H1 PSYCHOLOGIE

Card Set Information

Author:
thepola
ID:
277292
Filename:
H1 PSYCHOLOGIE
Updated:
2014-06-21 15:16:27
Tags:
h1 psychologie
Folders:

Description:
h1 psychologie
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user thepola on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Definitie van psychologie
    is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag te grondslag liggen
  2. 3 ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
    • Copernicus - mens is niet het centrum van het heelal ,
    • Descartes - lichaam kon wetenschappelijk onderzocht worden,
    • Locke, Hume - inhoud van de geest ontstaat o.b.v (op basis van) ervaringen
  3. O.b.v.
    op basis van
  4. ontwikkelingen in de natuurwetenschapen die mogelijk maakten de geboorte van de psychologie
    • Evolutieleer (Darwin), 
    • proeven in de geneeskunde,
    • meten van de psychische ervaring bij een fysische stimulus,
    • meten van reactietijden (Donders)
  5. 5 scholen uit de beginjaren van de psychologie
    • Structuralisme - de elementen vande bewuste ervaring,
    • Gestaltpsychologie - bewustzijn is meer dan de som van de delen,
    • Functionalisme - functies van het bewustzijn (?),
    • Behaviorisme - hoe kunnen we de mens wetenschappelijk bestuderen?
    • Psychoanalise - onbewuste is de kern van het psychische
  6. Wundt (Leipzig)
    Beschouwd als grondlegger van de wetenschappelijke psychologie. Onderzoek via introspectie in een gestandaardiseerde situatie, is lang afgeschilderd als alleen geintereseerd in het structuralisme
  7. Psychologisch veld
    Gestaltpsychologen spraken over een psychologisch veld omdat het gedrag altijd in interactie met omgeving moet bekeken worden, gedrag is meer dan de som van elementaire gedragingen
  8. Darwin invloed op het functionalisme
    omdat de functionalisten wilden weten wat het nut van het bewustzijn was bij de overleving en hoe het verbeterd kon worden
  9. Behaviorisme werd beinvloed door het logisch positivisme. Waarom?
    het logisch positivisme probeerde te achterhalen welke de kenmerken van de natuurwetenschappelijke methode was, om die toe te kunnen passen op andere kennisgebieden
  10. psychoanalise x structuralisme
    • overeenkomst - het gebruik van introspectie als onderzoeksmethode
    • verschil - het belangrijkste deel van de geest (onbewuste x bewustzijn)
  11. structuralisme, functionalisme en gestaltpsychologie zijn niet meer actueel. Waarom?
    Hedendaagse psychologen (met uitzondering van de psychoanalisten) baseren hun onderzoek op de natuurwetenschappelijke methode
  12. Cognitieve psychologie,
  13. cognitieve psychologie, belangrijkste factor bij het ontstaan?
    de uitvinding van de computer
  14. 3 grote invalshoeken van de hedendaagse psychologie
    • - gedrag is gebaseerd op lichamelijke processen (belang van fysiologische processen en overerving),
    • - mensen verwerken informatie (waarnemen, opslaan en gebruiken van informatie),
    • - de mens maakt deel uit van een groep en wordt door deze groep beinvloed (sociaal-culturele verschillen)
  15. 3 kenmerken van de natuurwetenschappelijke onderzoeksmethode
    • - gebaseerd op nauwkerige of systematische observatie,
    •  repliceerbaarheid van de bevindingen,
    • cumulatief (gebaseerd op vroegere bevindingen en ideeen, vandaar belang van de literatuurstudie)
  16. 3 grote onderzoeksmethoden
    • - beschrijvend onderzoek (op een systematische manier informatie verzamelen over een onderwerp),
    • - correlationeel onderzoek (verband leggen tussen variabelen),
    • - experimenteel onderzoek (evidentie vinden voor oorzaken van fenomenen)
  17. 7 manieren om aan beschrijvend onderzoen te doen
    • - Psychologische tests (gestandaardiseerd),
    • - Archiefdata
    • - Gevalstudies
    • - Intervieuws (gestructureerd)
    • - Naturalistiche observatie
    • - Opiniepeilingen (representatief steekproef)
    • - Vragenlijsten
  18. Correlatiecoefficient
    • - Gaat van  -1,00 (perfect band in tegengestelde richting) tot + 1,00 - (perfect verband in zelfde richting)
    • Correlatie van 0,00  betekent dat er geen verband is
  19. waarom is het onderscheid tussen onafhankelijke, afhankelijke en controlevariabelen belangrijk bij experimenteel onderzoek?
    Bij exp. onderz. manipuleren de onderzoekers een variabele (de onafhnkelijke) en kijken wat het effect hiervan is op een andere variabele (de afhankelijke), terwijl ze alle andere variabelen constant of vergelijkbaar proberen te houden tussen de condities (controlevariabelen)
  20. convergerende evidentie is belangrijk bij wetenschappelijk onderzoek. waarom?
    elke studie is beperkt, pas als veel verschillende onderzoeken met verschillende methoden en oprationalisaties in dezelfde richting wijzen/convergeren, weten onderzoekers dat ze het bij het rechte eind hebben
  21. 6 elemente ethische comissie besteed aandacht
    • - Geen schade,
    • - Informed consent, 
    • - Mogelijkheid tot stoppen,
    • -Garanderen van anonimiteit,
    • - Debriefing,
    • - Mogelijkheid tot klachten bij een officiele instantie
  22. Rationalisme van Descartes
    Achterhaald de waarheid door gebruik te maken van de rede. Men moet dus NADENKEN over de mens. Met observatie kan men de mens niet begrijpen.
  23. Nativisme
    Volgens nativisme sommige kennis is aangeboren
  24. Associationisme & contiguiteit
    Volgens Locke kwam hogere-orde kennis tot stand door combinaties (associaties) van eenvoudigere ideeen (associationisme). Hume voegde daar aan toe dat die associaties bepaalde werden vooral door gelijkenis en het samen voorkomen in tijd en ruimte (contiguiteit).
  25. Darwins doorbraak
    Evolutietheorie, mechanisme van natuurlijke selectie.
  26. Empirisme
    Volgens empirisme komt de inhoud van de geest tot stand via zintuiglijke  ervaringen en niet op basis van aangeboren ideeen.
  27. Mentale chronometrie
    probeert men de moeilijkheid en de hoeveelheid van mentale processen nodig voor een taak, vast te stellen door te kijken naar de snelheid (gemeten in milliseconden) waarmee proefpersonen die taken kunnen uitvoeren.
  28. Introspectie, 2 soorten van Wundt
    • is van binnenuit naar het eigen bewustzijn kijken (interne observatie). Wundt onderscheid 2 soorten introspectie:
    • - introspectie van de filosofen vanuit de leunstoel (men nadacht over het eigen psychisch functioneren),
    • - introspectie in gestandaardiseerde situaties, waarbij men dient te reageren met eenvoudige, kwantificeerbare aantwoorden (Wundt gebruikt deze alleen).
  29. Structuralisme
    probeerde op basis van introspectie de structuur van het bewustzijn te ontdekken. Ze onderzochten de volgende elementaire processen: sensaties, beelden en gevoelens.
  30. Gestaltepsychologie en geheel
    Volgens de gestaltepsychologie kan men de schoonheid van een melodie begrijpen door deze als een geheel, gestalt te ervaren. Dat is niet mogelijk als men oplet op de afzonderlijke ervaringen. Ze reageerde op het atomisme (ontleden in elementaire processen) van de structuralisten.
  31. Functionalisme ontstond...
    ..in de VS en was veel minder geinteresseerd in de precieze structuur van het bewustzijn. Ze stelden pragmatische vragen, als: wat is het nut? hoe komt het tot stand? wat doet het? Daarin verschilde het functionalisme van het structuralisme.
  32. Introspectieve methoden binnen het behaviorisme..
    ..werden afgewezen, omdat deze alleen subjectieve en niet verifieerbare resultaten opleverde.
  33. S-R-psychologie
    Behaviorisme wordt ook wel omschreven als S-R-psychologie, omdat deze stroming de invloed van een stimulus (onafh. variab) op de reactie (afhank. variab) bestudeerde, om te bepalen welke reactie een stimulus uitlokt.
  34. Psychoanalise vond..
    ...onderwerpen als bewustzijn een gedrag slechts zeer oppervlakkige fenomenen. De ware oorsprong van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen lag bij onbewuste krachten.
  35. Informatiefeedback
    feedback over het verschil tussen de nagestreefde en de huidige toestand.
  36. Informatieverwerkende processen
    processen die zich afspelen in de hersenen en werden toegevoegd aan de cognitieve psychologie.
  37. Inprenting is...
    ..de vroege en snelle neiging om een bewegend voorwerp te volgen. Aangeboren, blinde babys doen dat ook), en daarom toont dat de mens bij de geboorte niet helemaal een tabula rasa is.
  38. Cognitieve neurowetenschap
    Observeert met nieuw ontwikkelde apparaten hersenactiviteit terwijl mens of dier allerhande taken uitvoeren.Daardoor het samenhang tussen de software en de hardware. Men combineert het opsychologische onderzoek met het neurobiologische onderzoek naar de cognitieve functies.
  39. het eerfelijkheid-milieudebat (nature-nurturedebat, omdat eerfelijkheid valt samen met nature en milieu met nurture)
    probeert men te achterhalen hoeveel van de verschillen tussen mensen bepaald wordt door aangeboren, genetische karakteristieken (biologisch) en hoeveel bepaald wordt door de ervaringen die in het individu opgedaan heeft in de omgeving waarin het is opgegroeid (sociaal-culturele factoren).
  40. wat moet je doen voordat je een onderzoek  in de wetenschap uitvoert?
    Moet er een theorie zijn op basis waarvan men een nauwkerige voorspelling (hipothese) maakt, die vervolgensd in dat onderzoek getoest wordt. De beste onderzoeksvragen kan men formuleren als men een theorie heeft.
  41. evidence based houdt in...
    ...de moderne psychologie dat we ons baseren op feitelijke gegevens (bewijsmateriaal) of data.  Tegenover staat een niet bewezen overtuiging of geloof.
  42. Naturalistische observatie
    is een onderzoekstechniek waarbij het gedrag systematisch wordt geobserveerd in een natuurlijkecontext .  Nadeel is dat mensen/dieren hebben de neiging om zich anders te gedragen wanneer zij weten dat ze geobserveerd worden.
  43. Onderzoekers streven naar niet-reactieve onderzoekstechnieken. Waarom?
    Zodat de proefgroep aan de aanwezigheid van de onderzoekers kan wennen en gedrag vertoont dat onahankelijk is van de onderzoekstechniek.
  44. Eisen voor een goed interview:
    • - dat men de geinterviewde moet motiveren,
    • - dat men zich moet realiseren dat de perceptie van de interviewer hoef niet per se overenstemmen met de realiteit,
    • - dat de resultaten vertekend kunnen worden door sociale wenselijkheid van de antwoorden (de interviewer moet neutraal zijn).
  45. Opiniepeiling
    Bij opiniepeiling maakt men een inventaris van opinies (b.v. hoe de bevolking denkt over een politicus, etc) met behulp van over het algemeen korte vragen bij een brede steekproef van de bevolking, die representatief moet zijn voor de gehele populatie, zodat algemeen geldende resultaten oplevert.
  46. psychologische tests proberen...
    ...te meten vaardigheden en eigenschappen, b.v intelligentie, emotionele stabiliteit, mentale stoornissen, beroepsinteresses.
  47. het begrip variabele in onderzoekingen is..
    ...gebruikt omdat onderzoekers zijn geinteresseerd in de meetbare omvang en de veranderingen van kenmerken, die in een getal uitgedrukt kunnen worden.
  48. Controlevariabelen zijn nodig in een goed onderzoek. Waarom?
    Om er relatief zeker van te zijn dat het geobserveerde effect het gevolg is van de onafhankelijke variabele en niet van andere factoren.  Controlevariabelen zijn de aspecten van een experiment die constant worden gehouden.
  49. Waarom is het belangrijk het operasionaliseren van variabelen?
    Omdat de onderzoeker alleen een hypothese over concrete en meetbare handelingen kan toetsen.  Een begrip (bijv. geweld of agressie) kan men niet empirisch onderzoeken.
  50. Interne validiteit
    betekent dat de beschreven oorzaak-gevolg relatie inderdaad klopt.
  51. Externe validiteit
    wordt bedoeld de generaliseerbaarheid van de onderzoeksresultaten buiten de gebruikte onderzoekssetting. Bij veldonderzoek is die vaak hoger dan bij experimenteel onderzoek (veldonderzoek wordt gedaan in de natuurlijke situatie).
  52. Veldexperiment
    Is nuttig omdat het dichtst bij het werkelijke leven afspeelt en indien dit convergeert met ander onderzoek (laboratorium, beschreven, etc) leidt tot goede resultaten.
  53. Debriefing is
    het inlichten van de proefpersonen over het doel van de proef en wat men hoopt ervan te leren.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview