NIMA Marketing hfd 25.1

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
277020
Filename:
NIMA Marketing hfd 25.1
Updated:
2014-06-18 04:44:47
Tags:
NIMA Marketing hfd 25
Folders:
NIMA Marketing hfd 25.1
Description:
NIMA Marketing hfd 25.1
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Noem drie belangrijke kenmerken van de boodschap van reclame
    • laten weten dat product bestaat
    • laten weten welke voordelen het product kan brengen
    • bestemt voor massa
  2. Wat is de definitie van reclame?
    Overredende commerciële communicatie over producten en organisaties. Hierbij wordt tegen betaling gebruik gemaakt van massamedia. Het doel is kennis, attitude en mogelijk het gedrag van de doelgroep in een voor de adverteerder gunstige richting te beïnvloeden.
  3. Welke twee vormen van reclame kennen we?
    • medium reclame
    • rechtstreekse reclame
  4. Geef de definitie van mediumreclame
    reclame waarbij het medium onafhankelijk is van de boodschap
  5. Wat zijn twee andere namen voor rechtstreekse reclame?
    • directe reclame
    • direct advertising
  6. Wat zijn twee andere namen voor directe reclame
    • rechtstreekse reclame
    • direct advertising
  7. Wat zijn twee andere namen voor direct advertising?
    • rechtstreekse reclame
    • directe reclame
  8. Wat is rechtstreekse reclame?
    Reclame die door door de adverteerder in eigen beheer wordt uitgegeven
  9. In welke twee groepen kunnen we reclame indelen naar doelstelling?
    • lange termijn doelstellingen
    • korte termijn doelstellingen
  10. geef de definitie van themareclame
    Een onderdeel van de marketing-communicatiemix en omvat reclame, marketing, public relations en sponsoring. Deze instrumenten worden gebruikt om op de lange termijn de kennis en de affectie van de doelgroep positief te beïnvloeden
  11. Welke definitie is dit? Een onderdeel van de marketing-communicatiemix en omvat reclame, marketing, public relations en sponsoring. Deze instrumenten worden gebruikt om op de lange termijn de kennis en de affectie van de doelgroep positief te beïnvloeden
    themareclame
  12. Heeft themareclame betrekking op producten of op organisaties?
    allebei
  13. Hoe noem je themareclame die over een organisatie gaat?
    • institutionele reclame
    • corporate advertising
  14. Wat is een andere naam voor themareclame?
    themacommunicatie
  15. Wat is een andere naam voor themacommunicatie?
    themareclame
  16. Wat is een andere naam voor institutionele reclame?
    corporate advertising
  17. Wat is een andere naam voor corporate advertising?
    institutionele reclame
  18. Wat is het verschil tussen themareclame en corporate advertising?
    themareclame is een verzamelnaam voor reclamevormen waar corporate advertising onder valt
  19. Hoe noemen we reclame met lange termijn doelstellingen omtrent de kennis en attitude van de doelgroep naar een organisatie?
    institutionele reclame of corporate advertising
  20. Wat is institutionele reclame?
    reclame met een langetermijndoelstelling voor een organisatie
  21. Wat is het verschil tussen corporate reclame en geïntegreerde communicatie?
    Corporate reclame heeft als doel een organisatie te promoten en geïntegreerde reclame betekent dat hetzelfde reclameconcept bij alle reclame uitingen wordt toegepast, of de afstemming tussen de reclame uitingen
  22. Wat is geïntegreerde communicatie?
    de onderlinge afstemming van alle marketing-communicatie uitingen
  23. Hoe noemen we de onderlinge afstemming van alle marketing-communicatie uitingen binnen een organisatie?
    geïntegreerde communicatie
  24. Wat is een ander woord voor geïntegreerde communicatie?
    geïntegreerde reclame
  25. Wat is het verschil tussen geïntegreerde reclame en geïntegreerde communicatie?
    niets
  26. Noem de twee vormen van reclame met langetermijndoelstellingen
    • themareclame
    • corporate reclame
  27. Wat is een reclamevorm met doelstellingen op de korte termijn?
    actiereclame
  28. Wat is de definitie van actiereclame?
    een onderdeel van de marketing-communicatiemix waarbij vooral directe beïnvloeding van het gedrag wordt beoogd. De communicatie is gericht op het vergroten van de omzet door het stimuleren van aankopen.
  29. Welke definitie is dit? een onderdeel van de marketing-communicatiemix waarbij vooral directe beïnvloeding van het gedrag wordt beoogd. De communicatie is gericht op het vergroten van de omzet door het stimuleren van aankopen.
    actiereclame
  30. Noem 6 voorbeelden van actiereclame
    • sales promotion
    • displays
    • direct marketing
    • artikel-presentatie
    • verpakking
    • persoonlijke verkoop
  31. sales promotion, displays, direct marketing, artikel-presentatie, verpakking en persoonlijke verkoop, wat zijn dit?
    actiereclame vormen
  32. In welke vier groepen kunnen we de reclame soorten indelen naar zender?
    • collectieve reclame
    • coöperatieve reclame
    • combinatie reclame
    • point-of-sale reclame
  33. Wat is een andere naam voor coöperatieve reclame?
    joint advertising
  34. Wat is een andere naam voor joint advertising?
    coöperatieve reclame
  35. Wie zijn de zenders bij collectieve reclame?
    brancheorganisaties
  36. 'Een ei hoort erbij', welk soort reclame is dit?
    collectieve reclame
  37. Wat is het verschil tussen collectieve reclame en joint advertising?
    collectieve reclame wordt gemaakt door brancheorganisaties en joint advertising door verschillen de schakels in de bedrijfskolom
  38. Wat is joint advertising?
    gezamenlijke reclame van bedrijfseenheden uit verschillende schakels uit de bedrijfskolom
  39. Hoe noemen we de reclame door zenders uit verschillende schakels van de bedrijfskolom?
    Coöperatieve reclame of joint advertising
  40. Wat zijn twee andere namen voor joint advertising?
    • co-op reclame
    • coöperatieve reclame
  41. Wat zijn twee andere namen voor coöperatieve reclame?
    • co-op reclame
    • joint advertising
  42. Wat zijn twee andere namen voor co-op reclame?
    • coöperatieve reclame
    • joint advertising
  43. Wat zijn twee doelstellingen van coöperatieve reclame?
    • stimuleren omzet
    • betere band met andere schakel(s)
  44. Hoe noemen we de reclame voor producten die elkaar aanvullen?
    combinatiereclame
  45. Hoe noemen we het gezamenlijk voeren van reclame door verschillende detaillisten in een winkelcentrum?
    combinatiereclame, specifieker; constitutionele reclame
  46. Wat is combinatiereclame?
    Als niet-concurrerende merken samen reclame maken, hun producten vullen elkaar meestal aan. Ook winkels uit een winkelcentrum die samen reclame maken valt hieronder.
  47. Wat is het verschil tussen combinatiereclame en constitutionele reclame?
    constitutionele reclame is een vorm van combinatiereclame waarbij verschillende detaillisten uit een winkelcentrum samen zender zijn van reclame
  48. Wat is het verschil tussen co-op reclame en combinatiereclame?
    bij combinatiereclame vullen de verschillende merken elkaar aan, bij co-op reclame is dit niet zo
  49. Welke twee soorten combinatiereclame kennen we?
    • horizontale combinatiereclame
    • verticale combinatiereclame
  50. Wat zijn twee andere namen voor point-of-purchase reclame?
    • point-of-sale reclame
    • winkelreclame
  51. Wat zijn twee andere namen voor point-of-sale reclame?
    • point-of-purchase reclame
    • winkelreclame
  52. Wat zijn twee andere namen voor winkelreclame?
    • point-of-purchase reclame
    • point-of-sale reclame
  53. Hoe noemen we reclame op het verkooppunt?
    • POP reclame
    • POS reclame
    • winkelreclame
  54. Wat is winkelreclame?
    reclame op het verkooppunt
  55. Wat is pop reclame?
    reclame op het verkooppunt
  56. Van welke soort reclame is winkelreclame een vorm?
    coöperatieve reclame
  57. Noem een reclame vorm die vaak binnen de joint advertising valt
    winkelreclame, pop reclame, pos reclame
  58. Hoe noemen we reclame waarbij verschillende merken met elkaar worden vergeleken?
    vergelijkende reclame
  59. Noem de 8 punten van de Europese richtlijn m.b.t. vergelijkende reclame
    • niet misleiden
    • alleen producten vergelijken die in dezelfde behoefte voorzien
    • alleen wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van een product vergelijken
    • geen verwarring scheppen
    • niet kleineren of de goede naam schaden van de concurrent
    • producten met benaming van oorsprong alleen op producten met dezelfde benaming
    • geen oneerlijk voordeel tegenover bekendheid concurrent
    • geen producten voorstellen als namaak van producten met handelsmerk/-naam
  60. Hoe noemen we de reclame die huidige gebeurtenissen/trends opnemen in hun reclameconcept?
    inhakende reclame
  61. Wat is inhakende reclame?
    reclame die inhaakt op actuele gebeurtenissen/trends
  62. Wat is het verschil tussen inhakende en aanhakende reclame?
    inhakende reclame heeft betrekking op actuele gebeurtenissen en bij aanhakende reclame vergelijkt een merk zich met een ander merk in positieve zin
  63. Hoe noemen we de reclame waarbij een merk net zo goed als een ander merk zegt te zijn?
    aanhakende reclame
  64. Wat is een ander woord voor aanhakende reclame?
    aanleunende reclame
  65. Wat is een ander woord voor aanleunende reclame
    aanhakende reclame
  66. Wat is aanhakende reclame?
    Een merk stelt in een reclame uiting net zo goed te zijn als een ander merk
  67. Is aanhakende reclame geoorloofd?
    Zolang er geen verwarring wordt geschept wel
  68. Wat is ideële reclame?
    reclame zonder commercieel doel
  69. Hoe noemen we reclame zonder commercieel doel?
    ideële reclame
  70. Welke stichting verzorgt veel ideële reclames?
    Stichting Ideële Reclame SIRE
  71. Wie werken mee aan SIRE reclames?
    allerlei organisaties uit de reclame en media wereld zetten zich kosteloos in
  72. Wat is sluikreclame?
    Het bewust in beeld brengen of noemen van een merknaam zonder dat daarvoor wordt betaald.
  73. Hoe noemen we de reclame die bewust wordt genoemd, maar waar niet voor is betaald?
    sluikreclame
  74. Is sluikreclame toegestaan?
    nee
  75. Hoe noemen we de omschrijving van de belangrijkste voordelen van een product voor een klant?
    propositie
  76. Wat is de definitie van propositie?
    De omschrijving van de belangrijkste voordelen van een product voor een (potentiële) klant.
  77. Noem de drie fases van het reclameontwerp
    • koopmotief of appeal
    • reclameconcept
    • approach
  78. Wat bedoelen we met appeal?
    Het koopmotief in de reclameboodschap
  79. Hoeveel koopmotieven dient een reclame te hebben?
    1
  80. Hoe noemen we een reden om het product te kopen in het reclame ontwerp?
    appeal of koopmotief
  81. Wat is het reclameconcept?
    het thema dat de drijfveer in de voorstellingswereld van de doelgroep op de meest concrete en effectieve manier oproept
  82. Waarom is het niet altijd handig om een mooie dame in een reclame te zetten
    ze onttrekt de aandacht van het product
  83. Hoe noemen we de manier waarop we de klant met reclame bereiken?
    approach
  84. Wat is approach?
    de manier waarop we de reclame de klant laten bereiken
  85. Hoe noemen we het hoofdthema van de tekst van een reclameboodschap?
    copy-platform
  86. Wat is het copy-platform?
    Het hoofdthema van de tekst in de reclameboodschap
  87. Hoe noemen we de korte, krachtige, afsluitende tekst in een reclameboodschap?
    pay-off
  88. Wat is een pay-off?
    afsluitende tekst in een reclameboodschap
  89. Wat is een briefing?
    alle informatie die nodig is om een reclameboodschap te maken
  90. Wie stelt de briefing op?
    de marketing afdeling van de opdrachtgever (de adverteerder)
  91. Welke vier elementen omvat de briefing?
    • info over de markt, consumentengedrag, marktaandelen, distributie en communicatieactiviteiten
    • de eigen marketingmix, inclusief marketingplan
    • de marktdoelstellingen en hoe men die wil realiseren
    • de rol die de reclame moet spelen binnen de totale marketingoperatie en de marktdoelstellingen
  92. Wat doet de art director?
    maakt het beeld voor de reclame
  93. Wat doet de copywriter?
    maakt de tekst voor de reclame
  94. Aan welke 4 voorwaarden moet een reclameconcept voldoen?
    • lang gebruikt kunnen worden
    • toepasbaar in alle in te schakelen media
    • moet passen bij de briefing en de strategie
    • moet origineel en ondersteunend zijn
  95. Noem de vier basisvormen van de reclameconcepten
    • effectenconcept
    • associatieconcept
    • explicatieconcept
    • vergelijkingsconcept
  96. Hoe noemen we het reclame concept dat gaat over het resultaat dat het product voor de klant oplevert?
    effectconcept
  97. Wat is het effectconcept?
    reclameconcept dat zich concentreert op het effect dat het product voor de klant oplevert
  98. Hoe noemen we het reclameconcept dat een product in relatie met iets anders brengt?
    associatieconcept
  99. Wat is het associatieconcept?
    Een reclameconcept dat een product in relatie met iets anders brengt
  100. Hoe noemen we het reclame concept dat de nadruk legt op een producteigenschap en welk voordeel dat oplevert
    explicatieconcept
  101. Wat is het verschil tussen het effectconcept en het explicatieconcept?
    Het effectconcept gaat alleen over het effect van het product, het explicatieconcept geeft ook aan door welke producteigenschap dat wordt veroorzaakt
  102. Wat is het explicatieconcept?
    reclame concept dat de nadruk legt op (de voordelen van) een producteigenschap
  103. Hoe heet het reclameconcept waarin het product wordt vergeleken met concurrerende producten?
    vergelijkingsconcept
  104. Wat is het vergelijkingsconcept?
    een reclameconcept waarbij het product met een ander product wordt vergeleken

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview