NIMA marketing A hoofdstuk 13

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
261235
Filename:
NIMA marketing A hoofdstuk 13
Updated:
2014-02-11 06:35:18
Tags:
NIMA marketing hoofdstuk 13
Folders:

Description:
NIMA marketing A hoofdstuk 13
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat is de definitie van verpakking?
    De verpakking is een deel van het tastbare product. Het is datgene wat om het artikel heen zit.
  2. Wat bedoelen we met de verpakking heeft een dienende taak?
    Het product en het merk zijn belangrijker, de verpakking dient het product.
  3. Hoe kan de verpakking bijdragen aan de herkenbaarheid van het merk?
    Door het logo te dragen of een opvallende vorm te hebben (coca cola, wc eend)
  4. Welke twee soorten verpakkingen kennen we?
    detailverpakkingen en verzendverpakkingen
  5. Wat is een kleinverpakking?
    detailverpakking of verkoopverpakking
  6. Wat is een verkoopverpakking?
    detailverpakking of kleinverpakking
  7. Wat is een grootverpakking?
    verzendverpakking of transportverpakking
  8. Wat is een transportverpakking?
    verzendverpakking of grootverpakking
  9. In welke vier categorieën verdelen we de verpakkingen?
    • primaire verpakkingen
    • secundaire verpakkingen
    • transportverpakkingen of vervoersverpakkingen
    • omverpakkingen
  10. Wat is de primaire verpakking?
    De noodzakelijke verpakking die direct om het product zit.
  11. Wat is de secundaire verpakking?
    De verpakking om de primaire verpakking die ervoor dient om informatie te geven of de primaire verpakking te beschermen.
  12. Wat is de transportverpakking?
    Verpakking nodig voor vervoer, opslag of identificatie.
  13. Wat is de omverpakking?
    De verpakking om de gebruiksverpakking heen. Dat kan het doosje van een tube tandpasta zijn, maar ook de folie om 10 pakken koffie.
  14. Wat is het label?
    Deel van de verpakking waar informatie op staat.
  15. Welke 4 soorten verpakkingen kennen we?
    • gebruiksverpakking
    • veiligheidsverpakking
    • wegwerpverpakking
    • retourverpakking
  16. Wat is een gebruiksverpakking?
    Een transportverpakking of een secundaire verpakking
  17. Wat is een veiligheidsverpakking?
    Een primaire, secundaire of gebruiksverpakking bedoelt om de veiligheid van het product te verhogen.
  18. Wat is een retourverpakking?
    Een herbruikbare verpakking, zoals de statiegeld fles.
  19. Wat moet er op het etiket van een evensmiddel staan volgens het Europees Parlement?
    • de verkoopbenaming
    • lijst van ingrediënten
    • hoeveelheid ingrediënten of categorieën in percentage
    • nettohoeveelheid
    • minimale houdbaarheid
    • bewaarvoorschriften en gebruiksvoorwaarden
    • de naam en het adres van de fabrikant
    • de plaats van oorsprong of herkomst als weglaten misleidend kan zijn
    • gebruiksaanwijzing
    • alcoholpercentage, indien hoger dan 1,2%
  20. Welk verpakkingsmaterialen kennen we?
    • papier en karton
    • kunststof
    • glas
    • ijzer en blik
    • non-ferro metalen
    • hout
    • jute
  21. Op welke twee manieren kun je milieubewuster verpakken?
    • door monomaterialen te gebruiken (deze zijn recyclebaar)
    • door zo min mogelijk lagen verpakking te gebruiken
  22. Wat zijn de 7 functies van de verpakking?
    • beschermen
    • vergemakkelijken handling
    • gebruiksgemak
    • emotional appeal
    • hergebruikswaarde
    • herkenbaarheid
    • informatie
  23. Wat bedoelen we, als het gaat om functies van de verpakking, met het vergemakkelijken van de handling?
    Dat het voor de distribuant makkelijker te hanteren is.
  24. Wat bedoelen we met de emotional appeal van een verpakking?
    De toegevoegde waarde van de verpakking
  25. Hoe kun je de herkenbaarheid van een merk vergroten middels de verpakking?
    Logo, opvallende kleuren, grote letters, opvallende vorm.
  26. Wat zijn productattributen?
    Alle eigenschappen van een product. Niet alleen de tastbare, maar ook ontastbare zoals service, klachtenbehandeling en garantiebeleid.
  27. Wat is een UAC-code?
    Streepjes code
  28. Wat is een ander woord voor streepjes code?
    UAC-code
  29. Wat is het Productaanduidingsbesluit?
    Een wet die zegt welke informatie er op het etiket moet staan.
  30. Wat moet er volgens het Productaanduidingsbesluit op een etiket staan?
    • naam
    • ingrediënten
    • houdbaarheidsdatum
    • nettohoeveelheid
    • naam en adres fabrikant/importeur
    • gebruiksaanwijzing en bewaarvoorschrift
    • Plaats van oorsprong of herkomst, als weglaten tot misleiding kan leiden
  31. Wat is een synoniem van dienstverlening?
    service
  32. Op welke twee zaken is service voornamelijk gericht?
    • vergroten genot van product
    • verkleinen koopinspanning
  33. Wat veroorzaakt goede service bij de klant?
    Goodwill naar de fabrikant toe.
  34. Wat zijn 
    • Goodwill naar fabrikant toe
    • Onderscheiden van concurrentie
    • Mogelijkheid tot meer/regelmatig contact met klant
    • Door meer contact gemakkelijker cognitieve dissonantie tegengaan
    • Service kan reden tot aankoop zijn
  35. Wat is een nadeel van service?
    Het is duur en bij de prijs inbegrepen, daardoor wordt het product duurder.
  36. Hoe noemen we de verkoopstrategie waarbij de prijs zeer laag is, de bruto-winstmarge klein en de omloopsnelheid hoog?
    Low margin retailing
  37. Wat is low margin retailing?
    Verkoopstrategie met zeer lage prijzen, producten met hoge omloopsnelheid en lage bruto-winstmarge.
  38. Welke drie vormen van service onderscheiden we?
    • Service voor de aankoop
    • Service tijdens de aankoop
    • Service na de aankoop
  39. Wanneer is garantie nodig?
    Wanneer de afnemer onvoldoende zekerheid heeft over de kwaliteit van het product.
  40. Bij welke producten is garantie vooral nodig?
    (voor de afnemer) nieuwe producten
  41. Wat wekt garantie op bij de afnemer?
    goodwill en vertrouwen
  42. Is 'ten minste houdbaar tot' ook een vorm van garantie?
    Ja
  43. Wat zijn voordelen van garantie voor de fabrikant?
    • adoptieproces kan worden versneld
    • begrenzen verantwoordelijkheid
    • voorwaarden verbinden aan garantie waardoor minder verantwoordelijkheid bij verkoper ligt
    • middel voor concurrentiestrijd door bvb langere garantie te geven
  44. Is een keurmerk aansprakelijk voor gebreken?
    nee
  45. Wat is een collectief merk?
    keurmerk
  46. Wat is een ander woord voor keurmerk?
    collectief merk
  47. Hoe heet het huidige keurmerkinstituut?
    Goedgekeurd keurmerk instituut
  48. Wat zijn behalve keuren, taken van het keurmerkinstituut?
    inspecties en opleidingen
  49. Wat is de definitie van keurmerk?
    Een merk dat dient om een of meer kenmerken van producten, van verschillende organisaties te waarborgen.
  50. Wat zijn de 4 functies van consumentenklachten?
    • Van een klager weer een tevreden klant maken
    • Reputatie bedrijf verbeteren (roddels tegengaan)
    • Bevordering customer loyalty
    • Bron van informatie over verbeteren product
  51. Wat is nodig voor een goed klachtenbeleid?
    • De consument moet klagen
    • De klachten moeten geregistreerd en geanalyseerd worden
  52. Hoe noemen we hetgeen een consument tegenhoudt om te klagen? 
    Klaagdrempel
  53. Wat zijn 5 redenen waarom consumenten niet klagen?
    • consument vindt voorval te onbelangrijk
    • consument weet niet waar hij moet klagen
    • geen tijd
    • leverancier straalt uit dat er niet over zijn product te klagen valt
    • de procedure is te ingewikkeld
  54. Waarom zou een consument een klacht niet belangrijk genoeg vinden om te klagen?
    Het product is te goedkoop, het is de moeite niet waard
  55. Wat is de functie van een geschillencommissie?
    Conflicten tussen aanbieder en afnemer oplossen.
  56. Onder welke naam zijn geschillencommissies van verschillende branches samen gebracht?
    Stichting Geschillencommissies
  57. Wat is een voorwaarde om een klacht in te dienen bij de geschillencommissie?
    De klager moet eerst schriftelijk een klacht hebben ingediend bij de aanbieder. Als daar geen oplossing uit komt kan hij naar de geschillencommissie.
  58. Wat is een goede manier om klachten af te handelen?
    Via een zo kort mogelijke lijn op laag niveau; dus door bvb winkelpersoneel. Daar moet dit personeel goed voor getraind zijn.
  59. Wat is consumer affairs?
    Een afdeling binnen een bedrijf die zich bezighoudt met klachtenbehandelingen en consumer affairs.
  60. Hoe ziet een goed klachtenbeleid eruit? Welke stappen neem je?
    • klachten registreren
    • klachten rangschikken
    • analyseren
    • er iets aan doen
  61. Wat is het verschil tussen een klacht en cognitieve dissonantie?
    Bij cognitieve dissonantie kan de ontevredenheid ook aan iets anders dan het product liggen (bvb een ander, mss beter product)
  62. Wat moet een afnemer doen als een product schade heeft toegebracht?
    Hij kan de fabrikant aansprakelijk stellen.
  63. Wat moet een afnemer bewijzen als een product schade heeft aangebracht?
    Het gebrek, de schade en het verband hiertussen. 
  64. Als een producent aansprakelijk wordt gesteld voor schade, wie kunnen dan de producent zijn?
    • producent van het eindproduct
    • producent van een grondstof of onderdeel
    • degene die zich als producent presenteert (door bvb merk op product te plaatsen (huismerk))
    • degene die het product invoert
  65. Wie is de voorman?
    Degene die het product heeft geleverd (aan de industriele afnemer).
  66. Wie is aansprakelijk als de producent niet kan worden achterhaald? 
    De leverancier of andere tussenpersoon.
  67. Na hoeveel jaar verjaard de aansprakelijkheid?
    3 jaar
  68. Na hoeveel jaar vervalt de aansprakelijkheid?
    10 jaar
  69. Waarom moet er goed bijgehouden worden met welke leveranciers een organisatie werkt?
    Vanwege de aansprakelijkheid
  70. Wat is de definitie van product recall?
    Het terughalen van een product vanwege vastgestelde gebreken
  71. Wat is het verschil tussen stille en publieke recall?
    Stille is bij distributeurs en publieke bij consumenten

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview