m.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
259
Filename:
m.txt
Updated:
2009-10-14 04:33:09
Tags:
Nederlandse \'m\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. maag; de
    stomach
  2. maagd; de
    virgin
  3. maagzweer; de
    ulcer
  4. maaien
    to mow
  5. maal; het
    meal
  6. maal; de
    time; times
  7. maaltijd; de
    meal
  8. maan; de
    moon
  9. maand; de
    month
  10. maandelijks
    monthly
  11. maandverband; het
    sanitary towel
  12. maar
    but; only; merely
  13. maat; de
    measure; size
  14. maatkleding; de
    tailor made clothes
  15. maatregel; de
    measure
  16. machine; de
    machine
  17. macht; de
    power; might
  18. machteloos
    powerless; helpless
  19. machthebber; de
    man in power
  20. machtig
    powerful
  21. mager
    slim; skinny
  22. majoor; de
    major
  23. makelaar; de
    broker; real estate agent
  24. maken
    to make; take; do
  25. makkelijk
    easy; comfortable
  26. malen
    to grind; mill
  27. man; de
    man; husband
  28. mand; de
    basket; hamper
  29. mandje; het
    basket
  30. manege; de
    rinding school
  31. manier; de
    way; fashion; manner
  32. mank
    lame; crippled
  33. mankeren
    to fail; be absent; be wrong
  34. manlief; de
    hubby
  35. mannelijk
    maile; masculine
  36. mannetje; het
    little man
  37. mantel; de
    lady's coat; claot; mantle
  38. mantelpak; het
    lady's costume
  39. marcheren
    to marcj
  40. margarine; de
    margarine
  41. marine; de
    navy
  42. markt; de
    market
  43. mars; de
    march
  44. marsepein; het
    marzipan
  45. masker; het
    mask
  46. mat; de
    mat
  47. mat
    matt; dull
  48. mate; de
    measure
  49. matig
    moderate; indifferent
  50. matroos; de
    sailor
  51. m.a.w.
    met andere woorden/in other words
  52. mechaniek; het
    mechanism
  53. medaille; de
    medal
  54. mede
    also
  55. mededelen
    to communicate; inform
  56. mededeling; de
    communication; information; announcement
  57. medelijden; het
    pity; compassion
  58. medewerker; de
    co-operator; collaborator
  59. medewerking; de
    co-operation; collaboration
  60. medicijn; het
    medicine
  61. meebrengen
    to bring along; involve
  62. meedoen
    to join; take part
  63. meedragen
    to carry with
  64. meegaan
    to go; come along; accompany
  65. meehelpen
    to assist; help
  66. meemaken
    to experience; go through
  67. meenemen
    to take along; take away
  68. meer; het
    lake
  69. meer
    more
  70. meerderheid; de
    majority
  71. meerderjarig
    of age
  72. meerderjarigheid; de
    legal age
  73. meervoud; het
    plural
  74. meest
    most
  75. meestal
    mostly; usually
  76. meester; de
    master
  77. meesterlijk
    masterly
  78. meesterwerk; het
    masterpiece
  79. meeuw; de
    seagull
  80. meid; de
    girl; lass
  81. meisje; het
    girl
  82. melden
    to mention; report
  83. melk; de
    milk
  84. men
    one; people; they
  85. meneer
    mister; Sir
  86. mengen
    to mix; blend
  87. mengeling; de
    mingling; mixture
  88. mening; de
    opinion
  89. mens; de
    humna being
  90. mens; het
    woman
  91. menselijk
    human
  92. mentaliteit; de
    mentality; outlook
  93. merel; de
    blackbird
  94. merk; het
    brand; sort; make
  95. merken
    to mark
  96. merkwaardig
    remarkable; peculiar
  97. mes; het
    knife
  98. met
    with
  99. metaal; het
    metal
  100. meteen
    immediately
  101. meten
    to measure
  102. meter; de
    measurer; metre; godmother
  103. meubels; dw
    furniture
  104. meubilair; het
    furniture
  105. mevrouw
    madam; mrs; lady
  106. middag
    midday; noon; afternoon
  107. middel; het
    means; device; remedy
  108. Middeleeuwen; de
    middle ages
  109. middelvinger; de
    middle finger
  110. midden; het
    middle; midst
  111. middernacht; de
    midnight
  112. mier; de
    ant
  113. mijmeren; de
    muse; daydream
  114. mijn; de
    mine; pit
  115. milieu; het
    environment
  116. militair; de
    soldier
  117. militair; de
    military
  118. miljard; het
    billion
  119. miljoen; het
    million
  120. miljonair; de
    millionaire
  121. mime; de
    mime
  122. min
    minus; little
  123. minder
    less; fewer
  124. minderheid; de
    minority
  125. minderjarig
    underage
  126. minderwaardig
    inferior
  127. minderwaardigheidscomplex; het
    inferiority complex
  128. minister; de
    minister
  129. ministerie; het
    ministry; department
  130. minnaar; de
    lover
  131. minnares; de
    lover; mistress
  132. minst
    least
  133. minstens
    at least
  134. minuut; de
    minute
  135. mis; de
    RC mass
  136. mis
    wrong
  137. misdaad; de
    crime
  138. misdadig
    criminal
  139. misdadiger; de
    criminal
  140. mislukken
    to fail; go wrong
  141. misschien
    perhaps; maybe
  142. misselijk
    sick queasy
  143. missen
    to miss; spare; lack
  144. mist; de
    fog; mist
  145. misten
    to be foggy
  146. mistig
    foggy
  147. mits
    provided that
  148. modaal
    modal
  149. modder; de
    mud
  150. modderig
    muddy
  151. mode; de
    fashion
  152. modekleur; de
    fashoinable colour
  153. model; het
    model; style
  154. modelleren
    to model;; mould
  155. modern
    modern
  156. modezaak; de
    dress shop
  157. modieus
    fashoinable
  158. moe
    tired; weary
  159. moeheid
    fatigue
  160. moed
    courage
  161. moeder; de
    mother
  162. moedig
    courageous
  163. moeilijk
    difficult
  164. moeite; de
    trouble; difficulty
  165. moeten
    to must; be obliged to
  166. mogelijk
    possible
  167. mogelijkheid; de
    possibility
  168. mogen
    to be allowed
  169. mok; de
    mug
  170. molen; de
    mill
  171. molenaar; de
    miller
  172. moment; het
    moment
  173. mompelen
    to mutter; mumble
  174. monarch; de
    monarch
  175. monarchie; de
    monarchy
  176. mond; de
    mouth
  177. monster; het
    monster; sample; specimen
  178. monteur; de
    mechanic
  179. monument; het
    monument
  180. mooi
    beautiful
  181. moord; de
    murder
  182. moorden
    to commit murder
  183. moordenaar; de
    murderer; killer
  184. mop; de
    joke
  185. morgen
    morning
  186. morsdood
    stone-dead
  187. morsen
    to spill
  188. mot; de
    moth
  189. motief; het
    motive; motif
  190. motregen
    to drizzle
  191. mout; de
    malt
  192. mouw; de
    sleeve
  193. mug; de
    gnat
  194. muggenziften
    to split hairs
  195. muis; de
    mouse
  196. munt; de
    coin; mint
  197. mus; de
    sparrow
  198. museum; het
    museum; gallery
  199. muts; de
    cap; bonnet
  200. muur; de
    wall
  201. muziek; de
    music
  202. muzikaal
    musical
  203. mysterie; het
    mystery

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview