Gezondheidskunde P2 (thema 8)

Card Set Information

Author:
einsteinflash
ID:
255000
Filename:
Gezondheidskunde P2 (thema 8)
Updated:
2014-01-03 13:00:58
Tags:
Thema
Folders:

Description:
Leer goed!
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user einsteinflash on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Noem 5 aanpassingen bij sportinspanning:
    • 1. Bloedvaatjes in huid gaan openstaan.
    • 2. Zweetkliertjes gaan vocht afscheiden.
    • 3. Hartslag en ademhaling versnellen.
    • 4. Meer spiervezels worden geactiveerd.
    • 5. Spijsvertering op `laag pitje`.
  2. Noem de 3 brandstoffen:
    • 1. Koolhydraten.
    • 2. Vetten.
    • 3. Eiwitten.

    * dit is tevens de volgorde, met welke het lichaam eerst begint met verbranden *
  3. Termen die je moet weten benoem ze.
    1. Aeroob
    2. Anaeroob
    3. Lactaat
    4. Lactisch
    5. A-lactisch
    • 1. met zuurstof
    • 2. zonder zuurstof
    • 3. melkzuur
    • 4. met melkzuur
    • 5. zonder melkzuur
  4. Energieleverende systemen leg ze uit:
    1. Anaëroob a-lactisch
    2. Anaëroob lactisch
    3. Combinatie anaëroob lactisch + aëroob
    4. Aëroob
    • Anaëroob a-lactisch
    • 1. zonder zuurstof, zonder melkzuur
    • bij intensieve inspanning korter dan 20 seconden.

    • Anaëroob lactisch
    • 2. zonder zuurstof, met melkzuur
    • bij intensieve inspanning van 20 seconden tot 2 minuten.
    • Combinatie anaëroob lactisch + aëroob
    • 3. afwisseling zonder zuurstof/met melkzuur en met zuurstof.
    • bij intensieve inspanning tussen 2 en 10 minuten.
    • Aëroob
    • 4. met zuurstof.
    • bij inspanningen in gelijkmatig tempo vanaf 10 minuten.
  5. Benoem 4 kenmerken van het anaëroob a-lactische energiesysteem:
    • 1. Direct beschikbaar
    • 2. Kleine capacitei (voorraad)
    • 3. Zeer groot vermogen
    • 4. Herstel loopt vrij snel
  6. Benoem 5 kenmerken van het anaëroob lactisch energiesysteem:
    • 1. Begint na ongeveer 5 seconden bij maximale belasting
    • 2. Na ongeveer 20 seconden optimaal
    • 3. Groot vermogen
    • 4. Beperkte capaciteit (voorraad)
    • 5. Vorming van lactaat (melkzuur)
  7. Noem 4 gevolgen van verzuring:
    • 1. (chemische) reacties in het lichaam verlopen minder goed
    • 2. Door beschadiging spiercellen neemt kracht af
    • 3. Door beschadiging spier- en zenuwcellen wordt coördinatie minder
    • 4. Pijn door beschadigde zenuwuiteinden
  8. Benoem 2 kenmerken van de aërobe energielevering:
    • 1. Glycogeenverbranding:
    • - bij inspanningen met een matige tot maximale intensiteit.
    • - In rust.
    • - energielevering komt traag op gang
    • - weinig vermogen
    • - capaciteit (voorraad) is groot

    • 2. Vetverbranding:
    • - bij inspanningen vanaf 45 à 60 minuten
    • - kost meer tijd en zuurstof dan bij glycogeenverbranding
    • - weinig vermogen
    • - zeer grote capaciteit (voorraad)
  9. Noem 6 factoren die warmteverlies tegen gaan:
    • 1. Onderhuidse vetlaag
    • 2. Luchtlaag tussen de huidharen
    • 3. Kleding
    • 4. Vernauwing bloedvaten (vasoconstrictie)
    • 5. Verkleinen lichaamsoppervlak
    • 6. Inspanning: rillen, klappertanden
  10. Welke 5 factoren houden (mogelijk) een te hoge lichaamstemperatuur tegen?
    • 1. Verdamping vocht (huid, luchtwegen)
    • 2. Verwijdering bloedvaten (vasodilitatie)
    • 3. Geleiding
    • 4. Straling
    • 5. stroming
  11. Noem 8 factoren waarom een warming-up belangrijk is:
    • 1. Stofwisseling in spieren neemt toe
    • 2. Hartslag stijgt en bloedcirculatie verbetert
    • 3. zenuwen worden geactiveerd (snellere acties en bewegingen)
    • 4. Gevoeligheid gewrichten, pezen en zintuigen neemt toe (betere coördinatie)
    • 5. Ademhaling en longventilatie neemt toe
    • 6. Warmteafgifte neemt toe
    • 7. Adrenaline komt vrij (actiebereidheid)
    • 8. Psyche bereidt zich voor (in de sfeer van het sporten komen)
  12. Noem de 4 fasen van een warming-up:
    • 1. Algemene fase:
    • - circulatie op gang brengen
    • - losmaken/loszwaaien
    • 2. Tonusverlagend rekken
    • 3. Specifieke fase
    • 4. (eventueel:) tonusverhogend rekken
  13. Noem 3 redenen waarom een cooling-down goed is, *en vertel hoe je dat kan doen.*
    • 1. Helpt lichaamstemperatuur te verlagen
    • 2. Helpt de bloedverdeling te normaliseren
    • 3. Helpt afvalstoffen af te voeren en het herstel te bevorderen

    *Circa 10 minuten uitlopen, losmaken en rekken, daarna: verzorgen.*
  14. noem de 4 fasen van een cooling-down:
    • 1. Circulatie-cooling-down
    • 2. Losmaken/loszwaaien
    • 3. Tonusverlagend rekken
    • 4. Verzorgen

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview