Reumatologie

Card Set Information

Author:
kensmet
ID:
255218
Filename:
Reumatologie
Updated:
2014-01-22 08:41:56
Tags:
Reumato
Folders:

Description:
reumato
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kensmet on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. RF=?

    bij welke andere ziekten kan je nog een positieve RF aantreffen?
    • - Ab tegen het Fc gedeelte van IG-G
    • - andere reumathische aandoeningen: SLE, Sjögren
    • - andere niet-reumatische: TBC, endocarditis
  2. kenm. van anti-CCP?
    • - reeds vroeg positief bij RA
    • - hogere predictieve waarde voor RA dan RF
  3. ANCA is positief bij welke aandoeningen?
    • - 95% SLE
    • - anti-PR3 bij Wegner
    • - anti-MPO bij microPAN (minder churg Strauss)
  4. wat is het nadeel van RF
    • - stijgt in de oudere populatie: 15% van  de gezonde ouderen
    • - slechts matige spec en sens voor RA
  5. RX is in de reumatologie de gouden standaard bij?
    • - erosies
    • - juxta-articulaire botaanwas
    • - artrose
  6. obv welke criteria kan je de diagnose van SA met grote zekerheid stellen?
    - NY-criteria

    • => klinisch
    • - ILBP: >3m rugpijn+ startstijfheid (verbetert bij bewegen verergert bij rust)
    • - verminderde thoraxexpansie
    • - en lumbale beweeglijkheid (frontaal & sagittaal)
    • => radiologisch
    • - graad 2 Sacro-iliitis bilateraal of 3/4 unilateraal

    => radio aanw + 1 klinisch => D SA
  7. prevalentie van SA in een gegeven populatie is afhankelijk van?
    • - ras
    • - prevalentie van HLAB27 in de populatie
  8. BASDAI=?
    - meet de globale ziekteactiviteit adhv vijf symptomen

    • vermoeidheid
    • axiale pijn
    • gewrichtspijn en zwelling
    • pijn <enthesitis
    • ochtendstijfheid: kwantiteit en kwaliteit
  9. BASFI?
    • - functionele index: meet de functionele beperking <SA 0 goed-10 slecht
    • adhv tien vragen
  10. ASAS respons?
    • meet de respons (onder therapie)
    • => globale ziektebeoordeling door de patiënt
    • => inflammatie (ochtendstijfheid)
    • => BASFI
    • => pijnbeoordeling door de pt
  11. BASMI?
    • - meet de axiale mobiliteit adhv van zes testjes
    • => cervicale rotatie (dmv goniometer)
    • => trachus-muurafstand
    • => lateroflexie
    • => lumbale flexie (modified shöber index-)
    • => thoracale expansie
    • => intermalleolaire afstand
  12. een jonge mannelijke pt met recurrente spontane achillespeesontstekingen. welke DD sluit je zeker uit?
    • - sponyloarthropathie
    • => achillespeesontsteking is de meest voorkomende enthesiopathie bij SpA
  13. onderscheid in de ontsteking van het gewricht bij RA en SA?
    • - SA: botpathologie: osteïtis
    • - RA: gewrichtspathologie: synovitis
  14. wanneer treedt een eerste aanval van acute anterieure uveïtis bij een HLAB27+ pt meestal op? wat is er speciaal aan?
    • - tussen de leeftijd van 20-40 jaar
    • => 10 jaar vroeger dan de normale populatie
  15. welke organismen kunnen leiden tot een reactieve arthritis? en wanneer komt dit typisch tot uiting?
    • - GI
    • Yersinia enterocolitica/ pseudotuberculosis
    • campilobacter jejuni
    • salmonella tiphimurium
    • shigella flexneri
    • - UG
    • chlamydia trachomatis

    => typisch 2 weken na de infectie
  16. welk organisme zal veel vaker voor een reactieve arthritis bij mannen zorgen dan bij vrouwen?
    urogenitale organismen (chlamydia)
  17. R/ reactieve arthritis
    • - NSAID's of intra-articulaire cortico's
    • - Sulfasalazine
    • - AB voor de primaire infectie
  18. de huidaandoeningen gezien bij reactieve arthritis zijn typisch voor een bepaald oorzakelijk organisme? welke?
    • - erythema nodosum bij GI-organismen
    • - dermatitis blenorrhagica bij UG-organismen

    als ik het fout heb, vraag splitsen
  19. hoe maak je de DD tussen RA en PsA?
    • PsA
    • - geen RF en reumanodules
    • - dactylitis, enthesitis, DIP aanwezig
    • - associatie met HLAB27 en HIV
    • - psoriasis en nagel dystrophy
    • - acute fasemarkers zijn meer verhoogt dan bij RA
  20. welk radiologisch verschillen ziet men tss SA en PsA?
    • - bij PsA ziet men geen bilaterale sacro-iliitis
    • - AS: volledige axiale aantasting, PsA vooral cervicaal
  21. welke problemen ondervind men bij de behandeling van PsA?
    • - veel van de voorgeschreven therapiën zijn gebaseerd op effectieve therapie van RA
    • - kleine aantallen pt geïncludeerd in de studies
    • - hoge placebo respons
    • - meerdere aspecten van de ziekte: huid-oog-darm-UG..
  22. wat zijn klinische voorspellende factoren die kunnen wijzen op een progressieve PsA?
    • - poly-articulair
    • - gestegen acute fase markers
    • - fysieke disabiliteit
    • - erosieve gewrichtsaandoening
    • - geen effect van initiele therapie
  23. wat zijn de berlijn criteria voor ILBP?
    • - > 30min ochtendstijfheid
    • - alternating buttocckspain
    • - verbeterd bij beweging, verergerd bij rust
    • - ontwaken in het tweede deel van de nacht <pijn
  24. bij de extra-articulaire manifestaties van PsA en AS zien we twee grote verschillen, welke?
    • - PsA: grotere prevalentie van IBD
    • - PsA: AAU is meer bilateraal
  25. doel van botremoddelering?
    • tegen ouderdomsverschijnselen
    • vervangen van botmoeheid
    • adaptatie aan belasting
    • calciumspiegel
    • groeifactoren voor het beenmerg
  26. wat zijn de belangrijkste actoren bij botresorptie en botaanmaak?
    • RANK-ligand: bevordert resorptie
    • Osteoprogeterin: inhibeert resorptie = decoyreceptor
    • sclerostin: inhibeert botaanmaak
  27. welke actoren beïnvloeden de vrijstelling van RANK-ligand?
    • inflammatoire cytokines: IL1-6, TNF
    • vit-D
    • cortico's
    • PTH
    • PGE2

    OEstradiol: inhibeert!
  28. wat zijn belangrijke oorzaken van secundaire osteoporose?
    • hyperthyroïdie
    • hypogonadisme
    • GNRH-antagonisten
    • cortico's
    • coeliackie
    • intestinale bypass
    • multipelmyeloom
    • meta's
  29. wat zijn de gevolgen van wervelbreuken?
    • verlies in lengte
    • depressie en verminderd zelfvertrouwen
    • acute of chronische pijn
    • maag-darm en ademhalingsproblemen
    • beperking in de ADL => Neerwaartse spiraal (verminderde beweging => minder mechanische prikkels => stijging osteoporotisch proces)
  30. beleid bij acute wervelfracturen?
    • 7d absolute rust
    • zelden operatie
    • 1m relatieve rust
    • extensie-oefeningen
    • vermijden van anteflexie
  31. bilaterale carpal tunnel: denken aan?
    RA
  32. polyarticulair + aantasting van de DIPS: denken aan?
    PsA
  33. wat controleer je bij een RA-pt wanneer je intubeert?1
    • aanwezig (sub)luxatie van C1-C2
    • => problemen bij hyperextensie
  34. welke extra-articulaire manifestaties zie je bij RA. treden deze bij alle RA-pten op?
    • vasculitis
    • Sjögren
    • reumanodules
    • amyloïdose

    => enkel bij auto-antistoffen positieve patiënten
  35. ter hoogte van het gewricht zijn er histologisch grote verschillen tussen SpA en RA. welke?
    • SpA is een echte botpathologie: osteïtis en effusie
    • RA begint met synovitis en effusie
  36. waarom is het voordelig om RA zo vroeg mogelijk te behandelen?
    75% van de ziekteprogressie vindt plaats in de eerste vijf jaar
  37. welke invloed heeft het verouderingsproces op het kraakbeen?
    • verminderde productie van ECM: kwalitatief en kwantitatief
    • minder GAG's
    • KB houdt water minder goed vast => verandering in de visco-elastische eigenschappen
    • aantal chondrocyten neemt af
  38. erosies bij PsA en OA verschillen: hoe?
    • PsA: erosies zijn marginaal gelegen
    • OA centrale erosie
  39. wat zijn risicofactoren van OA?
    • leeftijd
    • BMI
    • (epi)genetica
    • fysieke activiteit
    • lokale mechanische factoren
    • geslachtshormonen
    • BMD (bone-mineral-density)
    • ethniciteit: afro-amerikanen>kaukasus
  40. artrose van het CMC gewricht. waaraan denk je?
    secundaire oorzaak: hemochromatose

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview