NIMA Marketing A hoofdstuk 14

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
262584
Filename:
NIMA Marketing A hoofdstuk 14
Updated:
2014-02-20 07:22:49
Tags:
NIMA Marketing hoofdstuk 14
Folders:
NIMA Marketing A hoofdstuk 14
Description:
NIMA Marketing A hoofdstuk 14
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat is PLC?
    Productlevenscyclus
  2. Wat is de definitie van PLC?
    De productlevenscyclus is (de grafische weergave van) het verloop van de afzet van een product in de tijd.
  3. Noem 4 synoniemen van productlevenscyclus.
    • PLC
    • levenscyclus
    • productcyclus
    • product life-cycle
  4. Wat is levenscyclus?
    PLC
  5. Wat is productcyclus?
    PLC
  6. Hoe noemen we de looptijd van de PLC van een product?
    levensduur
  7. Wat is de levensduur van een product?
    De looptijd van de PLC van een product.
  8. Wat bedoelen we in de bedrijfseconomie met levensduur?
    De tijd dat een product financieel de beste (voordeligste) keuze is.
  9. Wat bedoelen we met technische levensduur?
    Hoe lang het duurt voordat een product uit elkaar valt.
  10. Door welke 3 oorzaken vergaan producten?
    • technologische vooruitgang
    • modeontwikkeling
    • toegenomen welvaart
  11. Hoe ziet de grafiek van de PLC er meestal uit?
    S-vormig
  12. Welke 5 fases onderscheiden we in de PLC?
    • introductiefase
    • groeifase
    • rijpheids- of volwassenheidsfase
    • verzadegingsfase
    • neergangsfase
  13. Wat zijn de 4 fases van de PLC volgens NIMA?
    • introductiefase
    • groeifase (snelle- en afnemende groeifase)
    • volwassenheidsfase
    • eindfase
  14. Op welke niveaus kunnen we de PCL toepassen?
    • productklasse
    • productvorm
    • merk
    • variëteit van het merk (productitem)
  15. Op welke productniveaus heeft de PLC weinig betekenis?
    Productklasse en productvorm
  16. Van welke factoren is de lengte (in tijd) van de PLC afhankelijk?
    • mate van technologische vooruitgang
    • mate van onderhevigheid aan modewisselingen
    • invloed van toegenomen welvaart
    • mate en snelheid imitatie door concurrenten
  17. Op welke 2 punten kan de PLC als hulpmiddel dienen voor het marketingbeleid?
    • het tijdstip van introductie
    • het toepassen van productmodificaties
    • het inzetten van marketinginstrumenten
  18. Wat moet je doen als een product in de verzadigingsfase terecht komt?
    Zorgen dat er een nieuw product is ontwikkeld om voor continuïteit van de afzet te zorgen.
  19. Waarom maakt men productmodificaties?
    Om de PLC te rekken.
  20. Hoe kan je de PLC verlengen?
    Door productmodificaties toe te passen.
  21. Wanneer hebben productmodificaties het meeste effect?
    In de verzadigingsfase
  22. Hoe noemen we het verlengen van de PLC d.m.v. productmodificatie?
    recyclen
  23. Wat is recyclen in de PLC?
    De PLC verlengen d.m.v. productmodificatie
  24. Wat is behalve productmodificatie een manier om de PLC te verlengen?
    Een nieuwe toepassing van het product ui te vinden waardoor er nieuwe markten ontstaan (vaak chemische producten).
  25. Welke informatie geeft de PLC over het inzetten van marketinginstrumenten?
    Wanneer welk marketinginstrument ingezet dient te worden. Bij elke fase zijn andere marketinginstrumenten belangrijk.
  26. Hoe heeft de uitbreidingsvraag invloed op de PLC?
    Die versterkt de groei al vanaf kort na de introductie.
  27. Welke vraag komt zelden voor in de introductiefase?
    De vervangingsvraag
  28. Waarom is het voor het marketingbeleid belangrijk om te weten waar de verschillende soorten vraag aan de orde zijn in de PLC?
    Afnemers met een vervangingsvraag hebben behoefte aan andere informatie dan mensen met een initiële vraag.
  29. In welke fase van de PLC is de winst doorgaans het hoogst?
    In de volwassenheidsfase
  30. Op welk punt in de PLC wordt het breakevenpoint doorgaans bereikt?
    De overgang van introductie naar groei
  31. Wanneer daalt de winst in de PLC?
    Gedurende de volwassenheidsfase licht en vanaf de verzadiging sterker
  32. Waarom levert een product tijdens de introductiefase meestal geen winst op?
    De marketingkosten zijn dan het hoogst omdat naambekendheid en distributie dan moeten worden geregeld.
  33. Waarom neemt de winst af in de verzadigingsfase?
    Dan nemen de marketingkosten weer toe, i.v.m. het verlengen van de PLC.
  34. In welke vijf groepen delen we consumenten in als het gaat over adoptie van nieuwe producten?
    • innovators
    • early adopters
    • early majority
    • late majority
    • laggards
  35. Is een laggard altijd een laggard?
    Nee, het verschilt per product
  36. Noem drie manieren waarop men de klant kan overtuigen van een product.
    • themareclame
    • promotionele acties
    • sampling
  37. Wat is sampling?
    Verspreiden van monsters
  38. Wat is themareclame?
    Het imago van de fabrikant of het merk promoten. Het heeft invloed op de lange termijn.
  39. In welke fase van de PLC dient men de consument te overtuigen van het product?
    Introductiefase
  40. Welke twee prijscategorieën kan men toepassen bij de introductie van een product?
    • afroomstrategie
    • penetratiestrategie
  41. Bij welke prijsstrategie begint men met een hoge prijs in de introductiefase?
    afroomstrategie
  42. Wat is de penetratiestrategie?
    Een strategie waarbij men in de introductiefase een lage prijs hanteert.
  43. Waarom dient er in de introductiefase voornamelijk rekening gehouden te worden met het instrument product?
    • technische problemen kunnen naar voren komen
    • de productie capaciteit kan te laag zijn ten opzichte van de vraag
  44. Waarom dient er in de introductiefase voornamelijk rekening gehouden te worden met het instrument promotie?
    Men kent het product nog niet, consumenten en tussenhandelaren moeten het leren kennen en overtuigd worden.
  45. In welke fase wordt voor het eerst de concurrentie heviger?
    De groeifase
  46. Bij welke producten versnelt de groei eerder en waarom?
    Bij niet-duurzame producten, deze worden sneller geadopteerd.
  47. Bij welke producten verloopt het adoptieproces sneller?
    niet-duurzame producten.
  48. Op welke marketinginstrumenten dient de nadruk te liggen in de groeifase?
    promotie en distributie
  49. Waarom is het instrument prijs belangrijk in de volwassenheidsfase?
    De groei van de markt neemt af en de concurrentie wordt heviger
  50. Welke instrumenten zijn belangrijk in de volwassenheidsfase?
    distributie en prijs
  51. Welke fase van de PLC duurt het langst?
    De verzadigingsfase
  52. Is de markt labiel of stabiel in de verzadigingsfase?
    stabiel
  53. Wat veroorzaakt stabiliteit in marktgroei?
    Concurrenten gaan vechten om het bestaande marktaandeel.
  54. Waarom is onderscheiding belangrijk in de verzadigingsfase?
    Men moet zijn eigen 'plekje' (doelgroep) veroveren binnen de markt.
  55. Hoe kan men in de verzadigingsfase zijn eigen doelgroep veroveren?
    Door productmodificatie toe te passen.
  56. Wat is feature modification?
    Extra eigenschappen aan het product toevoegen.
  57. Wat leidt modificatie toe?
    Een uitgebreider assortiment.
  58. Op welke instrumenten ligt de nadruk in de verzadigingsfase?
    product en prijs
  59. Wanneer heeft het zin om niet te stoppen met het product in de neergangsfase?
    Als concurrenten wel stoppen en er een rendabele markt overblijft.
  60. In welke fase ligt de nadruk op product en promotie?
    Introductiefase
  61. In welke fase ligt de nadruk op promotie en distributie?
    groeifase
  62. In welke fase ligt de nadruk op distributie en prijs?
    volwassenheidsfase
  63. In welke fase ligt de nadruk op prijs en product?
    verzadigingsfase
  64. Op welke marketinginstrumenten ligt de nadruk in de neergangsfase?
    Geen, men dient het product af te stoten.
  65. welke vraag is voornamelijk aanwezig in de introductiefase?
    initiële vraag
  66. Welke vraag is voornamelijk aanwezig in de groeifase?
    initiële vraag
  67. Welke vragen zijn aanwezig in de volwassenheidsfase?
    initiële-, vervangings- en additionele vraag (vervangings- en uitbreidingsvraag)
  68. Welke soorten vraag zijn voornamelijk aanwezig in de verzadigingsfase?
    vervangings- en additionele vraag
  69. Welke vraag is aanwezig in de neergangsfase?
    vervangingsvraag
  70. In welke fase is hoofdzakelijk de vervangingsvraag aanwezig?
    neergangsfase
  71. In welke fases is de concurrentie het hevigst?
    volwassenheidsfase en verzadigingsfase
  72. In welke fase neemt de concurrentie toe?
    groeifase
  73. In welke fase neemt de concurrentie af?
    neergangsfase
  74. In welke fase is de concurrentie het minst hevig?
    introductiefase
  75. In welke fase groeit de markt het snelst?
    groeifase
  76. In welke fase neemt de marktomvang af?
    neergangsfase
  77. In welke fase neemt de groei van de markt voor het eerst af?
    Volwassenheidsfase
  78. In welke fase is de groei van de markt constant?
    verzadigingsfase
  79. In welke fase bereikt de winst zijn maximum?
    volwassenheidsfase
  80. In welke fase stijgt de winst snel?
    groeifase
  81. In welke fase daalt de winst voor het eerst?
    verzadigingsfase
  82. In welke twee classificaties delen we nieuwe producten op?
    productinnovaties en nieuwe merken
  83. Wat bedoelen we met een nieuw merk?
    De fabrikant voegt een voor hem nieuw product aan het assortiment toe dat bij de consument reeds bekend is.
  84. Wat is een productinnovatie?
    Een geheel nieuw, uitegvonden product
  85. Wanneer is een product nieuw volgens het marketingconcept?
    Als de consument het product als nieuw ervaart.
  86. Wat bedoelen we met een voor de organisatie nieuw product?
    Een nieuw product, rekening houdend met het feit dat de consument het misschien niet als nieuw ervaart.
  87. Welke twee productontwikkelingsstrategieën kennen we?
    innovator-strategie en volger-strategie
  88. Wat is een voordeel van de innovator-strategie?
    Doordat de onderneming als eerste het product op de markt brengt heeft hij een voorsprong op de concurrentie die veel winst oplevert.
  89. Wat is een nadeel van de innovator-strategie?
    De risico's zijn groter
  90. Wat is me-too-marketing?
    volger-strategie
  91. Wat is een voordeel van de volger-strategie?
    De kosten en het risico van de productontwikkeling zijn lager.
  92. Noem een aantal voorbeelden van landen met een individualistisch karakter.
    Australië, Canada, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Nederland, V.S., U.K.
  93. Noem een aantal voorbeelden van landen waarbij een groot machtsverschil onder de bevolking slecht getolereerd wordt.
    Mexico, Thailand, Griekenland, Japan, Pakistan
  94. Welk soort landen zijn goed om initiatiewerk uit te voeren?
    individualistische landen
  95. Welk soort landen zijn goed om implementatiewerk uit te voeren?
    Landen waar een grote machtsafstand slecht wordt verdragen en weinig individualisme heerst.
  96. Wat is een style modification?
    Een kleine aanpassing aan een product
  97. Vanwege welke drie factoren is de ontwikkeling van een product een risico?
    • lange tijd tussen ontstaan idee en introductie
    • kosten voor ontwikkeling bijzonder hoog
    • onzekerheid over winst en omzet
  98. Wat is een go-beslissing?
    Een product wordt na tests of ontwikkeling goed bevonden voor de volgende stap of de markt
  99. Wat is een no-go beslissing?
    Na beoordeling wordt besloten om het productontwikkelingsproces te stoppen.
  100. Wat zijn de 7 fasen van het productontwikkelingsproces?
    • exploratiefase
    • screeningsfase
    • conceptontwikkelingsfase
    • strategieontwikkelingsfase
    • fysieke productontwikkelingsfase
    • testfase
    • productintroductiefase
  101. Wat doet men in de exploratiefase?
    ideeën verzamelen
  102. Van welke zeven mogelijke bronnen kunnen we gebruikmaken in de exploratiefase van het productontwikkelingsproces?
    • consument
    • verkoper
    • tussenhandel
    • concurrentie
    • ideeënbus
    • research
    • octrooi
  103. Wat is een octrooi?
    Een uitvinding waarover men de rechten kan kopen.
  104. Hoe noemt men het als een (achteraf gezien) slecht idee toch op de markt wordt gebracht?
    go-error
  105. Wat is een go-error?
    Er wordt te laat ingezien dat een product een slecht idee is. Het wordt toch op de markt gebracht en mislukt dan.
  106. Wat is een drop-error?
    Men heeft een goed idee, waarvan men dacht dat het slecht was, afgestoten.
  107. Hoe noemen we het als een organisatie een idee laat vallen omdat ze het niet goed vinden, maar het dat eigenlijk wel is?
    drop-error
  108. Wat is een product profile-procedure?
    Een procedure die op een objectievere manier bijdraagt aan de screening.
  109. Welke tool kan men gebruiken bij de screening?
    product profile-procedure
  110. Welke stappen neemt men bij de product profile-procedure?
    • Bepalen welke factoren het succes van het product beïnvloeden
    • Bepalen hoe belangrijk elk van de factoren zijn, men geeft elke factor een cijfer
    • Men geeft alle factoren van elk idee een cijfer.
    • Dit cijfer doet men maal het cijfer van de factor (stap 2). Per product de cijfers optellen
  111. Noem voorbeelden van factoren die van invloed kunnen zijn op het succes van het product
    verwachte marktgroei, aantal concurrenten, marktomvang, verwachte rendement
  112. Welke producten in de product profile-procedure gaan door voor ontwikkeling?
    Degenen die boven een (door de organisatie) bepaalde grenswaarde uitkomen.
  113. Wat is het verschil tussen een product idee en een productconcept?
    Een productidee is het kale product en het concept is het uitgebreide product
  114. Op welke manier onderzoekt men het productconcept?
    Men test het door consumenten te ondervragen, wat vinden zij van het concept?
  115. Wat is concepttesting?
    Een concept voorleggen aan consumenten en onderzoeken wat zij ervan vinden
  116. Waarom is het marketingplan uit de strategieontwikkelingsfase van het productontwikkeling niet het uiteindelijke plan?
    In latere stadia is er meer duidelijkheid over omzet-, winst-, en kostenstrategie
  117. Wat staat er in het marketingplan van de strategieontwikkelingsfase van de productontwikkeling?
    • Hoe groot de doelgroep is en een doelgroep omschrijving
    • Wat het marketingplan moet zijn
    • Een schatting van de kosten, omzetten en winsten
  118. In welke fase van de productontwikkeling wordt het meeste geld geïnvesteerd?
    De fysieke productontwikkelingsfase
  119. Welke fase van de productontwikkeling duurt het langst?
    De fysieke productontwikkelingsfase
  120. Behalve het fysieke product, wat wordt er nog meer in de fysieke productontwikkelingsfase ontwikkeld?
    merknaam en verpakking
  121. Hoe noem je het product dat in de fysieke productontwikkelingsfase wordt gecreëerd?
    het prototype
  122. Noem een aantal tests dat het prototype moet ondergaan.
    • tests op het gebied van veiligheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en wettelijke eisen
    • consumententests
    • bedrijfseconomische berekeningen
  123. Wat zijn kwalitatieve marktonderzoeksmethoden?
    Een methode waarbij consumenten uitgebreid kunnen testen of worden ondervraagd. Het kan ook bvb een onderzoek in een lab zijn. De uitkomsten zijn zeer waardevol.
  124. Hoe test men meestal in de testfase?
    In een testmarkt; een geografisch beperkt gebied
  125. Aan welke twee aspecten moet een testmarkt voldoen?
    • De bevolkingsopbouw en samenstelling moeten representatief van het gemiddelde zijn
    • Het moet kunnen worden afgedekt met regionale media
  126. Wat zijn de nadelen van een testmarkt?
    • Kost veel tijd
    • Concurrent is vroegtijdig op de hoogte van nieuw product
    • Kost veel geld
  127. Welke beslissingen neemt men in de productintroductiefase?
    • Wanneer introduceren?
    • Waar introduceren?
    • Welke doelgroep als eerste?
    • Wat wordt het marketingbeleid?
  128. Noem een aantal redenen waarom productinnovaties kunnen falen
    • gebrek aan marktkennis
    • verkeerde afstemming marketing mix
    • overwachte reactie concurrent
    • geen gefaseerde aanpak met evaluaties
    • geen goede prijs/prestatie verhouding
    • te dure ontwikkeling
    • gebrek managementvaardigheden
    • geen multidisciplinaire aanpak
    • technische problemen
  129. Welke opties zijn er organisatorisch gezien om een productontwikkelingsproces te leiden?
    • productmanager
    • nieuwe productcommissies
    • new-productmanager
    • afdeling nieuwe producten
    • venture-management
  130. Waarom kan het nadelig zijn om een productmanager verantwoordelijk te laten zijn voor productontwikkeling?
    Deze heeft het al druk met lopende producten
  131. Omschrijf de nieuwe productcommissie
    Managers van verschillende afdelingen besteden een deel van hun tijd aan productontwikkeling
  132. Omschrijf de afdeling nieuwe producten
    Een afdeling met als enig taak het ontwikkelen van nieuwe producten
  133. Omschrijf venture-management
    Een venture team is opgebouwd uit goede en enthousiaste werknemers die tijdelijk al hun tijd besteden aan productontwikkeling
  134. Aan welke voorwaarden voldoet een venture-team?
    • het is multidiciplinair (verschillende afdelingen doen mee)
    • enige taak van de afdeling is productontwikkeling
    • team wordt op hoog niveau ondersteund
    • ondernemingsgeest is nodig
    • levensduur moet flexibel zijn

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview