Gezondheidskunde P2 Thema 12 Trainen

Card Set Information

Author:
einsteinflash
ID:
255020
Filename:
Gezondheidskunde P2 Thema 12 Trainen
Updated:
2014-01-03 14:12:09
Tags:
Thema 12
Folders:

Description:
Leer correct!
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user einsteinflash on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Noem 5 prestatiebepalende factoren:
    • 1. Bewegingseigenschappen (cluks)
    • 2. Psychische eigenschappen
    • 3. Techniek en tactiek
    • 4. Aanleg en gezondheid
    • 5. Overige factoren waaronder het weer en de materialen
  2. Noem 5 bewegingseigenschappen (conditie):
    • 1. Coördinatie
    • 2. Lenigheid
    • 3. Uithoudingsvermogen
    • 4. Kracht
    • 5. Snelheid
  3. Noem 6 mentale eigenschappen; onder andere:
    • 1. Inzet
    • 2. Doorzettingsvermogen
    • 3. Concentratie
    • 4. Incasseringsvermogen
    • 5. Beheersing
    • 6. Zelfreflectie
  4. Leg uit wat bedoelt wordt met techniek en tactiek:
    • Techniek:
    • Met de juiste bewegingsvaardigheid, kracht, balans, snelheid, coördinatie en timing bewegingen uitvoeren.

    • Tactiek:
    • De strategie die je gebruikt om je vaardigheden zo goed mogelijk toe te passen.
  5. Noem 6 factoren die horen bij aanleg en gezondheid:
    • 1. Talent
    • 2. Bouw
    • 3. Spiervezeltype
    • 4. Vatbaarheid voor infecties
    • 5. Geslacht
    • 6. Leeftijd
  6. Noem 4 overige omstandigheden die belangrijk zijn tijdens het sporten:
    • 1. Weersomstandigheden
    • 2. Kleding en materiaal
    • 3. Voeding
    • 4. Sociaal-maatschappelijke omstandigheden
  7. Noem de 4 trainingsgroepen:
    • 1. Techniek
    • 2. Tactiek
    • 3. Conditie
    • 4.Mentaliteit
  8. Leg het woord `techniektraining` uit:
    Het in de praktijk oefenen van een bepaalde beweging met de bedoeling om deze zo doelmatig (machanisch verantwoord en effectief) en economisch (efficiënt) mogelijk uit te kunnen voeren.
  9. Leg het woord tactiektraining uit:
    Het in de praktijk oefenen met een strategie ten opzichte van een tegenstander, of, bij individuele sporten, ten opzichte van de race-indeling, met als doel de wedstrijd te winnen.
  10. Leg het woord conditietraining uit:
    Het in de praktijk oefenen met bewegingsvaardigheden en bewegingseigenschappen, vooral lenigheid, uithoudingsvermogen, kracht en snelheid, met het doel het prestatievermogen te verbeteren.
  11. Leg het woord mentale training uit:
    Het in de praktijk leren omgaan met eigenschappen e vaardigheden die betrekking hebben op de psyche.
  12. Noem 3 trainingsvormen:
    • 1. Algemeen ontwikkelde oefenvormen
    • 2. Specifieke trainingsvormen
    • 3. Wedstrijdvormen
  13. Leg belasting en belastbaarheid uit:
    Belasting = de weerstand die je lichaam ondergaat, de arbeid die jij levert

    Belastbaarheid = het vermogen om een belasting te ondergaan of te leveren zonder nadelige gevolgen
  14. Wat is trainingsbelasting en noem 4 belangrijke dingen die daar bij horen:
    De inwendige of uitwendige belansting die noodzakelijk is om het prestatievermogen te verbeteren, bestaande uit de volgende bouwstenen:

    • 1. Omvang
    • 2. Duur
    • 3. Intensiteit
    • 4. Pauze
  15. Hoe werkt supercompensatie?
    Prestatieverbetering door een juiste afwisseling tussen inspanning en herstel.
  16. Supercompensatie kan door deze 6 factoren plaats vinden:
    • 1. rusten
    • 2. hersteltraining
    • 3. andere trainingsvorm
    • 4. voeding
    • 5. massage
    • 6. sauna
  17. Noem 6 andere trainingswetmatigheden:
    • 1. Overload
    • 2. Verminderde meeropbrengst
    • 3. Omkeerbaarheid (reversibiliteit)
    • 4. Specifiteit
    • 5. Individualiteit
    • 6. Duurzaamheid

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview