v.txt

Card Set Information

Author:
kniknik
ID:
267
Filename:
v.txt
Updated:
2009-10-14 04:36:48
Tags:
Nederlandse \'v\' woorden
Folders:

Description:
Dutch vocab
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user kniknik on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. vaag
    vague
  2. vaak
    often
  3. vaarwel
    farewell
  4. vaas; de
    vase
  5. vaat; de
    dishes; pans
  6. vacant
    vacant
  7. vacature; de
    vacancy
  8. vader; de
    father
  9. vaderland; het
    fatherland
  10. vaderlands
    native
  11. vagevuur; het
    purgatory
  12. vak; het
    compartment; pigeonhole
  13. vakantie; de
    holiday
  14. vakman; de
    craftsman; specialist
  15. val; de
    fall
  16. valk; de
    falcon
  17. vallei; de
    valley
  18. vallen
    to fall
  19. vals
    false
  20. vampier; de
    vampire
  21. van
    ofvanaf from; ever since
  22. vandaag
    today
  23. vandaan
    from
  24. vangen
    to catch
  25. vanwege
    on account of
  26. vanzelf
    of itself
  27. varen; de
    fern
  28. varen
    to sail; travel by boat
  29. variatie; de
    variation
  30. vari(e")ren
    to vary
  31. varken; het
    pig
  32. varkensvlees; het
    pork
  33. vast
    fast; fixed; steady
  34. vasthouden
    to hold fast
  35. vat; het
    vat; cask; barrel
  36. vatten
    to catch; understand
  37. vechten
    to fight
  38. vee; het
    cattle
  39. veel
    much; a lot
  40. veer; de
    feather; ferry
  41. veerkracht; de
    elasticity; resilience
  42. vegen
    to sweep; brush
  43. vegetarier; de
    vegetarian
  44. veilig
    safe; secure
  45. veiling; de
    auction
  46. vel; het
    skin; hide
  47. veld; het
    field
  48. veldspeler; de
    fielder
  49. vellen
    to fell
  50. venster; het
    window
  51. vent; de
    fellow; chap
  52. ver
    far
  53. veranderen
    to change
  54. verandering; de
    change
  55. veranderlijk
    changeable
  56. verantwoordelijk
    responsible; accountable
  57. verantwoordelijkheid; de
    responsibility
  58. verantwoorden
    to answer for
  59. verbaasd
    amazed
  60. verband; het
    connection; context; bandage
  61. verbazen
    to astonish
  62. verbazen zich
    to be astonished
  63. verbeelden
    to represent
  64. verbeelden zich
    to imagine
  65. verbeelding; de
    imiagination
  66. verbergen
    to hide
  67. verbeteren
    to make better
  68. verbetering; de
    improvement
  69. verbieden
    to forbit
  70. verbinden
    to conect; join; bandage
  71. verbinding; de
    connection
  72. verbitteren
    to embitter
  73. verbittering; de
    bitterness
  74. verblijfsvergunning; de
    residence permit
  75. verbod; het
    projibition
  76. verboden
    forbidden
  77. verbouwen
    to rebuild; alter
  78. verbranden
    to burn down
  79. verbreken
    to break off
  80. verdacht
    suspicious
  81. verdachte; de
    suspect; accused
  82. verdedigen
    to defend
  83. verdelen
    to divide; distribute
  84. verdeling; de
    division; distribution
  85. verdenken
    to suspect
  86. verdenking; de
    suspicion
  87. verder
    further
  88. verderop
    further on/up
  89. verdienen
    to earn
  90. verdieping; de
    storey; floor
  91. verdomme
    damn
  92. verdraagzaamheid; de
    tolerance; forbearance
  93. verdraaien
    to distort; twist
  94. verdrag; he
    treaty; convention
  95. verdragen
    to bear; tolerate
  96. verdwaald
    lost; stray
  97. verdwalen
    to lose one's way
  98. verdwijnen
    to disappear
  99. verenigd
    united
  100. verenigen
    to unite; combine
  101. vereniging; de
    union; society
  102. verf; de
    paint; dye
  103. vergaderen
    to meet; assemble
  104. vergadering; de
    meeting
  105. vergeefs
    vain; futile
  106. vergelijken
    to compare
  107. vergelijking; de
    comparison; equation
  108. vergeten
    to forget
  109. vergeven
    to forgive
  110. vergif; het
    prison; venom
  111. vergiftig
    poisonous (giftig)
  112. vergissen; zich
    to make a mistake
  113. vergissing; de
    mistake; error
  114. vergoeding; de
    compensation; damages
  115. verhaal; het
    story
  116. verhinderen
    to prevent
  117. verhoor; het
    hearing; interrogation
  118. verhoren
    to interrogate
  119. verhouding; de
    relationship
  120. verhuizen
    to move house
  121. verhuren
    to let; hire out
  122. verhuurder; de
    letter; landlord
  123. verjaardag; de
    birthday
  124. verkeer; het
    traffic
  125. verkeerd
    wrong
  126. verkeerslicht; het
    traffic light
  127. verkeren
    to be in
  128. verkiezen
    to prefer; elect
  129. verkiezing; de
    election; poll
  130. verklaren
    to explain; declare
  131. verklaring; de
    explanation
  132. verkleinwoord; het
    diminutive
  133. verkoop; de
    sale
  134. verkopen
    to sell
  135. verkouden worden
    to catch cold
  136. verkoudheid; de
    cold; (achoo)
  137. verlaten
    to leave; quit
  138. verleden
    past; last
  139. verleden; het
    past; record
  140. verlegen
    shy
  141. verlegenheid; de
    shyness; embarrassment
  142. verleiden
    to seduce; tempt
  143. verleiding; de
    seduction; temptation
  144. verlichten
    to light up; enlighten
  145. verliefd
    in love
  146. verlies; het
    loss
  147. verliezen
    to lose
  148. verlof; het
    leave (of absence); permission
  149. verloofd
    engaged
  150. verloofde; de
    fiance(e)
  151. verlopen
    to go; to pass
  152. verloren
    lost
  153. verloven (zich)
    to become engaged
  154. vermaken (zich)
    enterain
  155. vermelden
    to make mention of
  156. vermijden
    to avoid
  157. verminderen
    to lessen; decrease
  158. vermindering; de
    decrease
  159. vermissen
    to miss
  160. vermoeden
    to suspect; suppose
  161. vermoeien
    to tire
  162. vermoorden
    to murder
  163. vernietigen
    to destroy
  164. veronderstellen
    to suppose; assume
  165. verontwaardigd
    indignant
  166. veroordelen
    to condemn; sentence
  167. veroorloven
    to allow; give leave
  168. veroorzaken
    to cause
  169. verouderd
    obsolete
  170. veroveren
    to conquer
  171. verpesten
    to poison
  172. verplaatsen
    to move; transfer
  173. verpleegster; de
    nurseverplegen to nurse
  174. verplicht
    obligatory
  175. verraad; het
    treachery; treason
  176. verraden
    to betray
  177. verrassen
    to surprise
  178. verrassing; de
    surprise
  179. verrukkelijk
    delicious
  180. vers; het
    verse; poem
  181. vers
    fresh
  182. verscheidene
    several; various
  183. verscheuren
    to tear up
  184. verschijnen
    to appear; turn up
  185. verschijning; de
    appearance; apparition
  186. verschijnsel; het
    phenomenon
  187. verschil; het
    difference
  188. verschillen
    to differ
  189. verschillend
    different; several
  190. verschrikkelijk
    terrible
  191. versieren
    to decorate
  192. verslaafd aan
    addicted to
  193. verslaan
    to defeat; beat; cover
  194. verslag; het
    report
  195. verslaggever; de
    reporter
  196. verslapen zich
    to oversleep
  197. verslechteren
    to get/make worse
  198. versleten
    worn
  199. verslijten
    to wear out
  200. verslinden
    to devour
  201. verspreid
    scattered
  202. verspreiden
    to spread
  203. verspreken zich
    make a slip of the tongue
  204. verstaan
    to understand; hear
  205. verstand; het
    understanding; mind; reason
  206. verstandig
    sensible
  207. vertalen
    to translate
  208. vertaling; de
    translation
  209. verte; de
    distance
  210. vertegenwoordigen
    to represent
  211. vertegenwoordiger; de
    representative; agent
  212. vertegenwoordiging; de
    representation
  213. vertellen
    to tell
  214. verteren
    to consume
  215. vertolken
    to interpret; render
  216. vertoking; de
    interpretation
  217. vertonen
    to show; present
  218. vertraging; de
    delay
  219. vertrek; het
    departure
  220. vertrekken
    to leave; depart
  221. vertrektijd; de
    time of departure
  222. vertrouwen
    to trust
  223. vertrouwen; het
    trust; confidence
  224. vervangen
    to replace; substitute
  225. vervelen zich
    to be bored
  226. vervelend
    boring; annoying
  227. verveling; de
    boredom
  228. verven
    to paint
  229. vervoer; het
    transport
  230. vervoeren
    to transport
  231. vervolg; het
    continuation; sequel
  232. vervolgen
    to continue
  233. vervolgverhaal; het
    serial story
  234. vervuilen
    to pollute
  235. vervuiling; de
    pollution
  236. verwaand
    conceited
  237. verwaarlozen
    to neglect
  238. verwachten
    to expect
  239. verwachting; de
    expectation
  240. verwarmen
    to heat
  241. verwarming; de
    heating
  242. verwarring
    confusion
  243. verwelkomen
    to welcome
  244. verwennen
    to spoil; overindulge; pamper
  245. verwijderen
    to remove; send out
  246. verwijfd
    effeminate
  247. verwijt; het
    reproach; blame
  248. verwijten
    to reproach
  249. verwijzen
    to refer
  250. verwijzing; de
    reference
  251. verzamelen
    to collect; gather
  252. verzameling; de
    collection; math set
  253. verzekeren
    to assure; insure; ensure
  254. verzekering; de
    insurance; assurance
  255. verzet; het
    resistance
  256. verzetting zich
    to resist
  257. verzilveren
    to cash; realize
  258. verzoek; het
    request
  259. verzoeken
    to request; beg
  260. verzorgen
    to take care of
  261. verzorging; de
    care; maintenance
  262. verzwaren
    to make heavier; aggravate
  263. vest; het
    waistcoast; cardigan
  264. vestigen
    to establish
  265. vestiging; de
    establishment
  266. vet; het
    grease; fat
  267. vet
    fat; greasy
  268. veter; de
    shoelace
  269. veteraan; de
    veteran
  270. veulen; het
    foal; colt; filly
  271. vicieus
    vicious
  272. vieren
    to celebrate
  273. viering; de
    celebration
  274. vierhoek; de
    rectangle; square
  275. vierkant; het
    square
  276. vies
    dirty; smutty
  277. viezigheid; de
    dirt; filth; smut
  278. vijand; de
    enemy
  279. vijandschap; de
    enmity; animosity
  280. vijg; de
    gih
  281. vijver; de
    pond
  282. vinden
    to find; think
  283. vinger; de
    finger
  284. vis; de
    fish
  285. visioen; het
    vision
  286. visite; de
    visit
  287. vissen
    to fish
  288. visser; de
    fisherman
  289. visum; het
    visa
  290. vitamine; de
    vitamin
  291. vla; de
    custard; flan
  292. vlaai; de
    flan
  293. vlag; de
    flag
  294. vlak; het
    plane; area
  295. vlak
    flat; levle; smooth
  296. vlakgom; de
    rubber; eraser
  297. vlakte; de
    plain
  298. vlam; de
    flame
  299. vleermuis; de
    bat
  300. vlees; het
    flesh; meat
  301. vleien
    to flatter
  302. vleierij; de
    flattery
  303. vlek; de
    spot;stain
  304. vleugel; de
    wing; grand piano
  305. vlieg; de
    fly
  306. vliegdekschip; het
    aircraft carrier
  307. vliegen
    to fly
  308. vliegtuig; het
    aeroplane
  309. vliegveld; het
    airport
  310. vlies; het
    fleece; skin
  311. vlinder; de
    butterfly
  312. vlo; de
    flea
  313. vloed; de
    flood
  314. vloeien
    to flow
  315. vloek; de
    curse
  316. vloeken
    to curse
  317. vloer; de
    floor
  318. vlot; het
    raft
  319. vlot
    fluent; smooth
  320. vlotten
    to float; go smoothly
  321. vlucht; de
    flight
  322. vluchten
    to fly; flee
  323. vluchtig
    volatile; superficial
  324. vlug
    quick; fast
  325. vocaal; de
    vowel
  326. vocaal
    vocal
  327. vocht; het
    moisture; fluid
  328. vochtig
    moist; damp; humid
  329. voeden
    to feed
  330. voeding; de
    feeding; nutrition
  331. voedsel; het
    food
  332. voegwoord; het
    conjunction
  333. voelen
    to feel; sense
  334. voer; het
    fodder; feed
  335. voeren
    to feed
  336. voering; de
    lining
  337. voet; de
    foot
  338. voetballen
    to play football
  339. voetganger; de
    pedestrian
  340. vogel; de
    bird
  341. vol
    full
  342. voldoen
    to satify
  343. volgeling; de
    follower
  344. volgen
    to follow
  345. volgens
    according to
  346. volgorde; de
    order; sequence
  347. volhouden
    to keep up; persist
  348. volk; de
    people nation
  349. volkomen
    perfect; absolute(ly)
  350. volksvertegenwoordiger; de
    representative; MP
  351. volledig
    complete; full
  352. volmaakt
    perfect
  353. volop
    in abundance
  354. voltooien
    to complete; finish
  355. voltrekken
    to execute (a sentence); solemnize
  356. voluit
    in full
  357. volume; het
    volume
  358. volwassen; de
    grown up; adult
  359. vondeling; de
    foundling
  360. vonnis; het
    sentence; judgement
  361. voor
    before
  362. vooraan
    in front
  363. vooraf
    beforehand; previously
  364. vooral
    above all; particularly
  365. het voorbeeld
    example
  366. voorbereiden
    to prepare
  367. voorbereiding; de
    preparation
  368. voorbij
    past; bejond
  369. voorbijgaan
    to go past
  370. voordat
    before
  371. het voordeel
    advantage
  372. voordelig
    profitable; advantageous
  373. voordeur; de
    front door
  374. voordoen
    to show; arise
  375. voordringen
    to junp the queue
  376. voorgevoel; he
    premonition
  377. voorgoed
    for good
  378. voorgrond; de
    foreground
  379. voorhoofd; het
    forehead
  380. voorjaar; het
    spring
  381. voorkeur; de
    preference
  382. 'voorkomen
    to occur
  383. voor'komen
    to prevent
  384. voor'koming; de
    prevention
  385. voorlopig
    for the time being
  386. voormiddag; de
    morning
  387. voornaam; de
    first name
  388. voornaam
    distinguished
  389. voornaamwoord; het
    pronoun
  390. voornamelijk
    mainly
  391. vooroordeel; het
    prejudice
  392. voorover
    forward; face down
  393. voorrang; de
    precedence; right of way
  394. voorrangsweg; de
    major road
  395. voorrecht; het
    privilege
  396. voorshands
    for the present
  397. voorspellen
    to predict; foretell
  398. voorstel; het
    proposal
  399. voorstellen
    to propose; introduce
  400. voorstelling; de
    performance; idea
  401. voortaan
    in future; henceforth
  402. vooruit
    forward; ahead
  403. voorzichtig
    careful
  404. voorzitter; de
    chairman
  405. voren
    adv. naar voren forward
  406. vorig
    last; previous
  407. vork; de
    fork
  408. vorm; de
    form; shape
  409. vormgeving; de
    composition
  410. vorst; de
    frost
  411. vos; de
    fox; bay horse
  412. vouw; de
    fold; pleat
  413. vouwen
    to fold
  414. vraag; de
    question
  415. vragen
    to ask; call upon
  416. vrede; de
    peace
  417. vredig
    peaceful
  418. vreedzaam
    peaceable
  419. vreemd
    strange; foreign
  420. vrees; de
    fear
  421. vreselijk
    terrible; awful
  422. vreten
    to eat; feed on
  423. vreugde; de
    joy; gladness
  424. de vriend
    friend
  425. de vriendin
    female friend
  426. vriespunt; het
    freezing point
  427. vriezen
    to freeze
  428. vrij
    free; rather
  429. vrijen
    to court; neck
  430. vrijgevig
    liberal; generous
  431. vrijgezel; de
    bachelor; single
  432. vrijheid; de
    freedom
  433. vrijlaten
    to release
  434. vrijpostig
    bold; saucy
  435. vrijstellen
    to exempt; excuse
  436. vrijuit
    freely; frankly
  437. vrijwillig
    voluntary
  438. vrijzinnig
    liberal
  439. vroeg
    early
  440. vrolijk
    happy; jolly
  441. vroom
    pious; devout
  442. vrouw; de
    woman; wife
  443. vrouwelijk
    feminine
  444. vrucht; de
    fruit; foetus
  445. vruchtbaar
    fruitful; fertile
  446. Verenigde staten
    united states
  447. vuil
    dirty
  448. vuil; het
    dirt; filth
  449. vuilnis; het
    dirt; refuse
  450. vuiltje; het
    speck of dust
  451. vuist; de
    fist
  452. vulgair
    vulgar
  453. vullen
    to fill
  454. vulling; de
    filling; stuffing
  455. vulpen; de
    fountain pen
  456. vuur; het
    fire
  457. voorwerk; het
    fireworks

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview