13. Persoonlijkheid: kernbegrippen

Card Set Information

Author:
era
ID:
255080
Filename:
13. Persoonlijkheid: kernbegrippen
Updated:
2014-01-29 05:06:50
Tags:
inleiding psychologie persoonlijkheid kernbegrippen
Folders:
inleiding in de psychologie
Description:
inleiding psychologie persoonlijkheid kernbegrippen
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user era on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. eros
    levensdrift
  2. thanatos
    doodsdrift
  3. Es
    • instantie in het onbewuste waaruit alles ontstaat
    • lustprincipe
  4. lustprincipe
    • primair-proces-denken
    • onmiddellijke bevrediging van driften en behoeften
  5. Ich
    • doeltreffend met realiteit omgaan
    • realiteitsprincipe
  6. realiteitsprincipe
    verlangens aanpassen aan werkelijkheid om later bevrediging te kunnen krijgen
  7. Über-Ich
    • idealen, onderscheid goed en fout
    • Ich-ideaal + geweten
  8. orale fase
    • passief genieten
    • 0 - 1,5j
    • conflict: afhankelijk, conformistisch
  9. anale fase
    • actieve controle over lichaam uitoefenen
    • moeder als symbool van perfectie -> Ich-ideaal
    • 1 - 2j
    • conflict: netheid, controle / koppig, uitdagend
  10. fallische fase
    • primitieve seksuele drang
    • gericht op moeder of vader (Oedipus- en Elektracomplex) -> geweten
    • 4j
    • conflict: koud en promiscue
  11. Oedipuscomplex
    • primitieve seksuele drang gericht op de moeder
    • vader als rivaal -> castratieangst
    • oplossen door met vader te identificeren
  12. Elektracomplex
    • penisnijd en vijandige gevoelens tov moeder (inferioriteit)
    • verlangen naar moeder verwerpen en liefde voor vader ontwikkelen
    • kinderwens als substituut voor penisnijd
  13. latentiefase
    • relatieve psychoseksuele rust
    • 6j
  14. genitale fase
    • korte terugkeer van Oedipus- en Elektracomplex
    • verstrengeling van lust en affectie
  15. projectieve tests
    • ambigue situatie onthult veel over onbewuste
    • gestandaardiseerde tests (Rorschach, TAT)
  16. Thematic Apperception Test (TAT)
    verhaal vertellen bij reeks van ambigue plaatjes
  17. fenomenologische realiteit
    realiteit zoals die door een persoon ervaren wordt
  18. persoonlijke constructies
    • dichotome constructie om de werkelijkheid te percipiëren
    • Kelly
  19. sociaal-cognitieve theorie
    • constante interactie omgeving, gedrag en cognities
    • Bandura
  20. Eysenck Peronality Questionnaire (EPQ)
    • extravert-introvert
    • stabiel-neurotisch
    • psychotisch
  21. Big Five
    • extraversie
    • altruïsme
    • consciëntieusheid
    • emotionele stabiliteit
    • openheid voor ervaringen
  22. antisociale persoonlijkheidsstoornis
    • niet conformeren aan maatschappelijke norm
    • oneerlijkheid voor eigen voordeel
    • impulsiviteit
    • prikkelbaarheid en agressie
    • onverschilligheid tob veiligheid
    • onverantwoordelijkheid
    • geen spijtgevoelens
  23. borderline persoonlijkheidsstoornis
    • krampachtig proberen vermijden in de steek gelaten te worden
    • instabiele intense relaties, zwart-wit denken
    • aanhoudend wisselend zelfbeeld
    • impulsiviteit met negatieve gevolgen
    • pogingen tot zelfverwonding
    • sterk wisselende stemmingen
    • chronisch gevoel van leegte
    • inadequate intense woede
    • paranoïa, dissociatie

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview