel/ niet?
    • ja
    • => in DD staan veel somatische oorzakelijke factoren voor depressie
    • - endocrien, infectie, paraneoplastisch, stofwisselingsziekten, systeemziekten,...
  60. wat is de voornaamste reden tot stopzetten van SSRI's?
    seksuele klachten: verlengt de tijd tot ejaculatie
  61. wat zijn de voornaamste bijwerking van tricyclische?
    • - ani-histaminerg (sufheid, sedatie, hypotensie), adrenerg (sufheid, orthostatisme, tachycardie)
    • - anti-cholinerg (droge mond, accomodatiestoornissen, mictiestoornissen, prostatisme!! glaucoom verergering!!, verwardheid => oppassen met ouderen!!, sexuele dysfunctie)
  62. hoe kun je een serotonerg syndroom vaststellen in het bloed?
    stijging van de CK's +++
  63. R/ bij serotonerg syndroom
    • - stop meds
    • - intensieve opname
    • - afkoelen + vocht
  64. symptomen van serotonerg syndroom?
    • - bewustzijnsstoornissen
    • - autonome dysfunctie: tachycardie, zweten, tachypnoe, bloeddrukschommelingen
    • - hyperthermie
    • extrapyramidaal: rigiditeit, tremoren
  65. agorafobie=?
    een situatie of plaats waar ontsnappen moeilijk is of kan zijn of waar men geen hulp kan verwachten in het geval van een paniekaanval of paniekachtig verschijnsel
  66. wat zijn de criteria voor OCD?
    • - aanwezigheid van dwanggedachten (obsessies) en/ of dwanggedragingen (compulsies)
    • - hieraan wordt veel tijd besteed (>1/d) en leidt tot ernstig klinisch lijden of beperkt op significante manier dagelijkse routine of professioneel of sociaal leven
  67. welke risico's zijn verbonden aan ADHD ivm de toekomst?
    • - angst en stemmingsstoornissen
    • - leerproblemen
    • - gedragsstoornissen
  68. wat zijn de DSM criteria voor een delier?
    • - bewustzijnsstoornissen: aandacht richten en verplaatsen lukt niet meer 
    • - cognitieve stoornissen: desoriëntatie (gestoorde antw op vragen wie/ waar ben je..), geheugen/ taalstoornis
  69. welke twee verschijningsvormen van delier ken je?
    door wat worden zij veroorzaakt?
    • - hypERactief en  hypERalert delier
    • => onttrekking van alcohol en benzo's
    • = motorische onrust, agitatie en prikkelbaar

    • - hypOactief en hypOalert delier=stil delier
    • => ouderen en hepatische encephalopathie
    • = apathie, teruggetrokken gedrag
  70. syndroom van Wernicke en Korsakoff wordt veroorzaakt door?
    dit op zijn beurt komt voor bij?
    • - Vit. B1-deficiëntie
    • - bij langdurig alcoholmisbruik en zwangerschapsbraken
  71. contra-indicaties van benzo's?
    • - ataxie
    • - myasthenia gravis
  72. wanneer zal je bij een spoedpsychiatrie interventie bij een geagiteerde patiënt intensief de ademhaling, luchtweg en bewustzijn opvolgen?
    • - sedatie/ slaap
    • - hoge dosis
    • - hoog risico patiënt
    • - IV-toedieningsweg
    • - comorbiditeit/ polyfarmacie
    • - illegale drugs/ alcohol
  73. 95% van suïcidale mensen hebben een psychiatrische problematiek, niet alle psychiatrische pt. echter zijn suïcidaal.
    welke psychiatrische pt. hebben het hoogste suïcidaal karakter?
    • - depressie
    • - schizofrenie
    • - (borderline) persoonlijkheid
    • - alcoholafhankelijkheid

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview