NIMA Marketing A Hoofdstuk 16

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
266406
Filename:
NIMA Marketing A Hoofdstuk 16
Updated:
2014-03-27 08:13:52
Tags:
NIMA Marketing Hoofdstuk 16
Folders:
NIMA Marketing A Hoofdstuk 16
Description:
NIMA Marketing A Hoofdstuk 16
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Om welke 3 redenen is het marketing instrument momenteel erg belangrijk?
    • toenemende concurrentie
    • verminderen handelsbarrières internationale markten
    • verslechterend economisch klimaat
  2. Welk product kiest een consument doorgaans als hij moet bezuinigen?
    Het product dat per uitgegeven geldeenheid zijn behoefte het beste bevredigt.
  3. Geef de definitie van prijsdoelstelling
    Een doelstelling voor het prijsbeleid die aangeeft wat de organisatie met de prijszetting voor de verschillende producten wil bereiken.
  4. Welke twee soorten prijsdoelstellingen kennen we?
    Zuivere en onzuivere
  5. Wat is een zuivere prijsdoelstelling?
    Doelstellingen m.b.t. prijsperceptie, prijsgedrag etc.
  6. Hoe noemen we prijsdoelstellingen m.b.t. prijsperceptie?
    Zuivere prijsdoelstellingen
  7. Wat zijn onzuivere prijsdoelstellingen?
    Prijsdoelstellingen m.b.t. winstmarge, rendement, omzet, marktaandeel etc.
  8. Wat is volgens velen de hoofdfunctie van prijs?
    Het scheppen van opbrengsten.
  9. Op welke twee doelen zijn de algemene strategische bedrijfsdoelstellingen gebaseerd?
    continuïteit en winst
  10. Noem 4 onzuivere strategische prijsdoelstellingen.
    • behalen gewenste omzet gebaseerd op normale bezettingsgraad 
    • behalen bepaalde winst op geïnvesteerd vermogen
    • behalen bepaalde brutomarge per geproduceerde eenheid
    • overleven van de onderneming
  11. Wat bedoelt men met de doelstelling productie-output in stuks maal de prijs?
    het behalen van een bepaalde omzet bij een bepaalde (normale) bezettingsgraad.
  12. Wat bedoelt men met de doelstelling return on investment?
    Een bepaalde winstmarge boven het geïnvesteerde vermogen realiseren.
  13. Wat is een andere benaming voor return on investment?
    target rate
  14. Wat is target rate?
    Een doelstelling waarbij men ernaar streeft een bepaalde winstmarge bovenop het geïnvesteerde vermogen te realiseren.
  15. Waar zit de brutomarge in de prijs?
    Tussen de verkoopprijs en de variabele kosten
  16. Wanneer kan de prijsdoelstelling van een onderneming het doen redden van de onderneming zijn?
    Als er binnen de onderneming sprake is van extreme onderbezetting, extreem veel concurrentie of extreem hoge voorraden.
  17. Hoe noemen we de gedachte dat de hoofdfunctie van de prijs het creëren van opbrengsten is?
    opbrengstfunctie
  18. Wat is de opbrengstfunctie?
    De gedachte dat de functie van prijs het creëren van opbrengst is.
  19. Welke zuivere prijsdoelstellingen kennen we?
    • behalen bepaald marktaandeel
    • bepalen in welke mate men prijs gebruik in de marketingmix (non-price competition?)
    • realiseren gewenste prijsbeleving
  20. Hoe noemen we de zuivere prijsdoelstellingen?
    Marketingfunctie van de prijs.
  21. Wat is de marketingfunctie van de prijs?
    De zuivere prijsdoelstellingen
  22. Waarom zal men zelden als doelstelling hebben: zo veel mogelijk winst op korte termijn?
    De onderneming leeft dan meestal niet lang.
  23. Hoe noemt men de strategie waarbij het streven is om steeds een bepaald percentage van de omzet als winst vast te stellen?
    prijs/margestabiliteit
  24. Wat is een voordeel aan prijs/margestabiliteit?
    De winst groeit of krimpt mee met de omzet. Als de kosten hoger worden, kan men direct de verkoopprijs hoger maken.
  25. Moet je een prijs/margestabiliteit altijd vaststellen voor de lange termijn?
    Nee!
  26. Wat kan er misgaan bij de strategie prijs/margestabiliteit?
    Bij onderbezetting is er minder winst omdat de vaste kosten niet veranderen (variabele wel).
  27. Aan de hand van welke vier punten worden de winst- en ROI-percentages vastgesteld?
    • rentestand
    • niveau dat gebruikelijk is in bedrijfstak
    • de plaats van de onderneming tussen de concurrenten
    • financiële positie onderneming
  28. Waar moet de ROI aan voldoen?
    (op termijn) Hoger zijn dan de geldende marktrente
  29. Waarom is het belangrijk dat de ROI op termijn boven de geldende marktrente uitkomt?
    Anders kan de onderneming de leningen niet terugbetalen.
  30. Waarom is omzetgroei belangrijker dan winstgroei?
    Omdat een verlies aan omzet en dus marktaandeel op de lange termijn met veel meer winstverlies gepaard gaat.
  31. Wat is er gebeurd als de omzet daalt en de afzet stijgt?
    De variabele kosten zijn te hoog geworden, men moet in een ander prijssegment gaan zitten of goedkoper produceren (schaalvergroting)
  32. Wat is prijsconcurrentie?
    Een vorm van marketingbeleid waarbij vooral de prijs als concurrentiewapen wordt gebruikt. Het is een vorm van actief prijsbeleid.
  33. Noem een voorbeeld van prijsconcurrentiestrategie.
    Goedkoper gaan produceren en daardoor een lagere prijs kunnen vragen.
  34. Waar moet je rekening mee houden met het kijken naar de procentuele verandering van de omzet?
    De procentuele verandering van de omzet van de totale markt. De omzet kan wel groeien, maar als de markt nog veel sterker groeit, lijdt men toch verlies.
  35. Wat is de Prijsmeter?
    Die geeft aan welke prijsbeleving bij welke prijs hoort.
  36. Op welke gebieden geeft de Prijsmeter inzicht?
    • prijsperceptie
    • prijsbeleving per prijsniveau
    • psychologische prijsdrempels
    • prijsgevoeligheid van de markt
    • positionering van je merk t.o. concurrentie
    • potentieel per prijsniveau
  37. Wie maakt de Prijsmeter?
    Interview-NSS
  38. Wat is Interview-NSS?
    De maker van de Prijsmeter
  39. Wat bedoelen we met price=something?
    De waardering van de prijs, wat (welke kenmerken van de marketingmix instrumenten) er allemaal in de prijs zit.
  40. Hoe kan men een prijsverandering doorvoeren zonder dat de consument dat merkt?
    Door tegelijkertijd de verpakking te veranderen.
  41. Hoe noemt met hoofd- en afgeleide producten ook wel?
    Complementaire producten
  42. Hoe noemt men complementaire producten ook wel?
    Hoofd- en afgeleide producten
  43. Hoe worden hoofd- en afgeleide producten vaak verkocht?
    Het hoofd product goedkoop, het afgeleide product duur (bvb printer-inkt, houder-scheermesjes, koffiemachine-cups)
  44. Wanneer is een onderneming een full-line company?
    Als er van elk product op alle prijsniveaus iets aangeboden wordt.
  45. Is bij een full-line strategie alleen de prijs belangrijk?
    Nee, ook productdifferentiatie
  46. Is er altijd een kwaliteitsverschil tussen de verschillende niveaus in een full line strategie?
    nee
  47. Wat is de functie van de laaggeprijsde artikelen in het assortiment?
    Marktaandeel vergroten/behouden
  48. Wat is de functie van hoog geprijsde artikelen in het assortiment?
    Winst maken
  49. Welke lange termijn prijsbeslissingen m.b.t. het distributiebeleid kennen we?
    • afspraken met tussenhandel over advies prijzen en bodemprijzen
    • (individuele) verticale prijsbinding
    • horizontale prijsbinding
  50. Wat is individuele verticale prijsbinding?
    De fabrikant stelt een vaste prijs vast (kostprijs+winstmarge+rabatten voor tussenhandel=consumentenprijs)
  51. Waarom werkt individuele prijsbinding niet meer?
    De detailhandel is te machtig geworden door o.a. inkoopcombinaties en terugwaardse integratie in de bedrijfscolom
  52. Wat is een inkoopcombinatie?
    Een aantal bedrijven koopt samen goederen in
  53. Wat is een ander woord voor inkoopcombinatie?
    orderconcentratie
  54. Wat is een ander woord voor orderconcentratie?
    inkoopcombinatie
  55. Wat is collectieve verticale prijsbinding?
    Verschillende leveranciers uit 1 schakel in de bedrijfskolom stellen samen de verkoopprijs vast die de detaillist moet hanteren.
  56. Wat is een ander woord voor collectieve verticale prijsbinding?
    niet-individuele prijsbinding
  57. Is collectieve prijsbinding toegestaan?
    nee, behalve bij boeken
  58. Bij welk product is niet-individuele prijsbinding toegestaan?
    boeken
  59. Op welke drie manieren hebben prijs en promotie invloed op elkaar?
    • Bij een hoge prijs horen uitgebreide promotie uitingen met een dure uitstraling
    • Promotie verkleint de prijselasticiteit van prijsgevoelige producten
    • Soms is alleen de prijs al een promotiemiddel, bvb bij witte benzine
  60. Wat is het verschil tussen de strategische prijsdoelstellingen en de operationele prijsdoelstellingen?
    Strategie stelt doelen op de lange termijn, operationeel beleid zegt hoe dat in het dagelijks gebruik gerealiseerd gaat worden.
  61. Omschrijf operationele prijsdoelstellingen
    Korte termijn beslissingen in het kader van het strategisch prijsbeleid.
  62. Welke twee prijsbepaling methoden kennen we?
    • intern georiënteerd
    • extern georiënteerd
  63. In welke methodes splitsen we de extern georiënteerde prijsbepaling?
    • concurrentie georiënteerd
    • vraag georiënteerd
  64. Wat is de kostengeoriënteerde prijsstelling?
    intern georiënteerde prijsbepaling
  65. Wat is een andere benaming voor intern georiënteerde prijsbepaling?
    kostengeoriënteerde prijsstelling
  66. Wat zijn de drie kostensoorten binnen een onderneming?
    • indirecte kosten
    • directe kosten
    • totale kosten
  67. Wat zijn indirecte kosten?
    Kosten waarbij men niet kan bepalen hoeveel aan een productitem wordt uitgegeven.
  68. Wat zijn directe kosten?
    Kosten waarbij duidelijk is hoeveel er per product is uitgegeven.
  69. Noem twee voorbeelden van directe kosten.
    • grondstoffen
    • halffabrikaten
  70. Wat zijn totale kosten?
    Directe en indirecte kosten samen.
  71. Wat zijn constante kosten?
    Kosten die niet reageren op verandering in de productie, behalve als de capaciteit (aantal machines) veranderd of er prijswijzigingen optreden.
  72. Wat is een ander woord voor constante kosten?
    vaste kosten
  73. Wat zijn vaste kosten?
    constante kosten
  74. Wanneer veranderen de constante kosten?
    Als de capaciteit veranderd of er prijswijzigingen optreden.
  75. Noem 4 voorbeelden van vaste kosten.
    • gebouwen
    • inventaris
    • terrein
    • directie
  76. Wat is het kenmerk van variabele kosten?
    Ze zijn afhankelijk van de omvang van de productie.
  77. Noem 2 voorbeelden van variabele kosten
    • grondstoffen
    • lonen
  78. Wat is de formule van de kostprijs-plus-methode?
    standaardkostprijs (sk) = variabele productiekosten per productitem + (totale productiekosten/normale bezetting in eenheden per periode)
  79. Wat is de integrale kostprijs?
    De kostprijs volgens de kostprijs plus methode.
  80. Geef de definitie van de kostprijs-plus-methode
    Een kostengeoriënteerde methode van prijszetting, uitgaande van een bepaalde winst over de integrale kosten.
  81. Wat zijn twee andere benamingen van de kostprijs-plus-methode?
    • cost plus-pricing
    • integrale kostencalculatie
  82. Wat is cost plus-pricing?
    • kostprijs-plus-methode
    • integrale kostencalculatie
  83. Wat is integrale kostencalculatie?
    • cost plus-pricing
    • kostprijs-plus-methode
  84. Wat is een nadeel van de kostprijs-plus-methode?
    Er wordt geen rekening gehouden met externe factoren zoals concurrentie en prijsbeleving
  85. Wat is de eindprijs-min-methode?
    Een afnemersgeoriënteerde methode van prijszetting waarbij de producentenverkoopprijs wordt berekend, rekening houdend met de normale groot- of detailhandelsmarges, terug te rekenen vanuit de gewenste consumentenprijs.
  86. Wat zijn twee andere benamingen voor eindprijs-min-methode?
    • backward-pricing
    • inverse prijsstelling
  87. Noem 3 dingen die meestal van de prijs af moeten bij de eindprijs-min-methode.
    • BTW
    • marge detailhandel
    • marge groothandel
  88. Hoe noemt men het als er niet een marge over de verkoopprijs, maar over de inkoopprijs moet worden berekend?
    opslag
  89. Hoe bereken je een marge op de verkoopprijs?
    verkoopprijs/(100%+marge in procenten)
  90. Hoe bereken je de opslag van de inkoopprijs?
    inkoopprijs/100% maal opslag in procenten. Dat van het totaal aftrekken
  91. Welke drie methodes kennen we binnen de concurrentiegeoriënteerde prijsstelling?
    • imitatiemethode
    • discount-pricing
    • premium-pricing
  92. Wat is me too-pricing?
    imitatiemethode
  93. Wat is going rate-pricing?
    imitatiemethode
  94. Wat is het verschil tussen me too-pricing en going rate-pricing?
    Bij me too-pricing hanteert men exact dezelfde prijs, bij going rate-pricing gebruikt men de prijs van de sterke concurrent als richtprijs.
  95. In welke marktvorm komt imitatie-prijsmethode veel voor?
    (enigszins) homogene oligopolieën.
  96. Waarom gebruikt met de prijs imitatiemethode?
    Om prijsoorlogen tegen te gaan.
  97. Wat is discount-pricing?
    De prijs onder het niveau van de marktleider zetten.
  98. Wat is premium-pricing?
    Prijs boven het niveau van de marktleider plaatsen.
  99. Welke twee zaken zijn van groot belang bij het vaststellen van de prijs bij de vraaggeoriënteerde prijsstelling?
    • Het verloop van de vraagcurve
    • het (verwachtte) gedrag van de concurrentie
  100. Op welke twee manieren kan men inzicht krijgen in het verloop van de vraagcurve?
    • Via de Prijsgevoeligheidsmeter
    • Met enquêtes
    • Testmarkten
  101. Wat is het nadeel van de uitkomst van prijs enquêtes?
    Je weet nooit zeker of de ondervraagden zich aan hun antwoorden houden.
  102. Welke twee wetten kennen we m.b.t. prijs?
    • Prijzenwet van 1961
    • Mededingingswet van 1997
  103. Wat houdt de Prijzenwet in?
    • De minister van Economische Zaken kan prijsvoorschriften afgeven
    • Het ministerie van EZ kan voorschriften afgeven voor de administratie (kostenstijgingen verantwoorden)
    • De minister van EZ kan ondernemers een meldingsplicht van geplande prijsverhogingen opleggen
  104. Welke zaken vallen er onder de prijsvoorschriften die de minister van EZ kan afgeven volgens de Prijzenwet?
    • maximumprijzen
    • prijzenstops
    • prijscalculatievoorschriften
  105. Wat zijn prijsbeschikkingen?
    De manieren waarop de overheid controle heeft op de prijzen.
  106. Gelden de prijsbeschikkingen van de overheid ook op export-prijzen?
    nee
  107. Wat is het Besluit Prijsaanduiding Goederen?
    Een voorschrift dat prijzen en verkoopeenheden duidelijk vermeld moeten worden.
  108. Wie controleert of men zich houdt aan het Besluit Prijsaanduiding Goederen?
    Economische Controle Dienst
  109. Welke wet treedt in werking als men zich niet aan het Besluit Prijsaanduiding Goederen houdt?
    Wet op de Economische Delicten
  110. Waar heeft de minister van EZ volgens de Prijzenwet geen bevoegdheid toe?
    Het vaststellen van minimumprijzen
  111. Wie heeft de bevoegdheid om minimumprijzen vast te stellen?
    Het productschap
  112. Wat is een productschap?
    vertikale bedrijfsorganisaties van publiekrechtelijke aard
  113. Wie keurt de minimumprijzen van de productschappen goed?
    De minister van EZ
  114. Op welke manier heeft de ministervan EZ te maken met het stellen van minimumprijzen?
    Hij keurt de door productschappen gestelde minimumprijzen goed
  115. Waar ligt de minimumprijs?
    Boven de evenwichtsprijs
  116. Wat is het gevolg van het stellen van een minimumprijs?
    De prijs wordt kunstmatig hooggehouden en er ontstaat een aanbodoverschot
  117. Waar ligt een maximumprijs?
    Onder de evenwichtsprijs
  118. Wat is het gevolg van een maximumprijs?
    De prijs wordt kunstmatig laag gehouden en er ontstaat een vraagoverschot
  119. Wat kan een reden zijn om een maximumprijs in te stellen?
    • Een aanbodtekort of vraagoverschot creëren
    • De prijzen sociaal-economisch aanvaardbaar maken
  120. Wat is een mededingingsregeling?
    Een samenwerking tussen concurrerende ondernemers gericht op de beheersing van de markt vergroten
  121. Wat is een ander woord voor kartel?
    mededingingsregeling
  122. Welke 4 kartelvormen kennen we?
    • conditiekartel
    • gebiedskartel
    • afnemerskartel
    • prijskartel (meest voorkomend)
  123. Wat houdt een conditiekartel in?
    Alle aangesloten bedrijven leveren onder dezelfde condities, zoals kortings- en betalingsregelingen.
  124. Wat houdt het gebiedskartel in?
    De markt is opgedeeld in gebieden en elk lid heeft zijn eigen gebied
  125. Wat is het afnemerskartel?
    Elk lid heeft zijn eigen doelgroep
  126. Welke twee vormen van prijskartel kennen we?
    • horizontaal prijskartel
    • verticaal prijskartel
  127. Wat is een horizontaal prijskartel?
    Afspraken worden gemaakt op hetzelfde niveau in de bedrijfskolom, bvb tussen fabrikanten
  128. Wat is een verticaal prijskartel?
    Afspraken worden gemaakt tussen ondernemers in verschillende niveaus van de bedrijfskolom
  129. Wat zijn de belangrijkste artikelen binnen de Mededingingswet?
    • Overeenkomsten of samenwerkingen tussen ondernemingen die de mededinging op de Nederlandse markt beperken, vervalsen of verhinderen zijn verboden
    • Dit geldt niet als:
    • - er niet meer dan 8 ondernemingen betrokken zijn
    • -de gezamenlijke omzet van deze ondernemingen niet meer is dan € 4.540.000 (bij goederen) of € 908.000 (bij overige activiteiten)
  130. Waar ligt de omzetgrens bij goederen van het totaal aantal ondernemingen tot waar het niet verboden is om een kartel te vormen?
    €4.540.000
  131. Waar ligt de omzetgrens bij van het totaal aantal ondernemingen (niet met als hoofdactiviteit goederen) tot waar het niet verboden is om een kartel te vormen?
    €908.000
  132. Wat is NMa?
    Nederlandse Mededingingsautoriteit
  133. Wat doet de NMa?
    Houdt toezicht op de naleving van de Mededingingswet
  134. Wat wordt de NMa ook wel genoemd?
    kartelpolitie
  135. Wie houdt zicht op het naleven van de Mededingingswet binnen Europa?
    de Europese Commissie
  136. Wat houdt de handhaving van de Mededingingswet in?
    • Alle concurrentiebeperkingen door het bedrijfsleven, tenzij men een vrijstelling heeft, verbieden.
    • Misbruik van economische machtspositie verbieden
    • fusies en joint ventures moeten vanaf een bepaalde grootte eerst gemeld en goedgekeurd worden door het NMa.
  137. Beschrijf van elk niveau (klein-groot-heel groot) fusies en joint vetures, wat men moet doen volgens de Mededingingswet
    • klein - niets
    • groot - melden en goedkeuren NMa
    • heel groot - melden en goedkeuren Europese Commissie
  138. Is het bezitten van een economische machtspositie in sommige landen verboden?
    Ja

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview