NIMA Marketing A hfd 26.1

Card Set Information

Author:
Sophie1984
ID:
277624
Filename:
NIMA Marketing A hfd 26.1
Updated:
2014-06-26 05:58:17
Tags:
NIMA Marketing hfd 26
Folders:
NIMA Marketing A hfd 26.1
Description:
NIMA Marketing A hfd 26.1
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Sophie1984 on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Wat is een reclamemedium?
    een object dat reclame-uiting kan dragen
  2. Geef de definitie van mediumtypen
    een groep van gelijksoortige media die grote overeenkomst vertonen in de wijze waarop de boodschap zintuigelijk wordt waargenomen
  3. noem de vier hoofdgroepen mediatypen
    • visuele media
    • auditieve media
    • audiovisuele media
    • social media
  4. welk mediatype is de belangrijkste?
    pers
  5. noem de 5 soorten pers
    • dagbladen
    • nieuwsbladen
    • huis-aan-huisbladen
    • publiekstijdschriften
    • professionele tijdschriften
  6. in welke twee groepen kunnen we dagbladen indelen op geografisch niveau?
    landelijk en regionaal
  7. in welke twee groepen kunnen we dagbladen indelen op het niveau van tijd?
    ochtend- en avondbladen
  8. in welke twee groepen kunnen we dagbladen indelen op het niveau van ruilmiddel?
    betaalde, gratis dagbladen en een tussenvorm; goedkope bladen met alleen headlines
  9. noem de 5 soorten advertenties in dagbladen
    • gewone advertenties
    • ingezonden mededelingen (IM's)
    • oren 
    • hi fi-advertenties
    • personeelsadvertenties
  10. wat is IM?
    ingezonden mededeling
  11. hoe noemen we een advertentie in een dagblad met hoge kleurkwaliteit?
    hi fi advertentie
  12. hoe noemen we de advertenties naast de headline van een dagblad?
    oren
  13. Wat is het verschil tussen een dagblad en een nieuwsblad?
    een nieuwsblad verschijnt minder dan zes keer per week en een dagblad 6 keer
  14. zijn huis-aan-huisbladen altijd gratis?
    ja
  15. Noem 7 vormen van publiekstijdschriften
    • familie- of gezinsbladen
    • vrouwenbladen
    • jeugdbladen
    • special interest-bladen
    • omroepbladen
    • opiniebladen
    • sponsored magazines
  16. Wat is de definitie van buitenreclame?
    een vorm van visuele communicatie voor commerciële doeleinden via elk object dat zich permanent buitenshuis bevindt
  17. noem 5 vormen van buitenreclame
    • affichering
    • vervoersreclame
    • stadionreclame
    • lichtreclame
    • luchtreclame
  18. hoort een auto met een billboard bij affichering of vervoersreclame?
    bij affichering, een billboard is een heel groot affiche
  19. Welke twee vormen van vervoersreclame kennen we?
    • streekbusreclame
    • fleet-advertising
  20. wat is fleet-advertising?
    reclame op vrachtwagens
  21. hoe noemen we reclame op vrachtwagens?
    fleet-advertising
  22. waarmee wordt stadionreclame vaak gecombineerd in de communicatiemix?
    shirtreclame, sponsoring etc.
  23. welke drie vormen van audiovisuele media kennen we?
    • televisiereclame
    • bioscoopreclame
    • internet
  24. welke twee vormen van auditieve reclame kennen we?
    • radio
    • geluidsreclame in winkels
  25. in welke tijdsvorm kan men zendtijd op tv inkopen?
    spotlengten van een aantal seconden
  26. van welke reclamevorm is geluidsreclame in winkelcentra een vorm?
    point of purchase reclame
  27. aan welk mediumtype wordt het meeste uitgegeven?
    pers
  28. wat is een andere naam voor buitenreclame?
    out of home
  29. aan welk mediumtype wordt het minste uitgegeven?
    buitenreclame
  30. aan welk specifiek mediumtype wordt het meest uitgegeven?
    tv
  31. noem 6 sterke punten van dagbladen
    • hoog en breed bereik
    • hoge mate leesgarantie
    • veel autoriteit
    • hoog actueel bereik
    • goedkoop
    • korte inlevertijd
  32. noem 3 zwaktes van dagbladen
    • beperkt kleurgebruik
    • weinig sfeer overbrengen
    • advertentie kan naast opvallendere advertentie minder opvallen
  33. noem 4 sterke punten van huis-aan-huisbladen
    • hoog brievenbusbereik
    • redelijke acceptatie
    • mogelijkheid free publicity 
    • goedkoop
  34. noem 5 zwaktes van huis-aan-huisbladen
    • beperkt bereik in bepaalde doelgroepen
    • weinig autoriteit
    • overdaad kan irriteren
    • weinig sfeer
    • advertentie kan naast opvallendere advertentie minder opvallen
  35. noem 4 sterktes van tijdschriften
    • hoog bereik in bepaalde doelgroepen
    • lange levensduur en hoge hanteerfrequentie
    • sfeervol en goeie kleurkwaliteit
    • extra bereik door meelezers
  36. noem 4 zwaktes van tijdschriften
    • meestal niet regionaal
    • verschillende tijdschriften doubleren met elkaar
    • lange levensduur zorgt voor veroudering
    • vroege inlevertermijn
  37. noem 5 sterktes van tv
    • hoog bereik
    • auditief en visueel
    • hoge impact
    • zeer sfeervol/emotie appellerend
    • demonstratiemogelijkheid
  38. noem 4 zwaktes van tv
    • zapgedrag
    • duur
    • effect pas na veel inschakelingen
  39. noem 4 sterktes van radio
    • hoog bereik
    • goedkoop
    • snel in te schakelen
    • vooral naamreclame
  40. noem twee zwaktes van radio
    • luisteraar heeft vaak weinig aandacht
    • enigszins een vluchtig medium
  41. noem 4 sterktes van buitenreclame
    • snel hoog bereik
    • opvallend
    • speciale mogelijkheden
    • regionaal ook mogelijk
  42. noem twee voorbeelden van speciale buitenreclame
    verlichten, bewegen, bijzondere effecten, inspelen op natuurlijke omgeving
  43. noem 3 zwaktes van buitenreclame
    • vluchtig
    • relatief hoge productiekosten
    • weinig tekst mogelijk
  44. noem 4 sterktes van internet
    • breed bereik
    • hoge impact
    • demonstratiemogelijkheid
    • interactief
  45. noem 3 zwaktes van internet
    • beperkt bereik in bepaalde doelgroepen
    • overdaad kan irriteren
    • goedkoop
  46. Wat is narrowcasting?
    schermen in winkels waarop reclame wordt getoond
  47. wat is broadcasting?
    auditieve en audiovisuele reclame gericht op een breed publiek
  48. wat is het verschil tussen narrowcasting en broadcasting?
    broadcasting is voor breed publiek, narrow alleen voor de winkel- of showroom bezoekers
  49. van welke communicatievorm is narrowcasting een vorm?
    instore communicatie
  50. op welke drie criteria baseren we de keuze voor het mediumtype?
    • communicatievermogen
    • bereik en dekking
    • kosten

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview