NIMA Marketing A hoofdstuk 19

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
270400
Filename:
NIMA Marketing A hoofdstuk 19
Updated:
2014-04-13 04:26:17
Tags:
NIMA Marketing hoofdstuk 19
Folders:
NIMA Marketing A hoofdstuk 19
Description:
NIMA Marketing A hoofdstuk 19
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Noem 3 andere benamingen voor het break-evenpunt
    • kritieke punt
    • dode punt
    • omslagpunt
  2. Noem drie andere namen voor het omslagpunt
    • kritieke punt
    • dode punt
    • break-evenpunt
  3. Noem drie andere namen voor het dode punt
    • kritieke punt 
    • omslagpunt
    • break-evenpunt
  4. Noem drie andere namen voor het kritieke punt
    • dode punt
    • omslagpunt
    • break-evenpunt
  5. Wat is het break-evenpunt?
    Het punt waar men winst noch verlies draait
  6. Wat is een andere benaming voor break-evenafzet?
    kritische afzet?
  7. Wat is kritische afzet?
    De hoeveelheid geproduceerde goederen die nodig is om het break-evenpunt te behalen.
  8. Wat is de formule voor de break-evenafzet?
    totale constante kosten / dekkingsbijdrage per product
  9. Wat is de break-evenomzet?
    De omzet op het punt van het break-evenpunt
  10. Wat is de formule voor de break-evenomzet?
    break-evenafzet maal verkoopprijs per product
  11. Hoe ziet de lijn van de constante kosten eruit in de break-evengrafiek?
    rechte, horizontale lijn
  12. Hoe ziet de lijn van de variabele kosten eruit in de break-evengrafiek?
    schuine, stijgende lijn
  13. Welke twee lijnen zet men in de break-evengrafiek?
    totale kosten en omzet
  14. Waar ligt het break-evenpunt in de break-evengrafiek?
    Daar waar de omzetlijn en totale kostenlijn elkaar snijden.
  15. Wat ligt er boven en wat ligt er onder het break-evenpunt in de break-evengrafiek?
    boven ligt winst, onder verlies
  16. Hoe kun je zien in de break-evengrafiek hoeveel winst er is behaald?
    Door naar de ruimte tussen de totale kostenlijn en de omzetlijn te kijken
  17. Welke waarden staan er op de verticale en horizontale lijnen van de break-evengrafiek?
    • verticaal: kosten (in geld)
    • horizontaal: omzet (in hoeveelheden)
  18. Noem 5 nadelen van de break-evenmethode
    • verkoopprijs blijft gelijk
    • productie is steeds gelijk aan verkopen
    • constante kosten blijven constant
    • variabele kosten wijzigen proportioneel
    • er wordt 1 soort product geproduceerd
  19. Waarom is het vaak nadelig dat in de break-evenanalyse de verkoopprijs gelijk blijft?
    Dat is alleen op markten met volledig vrije mededinging en geldt niet voor andere markten
  20. Waarom is het nadelig dat volgens de break-evenanalyse de productie altijd gelijk is aan de verkopen?
    Soms produceert men meer/minder of verkoopt men meer/minder en blijft men met voorraden zitten
  21. Waarom is het nadelig dat in de break-evenanalyse de constante kosten constant zijn?
    Er wordt geen rekening gehouden met intermitterend variabele kosten
  22. Waarom is het in de break-evenanalyse nadelig dat men alleen rechtevenredige variabele kosten gebruikt?
    Ze kunnen ook progressief of degressief verlopen
  23. Als je twee waardes van de (break-even)formule weet, wat doe je dan?
    Je vult die waardes in, ook als 1 ervan achter het = teken staat en rekent dan terug
  24. Hoe noemen we het als we het break-evenpunt met een bepaalde winst willen berekenen?
    target break-evenberekening
  25. Wat is de formule voor target break-evenberekening?
    • constante kosten plus winst
    • --------------
    • dekkingsbijdrage
  26. Wat is de formule voor de dekkingsbijdrage?
    verkoopprijs per product - variabele kosten per product
  27. Wat is de veiligheidsmarge?
    Het deel dat men kan zakken in verkoopprijs tot men op het break-evenpunt uitkomt, in procenten
  28. Wat is de formule voor de veiligheidsmarge?
    • werkelijke omzet min break-evenomzet
    • -------------------
    • werkelijke omzet

    maal 100%
  29. Wat is het verschil tussen het break-evenpunt en het indifferentiepunt?
    Bij het indifferentiepunt wil men weten vanaf welke kosten of omzet een keuze tussen twee verschillende alternatieven economisch niets uitmaakt.
  30. Wat is een ander woord voor indifferentiepunt?
    omslagpunt
  31. Hoe noemen we het punt waar bij een bepaalde omzet twee oplossingen met verschillende kosten niet meer uitmaakt?
    indifferentiepunt
  32. Welke kosten zitten er in de commerciële kostprijs?
    fabricagekosten en verkoopkosten
  33. Hoe noem je de verkoopkosten en fabricagekosten samen?
    commerciële kostprijs
  34. Welke twee soorten verkoopkosten kennen we?
    • actieve verkoopkosten
    • passieve verkoopkosten
  35. Hoe noemen we de kosten die worden gemaakt bij het binnenhalen van orders?
    actieve verkoopkosten
  36. Hoe noemen we de verkoopkosten die worden gemaakt bij het uitvoeren en behouden van orders?
    passieve verkoopkosten
  37. Wat is het verschil tussen actieve en passieve kosten?
    Actieve kosten zijn voordat de order is binnengehaald, passieve daarna
  38. Wat zijn initiële kosten?
    Kosten die men maakt bij de introducering van een product
  39. Hoe noem je de extra kosten die je maakt bij de lancering van een product?
    initiële kosten
  40. Noem een aantal voorbeelden van initiële kosten
    • marktonderzoek
    • reclamekosten
    • laboratoriumonderzoek
  41. Welke kosten zijn gemakkelijker terug te herleiden naar het product, actieve of passieve verkoopkosten?
    passieve
  42. Hoe ontstaat een bezettingsresultaat?
    De constant kosten zijn gelijk maar de productie niet. Er kan overbezettingswinst of onderbezettingsverlies ontstaan
  43. Wat is nodig om het bezettingresultaat van de verkoopafdeling te berekenen?
    de normale bedrijfsdrukte
  44. Hoe komt men erachter wat de normale bedrijfsdrukte van een onderneming is?
    Meestal gaat men ervan uit dat het gelijk is aan de normale productie

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview