15. Therapieën: kernbegrippen

Card Set Information

Author:
era
ID:
255357
Filename:
15. Therapieën: kernbegrippen
Updated:
2014-01-29 05:16:29
Tags:
inleiding psychologie therapieën kernbegrippen
Folders:
inleiding in de psychologie
Description:
inleiding psychologie therapieën kernbegrippen
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user era on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. angstdempende geneesmiddelen
    onderdrukken centrale zenuwstelsel

    • barbituraten
    • benzodiazepines
    • bètablokkers
    • antidepressiva
  2. antidepressiva
    verlichten symptomen van depressieve stoornis

    • tricyclische verbindingen
    • monoamine oxidase inhibitoren
    • selectieve serotonine heropname inhibitoren
  3. Tarasoff-beslissing
    therapeuten moeten mogelijke slachtoffers van hun cliënten waarschuwen als ze in gevaar zijn
  4. afweermechanisme
    • verplaatsing
    • sublimatie
  5. interpersoonlijke psychotherapie
    psychoanalytische therapie met nadruk op interpersoonlijke relaties ipv onbewuste conflicten
  6. cliëntgerichte therapie
    • cliënt centraal, niet-directief
    • bewuste, subjectieve ervaringen bespreken
    • klemtoon op hier en nu
    • gedrag wordt bepaald door aangeboren behoefte tot zelfactualisatie

    Rogers
  7. focustherapie
    focus op lichamelijke toestand om impliciete kennis op te doen over wat ons vooruithelpt
  8. implosietherapie
    flooding met ingebeelde situaties
  9. modeling
    gepast gedrag leren door te demonstreren
  10. cognitieve therapie
    vervangen van slecht aangepaste overtuigingen
  11. rationeel-emotieve therapie
    • ter discussie stellen van onrealistische, perfectionistische overtuigingen die leiden tot irrationeel gedrag
    • Ellis, 1950
  12. cognitieve therapie van Beck
    cliënt zelf informatie laten opdoen over hun overtuigingen

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview