Marketing NIMA A Hfd 29

Card Set Information

Author:
Anonymous
ID:
279047
Filename:
Marketing NIMA A Hfd 29
Updated:
2014-07-18 04:53:38
Tags:
Marketing NIMA Hfd 29
Folders:
Marketing NIMA A Hfd 29
Description:
Marketing NIMA A Hfd 29
Show Answers:

Home > Flashcards > Print Preview

The flashcards below were created by user Anonymous on FreezingBlue Flashcards. What would you like to do?


  1. Geef de definitie van direct marketing
    Marketingvorm die gericht is op het tot stand komen van een specifieke transactie of het opbouwen of onderhouden van een duurzame relatie tussen aanbieder en afnemer. De meest typerende kenmerken van de invulling van de marketing instrumenten zijn directe communicatie en/of directe levering.
  2. Wat is het belangrijkste kenmerk van direct marketing?
    rechtstreekse communicatie
  3. Wat is het belangrijkste voordeel van direct marketing?
    de flexibiliteit wat betreft het inspelen op de wensen en behoeften van de klant.
  4. Kent dm marges voor de tussenhandel?
    nee
  5. Welke vorm van marketing kent kredietfaciliteiten voor de afnemers, dm of gewone marketing?
    dm
  6. Welke vorm van marketing heeft vaste (advies)prijzen, gewone marketing of dm?
    gewonen marketing
  7. Zijn dm artikelen doorgaans hoog geprijsd?
    nee, scherp juist
  8. Welke vorm van marketing is gangbaar voor merkartikelen, gewone marketing of dm?
    gewone marketing
  9. Hoe worden dm artikelen gedistribueerd?
    direct, door de aanbieder per post naar de klant
  10. Welk soort marketing voert vooral themareclame, gewone marketing of dm?
    gewone marketing
  11. Welke drie zaken hadden invloed op het ontstaan van dm?
    • ontstaan postorderbedrijven
    • toepassen individuele dm-technieken
    • inschakeling computertechnieken
  12. Hoe noemen we mensen die handelen in adressenlijsten?
    listbrokers
  13. Wat zijn listbrokers?
    mensen die handelen in adressenlijsten
  14. Op welke twee niveaus in de organisatie kan men dm toepassen?
    • organisatie- of marketingniveau (strategisch)
    • instrumentenniveau (operationeel)
  15. Wat bedoelen we met strategisch dm bedrijven?
    Dm op organisatorisch- of marketingniveau, dus een duurzame relatie opbouwen met de afnemers.
  16. Wat is dm op operationeel niveau?
    dm met korte termijndoelstellingen
  17. Noem 4 achtergronden van de keuze voor dm
    • te weinig mogelijkheden binnen distributie
    • technisch complex product
    • ontwikkelingen in de communicatietechnologie
    • de wens zich te onderscheiden van de concurrentie
  18. Welke ontwikkeling in de economische omgeving heeft positief bijgedragen aan dm?
    de daling van het vrij besteedbare inkomen in de jaren 80 (dm is goedkoper door ontbreken marges tussenhandel)
  19. Welke drie technologische ontwikkelingen hebben een positieve invloed op dm?
    • toenemend gebruik automatisch betalen
    • toenemend gebruik nieuwe informatietechnologie m.b.t. adressenbestanden
    • nieuwe mediatechnologieën
  20. Welke sociaal/culturele ontwikkelingen hebben een positieve invloed op dm?
    individualisering
  21. Welke drie ontwikkelingen in de demografische omgeving hebben een positieve invloed op dm?
    • toenemend aantal vrouwen op arbeidsmarkt (geen tijd voor shoppen)
    • toenemend aantal een- en tweegezinshuishoudens, waar beiden werken (ook geen tijd)
    • vergrijzing
  22. Welke ontwikkelingen binnen de detailhandel zorgt voor een toenemende vraag naar dm artikelen?
    • - afnemende service in winkels
    • - afneming winkelplezier door o.a. drukte
    • - assortimentsinkrimping
  23. Welke vijf factoren hebben een negatieve invloed op dm?
    • terughoudendheid consument
    • producten met breekbaarheid of bederfelijkheid 
    • voorzichtigheid van producenten
    • mogelijke reactie bedreigde tussenhandel
    • houding van consumentenorganisaties
  24. Noem de 6 vormen van dm
    • - dm met overwegend gebruik van massamedia (couponadvertenties)
    • per post/brief
    • telefonisch
    • persoonlijke verkoop (colportage etc.)
    • interactieve apparatuur (inet)
    • combinaties van bovengenoemde
  25. Geef de definitie van rechtstreekse reclame.
    Alle geadresseerde en ongeadresseerde reclame-uitingen die rechtstreeks aan de doelgroep zijn gericht. Reclameboodschap en reclamemedium vallen samen.
  26. Hoe noemen we reclame waarbij het reclamemedium en de reclame boodschap samenvallen?
    rechtstreekse reclame
  27. Hoe noemen we alle geadresseerde en niet geadresseerde reclame-uitingen die rechtstreeks aan de doelgroep worden gericht?
    rechtstreekse reclame
  28. Noem een aantal voorbeelden van rechtstreekse reclame
    direct mail, direct non-mail, onder ruitenwisser, handouts, toonbankdisplay, etc
  29. Wat is brievenbusreclame?
    Geadresseerde of ongeadresseerde reclame die via de brievenbus wordt verspreid, zonder gebruik te maken van andere media, zoals kranten of tijdschriften
  30. Hoe noemen we de reclame die via de post wordt verspreid en geen gebruik maakt van bvb kranten en tijdschriften?
    brievenbusreclame
  31. Onder welke noemer vallen direct-mail en direct non-mail?
    brievenbusreclame
  32. Hoe noemen we de geadresseerde rechtstreekse reclame die voornamelijk per post wordt verstuurd?
    direct mail of postreclame
  33. Wat is een andere term voor postreclame?
    direct mail
  34. Wat is een andere term voor direct mail?
    postreclame
  35. Wat is het verschil tussen brievenbusreclame en direct mail?
    Direct mail is geadresseerd.
  36. Wat is direct mail of postreclame?
    Alle geadresseerde rechtstreekse brievenbusreclame
  37. Wat zijn voor de marketing nuttige eigenschappen van direct mail?
    • mogelijkheid segmentatie en selectie doelgroep
    • flexibele verschijningsvorm (oplage, inhoud, meezenden premiums)
    • impactvol
    • interne kwaliteitsbewaking is mogelijk
    • interne bepaling van inschakelingstijdstip
    • heeft een respons mogelijkheid
  38. Noem drie voorbeelden van direct mail
    • brief
    • catalogus
    • bestelformulier
  39. Hoe noemen we een brief/mail waarin producten van verschillende aanbieders worden aangeprezen?
    combimailing
  40. Wat is combimailing?
    Een brief/mail waarin producten van verschillende aanbieders worden aangeprezen
  41. Hoe noemen we de ongeadresseerde rechtstreekse reclame?
    direct non-mail
  42. Wat is direct non-mail?
    ongeadresseerde rechtstreekse brievenbusreclame
  43. Hoe noemen we ongeadresseerde rechtstreekse brievenbusreclame?
    direct non-mail
  44. Noem de drie vormen van direct mail
    • direct non-mail
    • direct advertising
    • direct response advertising
  45. Hoe noemen we rechtstreekse reclame die niet door de brievenbus gaat?
    direct advertising
  46. Noem voorbeelden van direct advertising
    op productverpakking, brochure in de winkel, folder onder ruitenwisser
  47. Wat is direct advertising?
    rechtstreekse reclame die niet door de brievenbus gaat.
  48. Wat is direct response advertising?
    Alle vormen van rechtstreekse reclame waarbij de consument om een reactie wordt gevraagd
  49. Hoe noemen we de rechtstreekse reclame waarbij de consument om een reactie wordt gevraagd?
    direct response advertising
  50. Wat is datamining?
    Het zoeken naar strategische informatie in onze databases
  51. Hoe noemen we het zoeken in de databases naar strategische informatie?
    datamining
  52. Wat zijn uiteindelijke doelen van datamining?
    • klanten profielen aanmaken, bepalen wie in welk product geïnteresseerd zou zijn, gedrag voorspellen, etc
  53. Hoe noemen we de bundeling van verschillende databases in een organisatie?
    datawarehouse
  54. Wat is een datawarehouse?
    de bundeling van verschillende databases binnen een organisatie
  55. Welke wet beschermd de consument bij direct marketing?
    Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)
  56. Wie controleert de naleving van de WBP?
    Het College bescherming persoonsgegevens (CBP)
  57. Welke verplichtingen heeft iemand die persoonsgegevens registreert volgens de WBP?
    • gegevens moeten verwerkt worden volgens WBP
    • degene wiens gegevens verzameld worden, moet hierover en over het doel worden geïnformeerd
    • alleen onder strikte voorwaarden mogen gegevens voor iets anders dan het doel worden gebruikt
    • de gegevens moet goed worden beveiligd
    • gegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig
  58. Hoe noemen we de respons op bvb een mailing of couponverspreiding?
    redemptie
  59. Wat is redemptie?
    de respons op bv een mailing
  60. Hoe noemen we het afhandelen van de redemptie?
    fulfilment
  61. Wat is fulfilment?
    Het afhandelen van de redemptie, meestal door externe bedrijven
  62. Wat is de conversie?
    het aantal orders ten opzichte van de redemptie
  63. Hoe noemen we de naar aanleiding van bv een couponactie uiteindelijke orders?
    conversie
  64. Noem de 6 direct marketing kengetallen
    • CPM kosten per duizend
    • RPM respons per duizend
    • OPD orders per duizend
    • CPR kosten per respons
    • CPO kosten per order
    • break-evenanalyse
  65. Hoe noemen we de kosten per duizend ook wel?
    CPM
  66. Wat is CPM?
    kosten per duizend
  67. Hoe noemen we de respons per duizend ook wel?
    RPM
  68. Wat is RPM?
    respons per duizend
  69. Hoe noemen we de orders per duizend?
    OPD
  70. Wat is OPD?
    orders per duizend
  71. Wat is WBP?
    wet bescherming persoonsgegevens
  72. Wat is CBP?
    college bescherming persoonsgegevens
  73. Hoe noemen we de kosten per respons?
    CPR
  74. Wat is CPR?
    kosten per respons
  75. Wat zijn de kosten per order?
    CPO
  76. Wat is CPO?
    kosten per order
  77. Is telemarketing een marketing of communicatie instrument?
    communicatie
  78. Geef de definitie van telemarketing
    Het systematisch gebruiken van de telefoon als marketingcommunicatie-instrument
  79. Wat is het systematisch gebruiken van de telefoon als marketingcommunicatie-instrument?
    telemarketing
  80. Welke twee vormen van telemarketing kennen we?
    • inbound
    • outbound
  81. Wat is inbound telemarketing?
    de organisatie wordt gebeld
  82. Wat is outbound telemarketing?
    De organisatie belt iemand op
  83. Onder welke soort communicatie valt telemarketing?
    interactieve massacommunicatie
  84. Wat zijn twee belangrijke eigenschappen van telemarketing?
    het is direct (meetbaar, controleerbaar) en persoonlijk
  85. Waarvoor kan men telemarketing zoal inzetten?
    • mailing aankondigen
    • afspraken maken voor persoonlijk verkoopgesprek
    • follow up van mailing verzorgen
    • service verlenen
    • klachten oplossen
  86. Hoe noemen we de verkoop via de telefoon?
    teleselling
  87. Wat is teleselling?
    verkoop via de telefoon
  88. Hoe noemen we verkoop via tv?
    teleshopping
  89. Wat is teleshopping?
    verkoop via tv
  90. Wat is meetbaar, teleselling of telemarketing?
    telemarketing
  91. Waarbij wordt een scrpit gebruikt, teleselling of telemarketing?
    telemarketing
  92. Zijn de gesprekken bij telemarketing of teleselling meer beheersbaar (ook kwa tijd)
    telemarketing
  93. Waarbij heb je veel vakkennis nodig, telemarketing of teleselling?
    teleselling
  94. Wat levert de beste resultaten op, telemarketing of teleselling?
    Eerst teleselling, maar later telemarketing
  95. Voor wie is one-to-one marketing geschikt?
    • aanbieders met weinig afnemers met gedifferentieerde behoeften
    • door ontwikkeling in communicatie technologie ook mogelijk voor aanbieders met veel afnemers met gedifferentieerde behoefte
  96. Waarvoor is one-to-one marketing niet geschikt?
    Aanbieders met een product waar een homogene behoefte voor is.
  97. Wat is een ander woord voor customer marketing?
    customer focus
  98. Wat is een ander woord voor customer focus?
    customer marketing
  99. Wat is customer focus?
    Gepland proces dat gebruik maakt van een klantendatabase en een geïntegreerde mix van methoden en media om meetbare resultaten te realiseren.
  100. Hoe noemen we het geplande proces dat gebruik maakt van een klantendatabase en een geïntegreerde mix van methoden en media om meetbare resultaten te realiseren.
    customer focus
  101. Met welk instrument kunnen we klantenbehoud realiseren?
    customer focus of customer marketing
  102. Wat is het doel van customer focus?
    klantenbehoud
  103. Wat is een groot voordeel van interactieve marketing?
    de consument kan zelf bepalen welke informatie hij wil zien.

What would you like to do?

Home > Flashcards > Print Preview