NIMA Marketing hfd 24

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
276440
Filename:
NIMA Marketing hfd 24
Updated:
2014-06-10 06:10:17
Tags:
NIMA Marketing hfd 24
Folders:
NIMA Marketing hfd 24
Description:
NIMA Marketing hfd 24
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Hoe noemen we de promotiemix ook wel?
    communicatiemix
  2. Hoe noemen we de communicatiemix ook wel?
    promotiemix
  3. Wat zijn de vier instrumenten van de promotiemix?
    • reclame
    • persoonlijke verkoop
    • sales promotion 
    • publiciteit
  4. Welke twee vormen van communicatie kennen we als het gaat om woorden?
    verbale- en non-verbale communicatie
  5. Wat is verbale communicatie?
    communicate via gesproken of gelezen woorden, ook braille
  6. Wat is non-verbale communicatie?
    communicatie door andere dingen dan woorden
  7. Wat is de definitie van communicatie?
    Een proces waarbij informatie wordt uitgewisseld tussen personen, organisaties en apparatuur.
  8. Waarvan is sprake als de boodschap niet juist wordt gedecodeerd?
    miscommunicatie
  9. Waarvan is sprake als de boodschap niet wordt ontvangen door de ontvanger?
    non-communicatie
  10. Hoe noemen we de veroorzaker van communicatie?
    De zender
  11. Hoe noemen we hetgeen dat wordt gecommuniceerd?
    De boodschap
  12. Hoe noemen we degene die de boodschap kan ontvangen?
    de ontvanger
  13. Hoe noemen we hetgeen dat de boodschap draagt?
    medium
  14. Geef de definitie van medium
    elk object dat een boodschap kan dragen
  15. Noem vijf voorbeelden van media
    • verpakking product
    • aanplakborden
    • tijdschriften
    • tv
    • bioscoop
  16. Hoe noemen we de formulering van de boodschap door de zender?
    codering
  17. Hoe noemen we het begrip van de ontvanger met betrekking tot de boodschap?
    decodering
  18. Hoe noemen we communicatie waarin een medium wordt toegepast?
    indirecte communicatie
  19. Wat is indirecte communicatie?
    communicatie via een medium
  20. Hoe noemen we het als de boodschap op de juiste manier wordt gedecodeerd door de juiste doelgroep?
    effectieve communicatie
  21. Wat is effectieve communicatie?
    Communicatie waarbij de boodschap op de juiste manier gedecodeerd wordt door de juiste doelgroep.
  22. Hoe noemen we de reactie van de ontvangers?
    respons
  23. Hoe noemen we de terugkoppeling van informatie door ontvangers?
    feedback
  24. Noem de stappen van het tweerichtingsverkeer communicatieproces tussen zender en ontvanger.
    • zender
    • boodschap
    • medium
    • ontvanger
    • respons
    • doelstelling
  25. Noem het volledige communicatieproces
    De wijze waarop communicatie tot stand komt en bestaat uit de volgende elementen: zender, informatie, codering, boodschap, medium, ontvanger, decodering, respons, feedback en ruis.
  26. Hoe noemt men het rechtstreekse contact tussen zender en ontvanger?
    directe communicatie
  27. Hoe noemen we de storingen die in het communicatieproces kunnen optreden?
    ruis
  28. Hoe noemen we de verzamelterm van het verschijnsel waarbij men niet alle stimuli (met dezelfde hoeveelheid aandacht) waarneemt?
    selectieve perceptie
  29. Wat is selectieve perceptie?
    Men neemt niet alle stimuli (met dezelfde hoeveelheid aandacht) waar.
  30. Hoe noemen we het verschijnsel waarbij de ontvanger niet aan elke boodschap (evenveel) aandacht besteedt?
    selective attention
  31. Wat is selective attention?
    Verschijnsel waarbij een ontvanger niet aan alle stimuli (evenveel) aandacht besteedt.
  32. Hoe noemen we het verschijnsel waarbij men individueel een selectie maakt van de stimuli waarmee men wil worden geconfronteerd?
    selective exposure
  33. Wat is selective exposure?
    Het verschijnsel waarbij men een individuele selectie maakt van de stimuli waarmee men wel of niet wil worden geconfronteerd.
  34. Wat is een andere benaming voor selective distortion?
    selectieve interpretatie
  35. Wat is een andere benaming van selectieve interpretatie?
    selective distortion
  36. Hoe noemen we de subjectieve waarneming van een boodschap door een ontvanger?
    selective distortion
  37. Wat is selective distortion?
    De subjectieve waarneming van een boodschap door de ontvanger
  38. Wat is selective retention?
    De mate waarin en of een ontvanger een boodschap herinnerd.
  39. Hoe noemen we de mate waarin en of een boodschap wordt herinnerd door de ontvanger?
    selective retention
  40. Wat is de definitie van massacommunicatie?
    Een proces waarbij een zender (door middel van een kanaal, tekens en signalen) bewustzijnsinhouden openbaar ter beschikking tracht te stellen met als doel beïnvloeding van de ontvangers.
  41. Noem 5 termen die we associëren met massacommunicatie.
    • indirect
    • anoniem
    • heterogeen, verspreid publiek
    • technisch
    • massaal
  42. Noem de definitie van two-step-flow-of-communication
    EEn communicatiemodel dat inhoudt dat informatie door bvb opinieleiders, andere personen of organisaties, de doelgroep bereikt.
  43. Hoe noemen we het communicatiemodel waarbij een boodschap via opinieleiders de doelgroep bereikt?
    two-step-flow-of-communication-theorie
  44. Welke functie heeft een opninieleider behalve het doorgeven van informatie?
    Het achterhouden van informatie; gatekeeper
  45. Wat is de promotiemix?
    De combinatie van op elkaar afgestemde instrumenten die worden ingezet voor de communicatie tussen leveranciers, tussenpersonen, bemiddelaars, beïnvloeders, afnemers etc.
  46. Wat zijn de vier belangrijkste instrumenten van de promotiemix?
    • reclame
    • persoonlijke verkoop
    • sales promotion
    • publiciteit
  47. Wat zijn twee andere woorden voor zender?
    bron of communicator
  48. Wat zijn twee andere woorden voor bron?
    zender of communicator
  49. Wat zijn twee andere woorden voor communicator?
    bron of zender
  50. In welke twee hoofdgroepen splitsen we de communicatie doelstellingen?
    • image- en attitude gerichte doelstellingen
    • direct verkoopbevorderende doelstellingen
  51. Waarom is afzet een slechte promotiedoelstelling?
    Omdat de afzet van veel meer factoren afhankelijk is.
  52. Wat is een andere naam voor spontane bekendheid?
    unaided recall
  53. Wat is een andere naam voor unaided recall?
    spontane bekendheid
  54. Wat is een andere naam voor geholpen bekendheid?
    aided recall
  55. Wat is een andere naam voor aided recall?
    geholpen bekendheid
  56. Wat is unaided recall?
    De ondervraagde kan spontaan het merk opnoemen
  57. Wat is unaided recall?
    De ondervraagde geeft aan dat men het merk kent als men het in een lijst ziet.
  58. Hoe noem je het als men spontaan een merk kan noemen?
    unaided recall
  59. Hoe noem je het als men uit een lijst merken aangeeft dat men het merk kent?
    aided recall
  60. Welke drie soorten attitudes onderscheiden we?
    • attitude t.o.v. een product
    • attitude t.o.v. producteigenschappen
    • attitude t.o.v. expressieve eigenschappen
  61. Waaraan zijn direct verkoopbevorderende doelstellingen meestal gekoppeld?
    sales promotion
  62. Noem een aantal communicatiedoelstellingen
    • ondersteunen persoonlijke verkoop
    • bewegen tussenhandel om product in assortiment op te nemen
    • bereiken beïnvloeders
    • bekend maken distributiesysteem
    • bekendmaken promotionele acties
    • bekendmaken productverbeteringen
    • wijzigen gebruiksgewoonte
    • verminderen prijsgevoeligheid
    • verbeteren imago
    • bevestigen succesvolle aankoop
    • verhogen aantal trials
    • aanvragen van informatie
    • verhogen merkentrouw
  63. Noem de 5 communicatie- en reclamemodellen
    • AIDA-model
    • Starch-model
    • model van Lavidge en Steiner
    • innovatiemodel van Rogers
    • DAGMAR-model
  64. Noem de 4 stappen van het AIDA-model
    • Attention
    • Interest
    • Desire
    • Action
  65. Waar gaan de meeste communicatiemodellen van uit?
    consumenten, ze zijn consumentgeörienteerd.
  66. Waarop is het Starch-model gebaseerd?
    de stadia die een advertentie moet doorlopen om succesvol te zijn
  67. Noem de 5 stadia van het Starch-model
    • gezien worden
    • gelezen worden
    • geloofd worden
    • herinnerd worden
    • tot koop aansporen
  68. Noem de stappen van het model van Lavidge en Steiner
    • onbekendheid
    • bekendheid
    • kennis
    • waardering
    • voorkeur
    • overtuiging
    • koopbeslissing
  69. Welke stappen horen bij het cognitieve stadium van het model van Lavidge en Steiner?
    • onbekendheid
    • bekendheid
    • kennis
  70. Welke stappen van het Lavidge en Steiner model maken deel uit van het affectieve stadium?
    • waardering
    • voorkeur
  71. Welke stappen in het model van Lavidge en Steiner zijn het conatieve stadium?
    • overtuiging
    • koopbeslissing
  72. Noem de vijf stappen van het innovatiemodel van Rogers
    • awareness
    • interest
    • evaluation
    • trial
    • adoption
  73. Waar staat de afkorting DAGMAR voor?
    Defining Advertising Goals for Measured Advertising Results
  74. Wat is een groot verschil tussen het DAGMAR model en andere communicatiemodellen?
    Het DAGMAR model houdt er rekening mee dat niet alleen communicatie verantwoordelijk is voor de omzet.
  75. Hoe past men het DAGMAR model toe?
    • Door doelstellingen te stellen en onderzoeken uit te voeren omtrent:
    • bekendheid
    • begrip
    • overtuigen
    • actie
  76. Welke vier zaken worden onderzocht in het DAGMAR model?
    • bekendheid
    • begrip
    • overtuiging
    • actie
  77. Wat zijn de drie communicatie effecten die men met reclame wil bereiken?
    • cognitieve effecten
    • affectieve effecten
    • conatieve effecten
  78. Hoe kun je de communicatie-effecten kort samenvatten?
    weten - voelen - doen
  79. Noem de vijf methodes om het promotiebudget te bepalen
    • naïeve methode
    • affordable methode
    • concurrentie-georiënteerde methode
    • taakstellende methode
    • anticyclische budgetteren
  80. Waarom is de naïeve methode naïef?
    Men gaat niet uit van een verband tussen promotie en uiteindelijke afzet
  81. Op welke drie manieren kunnen we de naïeve methode toepassen?
    • Het budget is een vast percentage van omzet afgelopen jaar of verwachte omzet komend jaar
    • Het budget is op basis van het voorafgaande jaar/schatting afzet komend jaar met een bedrag per producteenheid
    • Het budget is gebaseerd op het budget van de periode ervoor
  82. Tot welke promotiebudget methode behoort het budget vaststellen op een vast percentage van de omzet het vorige/komende jaar?
    naïeve methode
  83. Tot welke promotiebudget methode hoort het vaststellen van het budget met een bedrag per producteenheid, uitgaande van de afzet van vorig/komend jaar?
    naïeve methode
  84. Tot welke promotiebudget methode hoort het budget vaststellen op basis van het budget van de voorgaande methode?
    naïeve methode
  85. Welke promotiebudget methode wordt meestal gebruikt bij duurzame consumptiegoederen?
    De naïeve methode waarbij men een bedrag per producteenheid bepaalt op basis van de afzet van het vorige/komende jaar
  86. Wat is de affordable methode?
    Promotie is een sluitpost
  87. Hoe noemen we de affordable methode ook wel?
    sluitpostmethode
  88. Hoe noemen we de sluitpostmethode ook wel?
    affordable methode
  89. Hoe noemt men de concurrentiegeoriënteerde methode ook wel?
    pariteitenmethode
  90. Hoe noemt men de pariteitenmethode ook wel?
    concurrentiegeoriënteerde methode
  91. Op welke twee manieren kunnen we de pariteitenmethode toepassen?
    • een percentage van het promotiebudget van de concurrent
    • een relatie leggen tussen het marktaandeel en het promotieaandeel
  92. Tot welke promotiebudget methode hoort het budget baseren op een percentage van het promotiebudget van de concurrent?
    pariteitenmethode
  93. Tot welke promotiebudget methode hoort het baseren van het budget op een relatie tussen marktaandeel en promotieaandeel?
    pariteitenmethode
  94. Hoe kan men een relatie leggen tussen het promotieaandeel en het marktaandeel om het promotiebudget te bepalen?
    Het promotieaandeel berekent men door het eigen aandeel te delen door de totale promotieuitgaven. Dat deelt men door het marktaandeel.
  95. Hoe is de concurrentie betrokken in de verhouding promotieaandeel/marktaandeel?
    Zowel in de berekening van het marktaandeel als het promotieaandeel is het aandeel van de onderneming afgezet tegen dat van de concurrentie.
  96. Welke promotiebudget methode is het meest aan te raden?
    taakstellende methode
  97. Hoe werkt de taakstellende methode?
    Het budget wordt vastgesteld op basis van een kwantitatieve doelstelling en daarbij behorende taken.
  98. Wat is het carry over-effect?
    De werking van een campagne gaat vaak nog even door nadat de campagne is afgelopen.
  99. Wat is een nadeel van het carry over-effect?
    Omdat het onduidelijk is wanneer de campagne is uitgewerkt, is het moeilijk om het resultaat van een nieuwe campagne te meten.
  100. Hoe noemen we het als een campagne in het publiek langer doorwerkt dan de planning van de organisatie?
    carry over-effect
  101. Wat is anticyclisch budgetteren?
    Het budget wordt gerelateerd aan de omzet of winst, maar met een vertragend effect.
  102. Wat is een voordeel van anticyclisch budgetteren?
    Als de winst of omzet daalt, daalt het promotie budget niet meteen.
  103. Hoe noemen we de promotiebudget methode waarbij het budget is gebaseerd op de winst, maar met vertraagde werking?
    anticyclisch budgetteren
  104. Wat is accountability?
    De commerciële verantwoording van de gepleegde investeringen in marketingactiviteiten
  105. Hoe noemen we de commerciële verantwoording van gepleegde investeringen in marketingactiviteiten?
    accountability
  106. Welke drie stappen zijn volgens Kappert nodig om een campagne te beoordelen op accountability?
    • registratie van gegevens rond campagneplanning, -uitvoering en -resultaat
    • mogelijkheid om verbanden vast te stellen, vooral tussen handelingen en resultaat
    • mogelijkheid om op basis van die kennis toekomstige campagnes te sturen
  107. In welke volgorde wordt het promotieplan ontwikkeld?
    ondernemingsplan organisatie - marketingplan - promotieplan - evt plannen voor afzonderlijke promotie instrumenten
  108. Uit welke fasen bestaat een marketingcommunicatieplan?
    • analyse bedrijf, product en markt
    • vaststellen promotiedoelstellingen
    • kiezen promotiestrategie
    • bepalen promotiedoelgroepen
    • bepalen promotiemix
    • vaststellen promotiebudget

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview